Archief | golf RSS feed for this section

Joop Alberda over de blinde vlekken in de sportwereld

22 Dec

,,Als we echt zouden leren van andere mensen, dan waren we veel verder geweest.”

Teleurstelling komt op bij Joop Alberda wanneer hij het resultaat ter sprake brengt van De Reis van de Held, een serie interviews in ‘zijn’ blad NLcoach met tal van topmensen, van vooral buiten de sportwereld, zoals choreograaf Hans van Manen, orkestleider Jaap van Zweden, econoom Herman Wijffels, politicus Jan Marijnissen, cabaretier en columnist Youp van ’t Hek, zakenman Dirk Scheringa, vakbondsbestuurder Agnes Jongerius, oud-voetballer en columnist Jan Mulder, journalist en tv-presentator Mart Smeets en architect Francine Houben. Hoe zij en waar zij hun talent ontdekten, het ontplooiden, met succes en tegenslagen omgingen en wat zij wilden achterlaten.

Het was Alberda’s nieuwsgierige geest die hem er zes, zeven jaar geleden toebracht samen met mij te onderzoeken wat coaches en sporters kunnen opsteken van mensen die met vallen en opstaan de top hebben bereikt. Alberda, wiens staat van dienst begon als coach van de Nederlandse volleybalploeg die in 1996 de gouden medaille won op de Olympische Spelen van Atlanta, wilde verder kijken. Over grenzen kijken, naar andere mensen, mensen die de cocon hebben (durven) verlaten, die buiten het bestaande denkkader traden.

Is Alberda een man die bijvoorbeeld de Nederlandse golfwereld kan helpen? Een man, wiens ervaring na het volleybalsucces langs NOC*NSF (jarenlang technisch directeur als voorganger van Maurits Hendriks), het adviseurschap van Guus Hiddink als bondscoach van voetballend Rusland en soortgelijke rollen bij wielrennen, roeien, atletiek en zwemmen leidde. Slechts één Nederlander (Joost Luiten) op bijna 400.000 golfers die op internationaal niveau mee kan komen. Dat is de waarheid. Is de 42-jarige Maarten Lafeber, die onlangs werd benoemd tot bondscoach (hoewel nog actief als speler), de juiste man om jonge Nederlandse golfers naar een hoger niveau te tillen? De tijd zal het leren.

Foto Corné van der Stelt

‘Topsporters worden zodra ze triomferen neergezet als ideale schoonzonen, vooral door de media’ (Foto Corné van der Stelt)

Verwacht van Alberda geen (open) sollicitatie of borstklopperij. Laat staan dat hij de golffederatie of Lafeber verwijten maakt. Hij gaat bij voorkeur in op de ontwikkeling van sportbeleving in het algemeen. Over de maatschappelijke context waarin sport zich beweegt, de culturele patronen die veranderen, de interesse en houding van de sporter én van de toeschouwer,  de consument. Alberda refereert aan de chaotische levensloop van wielrenner Thomas Dekker, die onlangs meende een boekje open te moeten doen over zijn opkomst en ondergang, en ogenschijnlijk gemakzuchtig anderen (de sport) in zijn val meetrok. ,,Ik was erbij in 2005 toen hij door de KNWU werd gekozen tot talent van het jaar. Dekker stond met de handen in zijn zakken toen hij de prijs kreeg uitgereikt. Ik heb hem een tip gegeven: ‘als jij groot wil worden en verder wil komen, zul jij je handen uit je zakken moeten halen, jongen.”’

Het is niet een kwestie van zijn gelijk halen omdat Thomas Dekker het aanwezige talent niet heeft kunnen waarmaken, meent Alberda, het is verandering van beleving. ,,Ook bij de consument. Het boekje van Dekker gaat als zoete broodjes over de toonbank. Waarom is het geschreven? Zucht naar sensatie? Geld? Aandacht? Wij dromen bij voorkeur over helden als waren wij het zelf. Daarbij zitten we in een spagaat: aan de ene kant is het de ideale schoonzoon die leeft voor de sport anderzijds zijn we jaloers op de escapades. Bij voorkeur kijken we ernaar als een reality soap. Want als het te dichtbij komt… De sport heeft zoveel meer te bieden aan inzichten. Waarom hebben wielrenner Joop Zoetemelk en schaatser Rintje Ritsma het zo lang volgehouden? Door een gezonde levenswijze. Schaatser KC Boutiette is 46 jaar en viel onlangs plotseling weer in de prijzen. Dat moet tot nadenken stemmen. Dat vraagt om uitleg in de media. Hoe kan een carrière langer duren? Waarom lukt het Dekker niet en anderen wel? Wat is er veranderd in de sport, in de aandacht van de media? Wat willen de sporters? Wat willen de toeschouwers?”

Snelheid, vluchtigheid, door-zappen. Het zijn de eigenschappen die zich in de loop der tijden hebben ontwikkeld. ,,Wanneer de zucht naar onmiddellijke opwinding niet wordt bevredigd, zappen we snel door, in de hoop dat het elders wel naar ons zin is. Snelle vragen, snelle antwoorden op korte vragen.’’

De vergelijking met het olympisch schaatsprogramma tijdens de Winterspelen van 1988 in Calgary dringt zich op. Uitzendingen van wedstrijden van de tien kilometer werden op de Amerikaanse en Canadese televisie onderbroken door reclame en filmpjes over schaatsers thuis, voor de open haard, wandelend in de bossen. De wedstrijden duurden te lang, Amerikanen hadden er het geduld niet voor. De sport was niet interessant genoeg. Zoals zij zeggen: looking grass grow.”

Het is toch de ‘westenwind’ die onze ontwikkeling van de sportbeleving beïnvloedt, de wind die de Amerikaanse cultuur naar hier brengt. Het is niet anders. ,,Of het nu een goede of slechte ontwikkeling is”, meent Alberda, ,,we zullen er mee moeten leren leven.” Niet kijken naar zijn, maar naar worden.

Hij kijkt desgevraagd naar de mogelijke ontwikkeling van golf. Toch een sport met een geschiedenis waarin traditionele handelingen en spelregels voorzichtig worden gehandhaafd. ,,Waarom eigenlijk? Wat zou de biathlon-variant van golf zijn? Speedgolf? Na een foute slag een rondje om de vijver lopen? Waarom moet er een caddie mee die advies geeft en de clubs draagt? Bij tennis mag een coach niet eens aan de rand van de baan zitten. Waarom kun je als speler niet zelf beslissen met welke club je slaat? Of gewoon met twee of drie clubs de baan in en dan maar zien hoe je de bal in de hole krijgt. Traditie is mooi en charmant, maar je kunt ook uitdagingen zoeken. De consument gaat bepalen hoe golf er uit gaat zien, niet de golffederatie, niet de spelers, niet de bondscoach. Voorlopig is er genoeg media aandacht met veel camera’s, maar blijft dat zo?”

Wat te denken van een split screen? Op je mobiel zelf de regie voeren over wat je wilt zien zoals bij de Formule 1. Zelf de regisseur zijn van je eigen uitzending op een tijdstip dat jou past. Zonder iets van een partij te missen in een hoekje van het scherm iets anders (een andere partij, een andere sport) laten zien. Alberda heeft er weleens met de NOS over gepraat, twee of drie beelden tegelijk. ,,Houd je vast aan de oude formule, dan is dat een geweldige minachting van de consument. Tijdens rustmomenten beelden tonen wat de speler ervoor heeft gedaan, hoe lang Joost Luiten per dag op de baan staat, dat hij elke slag duizend keer herhaalt. Dat voegt iets toe. Zijn hartslag op rustige en op spannende momenten laten zien. Ja, wat er door hem heengaat, waarom hij een fout maakt. Dat geeft meer inzicht dan de verklaring van de commentator of de analist. Laat zien, mensen willen het zien en mee beleven. Eerst zien dan geloven.”

Nog even terugkomend op het verhaal van Thomas Dekker. ,,Omdat we niet weten wat topsporters doormaken houden we een droombeeld in stand. Topsporters worden zodra ze triomferen neergezet als ideale schoonzonen, vooral door de media. Mensen willen dromen, ze willen zich spiegelen aan de triomferende sporters. Heldenverhalen willen ze. Verhalen over mensen die geen seks hebben, die zich keurig gedragen, nooit uit de band springen. Maar elke dag worden we teleurgesteld, omdat de topsporters toch anders zijn dan we willen. Dat verklaart de opwinding rond mislukkingen, de verbazing. Dat het droombeeld weg is. Daar kunnen we wat aan doen. Laat zien dat Luiten een mens is, een sportman die fouten kan maken.”

Over de verwachtingen ten aanzien van Maarten Lafeber: ,,Je moet je als coach niet verbazen als je niet bereikt wat je wilt bereiken. En als je wel wat bereikt: blijf altijd nieuwsgierig naar beter en blijf kritisch. De beleving gaat steeds sneller. Wie herinnert zich nog de winnaar van vorig jaar, van gisteren? Laat staan het geheugen voor de tweede plaats. Er is al weer een andere winnaar. Mocht Lafeber het voor elkaar krijgen dat een Nederlandse golfer de Masters wint, is hij dan nog steeds die voortreffelijke coach als de jaren daarop geen Nederlanders de Masters meer winnen? Mensen vergeten snel, vooral omdat ze niet weten wat de coach en de spelers ervoor hebben gedaan. Ik ben nog steeds die coach die met de volleyballers de gouden medaille won in 1996. Fijn, om dat te horen. Maar ik heb in de twintig jaar daarna ook ervaren dat ik niet per definitie de beste coach ben die topsporters zich wensen. Mensen veranderen, de sport verandert, de beleving verandert. Voordat je het weet, wordt de coach afgebrand. De snel veranderende wereld stelt een geweldige eis aan het aanpassingsvermogen van de coach!”

Beeldvorming kan veel schade aanrichten, waar de journalistiek voor en belangrijk deel schuld aan is. In de Nederlandse voetbalwereld wordt gerefereerd aan de successen van de Hollandse School, aan het totaalvoetbal – hoe lang is dat geleden? Aan de systemen waarmee Nederlandse ploegen in het verleden speelden. Dat het ook anders kan, gewoon omdat de ontwikkeling van het voetbal daarom vraagt, stuit op grote weerstand. Dat komt ook omdat veel trainers oud-voetballers zijn. Ze houden vast aan wat ze zelf als voetballer beleefden en voelden. Buiten de cocon treden vinden ze te riskant of kunnen ze gewoon niet. Het decor van de sport, de cultuur, is veelal een belemmering voor veranderingen die in andere sporten allang gemeengoed zijn. Een beetje over de grenzen kijken en implementeren is geen innovatie maar meer integratie.”

'Wanneer de zucht naar onmiddellijke opwinding niet wordt bevredigd, zappen we snel door, in de hoop dat het elders wel naar ons zin is. Snelle vragen, snelle antwoorden op korte vragen'

‘Wanneer de zucht naar onmiddellijke opwinding niet wordt bevredigd, zappen we snel door, in de hoop dat het elders wel naar ons zin is’

De Fries verwijst graag naar coaches, vooral in de voetbalgemeenschap, die van mensen houden. Foppe de Haan, Rinus Michels, Louis van Gaal, Arsène Wenger, Alex Ferguson, Jogi Löw, José Mourinho, Jürgen Klopp en anderen speelden niet eens op het hoogste niveau. ,,Mogelijk dat ze daardoor begrepen dat je inzichten waarover jezelf niet de beschikking hebt, ergens anders moet zoeken. Pioniers als gymnastiekleraren kijken naar mensen, naar wat ze kunnen, wie ze zijn. Zij proberen te snappen waarom jij als talent niet succesvol kunt zijn. Zij begrijpen dat de leercurves niet lineair zijn en dat er gevoelige periodes bestaan voor bepaalde motorische en mentale vaardigheden. Dat noem ik hoog opgeleide coaches. Het merendeel van de coaches die nu in het voetbal werkzaam is, heeft ook erg van zichzelf leren houden. En het wordt nog erger als ze een klankbord krijgen in de media. Johan Cruijff was een ander fenomeen, hors categorie. Hij zag het spel, hij zag de mensen achter de voetballers, hij zag waar ze toe in staat zijn. En hij hield van mensen, dat mag toch wel duidelijk zijn geweest. Daar hoeft geen boek over geschreven te worden, zoals Jaap de Groot deed. Dat is over-verheerlijking. Door de journalistiek is Cruijff kleiner gebleven dan hij had kunnen zijn. Gewoon, omdat men niet wilde zien wat hij zag. Zijn overlijden heeft mondiaal nog meer impact gehad dan in Nederland. Zelf was ik daar ook door verrast.”

Alberda neemt Maarten Lafeber graag in bescherming. ,,Hij is met Robert-Jan Derksen en Luiten wel de enige die op het hoogste niveau heeft gespeeld. Als hij wat zegt, kijken jonge golfers op, want hij is een man met ervaring. Hij is en grote jongen geweest. Een autoriteit. Dat hij een travelling coach is, een coach die nog speelt en wil spelen, hoeft geen beletsel te zijn. En, waarom een vooroordeel over een coach die nog niet eens is begonnen? Typisch Nederlands vind ik dat. Geef hem de kans, hij zal weten waaraan hij is begonnen. Ook het concept coaching is aan verandering onderhevig. Is het permanent wakend oog, de coach, een goede route? Het allerbelangrijkste is het organiseren van je eigen kritiek.”

De ervaring van Alberda bij verschillende sportdisciplines zou golf ten goede kunnen komen. Maar verheerlijk die ervaring niet. ,,Ik heb meer tegenslagen gekend dat bekend is. Ik ken dus vooral de valkuilen en wat er voor nodig is om sporters te ondersteunen. Tegenslagen lijken een noodzakelijke hindernis op weg naar succes. Atlanta 1996 was een geweldige belevenis, onze medaille-oogst van Sydney is nog niet overtroffen. Daar ben ik trots op. Dat is de realiteit. Als ik straks dood ga, laten ze nog een keer een filmpje zien van Atlanta. Dat is wat blijft hangen.”

Bondscoach van de golfers? Nee, natuurlijk niet. ,,Moet ik tegen een golfer zeggen hoe hij moet slaan, of tegen een voetballer zeggen hoe hij een bal moet trappen? Ik ben geen autoriteit in de kleedkamer. Ik kan feed back geven. Lafeber kan uit zijn ervaringen en inzichten putten. Ik kan Lafeber of welke coach dan ook een programma geven. Ik kan hem vragen stellen: waarom doe je dit, waarom dat, heb je hier weleens aan gedacht? Over voeding, psychologie, trainingsfaciliteiten, over mensen en mijn filosofie over menselijk gedrag. Ga er niet van uit dat ik de wijsheid in pacht heb. Maarten Lafeber is een verstandige man en heeft de keuze bewust gemaakt.”

Zijn verhaal gaat over blinde vlekken, over de wereld waar ‘we’ nog nooit zijn geweest. Over veranderend gedrag, over veranderende cultuur, over de zin en onzin van traditie, over de beeldvorming veroorzaakt door de journalistiek. Hoe daarmee om te gaan? ,,Als ik een presentatie houd, begin ik met de drie hoofdpunten: goud inspireert, goud fascineert en goud camoufleert. Golf is niet anders dan andere sporten. Het decor en de geschiedenis zijn onderscheidend. Het gaat om wat er nodig is. En daar helpt nieuwsgierigheid bij. Kijk om je heen, wat is er voorhanden, uit welke richting waait de wind, hoe kijken mensen tegen sport aan, wat willen ze zien. Ik weet dat golf meedogenloos is, elke fout wordt afgestraft. Het is eerlijk en hard. Daar past directe feedback bij en vertrouwen geven. Het leven is een proces, door leren kun je ver komen.”

Kortom: ,,Als we echt zouden leren van andere mensen, dan waren we veel verder geweest.”
—————————————————————————————————————–
Joop Alberda (64) is een sportbestuurder die naam maakte als volleybalcoach. Tijdens zijn studie aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) beoefende hij als actieve sporter achtereenvolgens voetbal, turnen en volleybal. In deze laatste sport haalde hij bij de Groningse vereniging Lycurgus eredivisieniveau. Hij merkte dat hij gevoel had voor het trainings- en coaching-aspect van sport in het algemeen en volleybal in het bijzonder. Hij liet zich hierbij inspireren door de Amerikaan Doug Beal, die hij in 1985 ontmoette. Beal won met zijn volleybalteam het jaar daarvoor olympisch goud in Los Angeles. Zijn strategische aanpak sprak Joop zeer aan: Alles tot op de bodem uitstippelen, niets aan het toeval overlaten.
In 1993 werd Alberda benoemd tot coach van het Nederlands mannenvolleybalteam dat al enige jaren op weg was naar de absolute top. Samen wonnen ze in 1996 de gouden medaille bij de Olympische Spelen van Atlanta. Het Nederlandse publiek koos later dit tot sportmoment van de twintigste eeuw. Alberda zelf werd in 1994 en 1996 uitgeroepen tot beste volleybalcoach ter wereld.
In 1997 trad hij in dienst als technisch directeur bij NOC*NSF. Onder zijn leiding slaagde de Nederlandse delegatie bij de Olympische Spelen in Sydney in 2000 erin om een recordaantal van 25 medailles te winnen. In april 2004 kondigde hij aan dat hij aan het eind van dat jaar zou stoppen bij het NOC*NSF. De beslissing was mede gebaseerd op teleurstelling om het ontbreken van voldoende steun voor zijn ambitieuze plannen om een Olympic Team op te richten.
In oktober 2014 werd Joop Alberda opgenomen in de ‘Volleyball Hall of Fame’. Alberda was achtereenvolgens adviseur van Guus Hiddink toen deze bondscoach van Rusland was, en manager bij de professionele wielerploeg Cervélo, de roeibond, de atletiekunie en de zwembond.
Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine nr.10 2016</em

Heeft Tiger Woods zijn duivels al ontbonden?

30 Nov

Morgen, donderdag 1 december, maakt Tiger Woods zijn rentree in een toernooi na 470 dagen van afwezigheid. Hij maakt zijn opwachting op de Hero World Challenge, een toernooi op de Bahama’s waarvoor de beste achttien golfspelers ter wereld zijn uitgenodigd. Woods zegt er aan toe te zijn. ,,Ik kan alle slagen maken die ik wil. Ik heb alles onder controle. Het was een slimme zet mijn rentree uit te stellen. Ik was er mentaal nog niet klaar voor en beheerste nog niet alle slagen.” Afgelopen maandag, drie dagen voor het begin van het toernooi, probeerde hij de golfliefhebbers én de organisatie gerust te stellen: ,,Ik sloeg ze goed vandaag.”

Heel lang is het geduld van de golfliefhebbers op de proef gesteld. Reikhalzend kijken ze daarom uit naar zijn eerste slagen. Woods kon ondanks al zijn fysieke en psychische onzekerheden niet wegblijven van het toernooi dat mede door de Tiger Woods Foundation wordt georganiseerd.

Foto: Sportsinsights.com

Foto: Sportsinsights.com

De vraag is ook hoe lang hij blessurevrij blijft na jarenlange problemen met zijn knieën (vier operaties) en rug (ook enkele operaties). Er zijn kenners die zeggen dat Woods zijn swing moet aanpassen: ,,Als je je rug blesseert, dan vertelt je lichaam je dat je zo niet kunt bewegen. Tiger moet zijn swing aanpassen. Als hij zo blijft swingen als vroeger, dan raakt hij opnieuw geblesseerd.”

In een artikel op golfdigest.com vertelde Woods dat hij op 40-jarige leeftijd (hij wordt 30 december 41) veel tijd nodig heeft om soepel en fit aan een ronde te beginnen: ,,Ik mis de dagen dat je naar de eerste tee liep en je een bal 270 meter wegsloeg. Je moet nu je spieren activeren. Ik was in de fitness met Justin Rose. Hij is 36 nu en ook hij heeft anderhalf uur nodig voordat hij ballen kan slaan.”

Zo zijn er meer verklaringen die de golfliefhebbers sinds jaar en dag bezighouden. Nog geen anderhalve maand geleden zorgde de Amerikaan andermaal voor grote ongerustheid. Zou hij nog ooit terugkeren? En, zo ja hoe?

‘See Phil. Daily tickets only $30’. Zo probeerde begin oktober de organisatie van het Safeway Open op haar website golfliefhebbers naar het toernooi op Silverado Resort in Napa, Californië, te lokken. Eerder stond er nog ‘See Tiger. Daily Tickets only $30’. Of nu de vijfvoudige major-winnaar Phil Mickelson de publiekstrekker is of de veertienvoudige major-winnaar en legende Tiger Woods maakt nogal een verschil.

Drie dagen nadat Woods zijn terugkeer in een golftoernooi aankondigde, rekende de organisatie van het Safeway Open nog op 30 tot 40 procent meer toeschouwers dan in voorgaande edities zonder Tiger. Alle golfliefhebbers willen Tiger zien. Of hij het nog kan na ruim veertien maanden afwezigheid. Zal hij nog net zo goed worden als vroeger, vóór zijn blessures en voordat hij de controle op zijn leven verloor – volgens ingewijden na de dood van zijn vader in 2006? Kan hij nog echt op jacht naar het major-record van Jack Nicklaus, die er achttien won.

De organisatie van de Safeway Open kreeg schadeclaims, mensen die kaartjes voor Tiger kochten wilden hun geld terug. Leuk hoor, die Mickelson voor 30 dollar, maar ze wilden Tiger zien, hem zien swingen, chippen en pitchen, zoals niemand vóór hem en na hem heeft gedaan. Gokkantoren voelden zich benadeeld. Tiger zou terugkomen en hoe! Berichten van spelers die met hem oefenden en enkele holes met hem liepen, voorspelden sensatie. Jesper Parnevik, met wie Woods al lang bevriend is, zei tegen Golf Channel: ,,Over comebacks kun je nooit zeker zijn, maar iets zegt me dat zijn comeback spectaculair zal worden.”

Een week voor het toernooi wees niets op een uitstel van Woods’ terugkeer. Hij had begin oktober als assistant captain van het Amerikaanse team inspiratie opgedaan tijdens de Ryder Cup, voelde zich thuis tussen de spelers met wie hij zo vaak optrok en verklaarde zich zowel lichamelijk als geestelijk goed genoeg om het toernooi te spelen. Maar ineens was daar drie dagen voor het begin van het toernooi die afmelding en verklaring op zijn website: ‘Alles is goed, maar zijn spel is nog te kwetsbaar’.

Mensen die Woods menen te kennen, zeiden dat ze de afmelding voelden aankomen. Tiger moet geschrokken zijn van de hype in de media rond zijn terugkeer, vooral alle drukte en analyses op Golf Channel. Zoals: ‘Oeps, daar gaan we weer. Waar raak ik in verzeild? Ik wil die drukte en die druk niet meer. Ik blijf lekker thuis, breng mijn kinderen naar school en houd me met mijn restaurant bezig. Alles is beter dan weer te moeten scoren en te worden beoordeeld.’

Het leven kan zo mooi en vredig zijn, als je niet telkens wordt beoordeeld op je scores. Golfen op een groot toernooi doe je niet voor je plezier als je zo groot, geprezen en verguisd bent als Tiger Woods. Elke slag wordt beoordeeld, elke prestatie. Daar kan een mens genoeg van krijgen.

Het is een duivels dilemma. In een indrukwekkend verhaal op de website van ESPN beschreef Wright Thompson in april van dit jaar tot in detail de lijdensweg die Woods door de dood van zijn vader in 2006 heeft doorlopen. Hoe hij stuurloos verder moest zonder zijn anker, de man die hij bewonderde, die hij wilde evenaren, wiens leven een voorbeeld voor hem was, de man van wie hij op zijn derde jaar moest leren golfen. Hij was zijn vader. ‘Woods’, schrijft Thompson, ‘ging op zoek naar iets dat hij nooit zou vinden.’ Vrouwen, die net als bij zijn vader altijd al op zijn pad waren gekomen, waren er bij tientallen, maar niet één gaf hem rust. Tijdens slapeloze nachten gaf hij zich over aan onmenselijke kracht- en gevechtstrainingen (CQD). Niemand was er nog om hem in zijn leven te steunen, te stimuleren en te helpen, zoals zijn vader. Met het boeddhisme, dat hij van zijn Thaise moeder (gescheiden van zijn vader) had geleerd, kon hij ook niet verder. Hij was de weg kwijt.

Begin 2012 baarde al het boek van zijn voormalige coach Hank Haney (The Big Miss: My Years Coaching Tiger Woods) opzien. Woods zou tijdens lezingen en trainingen op militaire bases gezegd hebben dat hij overwoog te stoppen met golf en Navy SEAL te worden, omdat dat altijd zijn droom was geweest. Woods en zijn management haastten zich om deze verhalen in het boek te ontkennen.

Tiger Woods op de schietbaan van Navy Seals in San Diego. Foto: Wikimedia/CC/Keith Allison

Tiger Woods op de schietbaan van Navy Seals in San Diego. Foto: Wikimedia/CC/Keith Allison

In de longread van Wright Thompson, afgelopen april, bevestigen bronnen bij de Navy SEALs dat Woods inderdaad talrijke zware trainingen heeft gevolgd: hoe te schieten en te doden, hoe gebouwen te ontruimen, uit vliegtuigen te springen en onder water te vechten. Een trainingsmaat zegt: ‘Hij hield van de anonimiteit van een uniform dragen en lid te zijn van een team. Hij was heel serieus. Als hij het twee jaar had volgehouden, zou hij gestopt zijn met golfen. Geen twijfel.’

Nog altijd worstelt Woods met zijn status. Aan de ene kant was hij graag de verlegen jongen gebleven die veel las. Over hoe te leven met een vader die in Vietnam had gestreden en in zijn hart altijd militair was gebleven, hoe om te gaan met zijn talent voor golfen? Aan de andere kant is hij graag de beste in golf. Hij werd er miljonair door, met alle privileges.

Wie door zijn vader The Chosen One wordt genoemd, voorbestemd om de beste golfer ter wereld te worden en vooral om de wereld (als zwarte sportman) te veranderen, draagt een zware last. Wat heeft hij te verliezen? Zijn status. Wat te winnen? Zijn ware zelf, een man die graag golft en niet bang is om te verliezen.

Of hij de ware zelf heeft gevonden, zal moeten blijken. Of hij weer zo magistraal kan golfen, zal de tijd leren. Misschien de komende dagen al.

Dit artikel is gepubliceerd op de website van Sport en Strategie en verscheen eerder in een niet geactualiseerde versie op 13 oktober in NRC Handelsblad

Korfballer Ben Crum golft: ‘Dé techniek bestaat niet’

18 Nov

Wie kende ze niet, de drie broers van DKOD, de christelijke korfbalvereniging uit Heelsum? Ben, Bart en Jan speelden samen in het twaalftal van De Korf Ons Doel, toen er nog met zes dames en zes heren in drie vakken werd gespeeld – vooral buiten op het veld. In de jaren zestig werd DKOD mede dankzij de Crums vijf keer keer landskampioen op het veld en twee keer in de zaal, het was nog voor de christelijke korfbaltak zou opgaan in het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond.

Dáár, en Ben Crum wijst naar het sportpark aan de rand van De Heelsumse Golfclub, speelde DKOD. De korfbalgoeroe, een missionaris is hij vaak genoemd, vanwege zijn onstuitbare drang naar vernieuwing van deze bij uitstek sociale sport. Hij was succesvol als clubcoach én bondscoach. Crum, nu 75 jaar, pleitte tegen de verdrukking in voor de afschaffing van het middenvak en kreeg zijn zin. Hij introduceerde de gele kunststofkorf, hielp hij de Korfbal League op te zetten, liet de schotklok invoeren en deed er alles aan korfbal wereldwijd populair te maken in de hoop dat zijn sport ooit olympisch werd – tevergeefs. Los daarvan was hij achttien jaar in dienst van de voetbalbond, als docent coach betaald voetbal.

Foto Anneke Hymmen

Foto Anneke Hymmen


Vorig jaar nog won Crum met PKC voor de tweede maal de zaaltitel. Over korfbal kan hij natuurlijk urenlang praten, als gediplomeerd sportleraar over lichaamsbeweging. Over balans, over keuzes maken, over kijken, over een bal gooien, over een bal slaan. Over golf dus, dat hij sinds einde jaren negentig speelt – als het mogelijk is bijna dagelijks. Voor het eerst op Welderen bij Elst. Nauwelijks les gehad, voegt hij er snel aan toe, terwijl we op het terras over de fraaie baan van De Heelsumse uitkijken. Hij legt uit: ,,Dé techniek bestaat niet. Het gaat om de goede balans. De goede stok, de goede lijn en lichaamsbeheersing. Als je er vroeg mee begint en hebt geleerd goed te bewegen, dus gymnastiekles hebt gehad, ben je al een eind op weg.’’

Crum heeft nu handicap 15. Was hij eerder begonnen, op jonge leeftijd, dan was het ongetwijfeld lager geweest. ,,Het is niet zozeer de aanleg, het is vooral je lichaam zo vroeg mogelijk oefenen. Zoals kinderen dat horen te doen: paalklimmen, boomklimmen, kruipen, vechten, rollebollen, met een bal gooien of zoals wij een steentje slifferen over het water, hier bij ons op de Rijn. Dan oefen je je hersens in motorische vaardigheden. Als je al heel jong leert golfen, dus met een stok tegen een bal slaan, heb je een voorsprong op jongens die op latere leeftijd beginnen.’’

Hij verwijst naar Jan Dorrestein, de Nederlandse golfer die in de jaren zeventig al internationaal meetelde. Dorrestein leerde als jongetje op de Rosendaelsche golfclub, waar zijn vader golfles gaf, met een afgezaagde stok tegen een bal slaan. ,,Hij mocht niet de op de baan komen, maar leerde met zijn broers tussen de bomen golfen. Gewoon zoveel mogelijk ballen slaan met dezelfde stok. Vervolgens was hij jarenlang caddie. En leerde hij door met de speler mee te kijken. Als je zo opgroeit, heb je een voorsprong. Heel vroeg de juiste bewegingen in je hoofd opslaan.’’

En aanleg? Crum relativeert zijn eigen balgevoel, als korfballer en nu nog als oudere man als golfer. ,,Ik wilde niet leren. Mijn broers zijn allemaal professor geworden. Ik wilde spelen, bewegen. We hadden bij ons een pleintje met een korfbalbalpaal. Elke dag honderden ballen in die korf proberen te gooien. Dat wilde ik. Bewegen, samen spelen met en tegen anderen. Bij korfbal mag je niet lopen met de bal. Je moet keuzes maken als je de bal hebt en leren vrij lopen als je de bal niet hebt. Dat vormt je lichaam en je bewegingen. Dat heeft mij gevormd.’’

Sinds hij niet meer korfbalt, golft Crum. ,,Er is voortdurend die uitdaging. Afstand, welke stok, geen slag is hetzelfde, elke keer weer inschatten en focussen. Dat vind ik zo mooi. Ik heb geleerd na elke slag even te analyseren, hoe de balvlucht is, heb je de bal goed geraakt en waarom. De goede slag onthouden en opslaan. En voordat je slaat niet te veel nadenken, dan gaat het fout. Je weet wat je kunt en dan gewoon doen wat je voelt wat je moet doen. Het mooiste is de verbazing dat je een bal zo perfect hebt geraakt. Dat is genieten. Kijk wat je kunt, sta er voor open. Doe het.’’

Crum kijkt ook naar anderen, naar de topspelers, op de televisie vooral. ,,Ik kijk naar hun bewegingen, hoe ze staan, hoe hun houding is, welk gezicht ze er bij trekken. Dat is informatie waar ik als toekijkende speler nog wat van kan leren. Het is helaas te laat voor mijn leeftijd. Maar zo heb ik wel mijn hele leven naar sport en naar bewegende mensen gekeken. Hoe bewegen ze, hoe is hun balans, doen ze het spontaan of denken ze na? Ik vertel daar graag over aan sportmensen en zeker aan coaches.’’

Hij vindt het raar dat Nederlands beste golfer, Joost Luiten, wel in Spijk op het KLM Open goed speelt én wint en dan op andere toernooien slecht speelt. ,,Dat klopt er iets niet met zijn mentale instelling. Lyrisch is iedereen als hij op zijn eigen baan wint. Waarom? Chauvinisme. Omdat hij wordt gedragen door het thuispubliek en de journalisten, allemaal supporters van hem, en omdat hij de baan kent. Dan zit je in een flow, begrijpelijk. Maar Lionel Messi voetbalt overal goed. Waarschijnlijk een kwestie van talent, maar misschien ook onbevangenheid, hij sluit zich niet af als hij waar dan ook speelt. Luiten misschien wel. Zodra hij op een andere baan speelt, verdwijnt iets uit zijn hoofd. Spontaniteit, de motoriek, raar. Ik neem aan dat hij en zijn coaches ermee bezig zijn. Want hij heeft wel een probleem.’’

Foto Anneke Hymmen

Foto Anneke Hymmen


Ben Crum neemt nog een slokje witte wijn als Kees van Wonderen zijn ronde afsluit en het terras betreedt. Ex-voetballer van Feyenoord, van het Nederlands elftal en nu bondscoach Oranje onder 17 jaar. Bennekommer, streekgenoot dus van Crum. Van Wonderen informeert naar de Mastersclass die Crum geeft bij de Bennekomse korfbalcub DVO, vroeger de aartsrivaal van DKOD. Hij vraagt of hij eens mag komen kijken, om te leren. Crum begint meteen over het bewegen zonder bal, en dat je niet met een bal mag lopen en wat je dan doet. ,,Bewegen, Kees, posities kiezen, keuzes maken’’, zegt Crum. Er ontstaat een discussie over ‘open’ staan, ‘aanbieden’. ,,Balans, Kees, evenwicht, je benen goed neerzetten, je lichaam openstellen. En kijken en voelen of je goed en lekker staat. Zo gaat dat bij alle balsporten.’’
——————————————————————————————————–
BEN CRUM (Heelsum, 1941) is een voormalig korfballer, korfbalcoach en korfbalvernieuwer. Hij was jarenlang met twee broers gangmaker van de Heelsumse club DKOD, waarmee hij menig titel veroverde. Vervolgens was hij met onderbrekingen vijftien jaar lang bondscoach. Crum won met verschillende clubs tal van titels op het veld en in de zaal. De Gelderlander probeerde zijn sport mondiaal populair te maken, vooral in Azië werd hij geprezen voor zijn inzet om korfbal te introduceren. Vooral dankzij hem wordt korfbal in meer dan zestig landen beoefend. Crum was als sportleraar en gediplomeerd bewegingsdeskundige ook vijftien jaar docent coach betaald voetbal en leidde veel oud-internationals op. Louis van Gaal, Willem van Hanegem, Ronald Koeman, Guus Hiddink en Danny Blind behoorden tot zijn cursisten, totdat hij in 1999 door de voetbalbond werd ontslagen omdat hij de toenmalige voorzitter van Vitesse, Karel Aalbers (werkgever van de zojuist aangestelde trainer Ronald Koeman), in diskrediet had gebracht.

Klaas Nuninga golft: ‘Leg je neer bij wat je niet kunt’

13 Sep

Klaas Nuninga, is dat niet die voetballer die eind jaren zestig de opkomst van Ajax en Johan Cruijff van nabij meemaakte? Die ‘midvoor’ tussen Johan Cruijff, Piet Keizer, Sjaak Swart en Henk Groot, die met Groningse nuchterheid en grote regelmaat de bal in het doel schoot? Sinds twintig jaar golft hij, nu 75 jaar, en getuige zijn handicap (8, was 5) nog altijd met voldoening.

Foto: Anneke Hymmen

Foto: Anneke Hymmen

Met balletjes spelen heeft Nuninga altijd graag gedaan. Vooral omdat hij meende er een goed gevoel bij te hebben. Tafeltennis, voetbal, zaalvoetbal (tot zijn 53ste), tennis en de laatste twintig jaar golf. Aanleg, talent, karakter, waarschijnlijk is het ook genetisch bepaald. ,,Wat je hebt meegekregen van je ouders en voorouders is zeer bepalend. Daarnaast wordt het daarboven, in je hoofd, beslist. Je kunt trainen en oefenen wat je wilt, als je niet over aanleg kan beschikken, heb je een natuurlijke achterstand. Alles daarboven moet bovendien helder zijn, zeker in golf’’, zegt Nuninga als deskundige met topsportervaring.

Golf, meent hij, vraagt veel van je mentale instelling. ,,Omgaan met veel fouten maken. Wie maakt de meeste fouten? Relativering is belangrijk. Een foutieve slag? O, niet erg, vergeten, nu de volgende slag. Elke slag is als een penalty in het voetbal. Je eerste en tegelijk je laatste slag. Je karakter is daarbij van grote, misschien wel beslissende invloed.’’

Wie Nuninga observeert, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hij een beheerste, geduldige sportman is, een golfer die zijn hoofd heeft leeg kunnen maken voordat hij een slag maakt. Alsof hij boeddhistische wijsheden aanprijst. ,,Doe waar je goed in bent. Als je alleen maar gefocust bent op nog meer, nog beter, nog verder, veronachtzaam je waar je goed in bent. Forceren heeft weinig zin, is bovendien riskant. Daarnaast is het mooie aan sport dat je van slechte situaties kunt leren, dat je negatieve momenten kunt rechtzetten.’’

Hij wil niet overkomen als prediker. ,,Wat ik zeg over mezelf, is niet bedoeld als leidraad voor anderen. Het is mijn ervaring, mijn inzicht. Ik ben geen grootheid. Ik ben als liefhebber van sport mijn eigen weg gegaan. Stap voor stap, vertrouwend op mijn gevoel. Ik voetbalde bij WVV in Winschoten, werd prof bij GVAV, werd verkocht aan Ajax, speelde in het Nederlands elftal, zonder ooit in vertegenwoordigende jeugdelftallen te spelen. Ik voetbalde naast getalenteerde voetballers en had het geluk dat ik voldeed, omdat ik deed waar ik me goed bij voelde. Door mijn persoonlijkheid was ik geschikt om topsport te bedrijven. Ik ben leergierig. Ik observeer en ik vraag veel. Dat is me goed van pas gekomen. Ik had zeker een ijzeren wil, omdat het in de genen zit. Mijn karakter heeft me ver gebracht, zeker in de sport.’’

Nuninga relativeert zijn golfvaardigheid. ,,Ik ben esthetisch niet de beste golfer. Ik doe het op mijn manier. Waarom wil je beter en mooier zijn dan je bent? Ik kan recht slaan. En ik heb balgevoel. Dat is wat ik kan. Dat is wat anderen kunnen leren: doe waar je goed in bent. En relativeer. Leg je neer bij wat je niet kunt. Fouten maken doen we allemaal. Probeer ze te vermijden, maar laat je niet gek maken. Fouten maken is menselijk. Golf is een spelletje van fouten maken. De laatste jaren spiegelen amateurgolfers zich aan professionele golfers die spierkracht ontwikkelen. Ze willen ook spieren, ze willen ook ver slaan. Ze willen hun gebrek aan techniek compenseren. Compenseren door harder te werken, heeft weinig zin. Kracht is een valkuil. Ga uit van je vaardigheid en je karakter: dit kan ik, dit kan ik niet. Kun je het niet? Helaas, dat ben jij. Accepteer jezelf en oefen jezelf in verbetering, zonder obsessief te worden. Het moet wel ontspannend blijven.’’

Foto: Anneke Hymmen

Foto: Anneke Hymmen

Drie keer in de week meldt Nuninga zich op de golfbaan Almeerderhout om te spelen met oude maatjes van zijn leeftijd en ouder. Hij speelt nog altijd in een team. Daarin komt zijn karakter tot zijn recht, meent de Groninger. ,,Niet altijd voor je eigen prestatie gaan. Als je dat kunt, help je de anderen. Dat voel je zodra je de ander complimenteert of op z’n minst steunt. Veel golfspelers zijn individualisten. Op ego spelen, altijd voor zichzelf. Waarom trots zijn op je eigen prestatie als je team verliest? Je moet je ondergeschikt maken aan het team. Ik hoor nog steeds die stem van Rinus Michels in mijn hoofd schallen. Dat heeft letterlijk diepe indruk op mij gemaakt: ‘Denk-aan-het-collectief!’. Klaas Nuninga imiteert de stem en intonatie van de legendarisch trainer van Ajax, van wie hij veel zegt te hebben geleerd.

Eens, eind jaren vijftig, was ik als puber in stadion Galgenwaard in Utrecht getuige van de wedstrijd DOS-GVAV. Bij de thuisclub speelde mijn idool Tonny van der Linden, bij de Groningers Klaas Nuninga. Een week later moest een van de twee aanvallers in het Nederlands elftal spelen. Beiden werden uitverkoren. In de competitiewedstrijd scoorde zowel Van der Linden als Nuninga, met fraaie doelpunten uit even zo fraaie vrije trappen. Het werd 2-2. Nuninga: ,,Tonny was een prachtige voetballer, zo beheerst, zo technisch. Die doelpunten van hem en van mij doen denken aan de swing van een golfer. Technisch perfect, met gevoel, zeker die trappen van Van der Linden, een heerlijke voetballer.’’

Het onderwerp ego voelt ongemakkelijk in het gesprek met Klaas Nuninga. Mensen die voor zichzelf gaan wil hij wel begrijpen, maar zodra het belang van het team zich aandient vraagt hij toch meer medeleven en acceptatie van elkaars kwaliteiten. Zo heeft hij het als voetballer (met rijzende sterren bij Ajax) meegemaakt en als bestuurslid (bij hetzelfde Ajax tot 2005). ,,Ik ben altijd voor het belang van het team, van de club en voor samenwerking geweest. Nu ik wat ouder ben, besef ik dat steeds meer. Je kunt niet zonder elkaar. Je gaat samen voor de overwinning. Leef je in de ander in en help hem waar hij in de problemen zit. Dat merk ik aan golfen in een team. Samen golfen, samen doen, samen verliezen, samen winnen. Samen zijn.’’

Zachtaardig, mild en vriendelijk. Zo voelt het gesprek aan met een sportman in hart en nieren, een man die op latere leeftijd golf leerde kennen (dankzij zijn meelevende vrouw) en in de visie op zijn karakter bevestigd werd. ,,Ik leef door anderen. Mensen leren elkaar beter kennen door golf. Zo heb ik dat ervaren. En dat koester ik.’’
——————————————————————————————————
Klaas Nuninga (Winschoten, 1940) is een voormalige Nederlandse voetballer. Hij speelde onder meer voor GVAV en Ajax. Nuninga begon als jeugdspeler bij WVV uit Winschoten, de amateurclub waar ook Jan Mulder en Arie Haan hun carrière begonnen. Via Be Quick kwam hij in 1961 bij GVAV, dat in die tijd met spelers als Tonny van Leeuwen en Martin Koeman over een sterk elftal beschikte. In zijn periode bij GVAV debuteerde Nuninga in het Nederlands elftal, hij zou in totaal 19 interlands spelen. Het talent van Nuninga werd snel onderkend. In 1964 vertrok hij daarom naar Ajax. Hij maakte de aanloop naar de grote bloeiperiode van Ajax mee. Hij speelde in het elftal met Bennie Muller, Wim Suurbier, Barry Hulshoff, Gert Bals, Velibor Vasovic, Theo van Duivenbode, Henk Groot, Sjaak Swart, Johan Cruijff en Piet Keizer. In 1969 speelde hij als invaller in de finale van de Europa Cup 1. Na die verloren finale werd hij door Rinus Michels aan de kant geschoven. Na zijn loopbaan als voetballer begon Nuninga een carrière in het bedrijfsleven. Hij werd bestuurslid van Ajax en na de beursgang commissaris van Ajax. In 2005 trad hij terug.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine 2016-7. Eerder in deze serie Mijn nieuwe sport zijn verschenen: roeister Femke Dekker, tennisster Kristie Boogert, hockeyster José Poelmans, waterpoloër Marc van Belkum, voetbalcoach Barry Hughes, atlete Olga Commandeur, voetballer Kenneth Perez, autocoureur Gijs van Lennep, honkballer Robert Eenhoorn, wielrenner Erik Breukink, scheidsrechter Mario van der Ende, schaatsster Carien Kleibeuker

Door golf leert schaatsster Carien Kleibeuker beter met tegenslagen omgaan

16 Jul

Even een weekendje thuis, tussen twee trainingskampen door, betekent niet meteen stilzitten. Zelfs niet voor een schaatsster in de zomer. Dus wordt er even op zondag gefietst om de spieren soepel te houden. Fris, vrolijk en ontspannen zet langeafstandsschaatsster Carien Kleibeuker zich na haar ochtendlijke fietstraining de tuin naast haar man Robert Schoonhoven, golfprofessional op de Noord-Nederlandse Golf&Country Club, nabij Groningen. Gewoon een gesprekje over schaatsen en golfen. Of er overeenkomsten zijn, dan wel verschillen. Die zijn er zeker, zo blijkt.

Foto Anneke Hymmen

Foto Anneke Hymmen


Ze kennen elkaar van de golfbaan, sinds een jaar of tien, van een feestje na een golfclinic op de golfbaan van Heerenveen, hier om de hoek. Carien was (tijdelijk) gestopt met schaatsen, Robert gaf al jaren golfles. Ze had zichzelf met schaatsen over de kop gejaagd, los van andere dingen die haar destijds dwars zaten. Snel overstuur, snel moe, alleen maar bezig zich overeind te houden in het schaatsteam, het anderen in haar leven naar de zin te maken en vooral niet te doen wat ze zelf wilde. Overtraind, kun je zoiets noemen. Te veel willen, geen grenzen kennen, altijd maar doorgaan. Doodongelukkig werd ze ervan. En eenzaam, zeker als er niets om je heen is waar je nog plezier aan beleeft.

Het is nu eenmaal een karaktertrek, probeert Carien. ,,Ik ben geen vechter, maar ik geef niet zo gauw op’’, verduidelijkt ze aan het einde van het gesprek. Ze kijkt naar Robert. Hij glimlacht, alsof hij het bij haar herkent. Klopt. ,,Ik kan met golfen slecht spelen, maar die bal moet er wel in.’’ Het is een herinnering aan de twee jaar waarin ze competitie speelde. ,,Al was ik dan de laatste die nog moest putten, die bal moest erin.’’

Toch moest golf plaatsmaken voor schaatsen. ,,Golfen was leuk en ontspannend. Maar ik miste het hijgen. Ik miste de inspanning. Niet uren over de baan slenteren en af en toe een bal slaan. Ik was naast een baan als fysiotherapeute inmiddels trainer van een marathonteam geworden. Ik dacht een keer: laat ik eens mijn schaatspak aantrekken en meerijden. Dan ging gemakkelijk. Ik voelde me weer ontspannen. Niets hoefde. Zo kreeg ik het plezier in schaatsen terug. En schaatsen, die beweging, die slagen, dat zwieren en doorgaan tot het uiterste, is toch mijn ding. Ik voel me daar toch het beste bij. Met alle successen tot gevolg.’’

Nu golft ze hooguit nog één keer per jaar, op afspraak met Robert. Die knikt begrijpend. ,,Ze zou wel willen. Maar ze heeft er gewoon geen tijd voor. En schaatsen gaat bij haar voor. Als zij niet beweegt en niet een uitdaging heeft om zichzelf beter te maken dan wordt ze ongelukkig en is ze niet de leukste persoon om mee samen te leven.’’

Carien heeft de overeenkomsten tussen schaatsen en golf zeker ervaren. Misschien heeft ze er wel van geleerd. Zeker. ,,Door golf dacht ik dat ik nerveus was. Focussen is zo ongelooflijk belangrijk. En de rust, de ademhaling voelen. Slag voor slag, net als bij schaatsen. Als je niet in je slag komt bij schaatsen, moet je niet gaan vechten om die slag terug te krijgen. Die komt vanzelf, of die komt niet. Je weet wat je kunt. Zo is het ook met golf. Als het niet gaat, gaat het misschien de volgende hole weer wel. Een andere overeenkomst is, dat het een individuele sport is. Je moet het helemaal alleen doen. Je hebt getraind en geoefend, je weet wat je kan. Gewoon doen en er voor gaan.’’

In haar tweede schaatscarrière trainde Carien nota bene harder dan in haar eerste. ,,Er is iets met me gebeurd. Of ben ik ouder en meer ervaren geworden. Of kan ik beter met tegenslagen omgaan. Dat laatste kan zeker. Ik weet hoe goed ik was en ben in schaatsen. Ik hoef niets te forceren. Ik herken de grenzen. Door golf kun je leren beter met tegenslagen om te gaan. Want het is natuurlijk best een confronterend spelletje. Je kunt moeilijk na vier mindere holes de stokken in de tas gooien en weglopen, zeker niet als je zoals ik in een team speelde.’’

En, zo benadrukt Carien, ze kan nu beter dan vroeger relativeren. Haar liefde voor Robert en hun dochtertje zal daartoe zeker hebben bijgedragen. ,,Vertrouwen hebben in de mensen om je heen, in je trainer, je begeleiders en in wat je allemaal aankan. Zelfvertrouwen en rust. Ik ben nog steeds niet klaar net sport. Ik wil echt nog steeds beter worden. Dat zit in mij. Dus ook niet de moed laten zakken, als het even niet loopt, de tijden wat tegenvallen. De buitenwereld en de media staan gauw klaar met hun oordelen als de tijden nog niet goed zijn. Maar ik weet wat ik kan en wat er in me zit.’’ Straks als ze uitgeschaatst is, gaat ze vast en zeker weer meer golfen, zegt ze bijna als troost tegen Robert.

Vorige maand nog heeft ze voor het laatst gegolfd. Te weinig, weet ze, om vorderingen te maken. Een lagere handicap zit er zeker in. Hoe hoog of laag die nu is, moet ze aan Robert vragen. ,,Handicap 17. Of 18, Robert?” Ach, laat maar. Even niet belangrijk. Eerst schaatsen, volgende week weer een trainingskamp in de Ardennen en dan in de verre toekomst op weg naar Pyeongchang, de Winterspelen van 2018. En dan, wie weet, weer golfen. Maar: ,,Als ik golf wil ik wel dat ik het goed doe.’’

———————————————————————-
Carien Kleibeuker (ROTTERDAM, 1978) is een Nederlandse schaatsster die uitkomt op zowel de langebaan als op de marathons. Ze is gespecialiseerd in de lange afstanden, vooral de 5.000 meter. Op die afstand won ze op Olympische Winterspelen van Sotsji in 2014 de bronzen medaille. Na het seizoen 2006/2007 had ze besloten te stoppen met schaatsen, als gevolg van een burn out. Ze koos voor een loopbaan als fysiotherapeute. In 2010 keerde ze terug als marathonschaatsster. In 2012/2013 won ze de Dick van Gangelen Trofee en werd ze uitgeroepen tot Marathonschaatsster van het Jaar. In 2013 keerde ze na zeven jaar terug op de langebaan. Op het Olympisch kwalificatietoernooi won ze de 5.000 meter voor Ireen Wüst. Een jaar later won ze olympisch brons. Het werelduurrecord staat sinds december 2015 op haar naam met 40 kilometer en 569,68 meter.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine nr.5 in de serie ‘Mijn nieuwe sport’
Eerder verschenen: Roeister Femke Dekker, atlete Olga Commandeur, scheidsrechter Mario van der Ende, hockeyster José Poelmans, waterpoloër Marc van Belkum, wielrenner Erik Breukink, voetbaltrainer Barry Hughes, autocoureur Gijs van Lennep en voetballer Kenneth Perez

Golfer Gerben Karstens wil vooral eerlijk spelen

8 Jun

Hij is op zijn fiets naar de golfbaan in Rijen gereden. Op een kilometer van zijn huis. Vier ‘stokjes’ heeft hij nog kunnen vinden. Zijn echte golfset staat in de locker in Oosterhout, waar hij lid is. Hier op Brabant Golf, de golfbaan van zes holes, is eigenlijk zijn thuis. Want de grond is van hem, verhuurd aan de golfclub. Dit is dus eigenlijk zijn baan. ,,De enige en oudste zesholes-baan van Nederland’’, zo begint hij met zijn typische humor.

GerbenKarstens_19hr

Foto Anneke Hymmen

Gerben Karstens, van halverwege de jaren zestig tot 1980 een van ’s werelds beste wielrenners, praat honderduit als we omringd door bestuursleden in het clubhuis zijn sportieve leven doornemen. Schaatsen, waarmee hij tot de nationale kernploeg doordrong (in de tijd van Henk van der Grift en Rudie Liebrechts), en met Ard Schenk en Kees Verkerk wedstrijden uitvocht op natuurijs. Wielrennen, waarmee hij in klassiekers en etappekoersen successen behaalde. Zeezeilen, in ruim 35 jaar 75.000 zeemijlen over vrijwel alle zeeën en oceanen. Veldtoertochten, op zondagmorgen tussen de 45 en 50 kilometer, al 25 jaar, het afgelopen halfjaar 24 – een record! En sinds 25 jaar golfen, af en toe, als hij tijd heeft. ,,Golfen is voor mij gewoon een spelletje, geen wedstrijdsport’’, verduidelijkt ‘De Karst’.

Maar dat betekent niet dat hij een ‘spelletje’ golf niet serieus neemt. ,,Ik ben een ouwehoer, maar ik kan goed tellen, ook de slagen van een ander. Het is fijn om te zien dan anderen eerlijk spelen. En dan heb je nog eerlijke spelers, maar die kunnen niet tellen. Dat doe ik wel voor ze.’’

Zo blijkt later, als we met z’n drieën de baan ingaan. Karstens verontschuldigt zich voor zijn ‘mislukte’ slagen omdat hij ,,die stok niet gewend is”, maar hij houdt goed de tel bij. ,,Vroeger legden we die bal meteen op de green. Ach ja, vroeger.’’ Hij geniet niettemin, praat graag en vertelt tussen de slagen door anekdotes. Soms over golf, soms over wielrennen (vooral over zijn ploegleiders Kees Pellenaars en Peter Post), maar vooral over zeezeilen. Soms kijkt hij uit over de baan, zijn grond die hij na zijn wielercarrière kocht als belegging. Hij begon er een boomkwekerij. Zijn plan om er een agrarisch bedrijf met opstallen op te beginnen liep vast op vergunningsregels. Toen is hij er maar een golfbaan begonnen, hoewel hij zelf het golfen nog niet vaardig was.

Karstens nu 74 jaar, is nog altijd op zoek naar avontuur. Onlangs werd hij geconfronteerd met fysiek ongemak, maar dat weerhoudt hem er niet van opnieuw aan een zeiltocht te beginnen. Op het moment van het verschijnen van dit verhaal, vaart Karstens met een vriend ergens tussen Turkije en Gibraltar. Twee maanden blijft hij weg. Misschien heeft hij een golfsetje mee en huurt hij onderweg een fiets. Want je weet maar nooit. Dicht bij een haven kan een golfbaan zijn. ,,Als je zoals ik heb gedaan, zes maanden op zee ben, dan wil je weleens wat afwisseling. Daarom heb ik weleens gegolfd en ben ik gaan fietsen.’’

Door een Ierse vriend kwam hij met golf in aanraking. De Ier dacht dat het wel wat voor Karstens was. Gewoon een keertje naar de driving range kan het vuurtje doen ontbranden. ,,We gingen naar Gran Canaria, hij golfen, ik meelopen. De tweede dag heb ik het ook geprobeerd. Ik sloeg meteen drie pars, echt waar. Mijn vriend vroeg: ‘Ga je nu golfen?’ Nee, toch maar niet, gewoon niet spannend genoeg.’’

Toch wilde hij het leren. Rond 1990. ,,Ik kreeg les van een man hier op Brabant Golf. Nee, niet van een echte pro. En dat ging goed. Hoewel ik geen aanleg heb. Het is leuk zo. In 1992 haalde ik mijn GVB. Vraag me niet naar mijn handicap. Ik was wel wereldkampioen putten. Er zijn mensen die zo gedreven zijn en hun handicap fanatiek omlaag proberen te krijgen. En dan zie je dat ze oneerlijk spelen, een balletje even met de voet beter leggen en zo. Ik wil wel goed spelen, eerlijk vooral. Maar als het niet gaat, dan gaat het niet. Zo was het ook bij wielrennen. Als je je dag niet hebt, dan heb je je dag niet. Met wielrennen kun je nog vechten, demarreren, hopen dat het dan gaat, iets afdwingen. Ja, soms door oneerlijk gedrag. Maar dat is wielrennen. Daar schiet je met golfen niks mee op. Rustig blijven en zien of het goedkomt.’’

Wielrennen en schaatsen zijn toch heel anders. ,,Daarbij komt het op uithoudingsvermogen aan. Gaan tot je niet meer kunt. Als je toch een vergelijking met golf wilt maken: ik heb inzicht. Vroeger als het gevroren had, zag ik meteen of het ijs goed was. Als wielrenner zag ik wanneer je moest demarreren, weg zijn en niet meer moest omkijken, erin geloven. Of weten wanneer je de sprint moet beginnen. Weten op wie z’n wiel je moet zitten. Dan koos ik het wiel van de snelste sprinter, Patrick Sercu bijvoorbeeld, en dan erover heen. Noem het koersinzicht, vergelijkbaar met coursemanagement met golf, weten hoe de baan loopt, afstanden inschatten en weten waar en hoe je moet slaan.’’

Afzien, dat heeft Gerben Karstens altijd graag gedaan. Als schaatser en wielrenner. En als zeezeiler. Die keer in 2001 dat hij in z’n eentje door de Golf van Biskaje voer, 58 uur alleen in vreselijke stormen en door enorme golven. Jaren later had hij even geen zin meer in zeilen, oud, altijd van huis, ver van zijn vrouw, zoon en kleinkinderen. ,,En al die verhalen, over piraten, verdwenen zeilboten, eigenlijk niet leuk meer. Maar ja, de mooie herinneringen blijven. Aan die keren dat hij haaien zag, walvissen en dolfijnen, ver weg in het Verre Oosten. Soms is het rustig, soms te rustig. Maar je weet nooit wat er gebeurt. Je moet altijd alert zijn.’’

GerbenKarstens_09hr

Foto Anneke Hymmen

Als we in de baan van Brabant Golf zijn, kijkt Gerben Karstens alvorens hij de gewenste stok van het gras opraapt naar boven. Naar de dreigende lucht, waaruit straks vast en zeker een buitje zal vallen. ,,Buiten zijn is zo heerlijk. Vroeger schaatsen in de vrieskou op de Kagerplassen. Wielrennen in de regen. Zeilen als het stormt, dan weer in de felle zon. Fietsen door het veld, door modder en gras. Golfen in de natuur.’’

Gerben Karstens is een pratende golfer, een gezellige golfer. Alsof hij op elke slag commentaar moet leveren. ,,Stoor je er niet aan. Het is toch gewoon een spelletje?’’ Eenmaal op de green, schuift hij de bal zomaar in de hole. ,,Ja, dat kan ik goed. Ik was toch wereldkampioen putten!’’
—————————————————————————————————
GERBEN KARSTENS (Voorburg, 1942) is een oud-wielrenner. Als amateur won hij samen met Eef Dolman, Jan Pieterse en Bart Zoet de gouden medaille op de Olympische Spelen van 1964 in Tokio op de 100 kilometer ploegentijdrit. Hij werd in 1965 prof bij Televizier en reed achtereenvolgens voor Peugeot in Frankrijk, Goudsmit-Hoff, Rokado, Bic en Gitane in Frankrijk, TI-Raleigh en de Vleeschmeesters. In de Tour de France van 1974 droeg hij twee dagen de gele trui. Hij won zes etappes in de Tour de France, 14 etappes in de Ronde van Spanje, één etappe in de Ronde van Italië en etappes in onder meer de Dauphiné Libéré, Ronde van Zwitserland, Ronde van België en Ronde van Nederland. Hij won Parijs-Tours twee keer (in 1974 gedeclasseerd) werd tweede in Milaan-Sanremo, de Amstel Goldrace en de Ronde van Lombardije (in 1969 gediskwalificeerd), en zesde in de Ronde van Vlaanderen. In 1980 stopte hij als wielrenner, ging zeezeilen en begin jaren negentig golfen. In de jaren zestig maakte Karstens deel uit van de nationale schaatsploeg. Een van zijn bijnamen was ‘de Leidse notariszoon’. Zijn vader en zijn broer waren notaris in Leiden.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine 4 in de serie Mijn nieuwe sport

Olga Commandeur golft: ‘Ik dacht dat talent normaal was’

24 Feb

Bewegen loopt als een rode draad door haar leven. Zo weet Olga Commandeur, eens een succesvol atlete (hardlopen en meerkamp), nu al jaren presentatrice van het populaire televisieprogramma ‘Nederland in beweging’. Ze golft sinds 13 jaar. Enthousiast, hoe lastig ze ook elke keer weer golf vindt. ,,Het is het meest uitdagende, meest intrigerende, maar ook het meest frustrerende spel dat ik ken.’’

Mogelijk heeft zij in haar jonge jaren als atlete harder getraind dan ze wilde. Olga Commandeur had veel talent, vergelijkbaar met dat van het tegenwoordige rolmodel van de Nederlandse atletiek Dafne Schippers. Ze was kampioene op de 800 meter, de 400 meter horden en de vijfkamp. Ze was op verschillende onderdelen recordhoudster en kreeg in 1975 de Tom Schreurs Prijs, als hét talent van het jaar. Totdat ze blessures (aan rug, enkel en knie) kreeg en het plezier in sport verloor omdat ze ineens moest. Ze moest meer trainen, ze moest zich aan strakke trainingsschema’s houden. Ze moest van haar talent gebruik maken.

,,Ik dacht dat talent normaal was. Ik had voortdurend gewonnen omdat ik het normaal vond te winnen. Ik startte en won, zonder na te denken over mijn kansen. Toen ik er iets voor moest doen, ging het mis. Ik werd fysiek beter, zo wezen de testen uit, maar mentaal niet.’’

Foto: Janus van den Eijnden

Foto: Janus van den Eijnden


Ze was pas achttien jaar. ,,Het plezier was weg. Het spontane, het jeugdige.’’ Ze werd klaargestoomd voor de Spelen van 1976, maar door lichamelijke ongemakken werd de weg naar Montreal versperd. Ze vocht terug, hoewel ze eigenlijk niet zo’n vechter is: het moet vanzelf gaan. Ze vond haar talent op de vijfkamp (tegenwoordig zevenkamp), mede door de overstap naar de Amsterdamse atletiekclub ADA, waar de sfeer haar streelde. Kortom: zonder plezier geen succes. De overstap leidde tot successen, maar door blessures toch minder waarop gehoopt was. Totdat na de Spelen van 1984 (halve finale 400 meter horden) haar kwetsbare knie haar dwong te stoppen. Ze werd docent Lichamelijke Opvoeding, dankzij haar opleidingen begin jaren zeventig aan het CIOS in Arnhem en de ALO in Amsterdam, maar ze moest na 13 jaar ook daarmee stoppen door een blessure.

Nu brengt ze haar ervaring als topsporter over op oudere mensen die ze nu stimuleert te (blijven) bewegen. Als vitaliteitscoach en -trainer probeert Olga ook ouders ervan te doordringen dat ze kinderen niet moeten dwingen. ,,Laat ze doen wat ze leuk vinden. Om oudere mensen in beweging te krijgen en te stimuleren kun je ze onder meer vragen: ‘Wat vond je nou leuk vroeger?’ Om zo het beweegvlammetje weer aan te wakkeren. Mijn boodschap: het maakt niet uit wát je doet, maar beweeg. Probeer veel verschillende sporten en ontdek wat jij leuk vindt. Ont-dek dus!’’

Vroeger vond ze golf een sport voor ouderen. Nu (57) ziet Olga in wat golf allemaal te bieden heeft. ,,Je bent buiten, in de natuur, je krijgt de broodnodige vitamine D. Als coach stimuleer ik mensen ook om naar buiten te gaan, dan zeg ik: ‘Benoem de dingen die mooi zijn.’ Daardoor krijgen ze meer waardering en bewondering voor dingen. Dat geeft een goed gevoel en ontstresst.’’ Zo heeft ze dat zelf ervaren, vooral tijdens haar talrijke golfrondjes. ,,Ik heb een hele andere kijk gekregen op golf dan 13 jaar geleden. Het is altijd een geweldige ervaring. Met altijd weer nieuwe uitdagingen.’’

Ze had vroeger, rond haar dertigste, weleens ‘een lesje’ gehad. Maar ze beleefde er nog niet echt plezier aan. Toen ze haar huidige (al golfende) man 13 jaar geleden leerde kennen, veranderde er iets in haar beleving. Een weekendcursus in Zandvoort leidde meteen tot haar GVB en tot veel en fanatiek golfen met haar man. ,,Het competitiegevoel, het willen winnen zit er nog steeds in. We maken er altijd een wedstrijdje van, spelen altijd qualifying, altijd achttien holes. We spreken vooraf een bedrag af, de winnaar betaalt, de verliezer rijdt terug naar huis. Al het geld gaat in een potje voor een golfreisje. Bijvoorbeeld naar Zweden, een echt weids land met de ene golfbaan na de andere. Daar is golf een volkssport en is het zelfs op school een leervak.’’

Door golfen kwam ze ook weer in aanraking met haar lichamelijke kwetsbaarheid, vooral die linkerknie die dertig jaar geleden een einde maakte aan haar atletiekloopbaan. Beschadigd kraakbeen. ,,Iemand maakte mij erop attent dat ik bij de eindswing mijn linkerbeen ontzie, ervan wegdraai, in plaats van mee naar voren beweeg. Daardoor besefte ik ook heel goed dat als bewegen pijn doet, ga je het uit de weg, dan beweeg je niet soepel mee. Dan haak je af. Zeker op hoge leeftijd. Daarom sta ik nu op de nominatie voor een nieuwe knie. Nu al.’’

Het enthousiasme voor bewegen, voor golf dus, druipt er van af. Nog beter golfen, handicap omlaag (nu 20.5, was 19), winnen, maar wel plezier blijven beleven. Ze kwam in aanraking met Auke Hempenius, golfdocent die Inner Genius Golf in Nederland introduceerde na een verblijf van 25 jaar in de Verenigde Staten. ,,Hempenius zegt: ‘Het merendeel van de mensen is zich heel weinig bewust van de eigen golfswing, weten niet waar de golfclub en het clubblad zich bevinden. De golfswing kun je beleven. Het is een swing van 540 graden, een energiebaan die je kunt voelen’. Auke zag me en zei: ‘We gaan met jouw slag aan de gang.’ Ik heb een paar lesjes van hem gehad. Het is wonderbaarlijk wat je met zijn manier van aanpak bereikt. Het gaat gewoon gemakkelijker.’’

,,Oefenen, oefenen, oefenen. Veel doen, doen, doen. Altijd maar doen en bewegen.’’ Het lijkt haar lijfspreuk: doen en bewegen. ,,Zeker als je ouder wordt, moet je meer oefenen, meer doen. Anders word je minder, minder soepel, stijver. En het moet wel leuk blijven, er moet plezier zijn. Dat heb ik wel geleerd doordat ik aan topsport heb gedaan. Zonder plezier wordt bewegen een opgave. Dan ben jij je grootste tegenstander.’’
——————————————————————————————————-
OLGA COMMANDEUR (IJmuiden, 1958) is een oud-atlete. Ze stond van medio jaren zeventig tot begin jaren tachtig te boek als een groot talent. Ze beschikte over veelzijdige aanleg voor verschillende atletiekonderdelen. Vooral op de loopnummers 400 meter horden en 800 meter behaalde ze successen. Als enige Nederlandse atlete vestigde zij ooit een officieel wereldjeugdrecord op de 800 meter. Olga werd zesmaal Nederlands kampioene op individuele nummers. Vervolgens richtte zij zich op de meerkamp. Door overbelasting moest ze daarmee stoppen. Ze nam deel aan de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles, waar ze tot de halve finale doordrong en zesde werd. In 1985 werd ze door de opeenstapeling van blessures gedwongen te stoppen met atletiek. Tegenwoordig is zij bekend door haar dagelijkse presentatie van het televisie-programma ‘Nederland in Beweging’. Zij geeft tevens als vitaliteitscoach presentaties en verzorgt programma’s en trainingen met als thema gezond bewegen. In samenwerking met Yalp heeft Olga al 54 Olga Commandeurpleinen in Nederland, dat zijn beweegpleinen voor ouderen.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine nr. 1 2016

%d bloggers liken dit: