Tag Archives: Nijmegen

Heeft u last van yips? Wat is dat dan? En hoe kom je ervanaf?

29 Nov

tiger_yips

Zomaar een vraag op de golfbaan. Of ik nog weleens een artikel over golf schrijf. Ja, was mijn antwoord, over yips. Yips? De drie andere mannen in mijn flight keken elkaar aan. Hoe laag hun handicap ook was, ze hadden er nooit van gehoord laat staan last van gehad. Ja, de bal vloog weleens de baan uit, een korte putt werd zomaar gemist, een chip mislukte volledig en meer van die dingen die elke golfer overkomen. Maar dat zal wel met de grip, de stand of de swing te maken hebben – of gewoon met concentratie. De schouders ophalen en doorspelen: It’s all in the game. Of: dat is nu de charme van golf dan wel de ergernis.

Yips, zeg maar een spontane en onverklaarbare motorische uitval bij sporters, lijkt meer op een kleine, onschuldige aandoening. Het is sowieso maar sport. Toch: je zult maar aan de top staan, er een titel mee verspelen, je geld ermee moeten verdienen. En niet alleen in golf, in vrijwel alle sporten gaan spelers door de grond als het verschijnsel zich (en niet voor de eerste maal) voordoet. Tot tranen geroerd zijn ze. Er zijn zelfs sporters die er ten einde raad helemaal mee stoppen. Ook schrijvers en musici worden erdoor gehinderd.

Yips belemmeren niet alleen golfers. Om maar enkele varianten te noemen: honkbal (sasseritis), cricket (yips), darten (darteritis), biljarten (keuitis), schieten (flinching), boogschieten (target panic), hardlopen (runner’s dystonia), schaatsen (zwabbervoet), tennis (serving yips). En dan zijn er basketballers, voetballers, handballers en zo verder. Namen van golfers die er last van hadden en/of ervan zijn hersteld: Padraig Harrington, Keegan Bradley, Sergio Garcia, Ben Hogan, Tom Watson, Ernie Els, Bernhard Langer (vier keer, maar wel overwonnen), Sam Sneed, Hank Haney, Tiger Woods en Tommy Armour, de Schot die begin vorige eeuw triomfen (drie majors) vierde en zo’n vijftig jaar geleden de term yips voor het eerst beschreef in zijn boekje ‘ABC’s of Golf’.

ErikvanWensen1

Erik van Wensen (Foto Viviane Simone Vegter)

Yips zijn kleine, onwillekeurige schokken in de armen, die onder het golfen en vooral tijdens het putten optreden, waardoor de bal vaak volledig verkeerd geraakt wordt. Yips is een neurologisch fenomeen. Het is een taakspecifieke bewegingsstoornis, wat wil zeggen dat deze bewegingsstoornis zich alleen of vooral voordoet tijdens een specifieke taak, in dit geval tijdens putten bij golf. De neurologische classificatie van deze bewegingsstoornis is een focale, taakspecifieke dystonie. Zo lezen we op de website van Erik van Wensen, de Dutch Yips Study (https://www.dutchyipsstudy.nl/)

Van Wensen (neuroloog aan het Gelre Ziekenhuis in Apeldoorn, verwoed golfer [handicap 7] en gehinderd door yips) bestudeert al ruim vijf jaar nauwgezet het verschijnsel. De unieke combinatie neuroloog/golfer/yipper) heeft ertoe geleid dat hij zich fanatiek voorgenomen heeft (nu nog als hobby naast zijn werk) een methode te ontwikkelen om het ‘probleem’ op te lossen. Niet helemaal los daarvan telt mee dat zijn vader ook yips had. ,,Bij mijzelf ontdekte ik een jaar of vijftien geleden, op hole 1 van de Rosendaelsche, dat ik yips had. Opeens ging er een schok door mijn arm. Op een YouTube-filmpje is dat goed te zien. Het ziet er bijna overdreven uit. Op de begrafenis van mijn vader in 2009 heb ik in een toespraak beloofd dat ik die yips zou gaan oplossen.’’

Samen met collega-neuroloog en tevens specialist bewegingsstoornissen aan het Radboudumc in Nijmegen, Bart van de Warrenburg, ontwikkelde hij de 1e Dutch Yips Study, om mede aan de hand van een enquête onder alle leden van de Rosendaelsche Golfclub meer over het voorkomen van yips onder golfers te weten te komen. ,,Ieder lid kan zich aanmelden én de golfers die menen yips te hebben. Ik wil ze dan te zijner tijd filmen, want ik wil het graag, evenals een onafhankelijke neuroloog, nauwkeurig kunnen analyseren. Eigenlijk is het ook goed te zien. Het is meer dan choken, dat is wellicht de meest lichte vorm van yips. Het is ernstiger. Er ontstaat kortsluiting in je hersens, in de frontale cortex. Je kunt er van alles op verzinnen, maar vooralsnog is de juiste geneeswijze niet gevonden. Ik denk dat de kans dat ik het vind groter is dan van andere onderzoekers of wetenschappers, omdat ik zowel neuroloog, golfer als yipper ben.’’

Van Wensen heeft zich voorgenomen in de komende tien jaar elk jaar een van zijn Dutch Yips Studies af te ronden. Vooralsnog heeft hij als oplossing enkele opties: EMDR (eye movement desensitisation and reprocessing), een methode waarbij een psychiater of een psycholoog bewegingen van de ogen koppelt aan een bepaalde angst en die een andere lading geeft; cognitieve gedragstherapie, met hypnose; of injecties met botulinetoxine A. Maar dat moet allemaal nog goed onderzocht worden, weet Van Wensen.

Verschillende golfers vertelden hem dat ze van hun yips probeerden af te komen door gebruik van o.a. bètablokkers om de hartslag en bloeddruk te verlagen, door gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen. En zelfs acupunctuur is geprobeerd. Dat bleek niet goed te werken. Mogelijk kan hij via functionele MRI-scans in de frontale cortex het nodige vinden, maar dat is toekomst.

Inmiddels heeft hij vier golfers samen met psychiater Pieter-Jan Bogaard behandeld met EMDR. Hij is in hoopvolle afwachting van de resultaten die hij samen met zijn collega in 2019 hoopt te publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift. Los daarvan zijn er andere mogelijkheden, zoals verandering van de grip of een langere putter (voorbeelden van ervaren pro’s zijn vaak te zien). Maar zelfs dat leidt niet altijd tot de gewenste genezing. Van Wensen wil graag, indien gewenst, met teaching pro’s samen optrekken bij het verhelpen van het yips-probleem. Ook zij moeten het kunnen zien. Hij schat in dat 5 procent van de 400.000 golfers in Nederland last heeft van yips, dus 20.000.

Yips bij golf is als onderwerp vaak taboe. Zo schrijft Van Wensen samen met collega-neuroloog Van de Warrenburg in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Vooral topsporters hebben het er liever niet over, uit angst voor ‘besmetting’: ze zijn bang het zelf ook te krijgen met als gevolg daarvan verminderde prestaties. Maar als ze eenmaal zijn aangedaan, gaan ze uitvoerig op zoek naar oplossingen. Onder artsen is yips echter niet bekend en de behandelingsmethoden zijn nog beperkt.

Van Wensen vermoedt dat er meer aan de hand is dan stress. Verstijving of verkramping komen vanzelfsprekend voor. Ze hebben een functie, wellicht als een beschermend mechanisme. Mogelijk hebben negatieve ervaringen invloed en nestelen die zich in het geheugen cq brein. Genetische erfenis is eveneens goed mogelijk, zoals hij concludeert uit het feit dat ook zijn vader (maar ook in andere gevallen) yips kreeg.

Van Wensen (48) begon op zijn vijftiende met golfen. Vijftien later ervoer hij voor het eerst de hinderlijke schok in zijn rechter onderarm bij de lange putts op het moment van contact tussen bal en putter. Later kreeg hij ook dergelijke schokken bij korte putts en vervolgens ook bij zijn afslagen. Naarmate de wedstrijdspanning toenam, kreeg hij er meer last van. Door de druk van zijn arm af te halen en vrijwel alleen nog met links te putten kon hij de schokken nagenoeg volledig voorkomen.

Veel golfers hebben niet door dat ze yips hebben (nog los van het feit dat ze een beperkte techniek hebben of de techniek vergeten). Van Wensen refereert aan Jan Dorrestein, lang Nederlands meest prominente speler en nog altijd teaching pro op de Rosendaelsche. ,,Als hij niet de yips had gehad of ervan af was geholpen dan was hij een nog groter golfspeler geworden.’’

Van Wensen richt zich vooral op golfers, omdat hij zelf golft. Maar ook andere yips-lijders heeft hij leren kennen. Zoals een biljarter die hij heeft behandeld. En verder hoopt hij met zijn onderzoeken de circa 800 à 900 neurologen die Nederland telt, te bereiken. Maar ook huisartsen en sportartsen. Zoals zijn collega-neuroloog Cees Jansen van ziekenhuis De Gelderse Vallei in Ede, die zich vooral met de ‘focale taak-specifiek dystonieën’ onder musici bezighoudt: pianisten zoals in de 19e eeuw Robert Schumann, die plotseling controleverlies aan zijn rechterhand bij het piano spelen ontdekte. En blazers die niet meer konden blazen, de lippen sluiten zich niet meer op het mondstuk. ,,Wie weet wat we van elkaar kunnen leren.’’

Van Jansen, die een speciaal spreekuur heeft voor musici met vermoede neurologische klachten, vernam Van Wensen: perfectionisten zijn extra ontvankelijk voor dystonie – en dat zijn beroepsmusici vrijwel zonder uitzondering. Op functionele MRI-scans is, aldus Jansen, te zien dat bij mensen met dystonie de gebieden in de hersenschors die de activiteiten van de verschillende vingers aansturen, in elkaar overlopen. De ‘bedrading’ die de signalen van de vingers verwerkt, is als het ware verstrikt geraakt. Dat uit zich in onwillekeurige en ongewenste bewegingen: een vorm van spasticiteit. Sommige onderzoekers denken dat dystonie de natuurlijke grens van de vingervlugheid markeert.

erikvanwensen2

Erik van Wensen (Foto Viviane Simone Vegter)

Erik van Wensen gaat ambitieus door met zijn onderzoek. Niet alleen om een vaak nog onbewust probleem te helpen oplossen, maar ook om van zijn eigen yips af te komen. Maar pas als allerlaatste der yippers. Yips heeft veel mensen het plezier in hun sport en spel ontnomen en mogelijk veel carrières van talenten in de knop gebroken. Dat houdt hem doorlopend en serieus bezig.

Dit artikel is gepubliceerd in Golfers Magazine 8, oktober/november 2018

De Giro belooft meer dan de wielersport kan waarmaken

10 Mei

Is het leven in Italië ook zo mooi, zo zonnig en zo roze gekleurd? Je zou het je kunnen afvragen na wat zich sinds einde vorige week tot begin deze week in Gelderland heeft afgespeeld. Dit is dus de Ronde van Italië, de Giro d’Italia, de wielerronde die drie weken lang gehuld in een roze habijt door het mooiste land van Europa trekt. Dit is dus de karavaan met wielrenners, geëscorteerd door nauw betrokken volgers met vrolijke gezichten en uitbundig zwaaiende armen, die de komende weken door het beloofde wielerland trekt.

Daarom zitten de duizenden mensen die de afgelopen dagen in Gelderland naar de Giro hebben gekeken en naar de renners en hun volgers hebben geschreeuwd en gezwaaid, de komende weken natuurlijk elke dag voor hun televisie om maar niets van het vervolg te missen.

Nee. Ik vermoed dat de belangstelling met de dag drastisch afneemt en dat de Ronde van Italië uiteindelijk slechts door de echte wielerliefhebbers zal worden gevolgd. De Giro door het altijd prachtige en ditmaal wel erg zonnige Gelderse landschap was eigenlijk niet meer dan een toeristische attractie, met een vleugje sport: voorbijflitsende wielrenners. Aangezwengeld door de Italiaanse organisatie die zich al sinds 1909 beijvert om toerisme en sport (en commercie) aan elkaar te koppelen. In de afgelopen dagen volop gesteund door de Nederlandse media, voor wie geen poëtisch woord te veel was.

Foto: Cyclingweekly/Graham Watson

Foto: Cyclingweekly/Graham Watson

In oktober 2004 schreef ik in wielertijdschrift De Muur een lofzang op de Ronde van Italië:

‘Italië is het wielerparadijs, zeggen wielrenners. Waarom? Omdat ze er worden geëerd, verzorgd, gestreeld, vertroeteld en verwend als kroonprinsen. Ze voelen zich er een kampioen. Glimmende fietsen met geoliede mechanismen van vorstelijke makelij; oogstrelend de kleding en het schoeisel, alsof de modeontwerpers van Milaan zich hoogstpersoonlijk de wielersport hebben toegeëigend. Sport is uitstraling, sport is ijdelheid, sport is bedoeld om ego’s te strelen. Sport in Italië is narcisme. Het moet mooi zijn – daar gaat het om: ik ben een kampioen.’

‘Tussen Aosta en Agrigento is het goed toeven voor een sportman. Uitbundigheid mondt uit in creativiteitszin. Italianen willen hun kinderlijkheid niet verliezen. Ze willen zingen, dansen, huilen, eten, drinken, spelen en als het mag de liefde bedrijven tot de dood erop volgt en zich – als God het behaagt – nieuw leven zal aandienen. Luister naar hun volkslied, Il Canto degli Italiani, de muziek van Michele Novaro en de tekst van Goffredo, geschreven rond 1850: Fratelli d’Italia, broeders van Italië. Je wilt meezingen als je het hoort, je klimt naar de toppen van euforie. Je zou Italiaan willen zijn. De relativerenden, de nuchteren, de verstandigen onder ons weten dat er meer is dan La Dolce Vita, het zoete leven. Zij geven zich behoedzaam en godvrezend over aan de calvinistische klanken van het Wilhelmus en houden vast aan het idee dat het in Italië per definitie een godgeklaagde bende is.’

Mijn lyriek, die nog pagina’s lang aanhield, is geïnspireerd door de ervaringen die ik als wielerverslaggever opdeed in de jaren tachtig, de Tirreno-Adriatico, Milaan-Sanremo, de Ronde van Lombardije en viermaal de Giro. Het was vaak aangenaam toeven in Italië, nog los van het zalige eten en de zalige wijnen. Daarom wilde ik de taal machtig worden en ging ik op cursus Italiaans. Ik wilde Italië, de Italianen en de Italiaanse cultuur begrijpen. Ik wilde Italiaan zijn met de Italianen. Ik wilde met Francesco Moser spreken, met Giuseppe Saronni, met mijn ervaren Italiaanse collega’s Rino Negri, Dante Ronchi, die nog hadden verkeerd met Fausto Coppi en Gino Bartali (naast wie ik in het perscentrum van Siena nog mijn Giro-verslag schreef), met Gianfranco Josti en Angelo Zomegnan (later directeur van de Giro). En met Vincenzo Torriani, wijlen de directeur van de Giro.

Bartali en Guus

Naast Gino Bartali in het Palazzo Pubblico van Siena, in de Giro van 1986

De Giro, ja, zoals de karavaan wielrenners door de meest pittoreske stadjes, over historische pleinen en langs onvermoede, indrukwekkende landschappen trok. Op plaatsen finishte waar geen auto toegang had kunnen vinden. Zelfs de erbarmelijke weersomstandigheden, in de sneeuw rond de Passo di Gavia (met Erik Breukink en Johan van der Velde), de zware onweersbuien boven de Apennijnen en de brandende hitte in Sicilië, werden verwelkomd als geschenken die je niet mocht (kon) afslaan. Italiaanse collega’s, gekleed in fraai gestileerde kostuums, werden dottore genoemd. Zo mooi was het paradijs, dagen van genot regen zich aaneen. En altijd stond aan het einde van de dag op het erepodium een man in een roze trui, stralend en zwaaiend, gezoend door de mooiste bloemenmeisjes van de streek.

Foto: LaPresse/Franck Faugere

Foto: LaPresse/Franck Faugere

Zo zag het er de afgelopen dagen ook uit in Gelderland, in Apeldoorn, in Nijmegen, in Arnhem, op de Veluwe, in de Betuwe, in de Achterhoek, in mijn geboortedorp Bennekom – eindelijk maakten mijn vrienden van weleer kennis met wat ik jaren eerder in geuren en kleuren had proberen duidelijk te maken: wielrennen in Italië is een hemels evenement met engelen op een fiets.

Duizenden mensen waren er toegesneld in de hoop een glimp van de roze koers op te vangen. Van strijd waartoe sport toch is bedoeld, kregen ze niets mee. Alleen tijdens de proloog, een korte tijdrit in Apeldoorn, vielen zweetdruppels op de rennerslijven te bespeuren. Nota bene op die van de grote favoriet, de Nederlander Tom Dumoulin, die ook nog won en zich in de eerste roze trui mocht hijsen. Wie was er ook alweer tweede? En tijdens de twee massasprints in Nijmegen en Arnhem, gewonnen door een Duitser. Wie? Ja, Marcel Kittel. Een krachtige Duitser die in de roze leiderstrui Nederland verliet, op weg naar het verre Italië. Naar Catanzaro…. Waar ligt dat ook al weer? Nou, in het diepe zuiden van Italië.

Wielrennen is wachten. Wie de koers van nabij wil volgen, moet wachten. Wachten op dat ene moment, een handvol seconden, en dan zijn de renners alweer voorbij. Soms kun je een weggegooide lege bidon (of vroeger een petje) buit maken. Als het meezit kun je de voorbijrazende renners op de foto zetten. En als het heel erg meezit, kun je na afloop een selfie maken met naast je een of andere renner. Wanneer je van competitie houdt, van wielrennen, blijf je thuis aan de buis. Dan zie je alles!

Of de start van de Giro in Gelderland (en eerder in Amsterdam en Groningen, de Tour in Utrecht en de Ronde van Spanje in Assen) de populariteit van de wielersport zal verhogen, is de vraag. Als groot volksfeest en toeristische attractie zullen genoemde steden vast wel navolging krijgen. Maar of er meer Nederlanders (de jeugd in het bijzonder) op een racefiets zullen klimmen? De Posbank, nabij Dieren, waar de Gelderse Girorenner Maarten Tjallingii zich op ‘zijn berg’ de beste klimmer wilde en mocht tonen, zal vast wel heel even iets meer dan een bedevaartsoord worden van race-recreanten en profwielrenners in spe. Maar een bedevaartsoord is de Posbank al jaren, vanwege het naar Nederlandse maatstaven hoge stijgingspercentage.

De wielersport mag dan wel op zonnige en feestelijke dagen rond de Giro, de Tour en de Vuelta duizenden toeschouwers (een half miljoen) trekken. Financieel profijt heeft de wielersport er nauwelijks van. Van recettes, zoals met voetbal, is geen sprake. Iedereen kan langs de weg gaan staan en kijken. De sport en zeker de renners zijn afhankelijk van sponsoren en tv-rechten. Wat verdient een wielrenner? Wat kost een speciale racefiets? Wat kosten de trainingsstages? U weet toch waarom er zoveel reclameteksten op wielershirts staan? U weet toch waarom onbeduidende wielrenners op onbelangrijke momenten aanvallen? Gewoon, om in beeld te komen. Want op het kantoor van de sponsor telt een administrateur het aantal minuten dat zijn renners zich laten zien. Aandacht is reclame.

En zo is het Giro-peloton weer naar Italië getrokken. Het wielerparadijs waar het zo goed toeven is voor wielrenners en hun volgers. Waar de bevolking meer nood heeft aan volksfeesten met helden op een racefietsen dan hier. Maar ook in Italië is geen geld genoeg om beroepswielrenners goed te betalen. Ondanks de overal bloeiende en groeiende industrie van racefietsen en aanverwante dure materialen en kleding. De potentiële sponsors willen waar voor hun geld; reclame op televisie, zoveel mogelijk reportages over wielrennen. Anders geen financiële bijdrage. Voor niks gaat in Italië alleen de zon op.

De Giro belooft meer zon, vreugde en schoonheid dan de wielersport kan waarmaken. Straks als de echte bergen voor de wielen komen en de echte tijdritten moeten worden gereden, begint de echte wielersport. De afgelopen periode in Gelderland was slechts een feest in de aanloop naar de echte sport. Benieuwd wie er dan nog is geïnteresseerd in de Giro d’Italia.

Deze column is verkort gepubliceerd op http://www.sportenstrategie.nl

%d bloggers liken dit: