Archief | Uncategorized RSS feed for this section

Passie pensioneert nooit

21 Okt

Interview met mij op de website Passie pensioneert nooit

Wat is mijn grootste passie?

Ik schrijf graag over wat mijn hart me vertelt. Ik golf omdat ik plezier beleef aan speelse uitdagingen. Ik doe aan hardlopen (van tien kilometer tot halve marathons) en racefietsen om mijn lichaam te testen. En ik mediteer veel, vrijwel dagelijks twintig minuten, omdat ik me daar comfortabel bij voel en het mij verrijkt.

Wat is mijn idee van ultiem geluk?
Het ultieme geluk heb ik nooit ervaren. Wel momenten van euforie als ik liefde en vriendelijkheid ervoer óf (in triviale zin) als ik had ‘gescoord’. Maar het blijven momenten waarnaar ik zo min mogelijk probeer te streven: het is zoals het is, soms dient zich geluk aan, vaak niet. Let it be.

Wat is mijn grootste angst?
Niet meer (h)erkend te worden als mens, vergeten en overgeslagen te worden, en dat ik anderen niet meer (her)ken. En als ik niets meer kan delen met anderen.

Waar houd ik het meest van in mijn werk?
Ik ben 68 jaar en sinds vijf jaar gepensioneerd, dus heb ik geen werk meer. Ik schrijf vooral omdat ik het graag doe en omdat ik er waardering voor krijg. Toch overkomt mij soms het gevoel dat ik weer werk, als ik iets doe (schrijf) wat een ander van mij verlangt: ‘Want je kunt het zo goed!’ Een valkuil.

Wat is mijn minst aantrekkelijke eigenschap?
Ongeduld, plotselinge (niet meteen verklaarbare) woede, te veel aandacht vragen en te veel (willen) praten, vertellen en schrijven. Vroeger was dat over anderen oordelen, liefst veroordelen. Moraliseren ook. Dat probeer ik af te leren, sinds ik mij bezighoud met boeddhisme en mediteer: wees vriendelijk voor jezelf als ook voor alle andere levende wezens; moge alle levende wezens gelukkig zijn en vrij zijn van lijden – net als ik.

Wat is mijn grootste valkuil?
Spontaan en gretig te veel ‘werk’ aannemen, anderen plezieren en mijn mogelijkheden overschatten. En dan écht depressief te worden, omdat ik ‘het allemaal’ niet aan kan.

Wanneer zou ik liegen?
Als ik bang ben anderen te kwetsen.

Welk rolmodel heeft de grootste invloed op mij gehad? 
Jim Morrison vroeger, en Neil Young. Later Leonard Cohen, vooral zijn door boeddhisme (hij vertoefde enige tijd in een klooster) geïnspireerde teksten. En zeker mijn boeddhistische leraar Sakyong Mipham en (via zijn boeken en geschriften) zijn overleden vader Chögyam Trungpa, beiden van de (Tibetaans) boeddhistische traditie Shambhala – een sociale zienswijze en beleving met boeddhistische uitgangspunten.

Waar houd ik het minst van in mijn werk?
Doen wat een ander (de baas, opdrachtgever) van me verlangt/eist.

Waar en wanneer was ik het meest gelukkig met mijn werk?
Bij grote internationale sportevenementen, zoals de Tour de France en wanneer ik met grote sportmensen sprak zoals basketballer Michael Jordan, basketbalcoach Phil Jackson, de wielrenners Bernard Hinault, Greg LeMond, Francesco Moser en Jan Raas, skiër Alberto Tomba, kunstrijdster Katarina Witt en de voetballers Sir Stanley Matthews, Gianni Rivera, Eusebio en Alfredo Di Stéfano. Schrijven over wat ik erbij voelde, als dat mocht. Naarmate mijn leeftijd vorderde voelde ik mij gelukkiger worden zodra ik eigenzinnig durfde te schrijven over mijn passie en mijn compassie met anderen. Langzaam maar zeker vond ik de stijl die mij past. Toen kreeg ik ook steeds meer waardering, zonder dat het mijn bedoeling was. Het kwam (en komt) steeds meer uit mijn hart, mijn eigen gevoel.

Wat zegt de uitspraak ‘Passie Pensioneert Nooit’ mij?
Dat je altijd naar je hart (je gevoel dus) moet blijven luisteren, wat anderen ook zeggen en hoe anderen er ook over oordelen. Passie is het mooiste wat er is. Als je  je lichaam voelt tintelen, van je voeten tot je kruin, dan leeft er iets, dan leef ik. Het wordt een probleem zodra je hart zwijgt of wordt geblokkeerd.

Wat zou ik aan mezelf willen veranderen?
Meer genieten van het moment, meer geduld, minder aandacht vragen, minder in een slachtofferrol kruipen, me minder door anderen (hun gedrag, houding en oordeel) laten leiden. Dit ben ik, ik voel wat ik voel, wat jij voelt is jouw gevoel. Leven en laten leven. Zo zou ik het liefst willen leven. Maar vooral wil ik vriendelijk zijn voor mezelf: kwetsbaar, ongeduldig, slachtoffer, boos, verdrietig, depressief – het mag allemaal.

Welk beroep zou ik hebben in een volgend leven?
Monnik (voor zover dat een beroep is) of onderzoeker.

Wat is mijn grootste professionele prestatie?
Zestien keer de Tour de France verslaan als verslaggever met (in vergelijking met nu) zeer beperkte communicatiemogelijkheden en veel logistieke problemen. Ik heb zeker meer prestaties geleverd. Wereldkampioenschappen voetbal, wielrennen, judo, ijshockey, skiën. Een stuk of tien Champions League-finales. Vier Olympische Winterspelen. Twee keer The Masters in Augusta, twee keer de Ryder Cup. Interviews met Michael Jordan in Chicago en andere internationale fenomenen als Franz Beckenbauer, Vinnie Jones, Stanley Matthews, Roberto Baggio, Vladislav Tretjak, Alberto Tomba, Sepp Blatter, Jacques Rogge, Prins De Mérode, Prins Albert; reportages in mijn favoriete land Italië. In de Verenigde Staten over de Amerikaanse sportcultuur. In bijna alle landen van de wereld en vooral reportages in Liverpool met nabestaanden van stadionrampen en hun hulpverleners.

 

vakantie-lucertola-2013-019

Lucertola in Le Marche

Wat is de plek waar ik de beste ideeën krijg, in mijn stad?
Thuis, op de bank, boeken lezend én als ik mediteer thuis op mijn kussen of in het boeddhistisch centrum. Dan wel in mijn huisje op de Veluwe, of daarbuiten, alleen met mezelf in de natuur. Ik houd niet van de stad. Ik ben een plattelandsjongen. Ik bivakkeer het liefst in de reuk van de natuur, met geluiden van dieren, van koeien tot kippen en vogels met rondom rustige, vriendelijke mensen die je nog groeten. Daar durf ik mijn hart het meest te openen. Ver van de drukte, van opdringerige, gejaagde en gestreste mensen, ver van schreeuwerds en mensen met een grote mond, ver van cynisme, ver van de massa, zoals ik die jarenlang in volle, mijn gemoedsrust bedreigende stadions heb geduld. Jarenlang was ik gefascineerd door het immense geluid in bomvolle stadions, ik raakte er door bedwelmd en schreef verdoofd door het lawaai dat mensen maakten rondom voetbalwedstrijden, totdat ik besefte dat ik diep van binnen gewoon bang was in en rond zo’n kolkend stadion. Ik hoop nooit meer een vol stadion te betreden en mij in grote massa’s te begeven. Mijn stad bestaat niet, alleen mijn dorp en mijn buitenhuisje in de natuur. Daar krijg ik de beste ideeën, daar ben ik op mijn gemak.

 

Wat is mijn favoriete plek om te eten en te drinken, in mijn stad?
Heb ik niet, liefst drink en eet ik thuis. Een favoriet restaurant heb ik niet, alleen in restaurants in Italië met Italianen en mijn gezin.

Wie is mijn grootste fan/sponsor/partner in crime?
Mijn vrouw Maddy, die mij aanzet iets te doen wat ik nog niet heb aangedurfd (bijvoorbeeld over iets en iemand schrijven) en die mij ook aan de grond houdt als ik eufoor dreig te worden. Daarnaast vind ik het heel waardevol als mijn pleegzoon Robin mij complimenteert: ‘Goed gedaan, pa.’ Dan ervaar ik een groot moment van geluk. Heerlijk om me even in te wentelen.

Met wie zou ik in de toekomst graag willen werken?
Met mijn boeddhistische leraar Sakyong Mipham, als inspiratiebron.

Naar welk project, in de nabije toekomst, kijk ik uit?
Een boek schrijven over mijn zoektocht naar de zin van leven, mijn manier van beleven en overleven én welke talrijke inspiratiebronnen ik daarvoor heb geraadpleegd en nog steeds raadpleeg. Van lsd en andere hallucinerende en opwekkende middelen via sportbeoefening, -beleving, -studie en -beschrijving, alle vormen van psychotherapie en spirituele ervaringen tot boeddhistische cursussen en trainingen. Met de slotzin: ik ben dan toch uiteindelijk onwetend. Omdat niet-weten waarschijnlijk toch de essentie van mijn bestaan is.

Welk rolmodel zou ik graag willen ontmoeten en spreken?
Basketbalcoach en in mijn beleving meest erudiete en dus beste sportcoach aller tijden, Phil Jackson, zen-boeddhist, overlever en geduldige leermeester van sportmensen met een super-ego zoals Michael Jordan, Shaquille O’Neal, Dennis Rodman en Kobe Bryant.

Ga ik pensioneren van dit werk en leven waar ik van houd? 
Who knows where the time goes.

Door Flow: Visualiseer het droomdoelpunt

5 Aug

Hoe zou je het begrip flow het beste kunnen omschrijven? Die gemoedstoestand waarin een mens volledig opgaat in zijn of haar bezigheden, zoals dat ruim veertig jaar geleden is verklaard door de Amerikaans/Hongaarse psycholoog Mihaly Czikszentmihalyi. Die stroom waarin je (onbewust) wordt meegevoerd. Luister naar Marc Lammers, voormalig hockeycoach van onder meer het Nederlandse vrouwenteam, het Spaanse vrouwenteam en recent het Belgisch mannenteam. Hoor zijn woordenstroom wanneer hij probeert uit te leggen wat flow is en vooral hoe je dat oproept. Volledig gefocust op wat hij wil zeggen, opgaand in de visie waarin hij gevoed door tal van ervaringen is gaan geloven.


Bevlogen, zo zou je zijn gemoedstoestand ook kunnen noemen. Bijna euforisch in het nu zijn. Opgetild worden door de overtuiging dat het goed is wat hij doet en zegt. Een half jaar geleden bracht Lammers samen met organisatiespecialist Ton Hendrickx het boekje ‘Flow, van goed naar goud’ uit. Een leidraad voor teams, zoals de hockeyteams die Lammers gedurende twintig jaar met succes heeft gecoacht. Hoe teams in een flow kunnen komen, hoe samen (hand in hand, zij aan zij) op weg te gaan naar het gezamenlijke doel. Hoe samen werken, samen spelen en samen trainen.

Iedereen kent het gevoel, alsof alles vanzelf gaat. Ineens blijken alle handelingen als door een voorgeprogrammeerde computer gestuurd te worden. Alsof een mannetje in je hoofd aan de touwtjes trekt. Nee, dan ben je zelf. Zoals je dat zelf door veel oefenen, dromen en praten hebt leren doen. Met als begeleider de coach, de man (of vrouw) die de nog onbekende vaardigheden heeft opgeroepen. ,,Hij heeft het gereedschap aangereikt. Hij heeft de vragen gesteld. Hij heeft iedereen de kans gegeven om te dromen van het doel. Het droomdoel. Hoe denk je dat je bereiken? Hoe denken jullie dat te bereiken? Spreek je uit. Durf te dromen’’, legt Lammers uit. ,,De coach geeft vertrouwen.’’

In het boek wordt de Griekse filosoof Epictetus aangehaald: ‘Iedereen wist dat het niet kon. Totdat er iemand kwam die dat niet wist’. Zorg dat ambitie voorstelbaar is. Lammers noemt het ‘positief visualiseren’. Zo bevrijdde hij eens het eerste mannenteam van Den Bosch van het degradatiespook. Hij liet de spelers een ‘collectieve ambitie’ ontwikkelen. Wat is er nodig om voor je team een collectieve ambitie te bepalen, zonder naar het scorebord te kijken? 1. Geef antwoord op de vraag: waarom. 2. Maak de ambitie voorstelbaar. 3. Zorg voor de ultieme uitdaging. 4. Ga dingen doen, in plaats van uitdenken. 5. Creëer automatismen. 6. Visualiseer het succes en de route daarheen. En: ‘Kan niet’ en ‘hebben we al eens geprobeerd’ en andere dooddoeners worden niet geaccepteerd.

Iedereen praat mee, iedereen heeft een idee. Niemand is meer of beter dan de ander, iedereen is zichzelf. ,,De eigenaar van het idee loopt het hardst’’, weet Lammers. ,,30 Procent onthoudt wat er gezegd wordt, 70 procent onthoudt wat hijzelf heeft gezegd. Dat geeft de coach aan, hij geeft vertrouwen. Hij vraagt de speler wat hij wil, hoe hij het wil en hoe hij dat denkt te realiseren. Laat de spelers trainen waar zij goed in zijn. Vraag hoe hij denkt beter te functioneren. Gooi dat in de groep en laat ze daar met elkaar over praten. Visualiseer, laat het filmpje zien hoe het eerder is gegaan. Hoe het goed is gegaan. Niet hoe het niet goed is gegaan. De camera liegt nooit. Dit is wat jullie kunnen. Als het fout is gegaan, stel dan de vraag: hoe doen we het beter?’’

Om in een flow te komen, eensgezind te zijn, maak je afspraken. Drinken we bier na een wedstrijd of niet? Wanneer dan wel? Wanneer niet – of nooit? Lammers maakte dat met de Belgische nationale ploeg mee. ,,De cultuur was daar ‘een biertje na afloop’, maar past dat wel bij topsport? Ik stelde de vraag en vroeg wat de spelers van een andere cultuur vonden. Het werd unaniem geen bier. Dan is dat de afspraak. Iedereen in de pers maakte zich druk over de hoed en de sjaal die Memphis Depay bij Manchester United droeg of de dure auto waarmee hij naar het trainingsveld kwam. Als Louis van Gaal zulk gedrag vooraf met de spelers heeft besproken, is er niets aan de hand. Tenzij er afspraken over te excentrieke kleding en gedrag buiten de club zijn gemaakt, dan is de speler in overtreding en kan dat in de groep besproken worden. Neem de rol van Romario bij PSV. Buitenstaanders meenden dat Romario te weinig deed in de wedstrijd of op de training. Mogelijk mocht hij doen wat hij wilde, áls hij maar scoorde. Dat was de gezamenlijke afspraak. Het klinkt simpel: hoe willen jullie het, wat willen jullie? Iedereen heeft een stem.’’

Belangrijk is dat spelers accepteren dat iedereen anders is. Iedereen zijn eigenschap, ieder zijn kwaliteit. Dan is het de kunst elkaar aan te vullen. De minpunten moeten door anderen gecompenseerd worden. Lammers verwijst naar Lionel Messi, de uitblinker bij Barcelona. ,,Stel dat Barcelona elf Messi’s zou kunnen opstellen, dan zou dat niet leiden tot een beter team. Want Messi heeft, als gevolg van zijn spel, ijverige middenvelders en verdedigers nodig, die ervoor zorgen dat zijn team in balbezit komt. Ballen afpakken is niet de kern-kwaliteit van Messi.’’

Van nature wil iedereen eigen baas zijn, weet Lammers. ,,Je zou bijna zeggen: daarom zijn er zoveel ZZP’ers. Dan ben je je eigen baas. Zo is het in een team ook vaak in het begin. Mensen willen best veranderen, maar niet veranderd worden. Ze willen zeggenschap over hun rol. Vraag dus als coach wat ze willen, hoe ze zichzelf zien, hoe ze aangespeeld willen worden. Dat kun je visualiseren, het beeld oproepen. Zo? Of zo? Dan ontstaat vanzelf verandering. Je ziet het pas als je het doorhebt.’’

Lammers verwijst graag naar het bedrijfsleven. ,,Je krijgt vast weleens emails van een bedrijf, waarmee je net zaken hebt gedaan. Dat noemen ze klanttevredenheidsonderzoek. Aangetoond is dat medewerkerstevredenheidonderzoek meer oplevert. Hoe bevalt het werk? Wat vind je van je collega’s? Wat vind je van je baas? In de Japanse bedrijfscultuur heeft iedereen een stem, niet de baas. Dat is dwars tegen de hiërarchie in. Daar is een omslag gemaakt, omdat voorheen volgens Japanse traditie iedereen zich onderwierp aan de baas, aan de leider. Dat gaf veel burnouts.’’

Hij noemt als voorbeeld Toyota, hoe het concern een van de wereldmarktleiders werd in de auto-industrie. Dagelijks feed forward. A daily stand up, een dagelijks overleg van een paar minuten waar de komende dag de puntjes op de i moeten worden gezet. ,,In feed forward zit een opbouwende werking, verbetering en waardering zijn het gevolg. Waar feed back het vertrouwen en de veiligheid binnen een team kan schaden, zorgt feed forward juist voor een toename.’’ In het boek schrijft hij: ‘Bij Den Bosch speelden we ’s zondags onze competitiewedstrijd en de daarop volgende dinsdag zaten we bij elkaar voor de feed forward. We hadden verloren van Bloemendaal, wat moesten we doen om te gaan winnen van Hurley? Dus niet: we hadden verloren van Bloemendaal en wat was er allemaal fout gegaan?’’

Te midden van alle voorwaarden om in een flow-staat te komen spelen vertrouwen en veiligheid een belangrijke rol. Lammers: ,,Sociale veiligheid en veiligheid om te handelen zijn in de zoektocht naar teamflow vooral beïnvloedbaar door leidinggevenden. Ik weet dat de coach, de directeur, de manager daar een hele actieve rol in kan vervullen. Want naast risico is ook (negatieve) kritiek een groot gevaar voor veiligheid. En juist die kritiek moeten teamleiders bewaken.’’

Boven alles staat lol, plezier. ,,Lol’’, vindt Lammers, ,,is een direct gevolg van veiligheid in handelen. Bij het Belgische nationale team creëerden we onze veiligheid bij ons publiek door plezier met ze te maken. Handtekeningensessies met de jongste fans. En bij het EK in België gingen we voorafgaand aan onze wedstrijden steevast via het stadion naar de kleedkamer. Voor de tribunes langs, achter de reclameborden. Het publiek genoot ervan en de basis van de loyale steun tijdens de komende wedstrijd was gelegd. Eerst durfden de spelers dat niet. De spelers vonden het uiteindelijk ook heel lollig. Ze konden nog even zwaaien naar familie en bekenden, voordat de focus definitief naar de wedstrijd moest worden gebracht.’’

De laatste anekdote roept het beeld van een aangename sfeer op. Spelers die zich veilig voelen en gesteund. Samen met de toeschouwers die zich een deel voelen van het team dat gaat spelen. Zo werkt het ook met het meezingen bij volksliederen. Samen met de toeschouwers. Het is alsof je als speler in een warm bad zit. Niets kan je nog gebeuren. Het is de flow die kan leiden tot het gewenste resultaat. Voordat je het weet is de wedstrijd afgelopen. Zo snel is het voorbij. Het zijn de uitvloeisels en geneugten van flow, zo meeslepend, uitvoerig én gedetailleerd beschreven in ‘Flow, van goed naar goud’.

Dit artikel is gepubliceerd in de olympische editie van NLcoach

Door golf leert schaatsster Carien Kleibeuker beter met tegenslagen omgaan

16 Jul

Even een weekendje thuis, tussen twee trainingskampen door, betekent niet meteen stilzitten. Zelfs niet voor een schaatsster in de zomer. Dus wordt er even op zondag gefietst om de spieren soepel te houden. Fris, vrolijk en ontspannen zet langeafstandsschaatsster Carien Kleibeuker zich na haar ochtendlijke fietstraining de tuin naast haar man Robert Schoonhoven, golfprofessional op de Noord-Nederlandse Golf&Country Club, nabij Groningen. Gewoon een gesprekje over schaatsen en golfen. Of er overeenkomsten zijn, dan wel verschillen. Die zijn er zeker, zo blijkt.

Foto Anneke Hymmen

Foto Anneke Hymmen


Ze kennen elkaar van de golfbaan, sinds een jaar of tien, van een feestje na een golfclinic op de golfbaan van Heerenveen, hier om de hoek. Carien was (tijdelijk) gestopt met schaatsen, Robert gaf al jaren golfles. Ze had zichzelf met schaatsen over de kop gejaagd, los van andere dingen die haar destijds dwars zaten. Snel overstuur, snel moe, alleen maar bezig zich overeind te houden in het schaatsteam, het anderen in haar leven naar de zin te maken en vooral niet te doen wat ze zelf wilde. Overtraind, kun je zoiets noemen. Te veel willen, geen grenzen kennen, altijd maar doorgaan. Doodongelukkig werd ze ervan. En eenzaam, zeker als er niets om je heen is waar je nog plezier aan beleeft.

Het is nu eenmaal een karaktertrek, probeert Carien. ,,Ik ben geen vechter, maar ik geef niet zo gauw op’’, verduidelijkt ze aan het einde van het gesprek. Ze kijkt naar Robert. Hij glimlacht, alsof hij het bij haar herkent. Klopt. ,,Ik kan met golfen slecht spelen, maar die bal moet er wel in.’’ Het is een herinnering aan de twee jaar waarin ze competitie speelde. ,,Al was ik dan de laatste die nog moest putten, die bal moest erin.’’

Toch moest golf plaatsmaken voor schaatsen. ,,Golfen was leuk en ontspannend. Maar ik miste het hijgen. Ik miste de inspanning. Niet uren over de baan slenteren en af en toe een bal slaan. Ik was naast een baan als fysiotherapeute inmiddels trainer van een marathonteam geworden. Ik dacht een keer: laat ik eens mijn schaatspak aantrekken en meerijden. Dan ging gemakkelijk. Ik voelde me weer ontspannen. Niets hoefde. Zo kreeg ik het plezier in schaatsen terug. En schaatsen, die beweging, die slagen, dat zwieren en doorgaan tot het uiterste, is toch mijn ding. Ik voel me daar toch het beste bij. Met alle successen tot gevolg.’’

Nu golft ze hooguit nog één keer per jaar, op afspraak met Robert. Die knikt begrijpend. ,,Ze zou wel willen. Maar ze heeft er gewoon geen tijd voor. En schaatsen gaat bij haar voor. Als zij niet beweegt en niet een uitdaging heeft om zichzelf beter te maken dan wordt ze ongelukkig en is ze niet de leukste persoon om mee samen te leven.’’

Carien heeft de overeenkomsten tussen schaatsen en golf zeker ervaren. Misschien heeft ze er wel van geleerd. Zeker. ,,Door golf dacht ik dat ik nerveus was. Focussen is zo ongelooflijk belangrijk. En de rust, de ademhaling voelen. Slag voor slag, net als bij schaatsen. Als je niet in je slag komt bij schaatsen, moet je niet gaan vechten om die slag terug te krijgen. Die komt vanzelf, of die komt niet. Je weet wat je kunt. Zo is het ook met golf. Als het niet gaat, gaat het misschien de volgende hole weer wel. Een andere overeenkomst is, dat het een individuele sport is. Je moet het helemaal alleen doen. Je hebt getraind en geoefend, je weet wat je kan. Gewoon doen en er voor gaan.’’

In haar tweede schaatscarrière trainde Carien nota bene harder dan in haar eerste. ,,Er is iets met me gebeurd. Of ben ik ouder en meer ervaren geworden. Of kan ik beter met tegenslagen omgaan. Dat laatste kan zeker. Ik weet hoe goed ik was en ben in schaatsen. Ik hoef niets te forceren. Ik herken de grenzen. Door golf kun je leren beter met tegenslagen om te gaan. Want het is natuurlijk best een confronterend spelletje. Je kunt moeilijk na vier mindere holes de stokken in de tas gooien en weglopen, zeker niet als je zoals ik in een team speelde.’’

En, zo benadrukt Carien, ze kan nu beter dan vroeger relativeren. Haar liefde voor Robert en hun dochtertje zal daartoe zeker hebben bijgedragen. ,,Vertrouwen hebben in de mensen om je heen, in je trainer, je begeleiders en in wat je allemaal aankan. Zelfvertrouwen en rust. Ik ben nog steeds niet klaar net sport. Ik wil echt nog steeds beter worden. Dat zit in mij. Dus ook niet de moed laten zakken, als het even niet loopt, de tijden wat tegenvallen. De buitenwereld en de media staan gauw klaar met hun oordelen als de tijden nog niet goed zijn. Maar ik weet wat ik kan en wat er in me zit.’’ Straks als ze uitgeschaatst is, gaat ze vast en zeker weer meer golfen, zegt ze bijna als troost tegen Robert.

Vorige maand nog heeft ze voor het laatst gegolfd. Te weinig, weet ze, om vorderingen te maken. Een lagere handicap zit er zeker in. Hoe hoog of laag die nu is, moet ze aan Robert vragen. ,,Handicap 17. Of 18, Robert?” Ach, laat maar. Even niet belangrijk. Eerst schaatsen, volgende week weer een trainingskamp in de Ardennen en dan in de verre toekomst op weg naar Pyeongchang, de Winterspelen van 2018. En dan, wie weet, weer golfen. Maar: ,,Als ik golf wil ik wel dat ik het goed doe.’’

———————————————————————-
Carien Kleibeuker (ROTTERDAM, 1978) is een Nederlandse schaatsster die uitkomt op zowel de langebaan als op de marathons. Ze is gespecialiseerd in de lange afstanden, vooral de 5.000 meter. Op die afstand won ze op Olympische Winterspelen van Sotsji in 2014 de bronzen medaille. Na het seizoen 2006/2007 had ze besloten te stoppen met schaatsen, als gevolg van een burn out. Ze koos voor een loopbaan als fysiotherapeute. In 2010 keerde ze terug als marathonschaatsster. In 2012/2013 won ze de Dick van Gangelen Trofee en werd ze uitgeroepen tot Marathonschaatsster van het Jaar. In 2013 keerde ze na zeven jaar terug op de langebaan. Op het Olympisch kwalificatietoernooi won ze de 5.000 meter voor Ireen Wüst. Een jaar later won ze olympisch brons. Het werelduurrecord staat sinds december 2015 op haar naam met 40 kilometer en 569,68 meter.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine nr.5 in de serie ‘Mijn nieuwe sport’
Eerder verschenen: Roeister Femke Dekker, atlete Olga Commandeur, scheidsrechter Mario van der Ende, hockeyster José Poelmans, waterpoloër Marc van Belkum, wielrenner Erik Breukink, voetbaltrainer Barry Hughes, autocoureur Gijs van Lennep en voetballer Kenneth Perez

2015 herzien

2 Jan

De statistieken hulpaapjes van WordPress.com heeft een 2015 jaarlijks rapport voor deze blog voorbereid.

Hier is een fragment:

In de concertzaal in het Sydney Opera House passen 2.700 mensen. Deze blog werd in 2015 ongeveer 12.000 keer bekeken. Als je blog een concert zou zijn in het Sydney Opera House, zou het ongeveer 4 uitverkochte optredens nodig hebben voordat zoveel mensen het zouden zien.

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

De trauma’s van de stoere jongens uit Liverpool

18 Mrt

De politiechef die in 1989 met dienst was in Sheffield, heeft toegegeven dat hij een fout gemaakt had en verantwoordelijkheid draagt voor het Hillsborough-drama. Dat kostte 96 Liverpool-fans het leven. De 70-jarige David Duckenfield gaf vorige week aan de jury een belangrijke fout toe. Hij had destijds de (extra) stadionpoort geopend waardoor duizenden fans het al volle Liverpoolvak wilden binnenkomen.

guusvanholland

hillsborough
Vandaag 25 jaar geleden, 15 april 1989, voltrok zich de ramp op Hillsborough. Onderstaande reportage uit Liverpool schreef ik op 29 april 1991 in NRC Handelsblad.

Anfield Road 1, een paar honderd meter van het stadion van Liverpool Football Club. Een sober, in vuurrood baksteen opgetrokken huis aan de rand van het Stanley Park. Vroeger woonde hier de beheerder van het park. Sinds twee jaar doet het gebouw dienst als het Hillsborough Disaster Advice Center. Nog zeker eenmaal in de week loopt een man, een vrouw, een jongen of een meisje hier voor het eerst sinds 15 april 1989 binnen omdat hij of zij niet langer de trauma’s kan verwerken van de verschrikkelijke ramp tijdens de voetbalwedstrijd tussen Liverpool en Nottingham Forest in het Hillsborough stadion van Sheffield.

Door Guus van Holland
LIVERPOOL. Er moeten nog duizenden mensen rondlopen, in Liverpool, Sheffield, Nottingham en op andere plaatsen waar men…

View original post 1.931 woorden meer

Boeddhistisch sport beleven

13 Aug

Een sportzomer zoals die zich de afgelopen maanden aan mij ontvouwde, heeft mij veel energie gekost. Het was een voortdurende strijd tussen afkeer en overgave. Met terugkerende vragen als: wat gebeurt er toch met mij, wat en waarom raakt het mij zo, waarom reageer ik zo, wat doet mij soms zo afkeren, waarom ben ik tegen die en voor die ander?

Zijn dat vragen die opkomen bij een mens die graag boeddhist wil zijn omdat het jachtige leven hem vermoeit? Gespannen toezien hoe op leven en dood wordt gejaagd op onbegrensde euforie en onherroepelijk succes. Is dat wat mediteren (als observeren van gewaarwordingen) en contempleren (als op zoek gaan naar gewaarwordingen) oplevert na weer zo’n opwindende reportage?

Ik voelde dat mijn lichaam, en zeker mijn geest, mij een onaangenaam gevoel bezorgde. Spanning die leidde tot rusteloosheid. Soms durfde ik niet te kijken. En als ik dan toch keek, maakte zich aanvankelijk bevriezing van mijn zenuwgestel meester. Eigenlijk bevroor ik mezelf eerst. Ik sprak mezelf toe: blijf rustig, er gebeurt niets ernstigs, laat het maar komen, het gaat toch weer weg. Of dan hoorde ik toch weer een stemmetje: toe maar, leef maar mee, het mag, laat je gaan, het voelt echt fijn erbij te horen.

Zo werd de sportzomer een worsteling. Bij de ene sport meer dan bij de andere, al naar mate commentatoren en media de grenzen van opwinding opzochten of overschreden. Analyses beluisterde en las ik al snel niet meer. Op het televisietoestel zette ik het volume uit. Niet meer dat mijns inziens overbodige, mij te subjectieve commentaar. Ik zag het bij de meeste sporten zelf wel, ik kon zelf wel oordelen. Ik wilde het op mijn manier ondergaan. Met de zintuigen die alleen mij toebehoren.

Ik onderging het allemaal. Bezag de taferelen, de jacht en de strijd in betrekkelijke stilte – vaak was ik alleen. Observatie vanuit een uitkijktoren onder een blauwe hemel, geen wolkje te zien. Met een panoramische blik, of helikopterview, die mij meer (iets anders) kon vertellen over het spel en de jachtpartijen op het beeldscherm dan met toegevoegde mededelingen of commentaren. Wat ik zag en beleefde, was alleen van mij.

Ik liet me verrassen, kon me verwonderen, liet het begaan – al bleef het verlangen naar meer aanwezig, zoals naar een fraai doelpunt of een oogstrelende actie bij voetbal, een demarrage of sprint bij wielrennen, een ongekende slag bij golf en tennis, een oogstrelende als een gazelle lopende atlete. Daarom kijk ik immers naar sport, ben ik er door gefascineerd: iets te zien dat mij nog niet eerder is opgevallen, dat me raakt. Wat ik ook graag had willen kunnen. Ja, begeerte. Ondergaan met een verlangen naar nieuwe inzichten en vergezichten vanuit mijn eigen uitkijktoren – in dit geval mijn bank.

Mindful observeren. Zo benoem ik de wijze waarop ik naar sport heb proberen te kijken. Waarop ik sport heb proberen te ondergaan of beleven. Het geeft een nieuwe dimensie aan mijn observaties. Een nieuw geestverruimend middel. Anders zien en horen, anders beleven.

Het herinnert me aan een ervaring met mijn jeugdvriend Marius die in een tuinhuisje naast het woonhuis van zijn broer leefde. We luisterden vaak samen naar muziek. Vaak onder het genot van een waterpijpje hasj om de muziek een andere (extra, mogelijke diepere) dimensie te geven. We gaven ons over aan de muziek. Ook weer op een andere manier luisteren. Op een avond kwam ik weer bij hem op bezoek. Hij had een plaat opstaan. Ik merkte dat de langspeelplaat te langzaam draaide: langzamer dan 33 toeren. Mogelijk door slijtage aan zijn platenspeler. Ik maakte daarover een opmerking, waarop Marius met een mysterieuze glimlach zei: ‘Ja, het is wat anders. Mooi hè?’

Nadat we een uurtje zwijgend hadden geluisterd naar de ‘nieuwe plaat’, keek Marius me bloedserieus aan. ‘Ik weet wat boeddhisme is’, zei hij. Ik had weleens van boeddhisme gehoord, waarschijnlijk op school bij het vak Godsdienst, maar ik had me er nooit vragen bij gesteld. ‘Dit is boeddhisme’, zei hij. ‘Deze gewaarwording.’ En hij gaf een verklaring. Zo naar muziek luisteren, op een andere manier luisteren. Gewoon door de snelheid te verminderen of te verhogen. Ineens liep de platenspeler langzamer, zomaar. Dat gebeurt, zomaar. Eigenlijk iets ondergaan dat niet gebruikelijk is. Iets op een manier ondergaan die je niet is aangeleerd of opgedrongen omdat het moet.

Wat dat nu met boeddhisme te maken heeft, begreep ik niet. Zijn theorie had toch niets met geloven of met religie te maken. ‘Juist wel’, vond Marius. ‘Je gelooft in wat je ziet, hoort of ruikt, wat je beleeft. Je gelooft niet in wat je hebt van horen zeggen. Je vindt het niet mooi, omdat anderen zeggen dat het mooi is. Je vindt het helemaal alleen zelf mooi. Boeddhisme is het ontwikkelen van je eigen geest.’

Zoiets zei hij. En hij haalde er Allan Ginsberg bij, schrijver/dichter en al in de jaren vijftig vertegenwoordiger van de Beat Generation, een homoseksueel (getrouwd met een man), een man die ‘afweek’ door ‘obsceen’ gedrag. Bevriend met Jack Kerouac – en beïnvloed door William Blake (‘The road of excess leads to the palace of wisdom…You never know what is enough until you know what is more than enough’), zoals ook Jim Morrison van The Doors dat was. Ginsberg was in die tijd (eind jaren zestig) al geïnteresseerd in boeddhisme. Later zou hij boeddhist worden. Ginsberg, niet Marius. Want die overleed op jonge leeftijd, mede omdat hij in het ontwikkelen van zijn eigen geest te ver ging.

Marius had evenals Ginsberg een sterke drang om de grenzen van zijn bewustzijn te verkennen, maar kon het niet lang aan. Opmerkelijk dat Chögyam Trungpa Rinpoche, de vader van mijn (shambhala-)boeddhistische leraar Sakyong Mipham, in de jaren zeventig bevriend bleek te zijn geweest met Ginsberg en andere Amerikaanse dichters. Maar dat terzijde.

Allen Ginsberg (links) met Shögyam Trungpa Rinpoche

Allen Ginsberg (links) met Chögyam Trungpa Rinpoche

Marius was geen sporter. Ik herinner me alleen dat hij in een tarzanbroekje in het zwembad verscheen en later vrienden kreeg die iets met oosterse vechtsporten deden. Hij schijnt wel even in een juniorenelftal gevoetbald te hebben. Voetbal volgde hij zeker, vooral de lokale profclub. Hij vond het leuk dat ik een fanatieke voetballer was die het zelfs tot het eerste elftal van mijn plaatselijke club schopte. Hij kwam een keer kijken en zei toen: ‘Goh, jij kunt goed voetballen. Hoe doe je dat toch?’ Dan lachte hij een beetje cynisch.

Dat ik sportverslaggever werd heeft hem niet verbaasd. Verbazing, nee. Hij vroeg zich alleen dingen af. Geen oordeel. ‘Hoe doe je dat dan? Wat doe je dan? Ga je gewoon kijken en schrijf je dan op wat je gezien hebt? Lijkt me leuk. Schrijven wat je gezien hebt. Niet schrijven wat anderen gezien hebben en ervan vinden. Dat zo’n beroep bestaat, sportverslaggever.’

Maar vooral recensent, antwoordde ik. Zoals er ook muziekverslaggevers zijn, literatuur- en kunstverslaggevers. Zij brengen verslag uit van wat zij beluisterd, gelezen en gezien hebben. Verslaggevers die hun eigen inzicht raadplegen en dat op schrift stellen. Zij schrijven net zoals ik dat bij voorkeur doe een recensie, met een analyse en interpretatie – een subjectieve beoordeling dus.

Ik had graag met Marius de afgelopen sportzomer beleefd. Niet gestoord door de stem van een verslaggever die ons opgewonden deelgenoot maakt van zijn kennis en visie. In stilte (zelf) iets ondergaan op een manier die je niet is aangeleerd of wordt opgedrongen. Kijken naar sport alsof je mediteert, alsof je gewaarwordingen slechts observeert, zonder oordeel. Het biedt iets anders, iets nieuws. En het geeft (mij) rust. Marius zou zeggen: ‘Mooi hé? Boeddhistisch naar sport kijken.’

Guus van Holland is vriend van de Shambhala-sangha in Leiden

Deze kwartaalcolumn verschijnt binnenkort op de website van de Vrienden van het Boeddhisme: http://www.vriendenvanboeddhisme.nl/

Philipp Lahm, mondig en sociaal betrokken

11 Jul

Dit is de elfde aflevering in de serie Wereldbekerbrieven over spelers, scheidsrechters, coaches en supporters (mensen die zich op het WK onderscheiden door sportief maar ook door onsportief gedrag). De Belgische sociaal betrokken voetbaljournalist Raf Willems en ik voeren een briefwisseling voor de website De Aanvoerders. (http://www.deaanvoerders.nl/nieuws)

lahm

Waarde Guus,

In mijn laatste Wereldbekerbrief richt ik evengoed de blik op Duitsland, meer bepaald op de échte en mondige aanvoerder van de Mannschaft: Philipp Lahm. Hij neemt inderdaad geen blad voor de mond. Hij motiveert zijn verhalen met argumenten. Het vrije woord is voor hem heilig. In 2009 legde zijn club Bayern München hem een boete op van 25.000 euro omdat hij in een krant kritische bedenkingen had gegeven op het gebrek aan beleidsvisie. Dat belette hem niet om door te gaan op deze weg.

Zijn bestsellende boek ‘Der feine Unterschied: Wie man heute Spitzenfussballer wird’ schudde in de herfst van 2011 de Duitse voetbalwereld grondig door elkaar. Lahm schuwde de strubbeling niet en liet zijn ongenoegen over een aantal kwesties van de pagina’s spatten. Hij bekritiseerde zijn ex-trainers, coryfeeën met een fameuze staat van dienst – bij zowel de Mannschaft (Rudi Völler) als Bayern (Otto Hitzfeld). Conservatieve commentatoren schreven schuimbekkend dat Lahm als gevolg van zoveel vrijpostigheid zijn aanvoerdersband diende in te leveren. Bondscoach Löw, ook door jou geprezen Guus, haalde het venijn uit het debat met de droge opmerking dat hij Lahm eens een keer zou inviteren voor een goed gesprek.

De rechtsachter kwam met nog een andere eerlijke mening aanzetten: hij had genoeg van het taboe rond homoseksualiteit in het voetbal. Als aanvoerder van de nationale ploeg opperde hij dit statement in alle helderheid. De geruchten rond zijn eigen geaardheid staken in de sensatiepers onmiddellijk de kop op, ondanks het feit dat hij in de zomer van 2010 zijn vriendin de hand had gevraagd.

Hij profileerde zich ook als ambassadeur bij de Wereld AIDS Dag en steunde een campagne tegen kindermisbruik. Na een bezoek aan de townships van Zuid-Afrika lanceerde hij de eigen Philipp Lahm Stiftung für Sport und Bildung. Die bestaat tot vandaag en steunt kinderen bij, ik citeer even de officiële tekst van de website: ‘de ontdekking en opbouw van hun individuele sportieve en persoonlijke vaardigheden.’ Zowel in Zuid-Afrika als in Duitsland, waar hij vooral oog heeft voor jongeren met een migratie-achtergrond. Net voor het EK van 2012 hield hij een pleidooi voor de bescherming van de mensenrechten in Oekraïne en sprak hij zich ook uit voor de vrijlating van Joelia Tymosjenko. Philipp Lahm wordt beschouwd als een van de beste rechtsachters ter wereld.

Bondscoach Löw overhandigde hem de aanvoerdersband bij het WK 2010 nadat Michael Ballack door een blessure werd geveld. Niet eerder had een speler op de leeftijd van 25 jaar de officiële leiding over de Mannschaft gekregen. Hij gedroeg zich alsof het hem niets deed, ondanks alle heibel in de media. Hij miste geen minuut van de Wereldbeker. Dit was hem ook al gelukt in 2006. Philipp Lahm is een efficiënte ontleder van wedstrijdsituaties. Hij laat zich amper in zijn hemd zetten door zijn directe tegenstander. En onder leiding van Pep Guardiola leerde hij ook nog voetballen op het middenveld, in de 4-1-4-1 als schakel tussen verdediging en aanval.

Philipp Lahm is veelzijdig maar hij is vooral de aanvoerder van de Mannschaft. Mondig, met motivatie.

Benieuwd naar jouw laatste wereldbekerbrief, vriend Guus. Deze correspondentie was mij alvast een waar genoegen. Ik ga nu een weekje fietsen tussen Praag en …Dresden.

Van harte,

Raf Willems

Eerder verschenen:
8 juli http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/68 (Hopen op Das schöne Spiel van Jogi Bonito)
6 juli http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/67 (Het Maracana van de favela)
30 juni http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/66 (Smeken om bescherming)
27 juni http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/65 (De verboden kus van Iraanse supporters)
24 juni http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/64 (Bakary Gassama)
21 juni http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/63 (Serey Die)
19 juni http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/62 (Chileense supporters)
17 juni http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/61 (Mario Balotelli)
16 juni http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/60 (Vicente Del Bosque)
13 juni http://www.deaanvoerders.nl/nieuws/59 (Xavi)

%d bloggers liken dit: