Tag Archives: Dechen Chöling

Hoe vind ik mijn eigen weg – en niet die van anderen?

2 mei
Kersenbloesem

Een merel trippelt over het gras dat bezaaid ligt met fleurige kersenbloesem. Hij kijkt mij aan en lijkt zich af te vragen wat ik daar op die stoel doe. Na een minuut trippelt hij verder, de gevallen bloesemblaadjes die onlangs nog aan de boom vastzaten, omzeilend. Mogelijk is hij gerustgesteld omdat ik naar zijn idee niets kwaads in de zin heb. Hij laat mij met rust, geeft mij de gelegenheid te doen en te denken wat ik wil.

Het is een observatie die mij doet denken aan de reactie van een boeddhist op mijn vorige column Terug naar het echte gevoel, over mijn ervaringen in de dathün in Dechen Chöling. In de reactie werd ik gecomplimenteerd, maar werd mij er vervolgens wel op gewezen dat ik – in de waan dat alles wat ik deed en dacht goed én niet slecht was – niet de maatstaf zou worden voor mijn reactie op het gedrag van anderen. Pas op, zei hij, dat je wat anderen doen en denken niet afkeurt omdat jij hebt geleerd dat jouw gedrag goed is en niet slecht.

Mij wentelend in mijn toegenomen zelfvertrouwen, merkte ik dat het niet aan mij lag als anderen mij niet begrepen. Zij waren dom of zaten niet op mijn level. Ik hoefde niet te veranderen, zij moesten veranderen. Mijn smaak, mijn mening was heilig. Die moesten anderen maar overnemen. Dat anderen er anders over dachten, was dom en kortzichtig. Zo meende ik. Eigenlijk was dat al jaren zo: ik was de verstandigste, de heilige, et cetera.

Mogelijk dat ik me daarom zo vaak eenzaam heb gevoeld. Iedereen moest zijn zoals ik: zo denken, zo voelen en dezelfde smaak en mening hebben. Als een wereldverbeteraar: de wereld moest zijn zoals ik het wilde. Mijn mening, mijn smaak en gedachten deden ertoe. Die van anderen niet.

Een halve eeuw geleden zat ik tegenover mijn eerste psychotherapeut te klagen dat niemand (geen enkele vrouw) aan mijn favoriete beeld beantwoordde. Hoe hij of zij dan zijn moest, vroeg Yde (zoals hij heette). Nou, gewoon, zoals ik, antwoordde ik kort. Het begrip perfect noemde ik nog net niet. Want zo perfect als ik was vast en zeker niemand.

Yde

Op zijn begrafenis kwam ik zijn ex-vrouw tegen. Zij wist het, van mijn eisen, en vroeg: ‘Ben je gelukkig?’ Ik begreep wat zij bedoelde, en bekende: ‘Mmm, maar niet volmáákt gelukkig.’ Het was alsof ik duidelijk wilde maken dat ik met minder genoegen had genomen. Zij zei mij te begrijpen en voegde eraan toe: ‘Zo was Yde ook, hij verlangde naar het perfecte leven maar vond het niet. Daarom vond hij jou ook zo aandoenlijk en daarom wilde hij juist dat jij op zijn begrafenis was. Hij begreep jou echt. Uiteindelijk begreep hij ook waarom wij uit elkaar gingen.’

Yde was mijn beste leermeester. Toch wist hij mij er niet van te doordringen dat het leven van een mens eenzaam (alleen zijn) is en dat er altijd andere mensen, andere meningen, andere gevoelens en andere smaken bestaan.

Na een van de sessies zei Yde: ‘We moeten nu stoppen.’ ‘Maar’, antwoordde ik, ‘ik heb een uur lang niets gezegd’. ‘Nee’, zei Yde, ‘klopt. Het is goed, maak je geen zorgen. Zo doe jij dat nu eenmaal.’

Yde was in vele opzichten mijn leermeester. Hij vertelde over zijn experimenten met drugs – en met vrouwen. Dat was zijn zoektocht. Nooit vond hij wat hij zocht. Zoals ik. Tastend naar het onbestemde, wist een van mijn vrienden mij te typeren. Yde belde mij later weleens op, ik hem. En ik vroeg hem om raad als ik van werkgever wilde veranderen. Zijn advies was altijd: ‘Laat je niet door anderen gek maken. Doe wat je zelf wilt. Het is zo moeilijk jongen, ik weet het: jij bent jij, ik ben ik. Maar de keus is altijd aan jou.’

Yde stierf blind. Hij ging wandelen met mensen die hem de weg wezen. Het was niet zijn weg, het was een weg die anderen voor hem uitzochten. Vlak voor zijn dood, kreeg ik een (gedicteerd) briefje van hem: ‘Ik kan mijn weg niet meer vinden. Jij wel.’

Het boeddhisme helpt me op weg. Het pad dat zegt: elke weg is goed. Maar, zo besef ik steeds meer door te mediteren, die weg is alleen voor mij goed. Welke weg een ander kiest, is zijn weg. Op welk level hij of zij ook leeft, over welk intelligentieniveau hij ook beschikt, welk gevoel, smaak of opvoeding hij ook heeft ontwikkeld. Niemand is zoals ik. Als anderen schreeuwen en kwetsen om hun mening kracht bij te zetten, hoef ik dat niet te doen. Laat ze doen, denken wat ze willen. Wat ik wil is genoegen nemen met mijzelf.

Ik ben als die merel die over mijn met kersenbloesem bezaaide gras trippelt. Ook ik kijk even en wacht op het gevoel dat zodra het veilig is ik mijn eigen gang kan gaan. Ik probeer op mijn eigen manier (verlegen of mijzelf overschreeuwend) verder te trippelen. Een moeilijke weg, dat wel.

Terug naar het echte gevoel

13 apr
De grote vijver bij Dechen Chöling, gegraven in de vorm van een hart

Wat kunnen mensen veel te verwerken hebben wanneer zij onder ogen zien hoe zij in de loop van hun leven zijn gevormd. Hoe zij op de wereld kwamen, hoe hun ouders hen verwelkomden, hoe zij zijn opgevoed, hoe hun omgeving reageerde, hoe onderwijzers en onderwijzeressen, leraren en leraressen, geliefden, collega’s, chefs, vrienden en vriendinnen meenden hun verlangens te moeten uiten.

Al deze invloedrijke factoren kwamen voorbij tijdens mijn (halve) Dathün, een stilteretraite van twee weken in Dechen Chöling, het Europese Shambhala-boeddhistisch centrum in Frankrijk. Stil, zonder afleiding, zittend en wandelend mediteren, luisteren naar de leraar, yoga-oefeningen, geconcentreerd eten en drinken (geen alcohol), kringgesprekken, evaluatie-interviews, geen radio, geen televisie, geen niet-boeddhistische boeken, geen kranten of andere (sociale) media, geen seks; alles om niet af te dwalen van het echte gevoel. Vooral om het oorspronkelijke (verdrongen) gevoel te leren kennen.

Eerder had ik enkele jaren geleden al twee keer ter plekke een stilteretraite van een week ondergaan. Het was nu veel zwaarder, echt confronterend. Zeer waarschijnlijk ook voor alle 12 deelnemers, uit Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Ierland, Schotland, Brazilië en Nederland; ik meende te zien hoe de mannen en vrouwen net als ik tegen en met zichzelf vochten. Al bij mijn eerste gesprek met de Frans-Canadese leraar Simon werd duidelijk dat ik (te veel) mijn best deed. Ik zat op de voorste rij op mijn kussen, recht tegenover de leraar, mijn rug recht. Ik kreeg pijn in mijn rug (nooit in tien jaar heb ik dat tijdens mijn dagelijkse meditatie gehad). Ik zat onrustig en voelde dat ik gezien wilde worden.

Waarom, vroeg Simon, ga je niet op de laatste rij zitten en – als er behoefte is – op een stoel? Maar had ik niet zojuist ontdekt hoe mijn leven was verlopen, waarom ik zo bezig was geweest? Ik was zowaar opgelucht: nieuw inzicht. Waarom dan anders? Gewoon: wees vriendelijk voor jezelf, pijnig je niet. Aldus Simon.

Bij het volgende gesprek (met de Franse assistent-lerares Françoise) vertelde ik trots dat ik nieuw inzicht had verworven. Mooi, dat ik dat voelde, dat mag. Zei zij. Een paar dagen later bleken de nieuwe inzichten uit te zijn gebleven. Ik was weliswaar op een stoel achteraan gaan zitten. Maar het was saai geworden, er gebeurde niets, ik voelde niets. De oude, lieftallige Françoise glimlachte en antwoordde in Frans-klinkend Engels: ‘Welcome to the club.’

Ik zag in dat ik de eerste twee dagen op zoek was geweest en juist daardoor iets had ontdekt; dat wilde ik voortzetten. ‘Laat komen wat komt’, zei Françoise, ‘ga niet op zoek, verveel je, doe niet je best. Doe wat bij je past: alles is goed, niets is fout. Pijnig je niet. Angst voor straf is niet nodig’.

Dat laatste had Simon in het begin van de retraite al gezegd: alles is goed, niets is fout. Toch had ik gedaan wat ik meende dat van mij werd verwacht, zoals ik dat mijn hele leven had gedaan – anders deugde ik immers niet en zou ik vast en zeker straf krijgen. Of ik deed juist het omgekeerde, uit een uit wanhoop ontstane rebellie, en ging zo op zoek naar bevestiging. Die ik dan nota bene kreeg. Zo ontstond verwarring: maar wie was ik werkelijk?

Het chateau

Zo worstelde ik verder. Ik stond op van mijn kussen wanneer ik mij ongemakkelijk voelde, verdween naar mijn kamer, dook in bed en voelde me eenzaam, verlaten en vooral wanhopig. Ik verborg mijn hoofd in mijn handen en was ten einde raad – tot huilens toe.

Ik sloeg maaltijden (ontbijt, lunch en diner) over omdat de oryoki (Japanse zen-methode, mindfull eten, genoeg is genoeg) mij te ingewikkeld was en ik daarvan in de stress schoot. Dat zag de oude Franse assistent-leraar Henry (met staartje), zonder een oordeel te vellen. Hij bood me trainingen aan, maar liet me verder met rust: als het niet gaat dan gaat het niet, als je het niet wilt dan is het ook goed.

Ik werd nergens toe gedwongen, wat ik ook deed, het was mijn gedrag – en ik werd niet bestraft. Daarvan leerde ik, zo moeilijk ik het altijd had gehad als anderen wat van mij verlangden: ik mocht nu zijn wie ik was.

Zo worstelde ik twee weken lang. Een keer wandelde ik in mijn eentje de natuur in, zag meer dan ik ooit gezien heb en nam tegen de regels (want afleiding) mijn iPhone mee om foto’s te maken. Tot mijn verbazing en vreugde zag ik twee keer een zwemmende bever (mogelijk zag ik een muskusrat aan voor een bever). Ik belde tegen de voorschriften een keer naar huis om mijn ervaring te delen, eigenlijk om bevestiging te krijgen. Zoals na mijn ervaring met de 16-jarige Ierse jongen die voor mij zat te mediteren en plotseling begon te huilen. Even later zag ik hem buiten de meditatiehal omhelsd worden door zijn vader. Wat een jaloezie maakte zich toen van mij meester, wat een emotie! Het was zwaar, in mijn eentje, zoekend naar wie ik echt ben en wat ik echt voel.

Na afloop van de retraite vertoefde ik een dag in de grote stad, Limoges, en raakte daar nog meer in de war. Om nog maar te zwijgen van mijn kortstondige verblijf de volgende dag in Parijs. Dit was de grote wereld met al zijn geconditioneerde gedrag. Ik werd keihard geconfronteerd met wat de samenleving van ons verlangt, wat mensen doen, hoe zij eruit zien. Mensen doen wat zij opgedrongen krijgen. Ze weten niet beter dan dat het zo hoort. Wie vertelt hen dat het ook anders kan. Zonder daarvoor gestraft te worden.

Deze column is in licht verkorte vorm op de website Vrienden van het Boeddhisme gepubliceerd: https://vriendenvanboeddhisme.nl/

Verwarring is een pad naar duidelijkheid

3 nov
Retraiteoord De Kieftskamp bij Vorden

Een stilteretraite van drie dagen is – zeker voor beginnelingen – erg moeilijk.

Ik ervoer het in een prachtig landhuis nabij Vorden, waar een twintigtal mensen zich had verzameld om te (leren) mediteren en te luisteren naar lezingen van Han de Wit, boeddhistisch leraar en grondlegger van de contemplatieve psychologie. Vooral de vraag waarom we kunnen gaan mediteren was er een die degenen die nooit of zelden hadden gemediteerd, bezighield.

Ikzelf mag me een vrij geroutineerd ‘meditator’ noemen, maar dat wil niet zeggen – nog steeds niet – dat ik niet wil weten wat er met mij kan gebeuren wanneer ik ‘goed’ mediteer, dus de juiste techniek gebruik en ‘het’ allemaal over me heen kan laten gaan.

Het was een leerzame afzondering van de ‘gewone’ wereld, ook omdat er tijdens deze stilteretraite na het avondeten zowaar weer gesproken mocht worden. Dat was ik niet gewend, omdat tijdens vorige retraites in Dechen Chöling (Frankrijk) ik een week lang al die tijd werd geacht te zwijgen en me van echt alles in de buitenwereld af te wenden. Maar nu.

Zomaar ineens stond een man of een vrouw voor mij om met mij te bespreken wat De Wit had verteld. Daar stond ik dan met mijn mond vol tanden, want ik meende toch echt te moeten zwijgen en wat ik had beluisterd alleen zelf te verwerken.

Maar ik paste me aan. Ik kon moeilijk mijn lippen op elkaar blijven houden. Anders zouden anderen mijn zwijgen misschien vreemd of ongepast vinden. Voordat ik het besefte zat ik weer in de gewone wereld, luisterend en luid filosoferend over wat er door mij en ons allen heen was gegaan.

Ik bleef nog wel met een prangende vraag zitten en een verward gevoel.

Uiteindelijk stelde ik die vraag dan na een volgende lezing toch maar aan de leraar. ‘Nu denk ik eindelijk een antwoord op mijn vragen te hebben gevonden en dan zegt u dat ik in een volgend moment – bijvoorbeeld een volgende meditatiesessie – een heel ander antwoord zou kunnen ontdekken. Omdat u zegt dat alles slechts een momentopname is en alles verandert, van seconde tot seconde, van ogenblik tot ogenblik. Wat nu?’, zo probeerde ik mijn verwarring in een vraag te verpakken.

‘Tja’, zei de leraar tegenover mij. ‘Inderdaad’.

Boeddhistisch leraar Han de Wit

Ik blies mijn adem uit, pufte, dacht er even over na en kroop vervolgens weg in teleurstelling. Daar zat ik dan met mijn veronderstelde waarheden. Had ik ‘het’ eindelijk doorzien, zou ‘het’ het volgende moment zo weer anders kunnen zijn in mijn beleving.

Ik heb vaak van het begrip voortschrijdend inzicht gehoord, dat wat je vandaag denkt (zeker) te weten kan morgen veranderd zijn. Maar dit? Zo trots op mezelf was ik geweest als ik vanaf mijn kussen was opgestaan, omdat ik eindelijk de waarheid (mijn eigen pure waarheid) had gevonden door al dat mediteren.

Ik zocht en vond zo een houvast. Zoals ik dat mijn hele leven al had gedaan, zoals eigenlijk iedereen dat doet. Ik moet het zeker weten, ik moet zeker weten dat ik ergens in geloof. In God, een god, in licht, in donker, in blijdschap, in verdriet, in een voetbalclub, een wielrenner, et cetera. En nu blijkt, aldus De Wit, dat er geen houvast is. Sterker: dat je domweg valt als je je nergens aan kunt vasthouden.

The bad news is you are falling through the air, nothing to hang on to, no parachute. The good news is there is no ground.’ Zo citeerde de leraar zijn eerste leraar Chögyam Trungpa Rinpoche, grondlegger van de Tibetaans-boeddhistische traditie Shambhala.

O ja? Eng hoor! Laat je maar vallen, dus. Laat maar gaan!

Verwarring is een pad naar duidelijkheid, heb ik weleens gehoord. Dus na een paar dagen weer thuis in de ‘gewone’ samenleving met al haar verwarrende en rustverstorende prikkels, weet ik dat wat ik nu voel, zie, hoor, ruik en ervaar het volgende moment weer anders kan zijn. Soms maakt dat besef me onzeker, maar soms kan het ook een troost zijn. Niets blijft zoals het nu is. Ik verander, alles om me heen verandert. Niets is zeker.

Waar is toch mijn houvast? Waar kan ik me aan vasthouden? De vraag blijft me bezighouden. Ik blijf verlangen naar een houvast – wie of wat dat ook is.

Guus van Holland is vriend en bestuurslid van Shambhala Leiden

Deze column is gepubliceerd in de herfsteditie van de website http://www.vriendenvanboeddhisme.nl

Terug naar Dechen Chöling, vooral om de vriendelijkheid

21 dec

Tijdens een stiltewandeling rondom Dechen Chöling dwarrelde een blad op mijn neus. Ik probeerde er terloops naar te kijken en zag toen voor mij een ander blad dwarrelen. Vervolgens zag ik nog meer bladeren vallen. Ik dacht even na, over van wat voor een boom ze afkomstig waren. Een eik? Of toch een ….? Ik wist het zo gauw niet. Dat hoefde ik ook niet. Sterker: het was onbelangrijk wat voor een blad het was. ‘Kijk naar wat je ziet, maar ga gewoon weer verder. Een vogel, een koe, een blad van een boom, een bloem, een tak – neem waar en wandel door’, zo had shastri (leraar) Simon LaHaye ons geadviseerd.

Zo wandelde ik weer verder, deel uitmakend van een rij van ongeveer 10 mensen die achter Simon aanliep. Ik keek niet op of om, zag en hoorde dingen, rook de geur van gras, bomen, bladeren en andere dingen in de natuur waar we doorheen wandelden, maar ik bleef er niet bij stilstaan. Dingen neem je waar en gaan voorbij, dat was waar het om draaide. Ik voelde mijn voeten in mijn schoenen die ik bij elke stap op het bospad of het gras neerzette. Mijn aandacht ging naar de stappen, wat ik waarnam was een bijkomstigheid, mogelijk zelfs een afleiding van het gevoel dat je waarnam in je voetzolen, je enkels, je kuiten, je knieën, je bovenbenen tot aan het frisse briesje dat om je met een muts verwarmde hoofd draaide. Ik voelde wind, kou, frisheid – of zoiets.

Het was heel stil, maar toch hoorde ik iets. Geen muziek, geen motoren en sirenes, wel een koe die loeide toen wij voorbij kwamen, een paard dat hinnikte, een tjilpende vogel, een krijsende vogel, een takje dat brak omdat iemand er op stapte, en voetstappen. Er kwamen gedachten op. Maar die liet ik voorbijgaan. Toch nam ik waar dat ik de rij bleef volgen. Dat was wel anders in februari van dit jaar, toen ik voor het eerst aan een stilteretraite in Dechen Chöling (het boeddhistisch centrum van Shambhala Europa) deelnam. Toen wilde ik niet in de rij lopen. Ik wilde uit de rij, niet zoals de anderen ‘slaafs’ achter de leraar aan lopen. Met als gevolg dat de toenmalige leraar voorstelde om na mijn kritische verklaring ‘Guus en de anderen hun eigen weg door de natuur te zoeken.’

Waarom nu wel? En het kostte me geen enkele moeite. Ik voelde me ergens bij horen, de vorige keer wilde ik dat juist niet. Een overwinning? Dat is niet belangrijk. Een verandering? Sowieso.

De ervaringen waren vergeleken met mijn vorige retraite toch al anders. Ik had stilletjes gehoopt op hetzelfde, op dezelfde nieuwe en heftige inzichten, gewoon om weer meer over mijn echte zelf te weten te komen. Simon had me al gezegd dat ‘het’ altijd anders is, gewoon omdat niets wat je overkomt de volgende keer hetzelfde zal zijn. Geen ervaring is dezelfde. En niet alleen omdat de stille week (zwijgen tegen iedereen) anders was: de vorige keer was het een Silent Retreat, nu een Silent Mindfull Retreat. Ik had geen rekening gehouden met dat (kleine) verschil. Rekening houden met is sowieso een verkeerde opvatting, leerde Simon ons in deze week. Geen moment is dezelfde, elk moment is verschillend. Dat lijkt zo simpel, maar toch vinden wij (dus ook ik) het moeilijk om te aanvaarden. Ik wil hetzelfde als de vorige keer, net zo lekker, net zo mooi, net zo verrijkend. 

dralahall1Zo werd het in het centrum van Frankrijk toch weer een verrijkende ervaring. Ver van de bewoonde wereld, dus ver van de afleiding, entertainment, zoals computer, televisie, iPhone, internet, alcohol, contact met de buitenwereld, gesprekken over politiek, sport, de kranten, het nieuws, het werk, de gezinsproblemen en zo verder. Alleen met jezelf en een klein beetje met de medecursisten, met wie je sowieso geen verbaal contact mocht hebben – op twee of drie kringgesprekken na en een evaluatie met de leraar.

s Morgens om zeven uur zaten we al zonder ontbijt op ons kussen twintig minuten te mediteren, deden vervolgens yoga-oefeningen om het lichaam en zijn zintuigen te openen, wandelden in stilte en mediteerden alvorens we konden ontbijten en ons voorbereiden op de ochtendmeditaties, yoga, stiltewandelingen en teachings over in- en uitademen, voelen en je gedachten voorbij laten gaan. Om negen uur ‘s avonds mochten we zwijgend onze gang gaan om dan met een boeddhistisch boek snel in slaap te vallen en te dromen over dingen waar je anders nooit over droomt.

simon-lahaye

Simon LaHaye

Ik had moeite met de Franse uitleg van de leraar (de Frans-Canadees Simon LaHaye was al ruim 35 jaar Shambhala-boeddhist en echtgenoot van de lerares die mij vorig jaar begeleidde, de Duitse Ute), maar dankzij de vertalingen van François Grimbert en Ninon Stokes konden de oude Canadese krijger Jeremy, de Engelse Cash en ik de aanwijzingen goed volgen. En hoe deelnemers worstelden met pijn in hun rug, schouders en andere ledematen; hoe ik vreselijke pijn tussen mijn schouders kreeg, voor het eerst sinds nota bene 10 jaar toen door een psychosomatische fysiotherapeut werd vastgesteld dat die pijn werd veroorzaakt door distress, een neurologische aandoening als gevolg van in de loop der jaren opeengestapelde zenuwen en vooral (werk) stress. Ik vertelde dat ook aan Simon en meende dat ik te lang in mijn leven de verkeerde keuze had gemaakt en daardoor te veel stress ontwikkelde. Simon liet aan het mij, hij was immers geen psychotherapeut.

Wat ik besefte, door yoga, eindeloos mediteren en alleen met mezelf zijn, dat ik mezelf kon openen. Zo voelde het. Ik voelde meer, oude pijn, nieuwe pijn, pijn die ik eigenlijk nooit had gevoeld – had durven voelen. Ik voelde de kwetsingen, de bezeerdheid, ik voelde me zowaar heel kwetsbaar na een paar dagen van overgave. Er was niets meer dat me hinderde om kwetsbaar te zijn. Ik had geen afweer meer, ik was wie ik echt was, zonder afweer, zonder afweermechanismen. Zo voelde het althans – en nog steeds.

Nadat ik mijn pijnlijke ervaringen en kwetsbaarheid had gedeeld met de leraar, verdween de volgende dag zomaar en zowaar het ongemak. Ik zat wel weer vooraan, vlak voor de leraar of de umdze (tijdwaarnemer), overtuigd als ik was de meest ervaren meditator te zijn en dus mijn ego wilde laten gelden. Maar dat gevoel van de beste zijn, de meest wijze zijn en de meest ervaren meditator liet ik steeds meer varen. Ik zat gewoon op mijn manier, was niet met de anderen bezig, ik mediteerde op mijn manier, en als ik pijn kreeg ging ik anders zitten. Ik deed het op mijn eigen wijze, gewoon: hier ben ik en hier zit ik dan.

Ik had gevraagd naar een kamer voor mij alleen. Dat kon, gelukkig. Daarom was ik vaak alleen, ook wanneer ik met de andere cursisten in meditatie was of ging eten – vegetarisch, dat zeker. Ik voelde me behulpzaam worden, nog los van mijn Rota-taak, zoals de vele bussen met verschillende soorten thee klaarzetten en afruimen. Ik deed mee met helpen, zoals ik anderen, ingewijden met name, had zien doen.

Op de dag van Silence d’Or (de dag dat er écht geen woordwisseling plaats mocht vinden), voelde ik me gelukkig, alleen (zoals we allemaal zijn) maar niet eenzaam. Ik deed wat ik deed en ging met een prettig gevoel slapen, zo fijn kan alleenzijn zijn.

DC programmaMensen, cursisten en vrijwillige medewerkers en mensen dier wonen, zag ik steeds vriendelijker worden. Liefde en vriendelijkheid zag ik toenemen. Mensen lachten en keken steeds vriendelijker uit hun ogen. De laatste avond werd gevuld met een diner, vol toespraken en – voor wie het wilde – wijn. Het werd een fijne avond. Simon en Ute zaten naast elkaar, ik zat tussen Fransen en we spraken over het leven. Ik miste Jeremy, mijn Canadese maatje, maar ik kon in het Frans (en een beetje Engels) meepraten over de zin van boeddhisme en hoe we elkaar (de hele samenleving) kunnen helpen; vriendelijk zijn voor iedereen die je maar tegenkomt.

DC landschapOmdat de Franse treinen en vliegtuigen wegens stakingen niet vertrokken, was ik op zondagmorgen vooral aangewezen op de aanwezigheid en bereidwilligheid van de medewerkers van Dechen Chöling. Zo leerde ik Ninon goed kennen, half Engels half Frans. Ze bleef mijn inspanningen om te vertrekken op de voet volgen. Nóg meer dan anderen deden. Ninon omhelsde me bij mijn vertrek, hoewel anderen dat ook deden – zij het wat minder innig. Wat een warmte! Van Ute tot Klára en Sid (de drie die ik al kende van de vorige keer). Wat kan vriendelijk zijn voor elkaar toch fijn zijn, hartverwarmend.

Ik zat in de trein van Limoges naar Nederland, samen met Koos de Boer die al jaren in de buurt van Dechen Chöling woont en er dus vaak komt en werkt. En ik droomde dat alle vriendelijkheid voor altijd blijft bestaan. Ik weet dat alles van voorbijgaande aard is, zoals dat blaadje dat tijdens een stiltewandeling op mijn neus viel en verder naar de grond dwarrelde, maar vriendelijkheid moet altijd blijven bestaan. En dat kan. Ik probeer het nu elke dag, geleerd in het centrum van vriendelijkheid, Dechen Chöling, in het Tibetaans het land van grote gelukzaligheid.

Het is goed, niets is echt fout

15 apr

Dralahall2

De meditatieruimte

Dit was bij mijn eerste lezing tijdens de stilte-retraite van een week in een Frans buitenverblijf niet wat ik ervan verwachtte. Omringd door veertien Fransen, een Belgische, een Engelse en een Moldaviër, keek ik vanaf mijn kussen in de meditatieruimte verwonderd naar de Engelse boeddhistische leraar, een ogenschijnlijk wijze man. Weifelend stak hij met een lucifer de kaarsen en een wierookstokje op de schrijn aan, keek vragend om naar de Duitse hoofdleraar in de zaal, zittend op de eerste rij. Hij fronste zijn wenkbrauwen, schudde verontschuldigend met een glimlach zijn hoofd en stak onzeker nog een kaars aan. Is het zo goed?

De leraar wist het niet zeker! Mogelijk was hij vergeten hoe de ceremonie precies in zijn werk ging. En dat na al die jaren van studie, meditatie en vele eerdere ceremoniën. Hij boog met het wierookstokje tussen zijn handen naar de schrijn, ging zitten, nodigde met een hoofdknikje ons uit ook te gaan zitten en bleef bijna een minuut stil alvorens hij met zachte stem aan zijn lezing begon. Hij sprak over het nut van stilte, over wat in ons hoofd opkomt en weer weggaat, over gedachten, over de ademstroom, over gevoel en prikkels, en over identiteit. Het was allemaal goed, niets was echt fout. Wat er gebeurde, wat je voelde en wat je hoorde, was van jou – van niemand anders.

Hij keek ons aan en vroeg om vragen. Een man vroeg hoe hij zijn identiteit kon breken, kennelijk was hij er niet tevreden over. De leraar antwoordde met zachte stem en sloot af met de opmerking: ‘Hoe, dat is aan jou.’ Dat antwoord had de man niet verwacht – ik evenmin.

Met stijgende verwondering volgde ik zijn gedrag. Bij een van de volgende vragen zweeg hij. Hij keek de zaal in, wachtte op een antwoord van een van de aanwezigen en gaf er toen zelf een. Wat hij zei is me ontgaan. Alleen zijn slotzin bleef hangen. ‘Slaat dat ergens op?’, riposteerde hij. Mensen lachten. Want eigenlijk gaf de wijze leraar daarmee te kennen dat hij ook niet zeker was of zijn antwoord hout sneed.

Mijn verwondering sloeg om in bewondering. Ik weet het, dat is geen boeddhistische benadering. Maar ik voelde een vorm van identificatie. Als deze vriendelijke, wijze man onzeker, kwetsbaar en niet-wetend is, dan zou ik dat ook willen zijn. Ik hoef dus niet zeker te zijn van wat ik denk, hoor, zie en voel.

Bijna altijd heb ik in mijn leven gedacht dat ik zeker van mezelf moet zijn, dat ik gelijk heb, dat ik weet hoe het zit, dat ik wijs ben, veel geleerd en gestudeerd heb. Alleen dan ben ik goed, op zijn minst de moeite waard, dan pas heb ik bestaansrecht. Dat is wat ik in mijn jeugd, op school en van mijn ouders heb geleerd: laat zien wat je kunt – en vooral niet wat je niet kunt. Zorg dat je de beste bent, dat je wint, op school, in sport en meer. Minder dan anderen zijn is niet goed. Verliezen is een gebrek. Met een gebrek ben je niet perfect en sterker: dan hoor je er niet bij.

Sid1

Mijn leraar

Op een dag kwam de leraar buiten naast me op een bankje zitten. Hij vroeg hoe het met mij ging. Ik antwoordde dat ik met vragen zat, problemen ook. Hij zei ‘ok, dat kan’, meer niet. Toen ik hem om een oordeel vroeg over de verhalen die ons bereikten over het wangedrag van (onze) Shambhala-leider Sakyong Mipham, hield hij zich op de vlakte en zei: ‘Dat had mij ook kunnen overkomen.’ Ik had willen horen of hij dat goed keurde of afkeurde. Hij liet het in het midden. ‘Ik heb hem ontmoet. Maar wie ben ik om te oordelen?’ Zo sloot hij af.

Zo keerde ik na week van stilte, meditatie, bezinning en vriendelijkheid opgelucht en verrijkt terug naar huis. Nu besefte ik dat onzekerheid, kwetsbaarheid, onwetendheid en de mindere zijn goed noch fout is. Soms ril ik nog en word ik nerveus als ik iets niet zeker weet. Oei, wat zal mij gebeuren? Het is een kwestie van oefenen in zijn wie je bent, wat je voelt, hoort en ziet. Niets is zeker, niemand is zeker, ook ik niet. Identificatie met winnaars mag, identificatie met verliezers mag ook – daar is niks mis mee.

Guus van Holland is vriend van de Shambhala-sangha in Leiden

Deze column is gepubliceerd op de voorjaarseditie van de website http://www.vriendenvanboeddhisme.nl

 

Een hele week zwijgen en mediteren in een ver paradijs

13 mrt

IMG_0252

Het chateau van Dechen Chöling

De hoosbuien die eind februari mijn auto op de Franse wegen troffen, voorspelden stormen en donderslagen tijdens de stilteretraite die ik een week zou ondergaan in Dechen Chöling, het centrum van de boeddhistische gemeenschap Shambhala, 20 kilometer buiten Limoges. Mij wachtten zware dagen en nachten, mogelijk gevuld met eenzaamheid, depressies, angststoornissen, psychoses en andere neurotische verrassingen. Zo was mij verteld. Maar je kunt er wel altijd mee stoppen. Zo was mij ook gezegd. Dan maar terug naar huis, over dezelfde lange Franse wegen. Dan maar teleurgesteld in mijn veronderstelde mentale kracht.

Het was stil op de zondagmiddag dat ik aankwam. Ik liep wat rond over het immense, verlaten terrein, langs de vele gebouwen. Ik keek hier en daar naar binnen, zoals bij het hoofdgebouw, het chateau. Niemand. Uiteindelijk meldde ik me in het bureau, waar een jonge man met paardenstaart me begroette, inschreef en de toegezegde eenpersoonskamer wees. Dat werd een kamertje in Garden’s House. Tenslotte verbleef en sliep ik – bevreesd voor riskante ontmoetingen – liever alleen in mijn toevluchtsoord.

IMG_0182

Mijn kamertje

Bij de avondmaaltijd trof ik een twintigtal andere deelnemers aan de stilteweek en een paar vaste bewoners. Allemaal Fransen, vermoedde ik. Ze babbelden honderduit. Ik zweeg, omdat ik ze nauwelijks verstond, en richtte me op de vegetarische gerechten, die me zowaar heel goed smaakten. Vervolgens werden we verwacht in de meditatieruimte, waar de leraren Sid Liddall (een Engelsman) en Ute Reinhart (een Duits-Franse), en hun assistenten Benjamin Moreau (een Fransman) en Klára Vlkova (een Tsjechische), ons begroetten en inwijdden in het programma van de komende week. We zaten allemaal op een kussen en luisterden naar onze leraren op het podium van de schrijn.

Van ’s morgens negen uur tot ’s avonds negen uur zouden we mediteren – zittend (minimaal drie uur per dag) en wandelend. Verder reciteren (in het Frans of Engels) en luisteren naar lezingen. En eten, drinken (water, vele soorten thee of koffie), rusten, slapen en zwijgen. Altijd zouden we (vanaf maandagmorgen) moeten zwijgen. Geen entertainment, zoals Sid het noemde. Geen afleiding, geen vermaak, geen iPhone, geen computer, geen muziek, geen leesstof (alleen over boeddhisme en meditatie), geen contact met de buitenwereld. Stilte, zodat je alleen met jezelf bent en alles wat in je opkomt (wat je voelt, hoort, ziet en ruikt) zelf moet verwerken.

Na een stille nacht, meldde ik me om acht uur aan het ontbijt. Zwijgend, net als de anderen. Om negen uur begon de eerste meditatiesessie van twintig minuten, gevolgd door een korte lezing van een van de leraren, over de kracht van stilte en over de techniek van mediteren, vooral de houding en over alleen met jezelf zijn. Zittend op mijn kussen keek ik soms stiekem naast me of zelfs achter me. Naast mij zag ik vrouwen, achter mij enkele mannen. Ik hoorde ze kuchen en amechtig snuiven. Ik richtte me op mijn adem, zag allerlei gedachten in mijn hoofd voorbijkomen, ik probeerde ze weg te duwen. Tevergeefs, want ze kwamen terug, onophoudelijk en onstuitbaar. Het werd een gevecht. Net zoals thuis op mijn eigen kussen. Wat nu? Hoe kwam ik hier weg?

IMG_0245

Sid Liddall, mijn leraar

Sid en Ute hielden ons tijdens hun lezingen bij de les (vertaald door tolk Benjamin). Laat de gedachten komen, laat ze gaan, volg je adem, tot diep in je lichaam. Verdring niets, laat je niet afleiden. Dit ben jij, alleen jij. Ik wist het wel, maar toch trap ik er telkens weer in en ga ik op zoek naar iets anders – waar, wat of met wie dan ook. We werden uitgenodigd voor een stiltewandeling buiten. We liepen in een rij achter Sid aan. Ik sloot de rij. Dit wilde ik niet. Slaafs volgen, slaafs stilstaan, slaafs achter de leider aan en doen wat hij doet. Ik voelde me ongemakkelijk en hield afstand van de groep.

Bij de evaluatie (waarin ik was ingedeeld bij een groep met enkele Engels sprekende deelnemers) vertelde ik dat ik niet in een rij achter de leraar aan wilde lopen. Dat had ik al als kind toen ik lid was van de gymnastiekvereniging. Ik zei dat ik me een foto van toen herinnerde. Liever niet in een rij, liever niet met de groep meedoen. Autonoom zijn, in mijn eentje – dan maar eenzaam en alleen. Sid knikte, zonder oordeel. Dat was mijn ervaring. Zo was het voor mij, alleen voor mij.

IMG_0236

De meditatieruimte, de Drala Hall

Na de laatste zitmeditatie van de dag, ’s avonds tussen acht en negen, werd ons gevraagd de volgende morgen om zeven uur, al vóór het ontbijt, naar de meditatieruimte te komen om met Benjamin lichamelijke oefeningen te doen. Akkoord, dan maar meteen naar bed. Ik viel snel in slaap, hoorde buiten nog even onbestemde geluiden, maar droomde al snel weg. Wat stilte niet me je doet!

De (vroege) ochtendsessie onder leiding van Benjamin bleek niet aan mij besteed. Hij vroeg met Franse liedjes mee te zingen en zwaai-, draai- en zwierbewegingen te maken met armen en benen. Ik zong niet mee en probeerde wat mee te bewegen. Maar nee, dit zou ik de volgende ochtenden toch echt mijden als de pest. Gewoon uitslapen tot het ontbijt, zo nam ik me voor. Wat geschiedde.

Ogenschijnlijk had niemand me de volgende ochtend gemist. Iedereen zweeg en probeerde zich in zichzelf te keren. Alleen mijn buurvrouw naast mijn kussen zwaaide met een lachend gezicht naar me. Wat een verwelkoming! De zitmeditatie verliep volgens het oude recept. Worstelend met gedachten en adem. Voordat we uitgenodigd werden buiten een loopmeditatie te doen, zei Sid dat we ditmaal ons eigen weg mochten kiezen en ,,dat Guus dat wel plezierig zou kunnen vinden”.

IMG_0186

Het dagelijkse programma van de stilteretraite

Het advies was te kijken, te voelen en te ruiken wat je ervoer. Niet associëren, gewoon in het moment zijn. Het werd een bijzondere wandeling, alleen met je eigen zintuigen, zonder referentiekader. Alles wat ik ervoer op het weidse landgoed was nieuw én verrassend. Ik werd nauwelijks afgeleid. Ik voelde me niet schuldig niet deel uit te maken van een groep of achter een leider aan te lopen. Dit was ik helemaal zelf.

Zo verging het mij de komende dagen ook. Ik was alleen met anderen, zittend en wandelend. Ik mocht doen wat ik wilde. Dat werd me ook telkens verteld: ,,Doe wat je wilt, als je niet wilt doe je het niet”. Mediteren ging steeds beter. En ik zweeg, net als de anderen, zag ‘dingen’ die ik mogelijk anders nooit zou hebben gezien. Ik sliep diep, vanaf half tien tot acht uur, en droomde heftig.

Op donderdagmiddag ging het mis. Tijdens de yoga-sessie werd ik overvallen door een enorme angstaanval. Ik hield het niet meer, rende naar mijn kamer en slikte een angstremmer. Eenmaal terug in de groep werd ik rustig, sneller dan de medicatie kon werken. Waarom weet ik niet? Afleiding? Ademhaling? Omdat ik mezelf opende en kwetsbaar werd? Niemand reageerde op mijn vlucht. Het mocht. De volgende meditatiesessie en de avondmaaltijd verliepen zonder problemen. Het was goed zo.

IMG_0198

Uitzicht vanuit het chateau

Voordat ik naar bed ging, werd ik bevangen door verschrikkelijke fantasieën. Een gebeurtenis van nota bene veertig jaar geleden greep me bij de keel en leidde me naar een onverwachte onweerstaanbare hel. Zo zou ik nooit kunnen slapen. Het zou een helse nacht kunnen worden. Ik greep naar afleiding (een angstremmer), mijn hoofd kwam tot rust, waardoor ik langzaam maar zeker in slaap viel. Fout? Ik weet het niet. De volgende ochtend werd ik kalm en uitgerust wakker, klaar voor de volgende meditaties en confrontaties. Maar de vraag bleef hangen: waarom nu, na veertig jaar? Had ik het trauma destijds dan niet echt verwerkt, niet voldoende doorleefd? Had ik me destijds te veel overgegeven aan afleidingen om de pijn niet te voelen? Daar is geen antwoord op, wist ik.

Ute Reinhart, mijn lerares

’s Middags zou ik een evaluatiegesprek hebben met Sid. Ik had een analyse opgebouwd over het proces van mijn leven en besloot dat (trots) aan de leraar te vertellen. Eenmaal tegenover hem in de zonnige tuin, begon ik te vertellen. Sid luisterde aandachtig. Zoveel aandacht had ik nog nooit gehad. Ik bleef maar door ratelen, overtuigd van het belang van mijn nieuwe inzicht. Eindelijk iemand die goed en vooral aandachtig luistert, en me onafgebroken aankijkt.

Toen ik klaar was, keek Sid me aan en zei: ‘Maar dat is niet de bedoeling van deze retraite. Analyseren doe je maar ergens anders, bij je therapeut. Dit is geen therapie. Het enige wat je hier doet is ademhalen, bij meditatie je adem voelen, aandacht geven aan je adem. Niets anders.’ Verrast, niet eens teleurgesteld, maar vastberaden besloot ik mijn meditaties anders te gaan doen. Zo zat ik de komende uren op mijn kussen. Ik voelde me bevrijd. Dit voelde beter.

Ik wijdde me vol aandacht aan de theepauze, die ik dagelijks diende voor te bereiden en af te sluiten. De rest van de retraite verliep vredig. Ik voelde meer, ik voelde me meer verbonden met mezelf én met de anderen. Het werd een heerlijk slot, met aan het eind van de week openhartige uitwisselingen en een bijzondere slotavond met gezang, het voorlezen van gedichten, champagne, wijn en ander vermaak. Zo kon ik afscheid nemen van mijn stilteweek in Dechen Chöling en vriendelijk terugkeren naar de vast weer lawaaiige, agressieve en brutale wereld.

IMG_0196

Het chateau

Ik verlang nog elke dag terug naar die week in het Franse land, terug naar de mensen, terug naar de vriendelijkheid van mezelf en de andere deelnemers, terug naar de leraren en hun assistenten die zonder oordeel naar me keken en luisterden. Ik kon en mocht helemaal mezelf zijn. Ik voelde me verrijkt met meer inzichten.

Hoe nu verder? De stilte omarmen en verder mediteren? Hopend op een verrijking van mijn leven. Of zal ik me moeten neerleggen bij de realiteit, met wie en wat ik werkelijk ben, met alles wat ik voel, hoor, zie en denk?

 

%d bloggers liken dit: