Tag Archives: GolfersMagazine

Korfballer Ben Crum golft: ‘Dé techniek bestaat niet’

18 nov

Wie kende ze niet, de drie broers van DKOD, de christelijke korfbalvereniging uit Heelsum? Ben, Bart en Jan speelden samen in het twaalftal van De Korf Ons Doel, toen er nog met zes dames en zes heren in drie vakken werd gespeeld – vooral buiten op het veld. In de jaren zestig werd DKOD mede dankzij de Crums vijf keer keer landskampioen op het veld en twee keer in de zaal, het was nog voor de christelijke korfbaltak zou opgaan in het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond.

Dáár, en Ben Crum wijst naar het sportpark aan de rand van De Heelsumse Golfclub, speelde DKOD. De korfbalgoeroe, een missionaris is hij vaak genoemd, vanwege zijn onstuitbare drang naar vernieuwing van deze bij uitstek sociale sport. Hij was succesvol als clubcoach én bondscoach. Crum, nu 75 jaar, pleitte tegen de verdrukking in voor de afschaffing van het middenvak en kreeg zijn zin. Hij introduceerde de gele kunststofkorf, hielp hij de Korfbal League op te zetten, liet de schotklok invoeren en deed er alles aan korfbal wereldwijd populair te maken in de hoop dat zijn sport ooit olympisch werd – tevergeefs. Los daarvan was hij achttien jaar in dienst van de voetbalbond, als docent coach betaald voetbal.

Foto Anneke Hymmen

Foto Anneke Hymmen

Vorig jaar nog won Crum met PKC voor de tweede maal de zaaltitel. Over korfbal kan hij natuurlijk urenlang praten, als gediplomeerd sportleraar over lichaamsbeweging. Over balans, over keuzes maken, over kijken, over een bal gooien, over een bal slaan. Over golf dus, dat hij sinds einde jaren negentig speelt – als het mogelijk is bijna dagelijks. Voor het eerst op Welderen bij Elst. Nauwelijks les gehad, voegt hij er snel aan toe, terwijl we op het terras over de fraaie baan van De Heelsumse uitkijken. Hij legt uit: ,,Dé techniek bestaat niet. Het gaat om de goede balans. De goede stok, de goede lijn en lichaamsbeheersing. Als je er vroeg mee begint en hebt geleerd goed te bewegen, dus gymnastiekles hebt gehad, ben je al een eind op weg.’’

Crum heeft nu handicap 15. Was hij eerder begonnen, op jonge leeftijd, dan was het ongetwijfeld lager geweest. ,,Het is niet zozeer de aanleg, het is vooral je lichaam zo vroeg mogelijk oefenen. Zoals kinderen dat horen te doen: paalklimmen, boomklimmen, kruipen, vechten, rollebollen, met een bal gooien of zoals wij een steentje slifferen over het water, hier bij ons op de Rijn. Dan oefen je je hersens in motorische vaardigheden. Als je al heel jong leert golfen, dus met een stok tegen een bal slaan, heb je een voorsprong op jongens die op latere leeftijd beginnen.’’

Hij verwijst naar Jan Dorrestein, de Nederlandse golfer die in de jaren zeventig al internationaal meetelde. Dorrestein leerde als jongetje op de Rosendaelsche golfclub, waar zijn vader golfles gaf, met een afgezaagde stok tegen een bal slaan. ,,Hij mocht niet de op de baan komen, maar leerde met zijn broers tussen de bomen golfen. Gewoon zoveel mogelijk ballen slaan met dezelfde stok. Vervolgens was hij jarenlang caddie. En leerde hij door met de speler mee te kijken. Als je zo opgroeit, heb je een voorsprong. Heel vroeg de juiste bewegingen in je hoofd opslaan.’’

En aanleg? Crum relativeert zijn eigen balgevoel, als korfballer en nu nog als oudere man als golfer. ,,Ik wilde niet leren. Mijn broers zijn allemaal professor geworden. Ik wilde spelen, bewegen. We hadden bij ons een pleintje met een korfbalbalpaal. Elke dag honderden ballen in die korf proberen te gooien. Dat wilde ik. Bewegen, samen spelen met en tegen anderen. Bij korfbal mag je niet lopen met de bal. Je moet keuzes maken als je de bal hebt en leren vrij lopen als je de bal niet hebt. Dat vormt je lichaam en je bewegingen. Dat heeft mij gevormd.’’

Sinds hij niet meer korfbalt, golft Crum. ,,Er is voortdurend die uitdaging. Afstand, welke stok, geen slag is hetzelfde, elke keer weer inschatten en focussen. Dat vind ik zo mooi. Ik heb geleerd na elke slag even te analyseren, hoe de balvlucht is, heb je de bal goed geraakt en waarom. De goede slag onthouden en opslaan. En voordat je slaat niet te veel nadenken, dan gaat het fout. Je weet wat je kunt en dan gewoon doen wat je voelt wat je moet doen. Het mooiste is de verbazing dat je een bal zo perfect hebt geraakt. Dat is genieten. Kijk wat je kunt, sta er voor open. Doe het.’’

Crum kijkt ook naar anderen, naar de topspelers, op de televisie vooral. ,,Ik kijk naar hun bewegingen, hoe ze staan, hoe hun houding is, welk gezicht ze er bij trekken. Dat is informatie waar ik als toekijkende speler nog wat van kan leren. Het is helaas te laat voor mijn leeftijd. Maar zo heb ik wel mijn hele leven naar sport en naar bewegende mensen gekeken. Hoe bewegen ze, hoe is hun balans, doen ze het spontaan of denken ze na? Ik vertel daar graag over aan sportmensen en zeker aan coaches.’’

Hij vindt het raar dat Nederlands beste golfer, Joost Luiten, wel in Spijk op het KLM Open goed speelt én wint en dan op andere toernooien slecht speelt. ,,Dat klopt er iets niet met zijn mentale instelling. Lyrisch is iedereen als hij op zijn eigen baan wint. Waarom? Chauvinisme. Omdat hij wordt gedragen door het thuispubliek en de journalisten, allemaal supporters van hem, en omdat hij de baan kent. Dan zit je in een flow, begrijpelijk. Maar Lionel Messi voetbalt overal goed. Waarschijnlijk een kwestie van talent, maar misschien ook onbevangenheid, hij sluit zich niet af als hij waar dan ook speelt. Luiten misschien wel. Zodra hij op een andere baan speelt, verdwijnt iets uit zijn hoofd. Spontaniteit, de motoriek, raar. Ik neem aan dat hij en zijn coaches ermee bezig zijn. Want hij heeft wel een probleem.’’

Foto Anneke Hymmen

Foto Anneke Hymmen

Ben Crum neemt nog een slokje witte wijn als Kees van Wonderen zijn ronde afsluit en het terras betreedt. Ex-voetballer van Feyenoord, van het Nederlands elftal en nu bondscoach Oranje onder 17 jaar. Bennekommer, streekgenoot dus van Crum. Van Wonderen informeert naar de Mastersclass die Crum geeft bij de Bennekomse korfbalcub DVO, vroeger de aartsrivaal van DKOD. Hij vraagt of hij eens mag komen kijken, om te leren. Crum begint meteen over het bewegen zonder bal, en dat je niet met een bal mag lopen en wat je dan doet. ,,Bewegen, Kees, posities kiezen, keuzes maken’’, zegt Crum. Er ontstaat een discussie over ‘open’ staan, ‘aanbieden’. ,,Balans, Kees, evenwicht, je benen goed neerzetten, je lichaam openstellen. En kijken en voelen of je goed en lekker staat. Zo gaat dat bij alle balsporten.’’
——————————————————————————————————–
BEN CRUM (Heelsum, 1941) is een voormalig korfballer, korfbalcoach en korfbalvernieuwer. Hij was jarenlang met twee broers gangmaker van de Heelsumse club DKOD, waarmee hij menig titel veroverde. Vervolgens was hij met onderbrekingen vijftien jaar lang bondscoach. Crum won met verschillende clubs tal van titels op het veld en in de zaal. De Gelderlander probeerde zijn sport mondiaal populair te maken, vooral in Azië werd hij geprezen voor zijn inzet om korfbal te introduceren. Vooral dankzij hem wordt korfbal in meer dan zestig landen beoefend. Crum was als sportleraar en gediplomeerd bewegingsdeskundige ook vijftien jaar docent coach betaald voetbal en leidde veel oud-internationals op. Louis van Gaal, Willem van Hanegem, Ronald Koeman, Guus Hiddink en Danny Blind behoorden tot zijn cursisten, totdat hij in 1999 door de voetbalbond werd ontslagen omdat hij de toenmalige voorzitter van Vitesse, Karel Aalbers (werkgever van de zojuist aangestelde trainer Ronald Koeman), in diskrediet had gebracht.

Door golf leert schaatsster Carien Kleibeuker beter met tegenslagen omgaan

16 jul

Even een weekendje thuis, tussen twee trainingskampen door, betekent niet meteen stilzitten. Zelfs niet voor een schaatsster in de zomer. Dus wordt er even op zondag gefietst om de spieren soepel te houden. Fris, vrolijk en ontspannen zet langeafstandsschaatsster Carien Kleibeuker zich na haar ochtendlijke fietstraining in de tuin naast haar man Robert Schoonhoven, golfprofessional op de Noord-Nederlandse Golf&Country Club, nabij Groningen. Gewoon een gesprekje over schaatsen en golfen. Of er overeenkomsten zijn, dan wel verschillen. Die zijn er zeker, zo blijkt.

Foto Anneke Hymmen Foto Anneke Hymmen

Ze kennen elkaar van de golfbaan, sinds een jaar of tien, van een feestje na een golfclinic op de golfbaan van Heerenveen, hier om de hoek. Carien was (tijdelijk) gestopt met schaatsen, Robert gaf al jaren golfles. Ze had zichzelf met schaatsen over de kop gejaagd, los van andere dingen die haar destijds dwars zaten. Snel overstuur, snel moe, alleen maar bezig zich overeind te houden in het schaatsteam, het anderen in haar leven naar de zin te maken en vooral niet te doen wat ze zelf wilde. Overtraind, kun je zoiets noemen. Te veel willen, geen grenzen kennen, altijd maar doorgaan. Doodongelukkig werd ze ervan. En eenzaam, zeker als er niets om je heen is waar je nog plezier aan beleeft.

Het is nu eenmaal een karaktertrek, probeert Carien. ,,Ik ben geen vechter, maar ik geef niet zo gauw op’’, verduidelijkt ze aan het einde van het gesprek. Ze kijkt naar Robert. Hij glimlacht, alsof hij het bij haar herkent. Klopt. ,,Ik kan met golfen slecht spelen, maar die bal moet er wel in.’’ Het is een herinnering aan de twee jaar waarin ze competitie speelde. ,,Al was ik dan de laatste die nog moest putten, die bal moest erin.’’

Toch moest golf plaatsmaken voor schaatsen. ,,Golfen was leuk en ontspannend. Maar ik miste het hijgen. Ik miste de inspanning. Niet uren over de baan slenteren en af en toe een bal slaan. Ik was naast een baan als fysiotherapeute inmiddels trainer van een marathonteam geworden. Ik dacht een keer: laat ik eens mijn schaatspak aantrekken en meerijden. Dan ging gemakkelijk. Ik voelde me weer ontspannen. Niets hoefde. Zo kreeg ik het plezier in schaatsen terug. En schaatsen, die beweging, die slagen, dat zwieren en doorgaan tot het uiterste, is toch mijn ding. Ik voel me daar toch het beste bij. Met alle successen tot gevolg.’’

Nu golft ze hooguit nog één keer per jaar, op afspraak met Robert. Die knikt begrijpend. ,,Ze zou wel willen. Maar ze heeft er gewoon geen tijd voor. En schaatsen gaat bij haar voor. Als zij niet beweegt en niet een uitdaging heeft om zichzelf beter te maken dan wordt ze ongelukkig en is ze niet de leukste persoon om mee samen te leven.’’

Carien heeft de overeenkomsten tussen schaatsen en golf zeker ervaren. Misschien heeft ze er wel van geleerd. Zeker. ,,Door golf dacht ik dat ik nerveus was. Focussen is zo ongelooflijk belangrijk. En de rust, de ademhaling voelen. Slag voor slag, net als bij schaatsen. Als je niet in je slag komt bij schaatsen, moet je niet gaan vechten om die slag terug te krijgen. Die komt vanzelf, of die komt niet. Je weet wat je kunt. Zo is het ook met golf. Als het niet gaat, gaat het misschien de volgende hole weer wel. Een andere overeenkomst is, dat het een individuele sport is. Je moet het helemaal alleen doen. Je hebt getraind en geoefend, je weet wat je kan. Gewoon doen en er voor gaan.’’

In haar tweede schaatscarrière trainde Carien nota bene harder dan in haar eerste. ,,Er is iets met me gebeurd. Of ben ik ouder en meer ervaren geworden. Of kan ik beter met tegenslagen omgaan. Dat laatste kan zeker. Ik weet hoe goed ik was en ben in schaatsen. Ik hoef niets te forceren. Ik herken de grenzen. Door golf kun je leren beter met tegenslagen om te gaan. Want het is natuurlijk best een confronterend spelletje. Je kunt moeilijk na vier mindere holes de stokken in de tas gooien en weglopen, zeker niet als je zoals ik in een team speelde.’’

En, zo benadrukt Carien, ze kan nu beter dan vroeger relativeren. Haar liefde voor Robert en hun dochtertje zal daartoe zeker hebben bijgedragen. ,,Vertrouwen hebben in de mensen om je heen, in je trainer, je begeleiders en in wat je allemaal aankan. Zelfvertrouwen en rust. Ik ben nog steeds niet klaar met sport. Ik wil echt nog steeds beter worden. Dat zit in mij. Dus ook niet de moed laten zakken, als het even niet loopt, de tijden wat tegenvallen. De buitenwereld en de media staan gauw klaar met hun oordelen als de tijden nog niet goed zijn. Maar ik weet wat ik kan en wat er in me zit.’’

Straks als ze uitgeschaatst is, gaat ze vast en zeker weer meer golfen, zegt ze bijna als troost tegen Robert.

Vorige maand nog heeft ze voor het laatst gegolft. Te weinig, weet ze, om vorderingen te maken. Een lagere handicap zit er zeker in. Hoe hoog of laag die nu is, moet ze aan Robert vragen. ,,Handicap 17. Of 18, Robert?” Ach, laat maar. Even niet belangrijk. Eerst schaatsen, volgende week weer een trainingskamp in de Ardennen en dan in de verre toekomst op weg naar Pyeongchang, de Winterspelen van 2018. En dan, wie weet, weer golfen. Maar: ,,Als ik golf wil ik wel dat ik het goed doe.’’

———————————————————————-
Carien Kleibeuker (ROTTERDAM, 1978) is een Nederlandse schaatsster die uitkomt op zowel de langebaan als op de marathons. Ze is gespecialiseerd in de lange afstanden, vooral de 5.000 meter. Op die afstand won ze op Olympische Winterspelen van Sotsji in 2014 de bronzen medaille. Na het seizoen 2006/2007 had ze besloten te stoppen met schaatsen, als gevolg van een burn out. Ze koos voor een loopbaan als fysiotherapeute. In 2010 keerde ze terug als marathonschaatsster. In 2012/2013 won ze de Dick van Gangelen Trofee en werd ze uitgeroepen tot Marathonschaatsster van het Jaar. In 2013 keerde ze na zeven jaar terug op de langebaan. Op het Olympisch kwalificatietoernooi won ze de 5.000 meter voor Ireen Wüst. Een jaar later won ze olympisch brons. Het werelduurrecord staat sinds december 2015 op haar naam met 40 kilometer en 569,68 meter.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine nr.5 in de serie ‘Mijn nieuwe sport’
Eerder verschenen: Roeister Femke Dekker, atlete Olga Commandeur, scheidsrechter Mario van der Ende, hockeyster José Poelmans, waterpoloër Marc van Belkum, wielrenner Erik Breukink, voetbaltrainer Barry Hughes, autocoureur Gijs van Lennep en voetballer Kenneth Perez

Golfer Gerben Karstens wil vooral eerlijk spelen

8 jun

Hij is op zijn fiets naar de golfbaan in Rijen gereden. Op een kilometer van zijn huis. Vier ‘stokjes’ heeft hij nog kunnen vinden. Zijn echte golfset staat in de locker in Oosterhout, waar hij lid is. Hier op Brabant Golf, de golfbaan van zes holes, is eigenlijk zijn thuis. Want de grond is van hem, verhuurd aan de golfclub. Dit is dus eigenlijk zijn baan. ,,De enige en oudste zesholes-baan van Nederland’’, zo begint hij met zijn typische humor.

GerbenKarstens_19hr

Foto Anneke Hymmen

Gerben Karstens, van halverwege de jaren zestig tot 1980 een van ’s werelds beste wielrenners, praat honderduit als we omringd door bestuursleden in het clubhuis zijn sportieve leven doornemen. Schaatsen, waarmee hij tot de nationale kernploeg doordrong (in de tijd van Henk van der Grift en Rudie Liebrechts), en met Ard Schenk en Kees Verkerk wedstrijden uitvocht op natuurijs. Wielrennen, waarmee hij in klassiekers en etappekoersen successen behaalde. Zeezeilen, in ruim 35 jaar 75.000 zeemijlen over vrijwel alle zeeën en oceanen. Veldtoertochten, op zondagmorgen tussen de 45 en 50 kilometer, al 25 jaar, het afgelopen halfjaar 24 – een record! En sinds 25 jaar golfen, af en toe, als hij tijd heeft. ,,Golfen is voor mij gewoon een spelletje, geen wedstrijdsport’’, verduidelijkt ‘De Karst’.

Maar dat betekent niet dat hij een ‘spelletje’ golf niet serieus neemt. ,,Ik ben een ouwehoer, maar ik kan goed tellen, ook de slagen van een ander. Het is fijn om te zien dan anderen eerlijk spelen. En dan heb je nog eerlijke spelers, maar die kunnen niet tellen. Dat doe ik wel voor ze.’’

Zo blijkt later, als we met z’n drieën de baan ingaan. Karstens verontschuldigt zich voor zijn ‘mislukte’ slagen omdat hij ,,die stok niet gewend is”, maar hij houdt goed de tel bij. ,,Vroeger legden we die bal meteen op de green. Ach ja, vroeger.’’ Hij geniet niettemin, praat graag en vertelt tussen de slagen door anekdotes. Soms over golf, soms over wielrennen (vooral over zijn ploegleiders Kees Pellenaars en Peter Post), maar vooral over zeezeilen. Soms kijkt hij uit over de baan, zijn grond die hij na zijn wielercarrière kocht als belegging. Hij begon er een boomkwekerij. Zijn plan om er een agrarisch bedrijf met opstallen op te beginnen liep vast op vergunningsregels. Toen is hij er maar een golfbaan begonnen, hoewel hij zelf het golfen nog niet vaardig was.

Karstens nu 74 jaar, is nog altijd op zoek naar avontuur. Onlangs werd hij geconfronteerd met fysiek ongemak, maar dat weerhoudt hem er niet van opnieuw aan een zeiltocht te beginnen. Op het moment van het verschijnen van dit verhaal, vaart Karstens met een vriend ergens tussen Turkije en Gibraltar. Twee maanden blijft hij weg. Misschien heeft hij een golfsetje mee en huurt hij onderweg een fiets. Want je weet maar nooit. Dicht bij een haven kan een golfbaan zijn. ,,Als je zoals ik heb gedaan, zes maanden op zee ben, dan wil je weleens wat afwisseling. Daarom heb ik weleens gegolfd en ben ik gaan fietsen.’’

Door een Ierse vriend kwam hij met golf in aanraking. De Ier dacht dat het wel wat voor Karstens was. Gewoon een keertje naar de driving range kan het vuurtje doen ontbranden. ,,We gingen naar Gran Canaria, hij golfen, ik meelopen. De tweede dag heb ik het ook geprobeerd. Ik sloeg meteen drie pars, echt waar. Mijn vriend vroeg: ‘Ga je nu golfen?’ Nee, toch maar niet, gewoon niet spannend genoeg.’’

Toch wilde hij het leren. Rond 1990. ,,Ik kreeg les van een man hier op Brabant Golf. Nee, niet van een echte pro. En dat ging goed. Hoewel ik geen aanleg heb. Het is leuk zo. In 1992 haalde ik mijn GVB. Vraag me niet naar mijn handicap. Ik was wel wereldkampioen putten. Er zijn mensen die zo gedreven zijn en hun handicap fanatiek omlaag proberen te krijgen. En dan zie je dat ze oneerlijk spelen, een balletje even met de voet beter leggen en zo. Ik wil wel goed spelen, eerlijk vooral. Maar als het niet gaat, dan gaat het niet. Zo was het ook bij wielrennen. Als je je dag niet hebt, dan heb je je dag niet. Met wielrennen kun je nog vechten, demarreren, hopen dat het dan gaat, iets afdwingen. Ja, soms door oneerlijk gedrag. Maar dat is wielrennen. Daar schiet je met golfen niks mee op. Rustig blijven en zien of het goedkomt.’’

Wielrennen en schaatsen zijn toch heel anders. ,,Daarbij komt het op uithoudingsvermogen aan. Gaan tot je niet meer kunt. Als je toch een vergelijking met golf wilt maken: ik heb inzicht. Vroeger als het gevroren had, zag ik meteen of het ijs goed was. Als wielrenner zag ik wanneer je moest demarreren, weg zijn en niet meer moest omkijken, erin geloven. Of weten wanneer je de sprint moet beginnen. Weten op wie z’n wiel je moet zitten. Dan koos ik het wiel van de snelste sprinter, Patrick Sercu bijvoorbeeld, en dan erover heen. Noem het koersinzicht, vergelijkbaar met coursemanagement met golf, weten hoe de baan loopt, afstanden inschatten en weten waar en hoe je moet slaan.’’

Afzien, dat heeft Gerben Karstens altijd graag gedaan. Als schaatser en wielrenner. En als zeezeiler. Die keer in 2001 dat hij in z’n eentje door de Golf van Biskaje voer, 58 uur alleen in vreselijke stormen en door enorme golven. Jaren later had hij even geen zin meer in zeilen, oud, altijd van huis, ver van zijn vrouw, zoon en kleinkinderen. ,,En al die verhalen, over piraten, verdwenen zeilboten, eigenlijk niet leuk meer. Maar ja, de mooie herinneringen blijven. Aan die keren dat hij haaien zag, walvissen en dolfijnen, ver weg in het Verre Oosten. Soms is het rustig, soms te rustig. Maar je weet nooit wat er gebeurt. Je moet altijd alert zijn.’’

GerbenKarstens_09hr

Foto Anneke Hymmen

Als we in de baan van Brabant Golf zijn, kijkt Gerben Karstens alvorens hij de gewenste stok van het gras opraapt naar boven. Naar de dreigende lucht, waaruit straks vast en zeker een buitje zal vallen. ,,Buiten zijn is zo heerlijk. Vroeger schaatsen in de vrieskou op de Kagerplassen. Wielrennen in de regen. Zeilen als het stormt, dan weer in de felle zon. Fietsen door het veld, door modder en gras. Golfen in de natuur.’’

Gerben Karstens is een pratende golfer, een gezellige golfer. Alsof hij op elke slag commentaar moet leveren. ,,Stoor je er niet aan. Het is toch gewoon een spelletje?’’ Eenmaal op de green, schuift hij de bal zomaar in de hole. ,,Ja, dat kan ik goed. Ik was toch wereldkampioen putten!’’
—————————————————————————————————
GERBEN KARSTENS (Voorburg, 1942) is een oud-wielrenner. Als amateur won hij samen met Eef Dolman, Jan Pieterse en Bart Zoet de gouden medaille op de Olympische Spelen van 1964 in Tokio op de 100 kilometer ploegentijdrit. Hij werd in 1965 prof bij Televizier en reed achtereenvolgens voor Peugeot in Frankrijk, Goudsmit-Hoff, Rokado, Bic en Gitane in Frankrijk, TI-Raleigh en de Vleeschmeesters. In de Tour de France van 1974 droeg hij twee dagen de gele trui. Hij won zes etappes in de Tour de France, 14 etappes in de Ronde van Spanje, één etappe in de Ronde van Italië en etappes in onder meer de Dauphiné Libéré, Ronde van Zwitserland, Ronde van België en Ronde van Nederland. Hij won Parijs-Tours twee keer (in 1974 gedeclasseerd) werd tweede in Milaan-Sanremo, de Amstel Goldrace en de Ronde van Lombardije (in 1969 gediskwalificeerd), en zesde in de Ronde van Vlaanderen. In 1980 stopte hij als wielrenner, ging zeezeilen en begin jaren negentig golfen. In de jaren zestig maakte Karstens deel uit van de nationale schaatsploeg. Een van zijn bijnamen was ‘de Leidse notariszoon’. Zijn vader en zijn broer waren notaris in Leiden.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine 4 in de serie Mijn nieuwe sport

Olga Commandeur golft: ‘Ik dacht dat talent normaal was’

24 feb

Bewegen loopt als een rode draad door haar leven. Zo weet Olga Commandeur, eens een succesvol atlete (hardlopen en meerkamp), nu al jaren presentatrice van het populaire televisieprogramma ‘Nederland in beweging’. Ze golft sinds 13 jaar. Enthousiast, hoe lastig ze ook elke keer weer golf vindt. ,,Het is het meest uitdagende, meest intrigerende, maar ook het meest frustrerende spel dat ik ken.’’

Mogelijk heeft zij in haar jonge jaren als atlete harder getraind dan ze wilde. Olga Commandeur had veel talent, vergelijkbaar met dat van het tegenwoordige rolmodel van de Nederlandse atletiek Dafne Schippers. Ze was kampioene op de 800 meter, de 400 meter horden en de vijfkamp. Ze was op verschillende onderdelen recordhoudster en kreeg in 1975 de Tom Schreurs Prijs, als hét talent van het jaar. Totdat ze blessures (aan rug, enkel en knie) kreeg en het plezier in sport verloor omdat ze ineens moest. Ze moest meer trainen, ze moest zich aan strakke trainingsschema’s houden. Ze moest van haar talent gebruik maken.

,,Ik dacht dat talent normaal was. Ik had voortdurend gewonnen omdat ik het normaal vond te winnen. Ik startte en won, zonder na te denken over mijn kansen. Toen ik er iets voor moest doen, ging het mis. Ik werd fysiek beter, zo wezen de testen uit, maar mentaal niet.’’

Foto: Janus van den Eijnden

Foto: Janus van den Eijnden


Ze was pas achttien jaar. ,,Het plezier was weg. Het spontane, het jeugdige.’’ Ze werd klaargestoomd voor de Spelen van 1976, maar door lichamelijke ongemakken werd de weg naar Montreal versperd. Ze vocht terug, hoewel ze eigenlijk niet zo’n vechter is: het moet vanzelf gaan. Ze vond haar talent op de vijfkamp (tegenwoordig zevenkamp), mede door de overstap naar de Amsterdamse atletiekclub ADA, waar de sfeer haar streelde. Kortom: zonder plezier geen succes. De overstap leidde tot successen, maar door blessures toch minder waarop gehoopt was. Totdat na de Spelen van 1984 (halve finale 400 meter horden) haar kwetsbare knie haar dwong te stoppen. Ze werd docent Lichamelijke Opvoeding, dankzij haar opleidingen begin jaren zeventig aan het CIOS in Arnhem en de ALO in Amsterdam, maar ze moest na 13 jaar ook daarmee stoppen door een blessure.

Nu brengt ze haar ervaring als topsporter over op oudere mensen die ze nu stimuleert te (blijven) bewegen. Als vitaliteitscoach en -trainer probeert Olga ook ouders ervan te doordringen dat ze kinderen niet moeten dwingen. ,,Laat ze doen wat ze leuk vinden. Om oudere mensen in beweging te krijgen en te stimuleren kun je ze onder meer vragen: ‘Wat vond je nou leuk vroeger?’ Om zo het beweegvlammetje weer aan te wakkeren. Mijn boodschap: het maakt niet uit wát je doet, maar beweeg. Probeer veel verschillende sporten en ontdek wat jij leuk vindt. Ont-dek dus!’’

Vroeger vond ze golf een sport voor ouderen. Nu (57) ziet Olga in wat golf allemaal te bieden heeft. ,,Je bent buiten, in de natuur, je krijgt de broodnodige vitamine D. Als coach stimuleer ik mensen ook om naar buiten te gaan, dan zeg ik: ‘Benoem de dingen die mooi zijn.’ Daardoor krijgen ze meer waardering en bewondering voor dingen. Dat geeft een goed gevoel en ontstresst.’’ Zo heeft ze dat zelf ervaren, vooral tijdens haar talrijke golfrondjes. ,,Ik heb een hele andere kijk gekregen op golf dan 13 jaar geleden. Het is altijd een geweldige ervaring. Met altijd weer nieuwe uitdagingen.’’

Ze had vroeger, rond haar dertigste, weleens ‘een lesje’ gehad. Maar ze beleefde er nog niet echt plezier aan. Toen ze haar huidige (al golfende) man 13 jaar geleden leerde kennen, veranderde er iets in haar beleving. Een weekendcursus in Zandvoort leidde meteen tot haar GVB en tot veel en fanatiek golfen met haar man. ,,Het competitiegevoel, het willen winnen zit er nog steeds in. We maken er altijd een wedstrijdje van, spelen altijd qualifying, altijd achttien holes. We spreken vooraf een bedrag af, de winnaar betaalt, de verliezer rijdt terug naar huis. Al het geld gaat in een potje voor een golfreisje. Bijvoorbeeld naar Zweden, een echt weids land met de ene golfbaan na de andere. Daar is golf een volkssport en is het zelfs op school een leervak.’’

Door golfen kwam ze ook weer in aanraking met haar lichamelijke kwetsbaarheid, vooral die linkerknie die dertig jaar geleden een einde maakte aan haar atletiekloopbaan. Beschadigd kraakbeen. ,,Iemand maakte mij erop attent dat ik bij de eindswing mijn linkerbeen ontzie, ervan wegdraai, in plaats van mee naar voren beweeg. Daardoor besefte ik ook heel goed dat als bewegen pijn doet, ga je het uit de weg, dan beweeg je niet soepel mee. Dan haak je af. Zeker op hoge leeftijd. Daarom sta ik nu op de nominatie voor een nieuwe knie. Nu al.’’

Het enthousiasme voor bewegen, voor golf dus, druipt er van af. Nog beter golfen, handicap omlaag (nu 20.5, was 19), winnen, maar wel plezier blijven beleven. Ze kwam in aanraking met Auke Hempenius, golfdocent die Inner Genius Golf in Nederland introduceerde na een verblijf van 25 jaar in de Verenigde Staten. ,,Hempenius zegt: ‘Het merendeel van de mensen is zich heel weinig bewust van de eigen golfswing, weten niet waar de golfclub en het clubblad zich bevinden. De golfswing kun je beleven. Het is een swing van 540 graden, een energiebaan die je kunt voelen’. Auke zag me en zei: ‘We gaan met jouw slag aan de gang.’ Ik heb een paar lesjes van hem gehad. Het is wonderbaarlijk wat je met zijn manier van aanpak bereikt. Het gaat gewoon gemakkelijker.’’

,,Oefenen, oefenen, oefenen. Veel doen, doen, doen. Altijd maar doen en bewegen.’’ Het lijkt haar lijfspreuk: doen en bewegen. ,,Zeker als je ouder wordt, moet je meer oefenen, meer doen. Anders word je minder, minder soepel, stijver. En het moet wel leuk blijven, er moet plezier zijn. Dat heb ik wel geleerd doordat ik aan topsport heb gedaan. Zonder plezier wordt bewegen een opgave. Dan ben jij je grootste tegenstander.’’
——————————————————————————————————-
OLGA COMMANDEUR (IJmuiden, 1958) is een oud-atlete. Ze stond van medio jaren zeventig tot begin jaren tachtig te boek als een groot talent. Ze beschikte over veelzijdige aanleg voor verschillende atletiekonderdelen. Vooral op de loopnummers 400 meter horden en 800 meter behaalde ze successen. Als enige Nederlandse atlete vestigde zij ooit een officieel wereldjeugdrecord op de 800 meter. Olga werd zesmaal Nederlands kampioene op individuele nummers. Vervolgens richtte zij zich op de meerkamp. Door overbelasting moest ze daarmee stoppen. Ze nam deel aan de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles, waar ze tot de halve finale doordrong en zesde werd. In 1985 werd ze door de opeenstapeling van blessures gedwongen te stoppen met atletiek. Tegenwoordig is zij bekend door haar dagelijkse presentatie van het televisie-programma ‘Nederland in Beweging’. Zij geeft tevens als vitaliteitscoach presentaties en verzorgt programma’s en trainingen met als thema gezond bewegen. In samenwerking met Yalp heeft Olga al 54 Olga Commandeurpleinen in Nederland, dat zijn beweegpleinen voor ouderen.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine nr. 1 2016

Waterpoloër Marc van Belkum golft nu en hoe!

9 okt
Foto: Janus van den Eijnden

Foto: Janus van den Eijnden

Twintig jaar geleden heeft hij zijn zwembroek verbrand. Het water krijg je de meervoudige waterpolo-international écht nooit meer in. ‘Als ik een zwembad binnenkom word ik al misselijk van de chloorlucht.’

Marc van Belkum trekt er in de bestuurskamer van de knusse Oegstgeester Golfclub een vies gezicht bij. Wat wil je ook als je tussen je tiende en 28ste tien tot elf keer in de week trainde, hier in het zwembad of ervoor naar Papendal heen en terug naar Oegstgeest moest? Hij is er helemaal klaar mee.

Maar hij is en blijft een fanatieke sporter. Met dezelfde overgave golft Van Belkum sinds een jaar of vijftien. Alles wat er in zit, eruit halen. Dat heeft hij met zwemmen en waterpolo gedaan, dat doet hij nu met golf. Op z’n minst twee keer in de week een rondje op zijn thuisbaan in Oegstgeest, competitie met het ANWB-team en zeker op 35 grote banen per jaar. ‘Golf is, hoe zeg je dat? Een virus, ja.’

Hij vertelt over zijn kennismaking met golf, 15 jaar geleden. Tijdens een weekje in Vaals wilde hij weleens naar een golfclinic in de buurt. ‘Ik vond het maar niks, dat golf, met die kakkers in hun ruitbroek. Maar nadat ik twee à drie ballen geslagen had, was ik verkocht. Echt hélemaal verkocht. Ik heb de clinic ook afgemaakt. Ik vond het zo lekker om iets nieuws te leren. Toen ik thuis kwam heb ik meteen een golf-setje geleend en ben ik naar een driving range gegaan. En daar ben ik eigenlijk nooit meer weggeweest. Alles wat erin zit, eruit halen. Alweer, ja. Zo ben ik.’

Na een paar maanden zelf ‘klootviolen’, besloot hij les te nemen. Binnen drie maanden had hij zijn GVB gehaald. ‘Ik merkte dat ik balgevoel had, aanleg voor golf zeker. Ik weet wat een bal doet of het nu grote waterpolobal is of een golfbal is. Maar ik sloeg veel te hard, mijn swingsnelheid was veel te hoog. Het heeft wel een paar jaar geduurd voordat ik de kracht uit mijn slagen kreeg. In het begin deed ik nog geen 2 à 3 maanden met mijn handschoen, dan was hij al versleten. Nu kan ik er twee jaar mee doen. Ik knijp steeds minder hard. En je wordt ouder, misschien ga je daarom rustiger slaan.’

Marc van Belkum geeft toe dat hij het in waterpolo van zijn inzet moest hebben. ‘Ik moest hard trainen, en blijven trainen. Dat wilde ik ook, ik wilde de top halen. En die heb ik gehaald, tot aan de Olympische Spelen in 1992 in Barcelona. Datzelfde heb ik nu met golf. Ik zit nu op handicap 7, maar dat moet wel 4 of 5 worden. Dus veel tijd en energie erin steken. Als ik niet regelmatig oefen, gaat mijn handicap omhoog. Ik merk het meteen als ik een tijdje minder speel en oefen. Ik woon hier vlak bij de baan. Dus als ik even tijd heb, ga ik wat chippen en putten. Je vergeet ook meteen alle sores, je bent alleen met jezelf en dat spel bezig.’

Zoveel lange jaren speelde hij waterpolo in Leiden, Italië en Oegstgeest. Zoveel jaren maakte hij deel uit van een team, was hij afhankelijk van anderen. Uiteindelijk was hij er klaar mee, met het afhankelijk zijn van je medespelers – en andersom. ‘Je geeft elkaar de schuld, scheldt elkaar uit als het niet loopt. Dat hoort er ook bij, weet ik. Niks mis mee, maar dit is anders. Je kijkt bij elke slag in de spiegel.’

Maar hij golft toch wel in competitieverband. Dat is toch heel anders. ‘Toen ik in een lager team waterpolo speelde, kwamen er bij een uitwedstrijd zes of zeven spelers opdagen, had je soms te weinig mensen. En bij een thuiswedsrijd zestien. En dan kon niet iedereen spelen. Daar werd ik gek van. Nu heb ik eigenlijk alleen met mezelf te maken. En je speelt toch altijd tegen je zelf. De baan is je grootste tegenstander. En die zegt niks terug, dat is ook zo erg. Een tegenstander die zwijgt en je als het ware uitlacht als je een slechte bal hebt gespeeld.’

Leuk vindt Marc het als hij met vreemden (via internet) heeft afgesproken. ‘Je geeft die mensen een hand, kijkt elkaar aan, je slaat, je kijkt in het begin even wat ze kunnen en daarna ben je alles vergeten. Na een paar holes loop je zomaar met een paar vreemden te ouwehoeren. Ik heb zolang ik golf nog niet met een flight gespeeld die niet leuk was.’

Er zijn veel golfers die nerveus zijn als ze een bal moeten slaan. Is mijn grip goed, mijn stand, mijn hoofd? Heb ik de goede stok? Marc van Belkum kan zich dat heus wel voorstellen. ‘Ik ben niet nerveus. Ik weet wat ik moet doen, hoe ik het moet doen. Ik heb alleen wedstrijdspanning. Daar heb ik jaren ervaring mee. Dat vind ik juist lekker. Doen wat je moet doen en dan zien wat er gebeurt. Vertrouwen hebben in wat je doet en waar je mee bezig bent. Soms gaat het goed, soms niet. Lekkere spanning dus.’
—————————————————————————————————-
MARC VAN BELKUM (Leiden, 27 januari 1965) is een voormalige waterpolospeler. Hij komt uit een waterpolo-familie. Zijn broer Stan en zijn nichtje Iefke speelden ook met veel succes en triomfen waterpolo. Alle drie namen deel aan de Olympische Spelen. Marc in 1992 in Barcelona. Hij begon zijn carrière bij De Zijl-LGB uit Leiden. Daarnaast kwam hij uit voor Nereus Zaandam en Vivax Oegstgeest. Hij speelde ook één jaar in Italië, bij Camogli uit Genua. Marc van Belkum speelde 254 interlands.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine 8 in de serie ‘Mijn nieuwe sport’. Eerder verschenen in deze serie Femke Dekker (ex-roeister), Robert Eenhoorn (ex-honkballer), Kristie Boogert (ex-tennisster), Kenneth Perez (ex-voetballer), Gijs van Lennep (ex-autocoureur), Barry Hughes (ex-voetbalcoach) en Erik Breukink (ex-wielrenner)

Erik Breukink: Als je golft sta je er helemaal alleen voor

10 sep

Foto Janus van den Eijnden

Foto Janus van den Eijnden

Erik Breukink heeft eigenlijk altijd al de rust uitgestraald die hij nu op het terras toont. Eerst als de begenadigde wielrenner, vervolgens als de beheerste ploegleider. Zijn geruststellende glimlach als iedereen in paniek raakt omdat de wereld in brand staat, is gebleven. Rust en controle over de situatie. Hij zou zomaar een goede golfer kunnen zijn.

‘Ja, ik denk dat het spelletje wel bij mij past’, bekent hij. Als hij geen wielrenner was geworden, vooral omdat zijn vader als directeur van Gazelle van wielrennen hield, zou hij best weleens een goede golfer geworden kunnen zijn. Hij zegt het niet met stelligheid, zo is Erik Breukink niet. Maar, vooruit. Hij heeft er tot nu toe nog niet over nagedacht, maar nu het hem gevraagd wordt, acht hij het niet uitgesloten. Typisch Erik.

Zijn vader Wim was een fanatieke sportman: tennis, wielrennen en vanaf zijn zestigste – toen hij meer tijd kreeg – golfen. Erik is ook altijd ‘een spelletjesman’ geweest. Thuis werden met het gezin aan tafel altijd spelletjes gedaan. ‘Ik was bloedfanatiek, in alles, ik kon niet tegen mijn verlies. Mijn vader leek rustig, maar ook hij wilde altijd winnen. Hij liet me ook zien hoe je moest golfen. We woonden aan de IJssel, bij Rheden. Mijn vader sloeg dan de bal zo ver mogelijk de weilanden in en de hond moest hem dan ophalen. Dat moest ik ook leren, zei hij. Maar zover was ik nog niet.’

Erik was meer met voetbal bezig, als een opkomende verdediger die eerst alles overziet om dan met een sprint langs de zijlijn ten aanval te trekken. Maar uiteindelijk ging zijn voorkeur uit naar wielrennen. Hij bleek een talent, een stilist die vooral in tijdrijden uitblonk. Golfen, dat hij pas ging doen toen hij in 1998 stopte met wielrennen, vergelijkt hij met tijdrijden. ‘Je staat er echt alleen voor, het gaat om focus en concentratie, niet forceren, rustig blijven, luister naar je lichaam, let op je bewegingen en weet waar je mee bezig bent.’

Vergis je niet in zijn temperament. Zoals hij al aangaf in zijn herinnering aan de spelletjes in huize Breukink. Bloedfanatiek. ‘Ik stopte in 1997 met wielrennen en werd toen gevraagd eens mee te gaan golfen. Bij mij in de buurt op Wouwse Plantage. Ik nam meteen lessen, wilde meteen mijn GVB halen. Binnen een paar jaar had ik handicap 21. Ik had tijd zat, wat moest ik anders? Een paar keer in de week ging ik met mijn tas naar de driving range. Vijf jaar was ik fanatiek bezig, ik had niets anders dan bij de NOS samen met Mart Smeets commentaar geven. Toen werd ik ploegleider bij Rabo, acht jaar lang. Ik had en nam geen tijd meer om te golfen. Achteraf jammer.’

Hooguit eens per jaar staat hij nog op de golfbaan, op uitnodiging of gewoon omdat zijn collega-ploegleiders bij Roompot, Michael Zijlaard en Jean-Paul van Poppel zin hebben. Dan merkt hij: ‘Je verleert het niet. Je weet na een paar slagen hoe het zit. De basisdingen, de grip, de houding, het hoofd, de focus, de ademhaling.’

Die andere ploegleider, Michael Boogerd, houdt zich verre van golf. ‘Dat is niks voor hem, zegt hij. Inderdaad, Michael wil altijd maar gaan, altijd aanvallen, zo was hij als renner, zo is hij als mens: rusteloos, te veel willen. Van Poppel is een man van de power, ja, een sprinter. Wachten en knallen. Mooi, dat je aan het karakter ziet of het spel bij hen past. Je kunt fanatiek zijn, zoals ik, maar je moet je ook kunnen beheersen. En dat kan ik geloof ik wel goed.’

Je moet ook vertrouwen hebben in wat je kunt, heeft Breukink als wielrenner ervaren. ,,Mijn ploegleiders, Ben van Erp, Peter Post, Jan Gisbers en Manolo Saiz wezen mij daar altijd op: je weet wat je kunt, vertrouw daarop. Zo is ook met golf. Weten met welke stok je een bepaalde afstand kunt slaan, niet forceren, gewoon de stok nemen die bij je past. Gewoon een zeventje. Ik kan wel zo’n joekel pakken, maar dat doe ik liever niet. Het spel is al zo moeilijk. Die obstakels, dat water, dat hoge gras, die bomen, die bunkers die je als monsters aankijken. In het begin dacht ik nog, dat doe ik wel even. Maar dat viel zwaar tegen. Wat ik al zei: het is net tijdrijden, niet over je grenzen gaan.’

Is golfen niet een sport voor wielrenners om tussen de talrijke koersen door tot rust en bezinning te komen? Even afleiding. De vraag stemt hem tot overpeinzing. ‘Ja, dat zou echt mooi zijn. Maar’, voegt hij er snel aan toe, ‘je moet wel les hebben gehad, een beetje kunnen golfen, anders heeft het geen zin. Je kunt niet maar zo tegen je ploeg zeggen: volgende week gaan we samen een dag golfen. En dan nog: wielrenners houden niet van slenteren, je fietst, je traint of je rust, liggen dus.’

De rust op het terras aan de rand van het natuurgebied overheerst. Erik Breukink richt zijn blik op een groot grasveld en speelt met zijn gedachten. ‘Ja, ik geloof dat dat spelletje wel bij mij past. Niet de stress van de koers, niet links en rechts aanvallen om je heen. Alleen zijn met jezelf. Ik denk nu terug aan al die tijdritten. Je staat op het startpodium. Je hebt nog zoveel seconden, je kijkt naar je voeten op de pedalen, naar de stand van je versnelling, naar je benen, je schouders, je hoofd en je armen. Je loopt alles na. Je richt je blik naar voren, focus, je ademt in en uit, en dan ga je, alleen. Je kijkt op en je gaat, zoals je met golf de bal ziet gaan. Je vertrouwt en je hoopt. Mooi.’
——————————————————————————————————————————————————————–
Erik Breukink (1964) was een van Nederlands succesvolste wielrenners. Hij werd in 1985 beroepsrenner, eindigde in de Ronde van Italië (Giro) van 1988 als tweede (hij won toen ook de etappe over de besneeuwde pas van de Gavia). In de Ronde van Frankrijk (Tour de France) van 1990 werd hij derde en in de Ronde van Spanje (Vuelta) van 1993 zevende. In al die rondes won hij een of meer etappes, zoals in 1989 de proloog (openingstijdrit) van de Tour. In 1993 werd hij Nederlands kampioen. Ook won hij belangrijke koersen als de Ronde van het Baskenland, de Ronde van Nederland en het Internationaal Wegcriterium (2x). Na zijn actieve rennerscarrière was hij vijf jaar commentator voor de NOS, en vanaf 2004 ploegleider en vervolgens directeur van de Rabowielerploeg. Nu is hij ploegleider van Roompot Oranjepeloton.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine 7 in de serie ‘Mijn nieuwe sport’. Eerder verschenen in deze serie Femke Dekker (ex-roeister), Robert Eenhoorn (ex-honkballer), Kristie Boogert (ex-tennisster), Kenneth Perez (ex-voetballer), Gijs van Lennep (ex-autocoureur) en Barry Hughes (ex-voetbalcoach)

Eerst vond Barry Hughes golf een ‘smerige’ sport, maar….

11 aug

Voorafgaand aan onze afspraak sta ik naast hem op de wc van een horeca-etablissement. Ik herken hem meteen en begroet de man met de onafscheidelijke pet: Barry Hughes. Voormalig voetbalcoach en praatjesmaker. Een grote mond vol moppen. Zo staat hij te boek. Maar nu zal het gaan over zijn kwetsbaarheid, golf. De Welshman speelt het al vijftig jaar, maar goed heeft hij het nooit kunnen spelen. En dat doet pijn. Steeds meer.

‘Ik dacht: iedere klootzak kan een bal slaan. Waarom ik dan niet?’ Nou, gewoon, omdat hij er het talent niet voor heeft. Het is maar een voorzet die Hughes gemakkelijk kan inkoppen – om in voetbaltermen te spreken. ‘Ja, wel de mentaliteit, maar niet de kwaliteit.’

Hij verwijst naar voetbal. ‘Komt er een bal naar me toe, hoog of laag, maakt niet uit. Ik vang hem op met m’n borst of op m’n voet. Dat doe ik automatisch goed. Maar een golfbal die voor me ligt en weg moet slaan, maakt me gek. Dan ga ik denken, dan ben ik een maler. Dan gaat het in mijn hoofd tekeer. Dan ben ik al mijn vertrouwen kwijt.’

We kennen hem toch? Die man die met de borst vooruit voetballers als Bert van Marwijk en Ruud Gullit ontdekte en hen overtuigde van hun talent. Die met opgeheven hoofd voor tal van microfoons en camera’s de waarheid durfde te vertellen. Die zelfverzekerd voor op z’n minst 200 mensen lezingen gaf over zelfvertrouwen.

‘Ik kwam over als een grootheid’, zo kijkt hij terug. ‘Ik kon moppen vertellen en bracht de sfeer erin. Iedereen luisterde naar mij, als performer en als coach. Iedereen behalve Louis van Gaal dan, als speler, hij begreep mijn grappen niet. Maar ja, Louis is een en al wantrouwen. Ach laat maar, Louis doet het nu toch goed! Ik had altijd macht over de mensen en de situatie. Maar als golfer verdwijnt mijn macht, mijn vertrouwen. Ik weet alles over golf, ik lees elk boek over golf, weet alles van theorie, ik kijk alle golfwedstrijden op televisie. Ik heb voor 80.000 toeschouwers gevoetbald en gecoacht, maar zodra ik in mijn eentje een bal moet slaan is mijn vertrouwen weg.’

barry_hughes_derby
Noodgedwongen ging Hughes golfen. Hij voetbalde bij West Bromwich Albion. Zijn trainer Vic Buckingham (later Ajax) wilde dat alle spelers ’s maandags ter ontspanning gingen golfen – een typisch gebruik bij Britse voetbalclubs. Wie niet wilde golfen, diende het materiaal (tassen met de golfclubs) te dragen. Nou, dat wilde Barry niet. Zeker geen caddy. Dan maar golfen. Maar van harte ging het nooit. ‘Ik vond het een smerige sport. Niemand zegt wat als je slecht slaat. En als iemand wat zegt, dan antwoord je met: houd je smoel. It’s makes you crazy, die betweters.’

Jaren later, na een periode als speler bij Blauw-Wit (Amsterdam), merkte hij dat voetbal voor hem een obsessie was geworden. Hij was coach van Haarlem en zag in dat hij dag en nacht met voetbal bezig was. Ten einde raad ging Hughes op advies van zijn vrouw (tv-omroepster Elles Berger) op consult bij zijn huisarts. Ga eens iets doen ter ontspanning, schilderen, vissen of iets anders. Aldus de arts. Hughes ging eerst vissen. Totdat zijn hond de vishaak achterna sprong en later ook nog eens zijn brood, het lokaas, opvrat. Hoezo ontspanning? Dan maar golfen, op maandag, de dag na de wedstrijd, zoals Vic Buckingham hem had proberen bij te brengen.

Het jaar van de openbaring: 1976. Hughes meldde zich op de Kennemer in Zandvoort. De ballotagecommissie vroeg zich nog af of zo’n luidruchtige, bekende Nederlander wel toegelaten moest worden. Maar na samenspraak met de voorzitter wist Hughes dat hij zich als lid in alle bescheidenheid diende op te stellen. Dan kwam het wel goed. ‘Speel om te ontspannen, meneer Hughes. Verder niets. Het was een wijze raad. Ik mocht gewoon mezelf zijn. Niet die voetbalcoach die iedereen kent, waar iedereen op afkomt en die mogelijk anderen in de schaduw zet.’

Elke maandag speelde hij jarenlang met ‘de Chinees Pieter Howe’. (Hughes spreekt het uit als Howie, op z’n Chinees). Toen was er eindelijk plaats voor ontspanning en afleiding. ‘Howe wist niks van voetbal, hij wist niet eens wie ik was. Hij sloeg en ik dacht: man, wat kan die man golfen. Goodmorning Bally, thank you Bally. Ik kwam tot rust, ik dacht niet meer aan voetbal. Ik dacht aan een andere wereld. Golf, fuck, ik moet die bal slaan én goed. Een andere keer kijk je om je heen en zie je de omgeving, de natuur, de vogels en de bomen. Weg voetbal. Ik ben in Schotland geweest, op St. Andrews en op vele andere banen. Daar vind ik nou rust, afleiding en ontspanning. Ver weg van de klote voetbalwereld. Natuurlijk is voetbal mijn sport, maar het zou zo mooi zijn als anderen golf leren waarderen.’

Hij verwijst naar zijn vader, een verwoed golfer. Over hoe gek mensen kunnen doen om een perfect golfer te kunnen zijn. Dat hoofd dat stil moet staan, de blik gericht op de bal blijven houden bij het slaan. ‘Hij had een truc. Hij maakte iets vast aan zijn shirt met een draadje naar een balletje in zijn mond. Dus zodra hij bij het slaan zijn hoofd bewoog, voelde hij het balletje in zijn mond. Au, fuck. Weer mijn hoofd bewogen.’ Barry doet het voor. Het klinkt als een mop. ‘Maar pas op: niet lachen’, priemt hij vermanend zijn wijsvinger op mij. ‘Zo serieus is golf.’

Barry Hughes zoekt naar excuses. ‘Veertig jaar geleden had ik nog handicap 16, maar nu…’ Waarom heeft hij nooit geleerd goed te golfen? Hij zag jonge voetballers met talent. Hij zag zijn dochter en later zijn kleinkinderen een stok pakken en zomaar een bal wegslaan. En goed ook. Hij wordt oud, dus zal het nooit meer goed komen. Hij begint over zijn lijf, ruim 77 jaar oud inmiddels, vanzelfsprekend aan slijtage onderhevig, en over andere afnemende kwaliteiten. De verhalen rijgen zich aaneen, over voorspoed en tegenspoed.

Maar dan: ‘Golf is vooral accepteren wat je kunt en niet meer kunt. Op de golfbaan ben je echt je zelf. Daar ben je niet die grappenmaker, die man die de wereld eens even vertelt hoe het zit. Mijn Chinees Howe had geloof ik vijf restaurants, versloeg op de golfbaan iedereen die hem uitdaagde en vertrok met een handdruk. Zonder euforie, zonder emotie. Dat heb ik van hem willen leren. Maar toch, jongen je kent me, het lukt me niet. Acceptatie, daar ben ik nou mee bezig. Dit kan ik, dit kan ik niet meer.’

Zo nemen we afscheid. De man met de onafscheidelijke pet die de wereld in zijn greep leek te hebben door zijn bravoure en humor, verdwijnt, stapt in zijn sportauto en zwaait. Sinds 1976 is hij lid van de Kennemer, nog altijd een leerling. Het leven boeit hem. Golfen lijkt hem daarbij te helpen.
——————————————————————————————-
Barry Hughes (1937) is sinds 1976 lid van de Kennemer in Zandvoort. Hij leerde golf als voetballer van West Bromwich Albiom. Hij voetbalde in Nederland bij Blauw-Wit Amsterdam. Daar leerde hij zijn latere echtgenote stadionomroepster en later VARA-presentatrice Elles Berger kennen. Hughes was na zijn spelersloopbaan coach van Alkmaar ’54, Haarlem, Go Ahead Eagles, Sparta, FC Utrecht, Volendam, MVV en andere clubs. Ook bracht hij plaatjes uit met carnavaleske hits. Hughes geldt als de ontdekker van onder meer de voetballers Bert van Marwijk en Ruud Gullit.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine 6 2015 in de serie ‘Mijn nieuwe sport’. Eerder verschenen in deze serie Femke Dekker (ex-roeister), Robert Eenhoorn (ex-honkballer), Kristie Boogert (ex-tennisster), Kenneth Perez (ex-voetballer) en Gijs van Lennep (ex-autocoureur)

Gijs van Lennep, autocoureur die op de golfbaan bang is

11 jul

Raar om voormalig autocoureur Gijs van Lennep te horen praten over angst. Bang? Die man die met duizelingwekkende snelheden zelfverzekerd bochten nam, is soms bang voor de bal. ,,Als ik op de tee-box sta, durf ik de bal niet te slaan. Ik durf niet. Doe ik het wel goed? Sta ik wel goed, is mijn grip goed, mijn schouders, mijn heupen? Ik ben een Pietje Precies. Ik wil het te goed doen.’

gijs van lennep
Hij heeft aanleg. Hij heeft balgevoel. Dat had hij al als honkballer en tennisser, vijftig jaar geleden. Hij heeft een goede oog-hand-coördinatie. Dat weet Van Lennep sinds hij bijna veertig jaar geleden met golfen begon. Maar: ‘Ik kan mezelf niet inhouden, ik moet zo snel mogelijk naar de bal. Ik kan mezelf niet dwingen tot rust. Timing en ritme, daar gaat het om. Maar hoe leer ik mezelf dat aan?’

Dus gaat hij ten einde raad een set nieuwe clubs aanschaffen. Na tien jaar mag dat wel eens. Wie weet zit daar het verschil. En dan ook een analyse met de Trackman. ‘Ik weet het: gedoseerd slaan, accelereren, door de bal heen. En ik weet toch wat doseren is. Racen is ook doseren, veel gas loslaten. Het zit tussen de oren. Daarom is golfen een van de zwaarste sporten. Loslaten en focussen. Ik kijk alle golftoernooien op televisie, ik zie topjongens worstelen, terugvallen en terugkeren. Altijd maar sleutelen aan je techniek, je beheersing en je ritme.’

Van Lennep is sportgek. Hij deed naast racen aan biljarten, honkbal, kleiduiven schieten en sinds hij bijna veertig jaar geleden op de 9-holesbaan op het autocircuit van Le Mans voor het eerst een golfclub hanteerde aan golf. En in al deze sporten ziet hij overeenkomsten: door de bal heen, met de kleiduif meegaan, accelereren, goed kijken en doen. ‘Pas op’, voegt hij er aan toe, ‘racen is geen waaghalzerij. Het is doseren, kijken en vooral zorgen dat je in een perfecte conditie verkeert, zowel mentaal als lichamelijk. Krachttraining, vooral om je nekspieren sterk te maken. Cardio, omdat je heel lang met een verhoogde hartslag moet racen – je hebt de conditie van een marathonloper nodig. En op je gewicht letten – altijd, nog steeds 65 kilo. Ik voel me geweldig en toch al 73 jaar.’

Nadat hij in 1976, het jaar waarin hij voor de tweede keer de 24-Uurs race van Le Mans won, ter ontspanning voorafgaande aan de wedstrijd werd uitgenodigd eens mee te gaan golfen, is de passie voor golf alleen maar gegroeid. In 1977 nam hij zijn eerste les op Spaarnwoude, bij de legendarische Joop Landman. Hij werd in 1978 lid op de Kennemer en had binnen drie jaar handicap 9. Nu is hij sinds jaren lid van de Hilversumsche. Vraag hem vooral waarom hij nu nog ‘maar’ handicap 17.3 heeft, want dan raak je hem in zijn sporthart. ‘Ik ben niet minder gaan spelen, ik ben gewoon te veel bezig met beter worden.’

De uitdaging is altijd zijn kracht geweest. Winnen, willen winnen. In matchplay is hij in zijn element: een directe tegenstander. Of, zoals hij memoreert: ‘Ik stond een keer op de achttiende op de Hilversumsche, het terras zat vol. Of ze nu wisten wie daar stond te spelen, deed er niet toe. Waarschijnlijk keek dus helemaal niemand. Maar ík moest laten zien dat ik iets bijzonders ging doen. Toen was er die focus, die beheersing, dat hoofd wat in balans is. Heerlijk om dan een goede bal te slaan. Een publieksspeler? Ja.’

Gijs van Lennep geeft al jaren rijvaardigheidstrainingen. Leren hoe je een auto kunt beheersen. Een worden met de auto, gevoel ontwikkelen en weten wanneer en hoe je met de auto kunt méégaan. Hij ziet waar mensen in de fout gaan. Zoals hij ziet waar topgolfers als Joost Luiten en topcoureurs als Max Verstappen en Giedo van de Garde zich vergalopperen. Te snel, te laat, te gretig, te wild. En dan anderen, de club of de motor de schuld geven. ,Ik herken het meteen. Ik heb een sterk geheugen, ik sla alles op, ik weet waar ik dit of dat gedaan heb. Ik herken gezichten, ik herken ze aan hun stijl – waar heb ik jou eerder gezien? Ik weet hoe het moet, maar lukt het me niet perfect te zijn. Herken je dat?’

Hij is van nature linkshandig, schrijft met links. Maar hij speelt als een rechtshandige. ‘Mijn leading hand is de sterkste.’ Maar dat stuur dan, in hoeverre vertoont die grip overeenkomsten met die van de golfgrip? Nou ja, dat stuur heeft hij strakker in de hand dan de golfclub. Hij weet het allemaal wel. Zo perfectionistisch als hij is. Het tekent zijn winnaarsmentaliteit.

Kom op Gijs, geniet nou eens van het leven en het spel. Sport, of beter competitie, gaat toch niet je leven beheersen? Nou, dan is Gijs van Lennep toch anders. Dat is nu juist wat hem levend houdt. Morgen gaat hij voor een lezing over autoracen of over zichzelf als racer weer het land in. Overmorgen gaat hij op verzoek van de autofabrikanten die hem door de jaren heen hebben gesteund, weer naar Duitsland, België, Italië, Engeland of Frankrijk. Hij gaat het goed doen, dat heeft hij zichzelf voorgenomen. Hij is niet voor niks gekozen tot de beste Nederlandse autocoureur van de twintigste eeuw.

Hij neemt alweer een koekje bij de koffie, maar haast zich te melden dat zijn gewicht nog altijd op peil is. Een paar wijntjes kunnen geen kwaad, laat staan wat koekjes. Weet je wat het probleem is? ‘Ik moet zo snel mogelijk door die bocht. Maar ik moet altijd beseffen dat het een kwestie van doseren is, op tijd gas loslaten, doorgaan en laten doorgaan. Geen angst, geen paniek, het komt goed als je gewoon je techniek volgt. Maar dat is het nou, dat hoofd doet dingen met mij die ik niet wil. Ik ben bang. Ben jij bang geweest? Dan weet je dat alles aan het wankelen wordt gebracht. Ik zou het moeten weten, want ik heb veel angsten doorstaan, racen doet wat met je. Weet je trouwens dat ik niets meer weet van de races waar ik ben uitgevallen? Vreemd hé. Ik kan me goed herstellen. Niet denken aan de slagen die fout waren.’

En toch nog bang voor de bal? Gijs van Lennep heeft het nodig. Zonder angst geen uitdaging. Zonder angst geen perfectionisme. Het typeert de echte sportman.
—————————————————————————————————-
Gijs van Lennep (Aerdenhout, 16 maart 1942) is een voormalig autocoureur. Hij reed vier jaar mee in de Formule 1. In 1971 won hij (samen met de Duitser Helmut Marko) voor de eerste maal de 24 uur van Le Mans. In 1976 won hij (samen met de Belg Jacky Ickx) voor de tweede maal Le Mans. In 1999 werd hij door een Nederlandse vakjury uitgeroepen tot ‘beste Nederlandse autocoureur van de eeuw’. Hij golft sinds 1977 en is lid van de Hilversumsche.

Dit artikel is gepubliceerd in GolfersMagazine nr.5 2015

Oud-voetballer Kenneth Perez golft nu: ‘Die slag, dat ben jij’

14 jun

Vrijwel dagelijks staat Kenneth Perez op de golfbaan. Hij kan het niet laten. Hij wil een golfclub in zijn handen voelen. Hij wil ballen slaan. Zo goed mogelijk, elke keer weer, zoveel mogelijk. ‘Als je de bal goed slaat, hem raakt op de sweetspot, dat gevoel, dat geluid, daar doe je het voor. Dat is de uitdaging. Ik ben gewoon verslaafd. Maar ik wil er niet vanaf. Het is geen ziekte, geen afwijking. Het is gewoon heerlijk, altijd.’

We kennen de Deen met Spaanse wortels als de elegante voetballer die bij MVV, AZ, Ajax, PSV en FC Twente speelde. Vooral de mooie bewegingen, de sierlijke tred en fraaie traptechniek. Van een fijnbesnaarde voetballer verwacht je dat hij ook goed kan golfen. Een gevoelige swing past bij hem.

Hij golft pas sinds augustus 2010. Voorheen kende hij de sport waar hij nu verslaafd aan zegt te zijn, alleen van vrijblijvende clinics met andere voetballers en voetbaltrainers en van de verhalen van Deense vrienden die hem voortdurend wezen op het verslavende genot van golf.

Een jaar of vijf geleden moest het er dan maar eens van komen. Samen met zijn vriend en oud-profvoetballer Olaf Lindenberg besloot hij op één dag zijn GVB te halen. Dat lukte. Toen was hij verkocht. Hij was zojuist nationaal kampioen geworden met FC Twente en had besloten met profvoetbal te stoppen. Golf kreeg hem in zijn greep en zou hem stevig vasthouden – misschien wel meer dan voetbal met hem had gedaan.

Golfen deed hij liever niet tijdens zijn voetballoopbaan.‘Ik had al mijn energie nodig voor het voetbal. Ik ging ook nooit op skivakantie. Te riskant voor een voetballer, vond ik.’ Hij beleeft golf als te tijdrovend om naast een andere sport of beroep te doen. Hij kan niet even gaan golfen, als ontspanning. Hij moet al zijn aandacht aan het spel geven. Focussen, elke keer weer. Slag voor slag. ‘Daarom moet ik regelmatig spelen. Het is een never ending story. Als je goed speelt, ga je door. Als je slecht speelt ook. Want dan wil je het weer beter doen. Het houdt nooit op.’

kenneth perez
Perez zit met zijn rug naar de golfbaan, Goyer (bij Hilversum), zijn thuisbaan waar hij in het eerste team speelt. Als hij iets wil uitleggen kijkt hij naar buiten en wijst, want daar gebeurt het allemaal. Hij speelt weleens samen met Arnold Bruggink, oud-profvoetballer en collega-analist bij FOX Sports. Verliezen mag dan niet. Winnen, daar gaat het dan om. ‘Vertier moet ook een beetje pijn doen. Ik begrijp niet dat mensen zeggen: ik heb zó slecht gespeeld, maar het was wel lekker weer. Kom op, zeg. Niet dat ik dagenlang ziek kan zijn van verliezen. Maar het doet wel pijn. En ik kan echt gek worden als het niet gaat. Ik heb wat stokken kapotgeslagen. Bij voetballen kon ik echt dagenlang ziek zijn van een nederlaag. Voetballen was mijn leven, mijn beroep ook. Nu is mijn gezin, mijn vrouw en kinderen, mijn leven.’

Voetbal, hoe bezeten hij ook was en hoe gedreven hij ook oefende – vooral op vrije trappen – nerveus werd hij niet zo gauw. ‘Ik wist dat ik het kon, ik wist dat ik een bepaald niveau haalde. Natuurlijk kon ik me mateloos ergeren en sloegen in een wedstrijd de stoppen weleens door. Maar als het niet liep, besefte ik dat het een slechte dag was en dat het volgende week weer beter kon gaan. Bij golfen word ik er voortdurend aan herinnerd dat ik het niet goed kan. Weer fout, weer slecht, weer mis. Zomaar, soms de swing, soms de grip, dan weer een verkeerde inschatting, dan weer een zuchtje wind, dan weer een vogel of een vlieg waardoor je even wordt afgeleid. Het is écht een mental game. Ik kan me niet voorstellen dat er een moeilijker sport is. Noem tennis: als je service niet loopt, heb je een tweede service. Bij golf gaat het om die ene slag. Als het niet goed is, wat dan? Ja, een herstelslag. Nou, probeer dat maar eens.’

Kenneth heeft weleens met Deense topspelers gegolfd. Dan viel hij van de ene verbazing in de andere. ‘Dat is zo ver van mijn niveau, terwijl ik toch al handicap 3.7 heb. Hoe die mannen na een volkomen mislukte slag met een herstelslag meteen terugkomen op de fairway of zelfs op de green. Dan geniet ik echt. Dat wil ook. Het leuke van golf vind ik ook dat je altijd wel één hole van een echte topper kunt winnen. Dan kan bij tennis niet. Bij een speler die zoveel beter tennist ben je gewoon altijd kansloos.’

Golf is nooit saai, geen moment. Vindt Kenneth Perez. ‘Daarom zie je mij zelden op een driving range. Ik oefen eigenlijk nooit. Zo verschrikkelijk saai. Spelen wil ik, zoveel mogelijk, liefst elke dag. Elke slag, elke putt, elke hole moet een uitdaging zijn. Winnen en scoren, hoe lager mijn handicap, hoe leuker het spel wordt.’

Sinds hij bijna vijf jaar geleden is gaan golfen, verbaast hij zich meer en meer over hoeveel mensen golfen. Dat had hij voorheen nooit durven denken. ‘Als je ergens op een feestje bent, is er altijd wel iemand die ook golft. Dat vind ik echt te gek. Allemaal mensen die veel en overal willen golfen.’ Mede daarom ontwierp hij met twee vrienden twee maanden geleden een speciale, gratis golf-app (Golf@ via golf-at.com), een golfnetwerk waar iedereen aan mee kan doen: golfers, golfclubs, golfprofessionals. Het ontmoetingsplatform telt al 4.000 leden. ‘Vorige zomer heb ik me er geregeld aan geërgerd: perfect golfweer, ruimte in mijn agenda, maar niemand om de golfbaan mee in te gaan. Met Golf@ spreek je veel makkelijker af voor een rondje met spelers van jouw niveau.’

Voordat Kenneth zich nog even ter voorbereiding op de kampioenswedstrijd van komende zondag op de putting green begeeft – ja, zowaar, hij gaat oefenen – wil hij een belangrijk facet aan zijn ervaringen toevoegen. ‘Golf doe je helemaal zelf, niemand kan je spel beïnvloeden. Toch noem ik het een excuus-sport. Altijd hoor je mensen zeggen dat een mislukte slag of putt niet aan hen lag. Raar hé? Je kunt, mág, een ander gewoon niet de schuld geven. Je doet het helemaal zelf. En dat ken ik bij geen enkele andere sport. Daarom is golf ook zo confronterend. Die slag, dat ben jij.’
——————————————————————————————————-
Kenneth Perez (40) is een Deense oud-beroepsvoetballer. Hij begon bij FC Kopenhagen. In 1997 werd hij door MVV Maastricht ingelijfd. Vervolgens speelde hij voor AZ, Ajax, PSV, weer voor Ajax en ten slotte voor FC Twente. In 2007 won hij met PSV de nationale beker. In 2010 werd hij met de Enschedese club kampioen van Nederland. Perez speelde 24 maal in het Deense nationale elftal. Tegenwoordig is hij voetbalanalist bij FOX Sports Eredivisie en FOX Sports international, en is hij soms te gast als analist bij Studio Voetbal. Hij golft in het eerste team van Goyer.

Dit interview is gepubliceerd is GolfersMagazine 4/2015

Tennisster Kristie Boogert golft nu: Ik mis de adrenaline

7 mei

kristie_boogert_-_tennis_1_20140410_1144134049
Ze is gaan staan in de hoop het verschil in lichaamsbeweging tussen de tennisslag en de golfswing duidelijk te kunnen maken. Voormalig tenniskampioene Kristie Boogert zwaait met haar armen van rechts naar links en toont de verschillen in rotaties van haar romp. Het is duidelijk, er is verschil. Ze lijken op elkaar. Maar toch is het anders. Dat heeft Kristie sinds ze na haar tennisloopbaan met golfen begon, moeten ervaren.

,,Als je ruim twintig jaar gewend bent je bovenlichaam met de slag mee te laten draaien, dan kost het heel veel oefening om het met golf anders te doen.’’ Ze komt er mee weg, zegt ze. Het is waarschijnlijk haar balgevoel, weten hoe je een bal slaat, haar talent. Om de golfswing beter te beheersen zou ze meer op de drivingrange moeten staan, zoals haar eerste clubpro destijds al adviseerde. Oefenen en slijpen. Zoals vroeger met tennissen: altijd slijpen. Niet meteen de baan in. Want voordat je het weet leer je jezelf dingen aan die je dan weer moet afleren.

,,Een goede golfer ziet waarschijnlijk meteen dat ik eigenlijk een tennisser ben. Die swing, die zwaai van achter naar voren, naar de bal, de romprotatie.’’ Om het goed te doen, moet ze eenvoudigweg terug naar nul. ,,Mensen die geen sportachtergrond hebben en met golf beginnen, hoeven niet terug. Die beginnen met de basistechniek. Ze leren de swing. Maar ik moet eerst de tennisspecifieke details afleren. Het is geen verontschuldiging. En hoeft ook geen handicap te zijn. Tennis is blijkbaar toch anders dan golf, hoeveel ze ogenschijnlijk op elkaar lijken.’’

Het is aangenaam luisteren naar een vrouw die gefascineerd is door de sport. Hoe ze probeert over te brengen wat ze beleeft, wat ze voelt, waar ze mee worstelt, hoe ze het beste uit haar sportbeoefening wil halen. ,,Tennis was altijd mijn passie. Maar toen was het over. Ik moest een operatie aan mijn rechter elleboog ondergaan en daaruit vloeide voort dat ik niet meer op hoog niveau kon tennissen. Dat was een klap. Ik was 29 jaar. Ik ging commerciële economie studeren en kon dat later combineren met tv-werk. Per toeval kwam ik in aanraking met golfen. Ik wilde meer kunnen dan alleen goed tennissen. Ik moest en wilde verder met andere dingen. En dat is goed gegaan, met alles wat ik nu doe. Ik geef verslag van tenniswedstrijden, ik kan mijn ervaring en inzicht overbrengen. En golfen is heerlijk en geeft me het gevoel dat ik sport, dat ik beweeg. Deed ik het maar meer.’’

Golfen is, los van het verschil in beweging van het lichaam, heel anders dan tennis. Ze mag dan voordeel putten uit haar door de jaren heen gegroeide mentale ervaring (niet na een mislukte slag de strijd opgeven, altijd in het moment blijven, altijd op je hartslag en ademhaling letten, focus). ,,Tennis is rennen, zweten, adrenaline. Golfen is rustig blijven, nooit rennen en zeker nooit zweten. Die adrenaline die ik had tijdens mijn tenniscarrière, mis ik eigenlijk nog het meest. Na het golfen kun je vermoeid zijn, maar dat is een soort landerigheid, moe van de concentratie, moe van het slenteren. Na het tennis sloeg je hart tien keer door. Opgefokt, dat vroeg naar meer inspanning en zweet. Zweet? Na het golfen. Nee, je bent moe van een andere inspanning, zoals voortdurende concentratie. Elke slag of swing, vraagt om focus.’’

Maar dat geldt toch ook voor tennis? Kristie zal het niet ontkennen. Bij een tennispartij word je geconfronteerd met een tegenstander, wat zij doet, hoe zij anticipeert, jou door lijkt te hebben en daarop inspeelt. Wat doe je dan? Hoe sla je dan? Het is haar fascinatie voor competitie. Ze zoekt naar een vergelijking en vindt dat in deelgenoot zijn van een team (Dames 1 van Golfclub Cromstrijen). ,,Dan ben je niet alleen met jezelf bezig, maar ook met wat de anderen van het team van je verwachten. Je wilt anderen niet teleurstellen. Je wilt jezelf niet ontmoedigen, maar ook anderen niet. De combinatie van individueel bezig zijn, maar toch ook deel uit kunnen maken van een team vind ik het leuke van golfcompetitie.’’

kristie
Ze vertelt over haar veerkracht en haar talent: als de bal bij tennis na een slag buiten de lijnen gaat, is de partij nog niet over. Altijd verschijnen nieuwe kansen, de tegenstander kan ook fouten maken, omdat ook hij mogelijk ook wel worstelt met dezelfde twijfels. Maar je kunt er beter niet op rekenen. Vooral op jezelf vertrouwen.

Visualiseren is belangrijk en kan ze bij golf gebruiken vanuit haar verleden. Je staat op de teebox en denkt aan die ene tennispartij op dat hele grote centre court. Je kijkt naar je handen, je voelt je armen, je lichaam, je voelt iets in je hoofd. En je denkt: toen ging het goed (of niet goed). Je moet tijdens het spelletje niet terugdenken wat er net is gebeurd. Ook niet te ver vooruit kijken naar het eventuele eindresultaat. Je moet in het ‘nu’ kunnen blijven. ,,Routines zijn daarvoor een belangrijke houvast en daar kun je vertrouwen uit halen.’’

Tja, haar handicap, nu 10.8. Moet dat nog omlaag? Ergens in haar hoofd wil ze dat wel en weet ze dat ze zich nog kan verbeteren. Ze kan het zo goed, golfen. Ze is zo goed in het spel met een bal. Die hand-oog-coördinatie blijkt ze te beheersen, vanaf ze toen nog een kind was.

Ze is gedreven. ,,Golf doet iets met mij. Rust, o jee. Wat is dat nou weer? Ik verlang nog vaak naar adrenaline. Uit niets iets te halen. Dat is wel lastig.’’
——————————————————————————————————-
Kristie Boogert (Oud-Beijerland, 1973) behoorde jarenlang tot Nederlands beste tennisspeelsters. Ze behaalde een zilveren medaille op de Olympische Spelen van 2000 in het dubbelspel, samen met Miriam Oremans. De zusjes Serena en Venus Williams bleken uiteindelijk sterker. Ze won drie titels op de WTA-tour. In het enkelspel was haar hoogste positie op de wereldranglijst 29e. Als gevolg van een elleboogblessure moest ze haar tennisloopbaan beëindigen. Nu is ze tenniscommentator bij Eurosport en Sport1.

Dit interview is gepubliceerd in de serie Mijn nieuwe sport in GolfersMagazine nr.3 2015

Robert Eenhoorn: ‘Je hoort niets als je moet slaan’

18 apr

En indrukwekkende gestalte loopt door de burelen van het AZ-stadion. De algemeen directeur van de Alkmaarse voetbalclub geeft een hand. Het is de stevige hand van een van Nederlands beste honkbalspelers aller tijden. De hand aan de arm waarmee Robert Eenhoorn ballen sloeg als speler van de Major League, bij de New York Yankees, de Anaheim Angels en de New York Mets.

Foto: AZ Foto: AZ

Met die hand en die arm heeft hij ook als golfspeler ballen geslagen. Toen hij nog honkbalde en coach was van Neptunus Rotterdam en het Nederlands team. Nu is de regelmaat waarmee hij golft aanzienlijk lager. ,,Geen tijd, te druk, als je wilt golfen ben je zo vier à vijf uur kwijt’’, zegt hij verontschuldigend. ,,Maar zodra het drukke leven voorbij is, ga ik zeker golfen. Samen met mijn vrouw, die ook speelt. Want dat is het mooie aan golfen, je kunt het samen doen. Samen naar mooie banen in het buitenland gaan. Buiten zijn en genieten.’’

Een honkballer die golft. Bewegingen die iets met elkaar gemeen zouden kunnen hebben. Eenhoorn doet aan de overkant van de tafel in zijn kantoor bij AZ iets met zijn armen, zoals voetballers dat met hun voeten en boksers met hun vuisten. Hij kijkt naar zijn beweging en voelt. ,,Ik weet wat releasen is, hoe je een slag inzet en afmaakt. Of het nu met een knuppel is of met een club. Hoe je een hoek creëert, je je lichaam gebruikt, hoe je staat, naar balans zoekt en je focust, de voorbereiding begint voordat je het slagperk betreedt, en de tijd neemt, kijkt en slaat.’’

Het is anders. Bij honkbal is ook kracht een belangrijke factor, bij golfen veel minder. ,,Bij honkbal sla je met een rond object, de knuppel, naar een rond object, de bal. Bij honkbal komt de bal op je af, met verraderlijke curves die je moeilijk kunt inschatten. Bij golf ligt de bal stil en sla je met een min of meer plat object. Maar sla je met golf een bal niet zuiver dan kan dat uiteindelijk tientallen meters schelen. Dat is bij honkbal minder riskant. Je zoekt een richting, je slaat over het hek of niet. Natuurlijk probeer je berekend te slaan, maar je moet altijd afwachten hoe de bal op je afkomt.’’

Focus, concentratie, afsluiten. Robert Eenhoorn weet er alles van, sinds hij in zijn puberteit ging honkballen bij Neptunus. Niet vergeten, asjeblieft, dat hij eerst bij Sparta voetbalde. ,,Of je nu op de teebox staat en je je concentreert, in de bubble, of in de slagzone, met al die duizenden mensen om je heen, zoals in de Major League. Je hoort niks, als je moet slaan. Tenminste dat heb ik geleerd. Als ik golf ken ik dat gevoel van honkbal. Hoe ik me ook voel, wat ik voor problemen en spanningen ik ook heb in mijn privé- en zakelijk leven, ik heb geleerd me af te sluiten. Door honkbal en dat ervaar ik ook bij golf.’’

Hij leerde golfen in de tijd dat hij bij Haarlem Nicols honkbalde. Een medespeler nam hem eens mee naar Spaarnewoude. En Eenhoorn merkte meteen dat golf hem ontspande: weg van de spanningen in het ‘normale’ leven en als honkballer van wie prestaties werden verwacht. ,,Natuurlijk is mijn valkuil dat ik altijd wil winnen. Dat heeft me ver gebracht in het leven, als sportman en als coach. Bij golf werkt dat anders. Dat is zo moeilijk. Op een ontspannen manier winnen? Hoe doe je dat? Het is toch ongelooflijk wat Joost Luiten presteert. Altijd maar trainen, elke dag, om beter te worden, om te winnen en toch ontspannen te blijven. Daar kunnen voetballers veel van leren.’’

Zijn Amerikaanse periode, vooral bij indrukwekkende clubs als de New York Yankees, heeft hem geschoold. Op zijn iPhone toont Eenhoorn het (huidige) intensieve wedstrijdschema van zijn oude club. Kijk: ,,Zowat elke dag spelen, af en toe twee dagen rust. Weet je wat dat is, 162 wedstrijden in 180 dagen? Dan ga je niet op een rustdag golfen om te ontspannen. Alleen in de winterperiode, als we in Florida zaten, gingen we golfen.’’

Los van het feit dat hij tijdens het wedstrijdseizoen geen tijd had om te golfen, was het niet raadzaam om iets anders te doen dan rusten. ,,Bovendien was golfen niet goed voor je honkbalslag. Je honkbalswing wordt toch aangetast. Werpers deden het wel, om los te laten. Profhonkbal vraagt discipline. Rust is rust. Wat je in je vrije tijd doet, moet je zelf weten. Maar als je in wedstrijden fouten maakt, vinden ze gauw de oorzaak. Hé, je bent toch niet gaan golfen op je rustdag?’’

Eens per jaar organiseert Robert Eenhoorn een golftoernooi, waarvan de opbrengst naar een goed doel gaat. Het is een uitvloeisel van het tragische lot dat hem, zijn vrouw en zijn familie ten deel viel. Ruim tien jaar geleden verloor hij een zoon, Ryan. Robert Eenhoorn, succesvol sporter en coach, vertelt het zakelijk, waarschijnlijk omdat het als algemeen directeur van hem wordt verlangd. ,,Weet je wat het is? Door sporten kun je je afsluiten van andere, belangrijkere dingen in je leven. Golf is daarom zo mooi. Als je niet goed speelt, ga je meteen denken: waarom? En dan kom je vaak uit bij de reden van je slechte spel en waarom je afwezig was. Sport doet je leren, golf misschien wel het meest. Ik mis het.’’
——————————————————————————————————

Robert Eenhoorn (47) is een voormalige tophonkballer en honkbalcoach. Hij honkbalde boor Neptunus Rotterdam. Haarlem Nicols, New York Yankees, Anaheim Angels, New York Mets en het Nederlands team, waarvoor hij 73 keer uitkwam en tweemaal aan de Olympische Spelen deelnam. Hij was korte stop. Eenhoorn was bondscoach en vervolgens technisch directeur van de honkbalbond. Sinds 1 oktober 2014 is hij algemeen directeur van voetbalclub AZ.

Dit artikel is gepubliceerd in de serie ‘Mijn nieuwe sport’ in GolfersMagazine 2015-nr.2

%d bloggers liken dit: