Tag Archives: FOX Sports

Hein de Kort: ‘Als golfers in mijn tekening hun frustratie herkennen is het goed’

14 Aug

Je moet wel zelf gegolft hebben om het intense gevoel van goed-of-fout-gedaan te kunnen uitbeelden. Hein de Kort (61), door vele bladen (zoals Golfers Magazine) een veelgevraagd cartoonist, kent die ervaringen maar al te goed. Al zo’n 25 jaar beleeft hij de emoties die iedere golfer – van Dustin Johnson en Jason Day tot Tiger Woods en Joost Luiten – heeft beleefd en nog beleeft.

Zie de strips van Hein en je herkent het golfgevoel. It’s a mental game, wordt vaak beweerd. Maar dat geldt voor bijna elke sport. Hoewel? Hein de Kort vertelt graag over zijn frustraties, niet alleen over mislukte slagen, chips en putts maar ook over stokken die niet voldoen, te kort of te lang zijn. Over grips, slechte greens, wind, diepe roughs, over altijd maar moeten lessen.

‘Want je wilt toch altijd beter worden, laat staan dat je wilt winnen en punten scoren, je handicap omlaag brengen. Tjonge, wat een gedoe!’ Het is alsof Hein zich wil verontschuldigen voor wat hij doet, tekent en uitbeeldt. Hij kijkt naar buiten, vanuit het café naar het drukbezochte Amsterdamse terras en probeert te relativeren. ‘Het is maar golf, een spelletje. Je slaat tegen een bal, maar dat lukt niet zoals je dat zou willen’, weet hij. ‘Golf? Waar heb je het over? Ik heb vroeger gevoetbald, totdat mijn knieën het begaven, eerst mijn ene knie op mijn achttiende, een paar jaar later op mijn 23ste, de andere. Dan kun je het niet meer, hoe graag je ook wilt. Je lichaam geeft aan dat je toch echt niet meer kunt sporten. En dan is er gelukkig nog golf.’

Op de velden van AMVJ in Amsterdam leerde hij een beetje golfen. Met die voetbal- en hockeyvelden waar lijnen, doelpalen en dug-outs  je kunnen afleiden van je focus. Er is geen dug-out, er is geen doel en er zijn geen doelpalen, er is alleen de bal en die moet naar de hole – daar heel ver weg. Dat weet hij intussen. Maar toch, doe het maar, zeker als beginneling.

hein de kort

Foto Ronald Speijer

Daar, op de voetbalvelden van AMVJ, begon Hein met golf. ‘De eerste slag met een driver – nota bene – was geweldig. Dan wil je nog een keer. Meer en nog meer! Het lukte. Hein zag het en voelde dat er meer te halen was. ‘Lessen, beter worden. Net als met mijn gitaar, altijd maar lessen om beter te worden. Dit te kunnen, zoals grootheden en de echte talenten. Ik moet gewoon les hebben en beter worden. Dat was het en dat is het nog steeds, een beetje.’

Hij was écht verslaafd, bekent Hein. Wie herkent dat niet? ‘Alles in mijn leven stemde ik af op golf. Ook mijn werk. Dan maar een dag niet tekenen en de grappenmaker uithangen. Vooral golfen en steeds beter willen golfen. Na AMVJ, bij Olympus, op Almere en weer Olympus, competitie spelen, golfreisjes naar Schotland en Spanje. Spelen om geld, om een fles wijn, en nog meer van die gekkigheid. Ik had zelfs een handicap van -6, nu weer -13,5. Tja, je wordt wat ouder, slaat minder ver, het lichaam draait niet meer zo soepel en de drive om te scoren wordt wat minder.’

Hij zou zomaar een handvol anekdotes kunnen vertellen, alleen om maar duidelijk te maken hoe hij golf gedurende 25 jaar heeft beleefd. Of gewoon om dit interview te spekken, want misschien vindt Hein dat hij iets te onverschillig over golf heeft gesproken – zo gretig leek hij namelijk ook weer niet bij de afspraak.

Zijn tekeningen en strips vertellen meer dan genoeg over zijn beleving op de golfbaan en daarna op het terras of aan de bar. Zoals het een kunstenaar betaamt. Losersgedrag, excuses, snoeven, rotzooien met de scorekaart. Alles wat golfers doen om hun spel te verheffen en hun (onsportieve) gedrag te verklaren, weet Hein de Kort in één tekening neer te zetten. Soms cynisch, meestal realistisch en zeker komisch. Kijk ernaar en je herkent de situatie.

Zoals die Schot die hij elke dag op een Schotse baan na een golfsessie in de bar tegenkwam en altijd dronken was. ‘What is more important than winning in golf.’ Tja, zeg het maar. ‘Ik heb tot mijn 23ste gevoetbald, tot mijn knieën het begaven. Dat ging ook om winnen. Maar golfen? Nooit gedacht, nog veel erger, eigenlijk,’

Hij was net geconfronteerd met de geneugten van golf, het spel, de spelers en de cultuur of hij bood zich aan als striptekenaar bij Jan Kees van der Velden, toenmalig hoofdredacteur van Golfjournaal. ‘Ik was in Schotland en maakte daar op de baan en daarbuiten dingen mee, die ik moest en zou uittekenen. Ik stuurde ze op. Maar Jan Kees vond ze te heftig… Zeg het maar. Ze zijn nooit gepubliceerd. Kennelijk zag hij wel wat in mijn tekeningen. Ik mocht tekeningen maken voor het Jeugdjournaal. Dat sprak me wel aan, de jeugd over golfen: geen tijd, ver buiten de stad of het dorp, saai. Daar kon ik wel wat mee. En later natuurlijk voor de serie De Glazen Bol en andere strips voor Golfers Magazine.’

Zijn golfwereld werd groter, vooral omdat hij het zelf deed en intens beleefde, als verliezer en af en toe als winnaar. Hij deed tekeningen voor Fox Sports, voetbal dus, maar merkte dat hij de affiniteit met voetbal was verloren omdat hij niet meer voetbalde. ‘O jee, die speler was allang vertrokken bij Manchester United, had ik niet bijgehouden omdat mij het nieuws niet meer boeide. Dat is toch anders als je zelf nog bezig bent. Ik volg niet alles op golfgebied, maar ik ken mensen en ik weet wat ze kunnen. Ik let erop. Ik kijk en weet dat ik het zo moet doen. Natuurlijk kan ik dat niet. Maar het is mijn kunst om dat uit te beelden in een tekening: kijk mij eens goed zijn – of juist niet.’

Als je met golfers praat, van welk allooi dan ook, gaat het vooral over gemiste kansen. Voetballers kunnen er ook wat van, of wielrenners. Die wedstrijden staan (onuitwisbaar) in hun geheugen gegrift. Hein de Kort kan alle ervaringen uitbeelden, in woord en tekening. ‘Het is bijzonder dat golfers urenlang na een rondje nog bezig zijn met wat ze is overkomen. Golfen een sociale bezigheid? Mooi, maar het is wel  de afleiding van het dagelijkse werk die in beslag neemt. Gelukkig dat er nog zoiets is als golf. Wat moet je anders, als het werk te veel van je in beslag neemt?’

Ach, werk. Hij doet wat hem wordt gevraagd en wat hem invalt – voor elk medium. Mogelijk zelfs naar wat hem raakt tijdens dit interview in een café waar mensen zoeken naar geluk en liefde – in welke vorm dan ook. Als na ons onderhoud Hein weer op avontuur gaat, vraag ik me af wat hij gaat doen. Tekenen en beschrijven wat wij hebben gedaan? Waarom dit gesprek? Of gewoon golfen om het leven te aanvaarden zoals het is.

Hein de Kort kan tevreden zijn met wat hij doet. Wat hij niet zegt, tekent hij. Ieder zijn manier om te leven. Hij doet wat hij kan en wil doen. Zie zijn tekeningen, strips en herken jezelf – of leer ervan. Hij herkent het: ‘Een goede slag per dag is het  mooiste wat kunt bereiken. Dat kun je, wees dus tevreden. Niet dus!’’

Of het KLM Open hem interesseert? Wanneer? O, half september. Ja, hij was  er twee keer. Zoals ieder golfer er graag is, gewoon van dichtbij zien hoe die toppers het doen. Het was in Hilversum. ‘Dan kijk je naar die toppers, hoe ver ze slaan en hoe. Dat kan ik ook, denk ik dan. Laat ik maar daar maar eens tekening over maken. Mijn wanhoop, mijn leven. Tekenen is een goede uitlaatklep. Als mensen, golfers dus, zich erin herkennen is het goed.’

Dit interview is gepubliceerd in Golfers Magazine 6, augustus 2018

De Klassieker, over trauma’s en andere (mooie) emoties

25 Okt

Opgezweept door alle verhalen, interviews en aankondigingen besloot ik me zondagmiddag mee te laten slepen door de sfeer in De Klassieker. Ik had die stemming in mijn beroepsmatige leven al vaak meegemaakt, met goede en slechte ervaringen. Spannend waren de wedstrijden voor mij altijd, of ze nu in De Kuip, De Meer, het Olympisch Stadion of in de Arena werden gespeeld. Ik was er altijd neutraal getuige van, want ik ben van Ajax noch Feyenoord supporter. Mijn kippenvel was anders dan van de supporters in het stadion, maar mijn zintuigen stonden wel degelijk open en trilden zodra mijn zenuwen geprikkeld werden.

foto-editie_vincent_mentzel_kleiner

Foto Vincent Mentzel

De Klassieker wordt het duel tussen Feyenoord en Ajax genoemd. Vooral omdat het een klassiek ‘gevecht’ tussen Rotterdam en Amsterdam is. Met klassieke voorbeschouwingen, klassieke interviews en klassieke stemmingmakerij. De Klassieker heeft wat betreft sfeer en beladenheid veel weg van een derby, een wedstrijd tussen rivalen uit dezelfde stad of dezelfde streek. Wedstrijden die geladen worden door de media, de supporters en de betrokken spelers en trainers.

Ik heb er veel meegemaakt, clubderby’s, in binnen- en buitenland, in kleine dorpen en grote steden. En altijd hing er een magische zindering in de lucht. Bij de Derby della Madonnina (Milan-Internazionale), bij Flu-Fla (Fluminense-Flamengo in Rio de Janeiro), El Clásico (Real Madrid-Barcelona), de Old Firm (Rangers-Celtic in Glasgow, afgelopen weekend nog gespeeld), Kitalar Arasi Derbi (Derby van de Continenten tussen Fenerbahce en Galatasaray in Istanbul) en de Ruhrpott- of Kohlenpottderby tussen Borussia Dortmund en Schalke. Wat had ik graag andere derby’s meegemaakt, zoals Al Ahly-Al Zamalek in Caïro, Boca Juniors-River Plate (El Superclasico) in Buenos Aires en FC Dundee-Dundee United (Ne’erday Dundee). Het spelpeil is nauwelijks van belang: het gaat om de sfeer.

Ik geef toe: de sfeer had niet altijd een gezonde uitwerking op mijn kwetsbare geestelijk gestel. Ik was gefascineerd, bloednerveus; diep van binnen was ik eigenlijk bang, al vanaf het stadion in zicht kwam. Zingende, schreeuwende en agressieve supporters. Duizenden mensen die honger en dorst hadden naar iets dat ze op gewone dagen niet kregen – en dat luidkeels lieten blijken. Vóór een van die Klassiekers werd mij (als verslaggever) buiten het stadion (De Kuip, De Meer, het Olympisch Stadion of de Arena) vaak op brute toon gevraagd door opgewonden (én al beschonken) supporters voor welke club ik was. Dat geen enkele club mijn voorkeur had, durfde ik niet te zeggen. Ik durfde eigenlijk niets te zeggen. Ik peilde eerst met welke supporters ik te maken had en mompelde dan de naam van de club voor wie zij duidelijk door het vuur gingen. Dan werd ik op mijn schouders geslagen en kreeg een slok bier aangeboden. Wat een uit angst geboren, huichelachtig compromis niet oplevert.

Bestuurders en trainers van de betreffende clubs waren meestal even opgewonden en riepen mij voor en vooral na de wedstrijd intimiderend ter verantwoording, omdat ik in hun ogen niet de ‘juiste’ partij koos. Zo heeft de voorzitter van een van die clubs me eens streng aangekeken en – op z’n zachtst gezegd – gemaand toch vooral bij mijzelf na te gaan waar ik mee bezig was. Anders zou het gevolgen kunnen hebben voor mijn status. Inderdaad, enige tijd later was ik niet welkom in een vliegtuig waarin de club met spelers, trainers, bestuurders, sponsors en andere verslaggevers naar een belangrijke buitenlandse uitwedstrijd reisde. De voorzitter van die andere club zond mij een brief met zeer dreigende taal. Hoe ver kun je gaan als verantwoordelijke van een grote voetbalclub?

Van supporters verwachtte ik dit soort gedrag, maar niet van bestuurders van naam en faam, ogenschijnlijk onkreukbare, chique heren. Had ik het dan zo bont gemaakt? Nee, hoor, ik was gewoon neutraal en liet me niet meeslepen door chauvinisme en ander supportersgedrag. Maar voetbal raakt diepe emoties, zo heb ik ervaren, zelfs bij achtenswaardige bestuurders.

Scheld- en dreigbrieven, later haatmails, heb ik in honderdvoud ontvangen na mijn verslagen van De Klassieker. Ik had de ‘juiste’ partij moeten kiezen. Hilarisch was een brief van een Rotterdamse advocaat (dat stond in het briefhoofd) die mij een stoeptegel van de Coolsingel naar mijn hoofd zou komen slingeren, als ik niet gauw zou stoppen met mijn (‘vijandige’) manier van verslaggeving. Het was allerminst een anonieme brief. Ik ben er nog mee naar mijn hoofdredactie gelopen. Antwoord: ‘Voetbal maakt mensen gek, dat weet je toch. Laat gaan!’

Mede daarom en daarop volgende nare ervaringen met gedrag in de voetbalwereld kom ik nooit meer in een voetbalstadion. De sfeer maakt mij bang en roept traumatische ervaringen op. Vandaar dat ik zondag ook niet naar De Kuip ben gegaan (als ik al een kaartje had kunnen bemachtigen). Ik bestelde bij Fox Sports één wedstrijd (bijna 8 euro), vroeg mijn zoon hoe ik dat moest instellen en nestelde me op de bank. Kom maar op, na al die opgewonden stukken in de kranten en op andere media, en al die voorbeschouwingen. Misschien zat er wel een column in. Over de historie van De Klassieker, het belang, de sfeer, de spanning, oogstrelende acties en prachtige doelpunten. Wat ik ben toch echt een liefhebber van voetbal.

Zoals ik schreef over een klassieker of een derby: het spelpeil is nauwelijks van belang. Het gaat om de spanning en de beladenheid, die zonder twijfel voor spelers en trainers (laat staan supporters in het stadion) voelbaar is. Je zult er maar staan, als speler, opgefokt door iedereen in je omgeving. Kun je dan nog een bal goed raken, vooral als je voor het doel staat en hem maar voor het inschieten hebt? Mis je, dan wek je de frustratie en woede van je hele omgeving. Scoor je, dan ben je een held, voor eeuwig een held omdat je in De Klassieker hebt gescoord en ‘dus’ hebt uitgeblonken. Dan staat de volgende dag je naam met foto in alle kranten, dan ben je een talent dat zonder twijfel nog een grote toekomst tegemoet gaat.

Zo verging het Kasper Dolberg, een Deense spits van Ajax die drie weken geleden 19 jaar is geworden. Eén doelpunt, even koelbloedig als magistraal – dat zeker. Maar meer bijzonders heb ik (althans zondag) nauwelijks van hem gezien. Toch stond een dag later in àlle kranten een eerbetoon aan het veronderstelde grote talent van Dolberg. ‘Grote toekomst’, ‘alweer een Deens talent’, ‘én zo verlegen’ en meer. Is dat wat een doelpunt in De Klassieker met je doet? Is dat waar voetbalhunkering over gaat? Opoortunistische heldenverering.

Ik was veel meer onder de indruk van een pass van zijn ploeggenoot Hakim Ziyech, kort nadat deze de doel treffende Dolberg al van een subtiele assist had voorzien. Maar die tweede pass!  Zo scherp, zo strak over het gras en effectvol remmend, zo achteloos met de buitenkant van zijn voet. Zo precies op maat was die pass voor de voeten van (weer) Dolberg, die er dit keer niets uithaalde. Ik schoot overeind vanuit mijn liggende positie en kraaide tegen mijn zoon: ‘Zag je dat? Wat een traptechniek!’ Zo zien we dat toch zelden meer in het Nederlandse voetbal? Ik trilde van emotie. ‘Totale gekte in de wreef’, schreef Hugo Camps zaterdag al in NRC Handelsblad over dit échte grote talent.

Mocht ik nog beroepshalve voetbal hebben gevolgd, dan zou ik alleen mijn belevingen met Ziyechs bewegingen en voetenwerk hebben beschreven. Vaak en heel lang werd de Marokkaan in bedwang gehouden en overtroefd door zijn landgenoot Karim El Ahmadi, maar even los van zijn horzel gaf hij een beslissende pass en daarna een nog mooiere (die niet in een doelpunt resulteerde). Dat is talent, dat is virtuositeit, dat is waar ik het liefst naar kijk als ik voetbal wil zien.

Dat heb ik toch maar meegekregen van de Klassieker in de Kuip. Ver van het gewoel en gejoel, ver van de hunkering en de agressie in het stadion, ver van door emoties overmande spelers, trainers en bestuurders, ver van hun clichématige reacties. Ik lag op de bank, in de hoop te kunnen genieten van een beladen wedstrijd en kreeg zowaar tranen in mijn ogen van die weliswaar sporadische maar oogstrelende acties van Ziyech. En ik hoefde als neutrale toeschouwer voor niemand bang te zijn. Dat verheugde me nog het meest.

Deze column is gepubliceerd op de website http://www.sportenstrategie.nl

Oud-voetballer Kenneth Perez golft nu: ‘Die slag, dat ben jij’

14 Jun

Vrijwel dagelijks staat Kenneth Perez op de golfbaan. Hij kan het niet laten. Hij wil een golfclub in zijn handen voelen. Hij wil ballen slaan. Zo goed mogelijk, elke keer weer, zoveel mogelijk. ‘Als je de bal goed slaat, hem raakt op de sweetspot, dat gevoel, dat geluid, daar doe je het voor. Dat is de uitdaging. Ik ben gewoon verslaafd. Maar ik wil er niet vanaf. Het is geen ziekte, geen afwijking. Het is gewoon heerlijk, altijd.’

We kennen de Deen met Spaanse wortels als de elegante voetballer die bij MVV, AZ, Ajax, PSV en FC Twente speelde. Vooral de mooie bewegingen, de sierlijke tred en fraaie traptechniek. Van een fijnbesnaarde voetballer verwacht je dat hij ook goed kan golfen. Een gevoelige swing past bij hem.

Hij golft pas sinds augustus 2010. Voorheen kende hij de sport waar hij nu verslaafd aan zegt te zijn, alleen van vrijblijvende clinics met andere voetballers en voetbaltrainers en van de verhalen van Deense vrienden die hem voortdurend wezen op het verslavende genot van golf.

Een jaar of vijf geleden moest het er dan maar eens van komen. Samen met zijn vriend en oud-profvoetballer Olaf Lindenberg besloot hij op één dag zijn GVB te halen. Dat lukte. Toen was hij verkocht. Hij was zojuist nationaal kampioen geworden met FC Twente en had besloten met profvoetbal te stoppen. Golf kreeg hem in zijn greep en zou hem stevig vasthouden – misschien wel meer dan voetbal met hem had gedaan.

Golfen deed hij liever niet tijdens zijn voetballoopbaan.‘Ik had al mijn energie nodig voor het voetbal. Ik ging ook nooit op skivakantie. Te riskant voor een voetballer, vond ik.’ Hij beleeft golf als te tijdrovend om naast een andere sport of beroep te doen. Hij kan niet even gaan golfen, als ontspanning. Hij moet al zijn aandacht aan het spel geven. Focussen, elke keer weer. Slag voor slag. ‘Daarom moet ik regelmatig spelen. Het is een never ending story. Als je goed speelt, ga je door. Als je slecht speelt ook. Want dan wil je het weer beter doen. Het houdt nooit op.’

kenneth perez
Perez zit met zijn rug naar de golfbaan, Goyer (bij Hilversum), zijn thuisbaan waar hij in het eerste team speelt. Als hij iets wil uitleggen kijkt hij naar buiten en wijst, want daar gebeurt het allemaal. Hij speelt weleens samen met Arnold Bruggink, oud-profvoetballer en collega-analist bij FOX Sports. Verliezen mag dan niet. Winnen, daar gaat het dan om. ‘Vertier moet ook een beetje pijn doen. Ik begrijp niet dat mensen zeggen: ik heb zó slecht gespeeld, maar het was wel lekker weer. Kom op, zeg. Niet dat ik dagenlang ziek kan zijn van verliezen. Maar het doet wel pijn. En ik kan echt gek worden als het niet gaat. Ik heb wat stokken kapotgeslagen. Bij voetballen kon ik echt dagenlang ziek zijn van een nederlaag. Voetballen was mijn leven, mijn beroep ook. Nu is mijn gezin, mijn vrouw en kinderen, mijn leven.’

Voetbal, hoe bezeten hij ook was en hoe gedreven hij ook oefende – vooral op vrije trappen – nerveus werd hij niet zo gauw. ‘Ik wist dat ik het kon, ik wist dat ik een bepaald niveau haalde. Natuurlijk kon ik me mateloos ergeren en sloegen in een wedstrijd de stoppen weleens door. Maar als het niet liep, besefte ik dat het een slechte dag was en dat het volgende week weer beter kon gaan. Bij golfen word ik er voortdurend aan herinnerd dat ik het niet goed kan. Weer fout, weer slecht, weer mis. Zomaar, soms de swing, soms de grip, dan weer een verkeerde inschatting, dan weer een zuchtje wind, dan weer een vogel of een vlieg waardoor je even wordt afgeleid. Het is écht een mental game. Ik kan me niet voorstellen dat er een moeilijker sport is. Noem tennis: als je service niet loopt, heb je een tweede service. Bij golf gaat het om die ene slag. Als het niet goed is, wat dan? Ja, een herstelslag. Nou, probeer dat maar eens.’

Kenneth heeft weleens met Deense topspelers gegolfd. Dan viel hij van de ene verbazing in de andere. ‘Dat is zo ver van mijn niveau, terwijl ik toch al handicap 3.7 heb. Hoe die mannen na een volkomen mislukte slag met een herstelslag meteen terugkomen op de fairway of zelfs op de green. Dan geniet ik echt. Dat wil ook. Het leuke van golf vind ik ook dat je altijd wel één hole van een echte topper kunt winnen. Dan kan bij tennis niet. Bij een speler die zoveel beter tennist ben je gewoon altijd kansloos.’

Golf is nooit saai, geen moment. Vindt Kenneth Perez. ‘Daarom zie je mij zelden op een driving range. Ik oefen eigenlijk nooit. Zo verschrikkelijk saai. Spelen wil ik, zoveel mogelijk, liefst elke dag. Elke slag, elke putt, elke hole moet een uitdaging zijn. Winnen en scoren, hoe lager mijn handicap, hoe leuker het spel wordt.’

Sinds hij bijna vijf jaar geleden is gaan golfen, verbaast hij zich meer en meer over hoeveel mensen golfen. Dat had hij voorheen nooit durven denken. ‘Als je ergens op een feestje bent, is er altijd wel iemand die ook golft. Dat vind ik echt te gek. Allemaal mensen die veel en overal willen golfen.’ Mede daarom ontwierp hij met twee vrienden twee maanden geleden een speciale, gratis golf-app (Golf@ via golf-at.com), een golfnetwerk waar iedereen aan mee kan doen: golfers, golfclubs, golfprofessionals. Het ontmoetingsplatform telt al 4.000 leden. ‘Vorige zomer heb ik me er geregeld aan geërgerd: perfect golfweer, ruimte in mijn agenda, maar niemand om de golfbaan mee in te gaan. Met Golf@ spreek je veel makkelijker af voor een rondje met spelers van jouw niveau.’

Voordat Kenneth zich nog even ter voorbereiding op de kampioenswedstrijd van komende zondag op de putting green begeeft – ja, zowaar, hij gaat oefenen – wil hij een belangrijk facet aan zijn ervaringen toevoegen. ‘Golf doe je helemaal zelf, niemand kan je spel beïnvloeden. Toch noem ik het een excuus-sport. Altijd hoor je mensen zeggen dat een mislukte slag of putt niet aan hen lag. Raar hé? Je kunt, mág, een ander gewoon niet de schuld geven. Je doet het helemaal zelf. En dat ken ik bij geen enkele andere sport. Daarom is golf ook zo confronterend. Die slag, dat ben jij.’
——————————————————————————————————-
Kenneth Perez (40) is een Deense oud-beroepsvoetballer. Hij begon bij FC Kopenhagen. In 1997 werd hij door MVV Maastricht ingelijfd. Vervolgens speelde hij voor AZ, Ajax, PSV, weer voor Ajax en ten slotte voor FC Twente. In 2007 won hij met PSV de nationale beker. In 2010 werd hij met de Enschedese club kampioen van Nederland. Perez speelde 24 maal in het Deense nationale elftal. Tegenwoordig is hij voetbalanalist bij FOX Sports Eredivisie en FOX Sports international, en is hij soms te gast als analist bij Studio Voetbal. Hij golft in het eerste team van Goyer.

Dit interview is gepubliceerd is GolfersMagazine 4/2015

%d bloggers liken dit: