Tag Archives: Femke Dekker

Klaas Nuninga golft: ‘Leg je neer bij wat je niet kunt’

13 Sep

Klaas Nuninga, is dat niet die voetballer die eind jaren zestig de opkomst van Ajax en Johan Cruijff van nabij meemaakte? Die ‘midvoor’ tussen Johan Cruijff, Piet Keizer, Sjaak Swart en Henk Groot, die met Groningse nuchterheid en grote regelmaat de bal in het doel schoot? Sinds twintig jaar golft hij, nu 75 jaar, en getuige zijn handicap (8, was 5) nog altijd met voldoening.

Foto: Anneke Hymmen

Foto: Anneke Hymmen

Met balletjes spelen heeft Nuninga altijd graag gedaan. Vooral omdat hij meende er een goed gevoel bij te hebben. Tafeltennis, voetbal, zaalvoetbal (tot zijn 53ste), tennis en de laatste twintig jaar golf. Aanleg, talent, karakter, waarschijnlijk is het ook genetisch bepaald. ,,Wat je hebt meegekregen van je ouders en voorouders is zeer bepalend. Daarnaast wordt het daarboven, in je hoofd, beslist. Je kunt trainen en oefenen wat je wilt, als je niet over aanleg kan beschikken, heb je een natuurlijke achterstand. Alles daarboven moet bovendien helder zijn, zeker in golf’’, zegt Nuninga als deskundige met topsportervaring.

Golf, meent hij, vraagt veel van je mentale instelling. ,,Omgaan met veel fouten maken. Wie maakt de meeste fouten? Relativering is belangrijk. Een foutieve slag? O, niet erg, vergeten, nu de volgende slag. Elke slag is als een penalty in het voetbal. Je eerste en tegelijk je laatste slag. Je karakter is daarbij van grote, misschien wel beslissende invloed.’’

Wie Nuninga observeert, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hij een beheerste, geduldige sportman is, een golfer die zijn hoofd heeft leeg kunnen maken voordat hij een slag maakt. Alsof hij boeddhistische wijsheden aanprijst. ,,Doe waar je goed in bent. Als je alleen maar gefocust bent op nog meer, nog beter, nog verder, veronachtzaam je waar je goed in bent. Forceren heeft weinig zin, is bovendien riskant. Daarnaast is het mooie aan sport dat je van slechte situaties kunt leren, dat je negatieve momenten kunt rechtzetten.’’

Hij wil niet overkomen als prediker. ,,Wat ik zeg over mezelf, is niet bedoeld als leidraad voor anderen. Het is mijn ervaring, mijn inzicht. Ik ben geen grootheid. Ik ben als liefhebber van sport mijn eigen weg gegaan. Stap voor stap, vertrouwend op mijn gevoel. Ik voetbalde bij WVV in Winschoten, werd prof bij GVAV, werd verkocht aan Ajax, speelde in het Nederlands elftal, zonder ooit in vertegenwoordigende jeugdelftallen te spelen. Ik voetbalde naast getalenteerde voetballers en had het geluk dat ik voldeed, omdat ik deed waar ik me goed bij voelde. Door mijn persoonlijkheid was ik geschikt om topsport te bedrijven. Ik ben leergierig. Ik observeer en ik vraag veel. Dat is me goed van pas gekomen. Ik had zeker een ijzeren wil, omdat het in de genen zit. Mijn karakter heeft me ver gebracht, zeker in de sport.’’

Nuninga relativeert zijn golfvaardigheid. ,,Ik ben esthetisch niet de beste golfer. Ik doe het op mijn manier. Waarom wil je beter en mooier zijn dan je bent? Ik kan recht slaan. En ik heb balgevoel. Dat is wat ik kan. Dat is wat anderen kunnen leren: doe waar je goed in bent. En relativeer. Leg je neer bij wat je niet kunt. Fouten maken doen we allemaal. Probeer ze te vermijden, maar laat je niet gek maken. Fouten maken is menselijk. Golf is een spelletje van fouten maken. De laatste jaren spiegelen amateurgolfers zich aan professionele golfers die spierkracht ontwikkelen. Ze willen ook spieren, ze willen ook ver slaan. Ze willen hun gebrek aan techniek compenseren. Compenseren door harder te werken, heeft weinig zin. Kracht is een valkuil. Ga uit van je vaardigheid en je karakter: dit kan ik, dit kan ik niet. Kun je het niet? Helaas, dat ben jij. Accepteer jezelf en oefen jezelf in verbetering, zonder obsessief te worden. Het moet wel ontspannend blijven.’’

Foto: Anneke Hymmen

Foto: Anneke Hymmen

Drie keer in de week meldt Nuninga zich op de golfbaan Almeerderhout om te spelen met oude maatjes van zijn leeftijd en ouder. Hij speelt nog altijd in een team. Daarin komt zijn karakter tot zijn recht, meent de Groninger. ,,Niet altijd voor je eigen prestatie gaan. Als je dat kunt, help je de anderen. Dat voel je zodra je de ander complimenteert of op z’n minst steunt. Veel golfspelers zijn individualisten. Op ego spelen, altijd voor zichzelf. Waarom trots zijn op je eigen prestatie als je team verliest? Je moet je ondergeschikt maken aan het team. Ik hoor nog steeds die stem van Rinus Michels in mijn hoofd schallen. Dat heeft letterlijk diepe indruk op mij gemaakt: ‘Denk-aan-het-collectief!’. Klaas Nuninga imiteert de stem en intonatie van de legendarisch trainer van Ajax, van wie hij veel zegt te hebben geleerd.

Eens, eind jaren vijftig, was ik als puber in stadion Galgenwaard in Utrecht getuige van de wedstrijd DOS-GVAV. Bij de thuisclub speelde mijn idool Tonny van der Linden, bij de Groningers Klaas Nuninga. Een week later moest een van de twee aanvallers in het Nederlands elftal spelen. Beiden werden uitverkoren. In de competitiewedstrijd scoorde zowel Van der Linden als Nuninga, met fraaie doelpunten uit even zo fraaie vrije trappen. Het werd 2-2. Nuninga: ,,Tonny was een prachtige voetballer, zo beheerst, zo technisch. Die doelpunten van hem en van mij doen denken aan de swing van een golfer. Technisch perfect, met gevoel, zeker die trappen van Van der Linden, een heerlijke voetballer.’’

Het onderwerp ego voelt ongemakkelijk in het gesprek met Klaas Nuninga. Mensen die voor zichzelf gaan wil hij wel begrijpen, maar zodra het belang van het team zich aandient vraagt hij toch meer medeleven en acceptatie van elkaars kwaliteiten. Zo heeft hij het als voetballer (met rijzende sterren bij Ajax) meegemaakt en als bestuurslid (bij hetzelfde Ajax tot 2005). ,,Ik ben altijd voor het belang van het team, van de club en voor samenwerking geweest. Nu ik wat ouder ben, besef ik dat steeds meer. Je kunt niet zonder elkaar. Je gaat samen voor de overwinning. Leef je in de ander in en help hem waar hij in de problemen zit. Dat merk ik aan golfen in een team. Samen golfen, samen doen, samen verliezen, samen winnen. Samen zijn.’’

Zachtaardig, mild en vriendelijk. Zo voelt het gesprek aan met een sportman in hart en nieren, een man die op latere leeftijd golf leerde kennen (dankzij zijn meelevende vrouw) en in de visie op zijn karakter bevestigd werd. ,,Ik leef door anderen. Mensen leren elkaar beter kennen door golf. Zo heb ik dat ervaren. En dat koester ik.’’
——————————————————————————————————
Klaas Nuninga (Winschoten, 1940) is een voormalige Nederlandse voetballer. Hij speelde onder meer voor GVAV en Ajax. Nuninga begon als jeugdspeler bij WVV uit Winschoten, de amateurclub waar ook Jan Mulder en Arie Haan hun carrière begonnen. Via Be Quick kwam hij in 1961 bij GVAV, dat in die tijd met spelers als Tonny van Leeuwen en Martin Koeman over een sterk elftal beschikte. In zijn periode bij GVAV debuteerde Nuninga in het Nederlands elftal, hij zou in totaal 19 interlands spelen. Het talent van Nuninga werd snel onderkend. In 1964 vertrok hij daarom naar Ajax. Hij maakte de aanloop naar de grote bloeiperiode van Ajax mee. Hij speelde in het elftal met Bennie Muller, Wim Suurbier, Barry Hulshoff, Gert Bals, Velibor Vasovic, Theo van Duivenbode, Henk Groot, Sjaak Swart, Johan Cruijff en Piet Keizer. In 1969 speelde hij als invaller in de finale van de Europa Cup 1. Na die verloren finale werd hij door Rinus Michels aan de kant geschoven. Na zijn loopbaan als voetballer begon Nuninga een carrière in het bedrijfsleven. Hij werd bestuurslid van Ajax en na de beursgang commissaris van Ajax. In 2005 trad hij terug.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine 2016-7. Eerder in deze serie Mijn nieuwe sport zijn verschenen: roeister Femke Dekker, tennisster Kristie Boogert, hockeyster José Poelmans, waterpoloër Marc van Belkum, voetbalcoach Barry Hughes, atlete Olga Commandeur, voetballer Kenneth Perez, autocoureur Gijs van Lennep, honkballer Robert Eenhoorn, wielrenner Erik Breukink, scheidsrechter Mario van der Ende, schaatsster Carien Kleibeuker

Door golf leert schaatsster Carien Kleibeuker beter met tegenslagen omgaan

16 Jul

Even een weekendje thuis, tussen twee trainingskampen door, betekent niet meteen stilzitten. Zelfs niet voor een schaatsster in de zomer. Dus wordt er even op zondag gefietst om de spieren soepel te houden. Fris, vrolijk en ontspannen zet langeafstandsschaatsster Carien Kleibeuker zich na haar ochtendlijke fietstraining de tuin naast haar man Robert Schoonhoven, golfprofessional op de Noord-Nederlandse Golf&Country Club, nabij Groningen. Gewoon een gesprekje over schaatsen en golfen. Of er overeenkomsten zijn, dan wel verschillen. Die zijn er zeker, zo blijkt.

Foto Anneke Hymmen

Foto Anneke Hymmen


Ze kennen elkaar van de golfbaan, sinds een jaar of tien, van een feestje na een golfclinic op de golfbaan van Heerenveen, hier om de hoek. Carien was (tijdelijk) gestopt met schaatsen, Robert gaf al jaren golfles. Ze had zichzelf met schaatsen over de kop gejaagd, los van andere dingen die haar destijds dwars zaten. Snel overstuur, snel moe, alleen maar bezig zich overeind te houden in het schaatsteam, het anderen in haar leven naar de zin te maken en vooral niet te doen wat ze zelf wilde. Overtraind, kun je zoiets noemen. Te veel willen, geen grenzen kennen, altijd maar doorgaan. Doodongelukkig werd ze ervan. En eenzaam, zeker als er niets om je heen is waar je nog plezier aan beleeft.

Het is nu eenmaal een karaktertrek, probeert Carien. ,,Ik ben geen vechter, maar ik geef niet zo gauw op’’, verduidelijkt ze aan het einde van het gesprek. Ze kijkt naar Robert. Hij glimlacht, alsof hij het bij haar herkent. Klopt. ,,Ik kan met golfen slecht spelen, maar die bal moet er wel in.’’ Het is een herinnering aan de twee jaar waarin ze competitie speelde. ,,Al was ik dan de laatste die nog moest putten, die bal moest erin.’’

Toch moest golf plaatsmaken voor schaatsen. ,,Golfen was leuk en ontspannend. Maar ik miste het hijgen. Ik miste de inspanning. Niet uren over de baan slenteren en af en toe een bal slaan. Ik was naast een baan als fysiotherapeute inmiddels trainer van een marathonteam geworden. Ik dacht een keer: laat ik eens mijn schaatspak aantrekken en meerijden. Dan ging gemakkelijk. Ik voelde me weer ontspannen. Niets hoefde. Zo kreeg ik het plezier in schaatsen terug. En schaatsen, die beweging, die slagen, dat zwieren en doorgaan tot het uiterste, is toch mijn ding. Ik voel me daar toch het beste bij. Met alle successen tot gevolg.’’

Nu golft ze hooguit nog één keer per jaar, op afspraak met Robert. Die knikt begrijpend. ,,Ze zou wel willen. Maar ze heeft er gewoon geen tijd voor. En schaatsen gaat bij haar voor. Als zij niet beweegt en niet een uitdaging heeft om zichzelf beter te maken dan wordt ze ongelukkig en is ze niet de leukste persoon om mee samen te leven.’’

Carien heeft de overeenkomsten tussen schaatsen en golf zeker ervaren. Misschien heeft ze er wel van geleerd. Zeker. ,,Door golf dacht ik dat ik nerveus was. Focussen is zo ongelooflijk belangrijk. En de rust, de ademhaling voelen. Slag voor slag, net als bij schaatsen. Als je niet in je slag komt bij schaatsen, moet je niet gaan vechten om die slag terug te krijgen. Die komt vanzelf, of die komt niet. Je weet wat je kunt. Zo is het ook met golf. Als het niet gaat, gaat het misschien de volgende hole weer wel. Een andere overeenkomst is, dat het een individuele sport is. Je moet het helemaal alleen doen. Je hebt getraind en geoefend, je weet wat je kan. Gewoon doen en er voor gaan.’’

In haar tweede schaatscarrière trainde Carien nota bene harder dan in haar eerste. ,,Er is iets met me gebeurd. Of ben ik ouder en meer ervaren geworden. Of kan ik beter met tegenslagen omgaan. Dat laatste kan zeker. Ik weet hoe goed ik was en ben in schaatsen. Ik hoef niets te forceren. Ik herken de grenzen. Door golf kun je leren beter met tegenslagen om te gaan. Want het is natuurlijk best een confronterend spelletje. Je kunt moeilijk na vier mindere holes de stokken in de tas gooien en weglopen, zeker niet als je zoals ik in een team speelde.’’

En, zo benadrukt Carien, ze kan nu beter dan vroeger relativeren. Haar liefde voor Robert en hun dochtertje zal daartoe zeker hebben bijgedragen. ,,Vertrouwen hebben in de mensen om je heen, in je trainer, je begeleiders en in wat je allemaal aankan. Zelfvertrouwen en rust. Ik ben nog steeds niet klaar net sport. Ik wil echt nog steeds beter worden. Dat zit in mij. Dus ook niet de moed laten zakken, als het even niet loopt, de tijden wat tegenvallen. De buitenwereld en de media staan gauw klaar met hun oordelen als de tijden nog niet goed zijn. Maar ik weet wat ik kan en wat er in me zit.’’ Straks als ze uitgeschaatst is, gaat ze vast en zeker weer meer golfen, zegt ze bijna als troost tegen Robert.

Vorige maand nog heeft ze voor het laatst gegolfd. Te weinig, weet ze, om vorderingen te maken. Een lagere handicap zit er zeker in. Hoe hoog of laag die nu is, moet ze aan Robert vragen. ,,Handicap 17. Of 18, Robert?” Ach, laat maar. Even niet belangrijk. Eerst schaatsen, volgende week weer een trainingskamp in de Ardennen en dan in de verre toekomst op weg naar Pyeongchang, de Winterspelen van 2018. En dan, wie weet, weer golfen. Maar: ,,Als ik golf wil ik wel dat ik het goed doe.’’

———————————————————————-
Carien Kleibeuker (ROTTERDAM, 1978) is een Nederlandse schaatsster die uitkomt op zowel de langebaan als op de marathons. Ze is gespecialiseerd in de lange afstanden, vooral de 5.000 meter. Op die afstand won ze op Olympische Winterspelen van Sotsji in 2014 de bronzen medaille. Na het seizoen 2006/2007 had ze besloten te stoppen met schaatsen, als gevolg van een burn out. Ze koos voor een loopbaan als fysiotherapeute. In 2010 keerde ze terug als marathonschaatsster. In 2012/2013 won ze de Dick van Gangelen Trofee en werd ze uitgeroepen tot Marathonschaatsster van het Jaar. In 2013 keerde ze na zeven jaar terug op de langebaan. Op het Olympisch kwalificatietoernooi won ze de 5.000 meter voor Ireen Wüst. Een jaar later won ze olympisch brons. Het werelduurrecord staat sinds december 2015 op haar naam met 40 kilometer en 569,68 meter.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine nr.5 in de serie ‘Mijn nieuwe sport’
Eerder verschenen: Roeister Femke Dekker, atlete Olga Commandeur, scheidsrechter Mario van der Ende, hockeyster José Poelmans, waterpoloër Marc van Belkum, wielrenner Erik Breukink, voetbaltrainer Barry Hughes, autocoureur Gijs van Lennep en voetballer Kenneth Perez

Erik Breukink: Als je golft sta je er helemaal alleen voor

10 Sep

Foto Janus van den Eijnden

Foto Janus van den Eijnden

Erik Breukink heeft eigenlijk altijd al de rust uitgestraald die hij nu op het terras toont. Eerst als de begenadigde wielrenner, vervolgens als de beheerste ploegleider. Zijn geruststellende glimlach als iedereen in paniek raakt omdat de wereld in brand staat, is gebleven. Rust en controle over de situatie. Hij zou zomaar een goede golfer kunnen zijn.

‘Ja, ik denk dat het spelletje wel bij mij past’, bekent hij. Als hij geen wielrenner was geworden, vooral omdat zijn vader als directeur van Gazelle van wielrennen hield, zou hij best weleens een goede golfer geworden kunnen zijn. Hij zegt het niet met stelligheid, zo is Erik Breukink niet. Maar, vooruit. Hij heeft er tot nu toe nog niet over nagedacht, maar nu het hem gevraagd wordt, acht hij het niet uitgesloten. Typisch Erik.

Zijn vader Wim was een fanatieke sportman: tennis, wielrennen en vanaf zijn zestigste – toen hij meer tijd kreeg – golfen. Erik is ook altijd ‘een spelletjesman’ geweest. Thuis werden met het gezin aan tafel altijd spelletjes gedaan. ‘Ik was bloedfanatiek, in alles, ik kon niet tegen mijn verlies. Mijn vader leek rustig, maar ook hij wilde altijd winnen. Hij liet me ook zien hoe je moest golfen. We woonden aan de IJssel, bij Rheden. Mijn vader sloeg dan de bal zo ver mogelijk de weilanden in en de hond moest hem dan ophalen. Dat moest ik ook leren, zei hij. Maar zover was ik nog niet.’

Erik was meer met voetbal bezig, als een opkomende verdediger die eerst alles overziet om dan met een sprint langs de zijlijn ten aanval te trekken. Maar uiteindelijk ging zijn voorkeur uit naar wielrennen. Hij bleek een talent, een stilist die vooral in tijdrijden uitblonk. Golfen, dat hij pas ging doen toen hij in 1998 stopte met wielrennen, vergelijkt hij met tijdrijden. ‘Je staat er echt alleen voor, het gaat om focus en concentratie, niet forceren, rustig blijven, luister naar je lichaam, let op je bewegingen en weet waar je mee bezig bent.’

Vergis je niet in zijn temperament. Zoals hij al aangaf in zijn herinnering aan de spelletjes in huize Breukink. Bloedfanatiek. ‘Ik stopte in 1997 met wielrennen en werd toen gevraagd eens mee te gaan golfen. Bij mij in de buurt op Wouwse Plantage. Ik nam meteen lessen, wilde meteen mijn GVB halen. Binnen een paar jaar had ik handicap 21. Ik had tijd zat, wat moest ik anders? Een paar keer in de week ging ik met mijn tas naar de driving range. Vijf jaar was ik fanatiek bezig, ik had niets anders dan bij de NOS samen met Mart Smeets commentaar geven. Toen werd ik ploegleider bij Rabo, acht jaar lang. Ik had en nam geen tijd meer om te golfen. Achteraf jammer.’

Hooguit eens per jaar staat hij nog op de golfbaan, op uitnodiging of gewoon omdat zijn collega-ploegleiders bij Roompot, Michael Zijlaard en Jean-Paul van Poppel zin hebben. Dan merkt hij: ‘Je verleert het niet. Je weet na een paar slagen hoe het zit. De basisdingen, de grip, de houding, het hoofd, de focus, de ademhaling.’

Die andere ploegleider, Michael Boogerd, houdt zich verre van golf. ‘Dat is niks voor hem, zegt hij. Inderdaad, Michael wil altijd maar gaan, altijd aanvallen, zo was hij als renner, zo is hij als mens: rusteloos, te veel willen. Van Poppel is een man van de power, ja, een sprinter. Wachten en knallen. Mooi, dat je aan het karakter ziet of het spel bij hen past. Je kunt fanatiek zijn, zoals ik, maar je moet je ook kunnen beheersen. En dat kan ik geloof ik wel goed.’

Je moet ook vertrouwen hebben in wat je kunt, heeft Breukink als wielrenner ervaren. ,,Mijn ploegleiders, Ben van Erp, Peter Post, Jan Gisbers en Manolo Saiz wezen mij daar altijd op: je weet wat je kunt, vertrouw daarop. Zo is ook met golf. Weten met welke stok je een bepaalde afstand kunt slaan, niet forceren, gewoon de stok nemen die bij je past. Gewoon een zeventje. Ik kan wel zo’n joekel pakken, maar dat doe ik liever niet. Het spel is al zo moeilijk. Die obstakels, dat water, dat hoge gras, die bomen, die bunkers die je als monsters aankijken. In het begin dacht ik nog, dat doe ik wel even. Maar dat viel zwaar tegen. Wat ik al zei: het is net tijdrijden, niet over je grenzen gaan.’

Is golfen niet een sport voor wielrenners om tussen de talrijke koersen door tot rust en bezinning te komen? Even afleiding. De vraag stemt hem tot overpeinzing. ‘Ja, dat zou echt mooi zijn. Maar’, voegt hij er snel aan toe, ‘je moet wel les hebben gehad, een beetje kunnen golfen, anders heeft het geen zin. Je kunt niet maar zo tegen je ploeg zeggen: volgende week gaan we samen een dag golfen. En dan nog: wielrenners houden niet van slenteren, je fietst, je traint of je rust, liggen dus.’

De rust op het terras aan de rand van het natuurgebied overheerst. Erik Breukink richt zijn blik op een groot grasveld en speelt met zijn gedachten. ‘Ja, ik geloof dat dat spelletje wel bij mij past. Niet de stress van de koers, niet links en rechts aanvallen om je heen. Alleen zijn met jezelf. Ik denk nu terug aan al die tijdritten. Je staat op het startpodium. Je hebt nog zoveel seconden, je kijkt naar je voeten op de pedalen, naar de stand van je versnelling, naar je benen, je schouders, je hoofd en je armen. Je loopt alles na. Je richt je blik naar voren, focus, je ademt in en uit, en dan ga je, alleen. Je kijkt op en je gaat, zoals je met golf de bal ziet gaan. Je vertrouwt en je hoopt. Mooi.’
——————————————————————————————————————————————————————–
Erik Breukink (1964) was een van Nederlands succesvolste wielrenners. Hij werd in 1985 beroepsrenner, eindigde in de Ronde van Italië (Giro) van 1988 als tweede (hij won toen ook de etappe over de besneeuwde pas van de Gavia). In de Ronde van Frankrijk (Tour de France) van 1990 werd hij derde en in de Ronde van Spanje (Vuelta) van 1993 zevende. In al die rondes won hij een of meer etappes, zoals in 1989 de proloog (openingstijdrit) van de Tour. In 1993 werd hij Nederlands kampioen. Ook won hij belangrijke koersen als de Ronde van het Baskenland, de Ronde van Nederland en het Internationaal Wegcriterium (2x). Na zijn actieve rennerscarrière was hij vijf jaar commentator voor de NOS, en vanaf 2004 ploegleider en vervolgens directeur van de Rabowielerploeg. Nu is hij ploegleider van Roompot Oranjepeloton.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine 7 in de serie ‘Mijn nieuwe sport’. Eerder verschenen in deze serie Femke Dekker (ex-roeister), Robert Eenhoorn (ex-honkballer), Kristie Boogert (ex-tennisster), Kenneth Perez (ex-voetballer), Gijs van Lennep (ex-autocoureur) en Barry Hughes (ex-voetbalcoach)

Eerst vond Barry Hughes golf een ‘smerige’ sport, maar….

11 Aug

Voorafgaand aan onze afspraak sta ik naast hem op de wc van een horeca-etablissement. Ik herken hem meteen en begroet de man met de onafscheidelijke pet: Barry Hughes. Voormalig voetbalcoach en praatjesmaker. Een grote mond vol moppen. Zo staat hij te boek. Maar nu zal het gaan over zijn kwetsbaarheid, golf. De Welshman speelt het al vijftig jaar, maar goed heeft hij het nooit kunnen spelen. En dat doet pijn. Steeds meer.

‘Ik dacht: iedere klootzak kan een bal slaan. Waarom ik dan niet?’ Nou, gewoon, omdat hij er het talent niet voor heeft. Het is maar een voorzet die Hughes gemakkelijk kan inkoppen – om in voetbaltermen te spreken. ‘Ja, wel de mentaliteit, maar niet de kwaliteit.’

Hij verwijst naar voetbal. ‘Komt er een bal naar me toe, hoog of laag, maakt niet uit. Ik vang hem op met m’n borst of op m’n voet. Dat doe ik automatisch goed. Maar een golfbal die voor me ligt en weg moet slaan, maakt me gek. Dan ga ik denken, dan ben ik een maler. Dan gaat het in mijn hoofd tekeer. Dan ben ik al mijn vertrouwen kwijt.’

We kennen hem toch? Die man die met de borst vooruit voetballers als Bert van Marwijk en Ruud Gullit ontdekte en hen overtuigde van hun talent. Die met opgeheven hoofd voor tal van microfoons en camera’s de waarheid durfde te vertellen. Die zelfverzekerd voor op z’n minst 200 mensen lezingen gaf over zelfvertrouwen.

‘Ik kwam over als een grootheid’, zo kijkt hij terug. ‘Ik kon moppen vertellen en bracht de sfeer erin. Iedereen luisterde naar mij, als performer en als coach. Iedereen behalve Louis van Gaal dan, als speler, hij begreep mijn grappen niet. Maar ja, Louis is een en al wantrouwen. Ach laat maar, Louis doet het nu toch goed! Ik had altijd macht over de mensen en de situatie. Maar als golfer verdwijnt mijn macht, mijn vertrouwen. Ik weet alles over golf, ik lees elk boek over golf, weet alles van theorie, ik kijk alle golfwedstrijden op televisie. Ik heb voor 80.000 toeschouwers gevoetbald en gecoacht, maar zodra ik in mijn eentje een bal moet slaan is mijn vertrouwen weg.’

barry_hughes_derby
Noodgedwongen ging Hughes golfen. Hij voetbalde bij West Bromwich Albion. Zijn trainer Vic Buckingham (later Ajax) wilde dat alle spelers ’s maandags ter ontspanning gingen golfen – een typisch gebruik bij Britse voetbalclubs. Wie niet wilde golfen, diende het materiaal (tassen met de golfclubs) te dragen. Nou, dat wilde Barry niet. Zeker geen caddy. Dan maar golfen. Maar van harte ging het nooit. ‘Ik vond het een smerige sport. Niemand zegt wat als je slecht slaat. En als iemand wat zegt, dan antwoord je met: houd je smoel. It’s makes you crazy, die betweters.’

Jaren later, na een periode als speler bij Blauw-Wit (Amsterdam), merkte hij dat voetbal voor hem een obsessie was geworden. Hij was coach van Haarlem en zag in dat hij dag en nacht met voetbal bezig was. Ten einde raad ging Hughes op advies van zijn vrouw (tv-omroepster Elles Berger) op consult bij zijn huisarts. Ga eens iets doen ter ontspanning, schilderen, vissen of iets anders. Aldus de arts. Hughes ging eerst vissen. Totdat zijn hond de vishaak achterna sprong en later ook nog eens zijn brood, het lokaas, opvrat. Hoezo ontspanning? Dan maar golfen, op maandag, de dag na de wedstrijd, zoals Vic Buckingham hem had proberen bij te brengen.

Het jaar van de openbaring: 1976. Hughes meldde zich op de Kennemer in Zandvoort. De ballotagecommissie vroeg zich nog af of zo’n luidruchtige, bekende Nederlander wel toegelaten moest worden. Maar na samenspraak met de voorzitter wist Hughes dat hij zich als lid in alle bescheidenheid diende op te stellen. Dan kwam het wel goed. ‘Speel om te ontspannen, meneer Hughes. Verder niets. Het was een wijze raad. Ik mocht gewoon mezelf zijn. Niet die voetbalcoach die iedereen kent, waar iedereen op afkomt en die mogelijk anderen in de schaduw zet.’

Elke maandag speelde hij jarenlang met ‘de Chinees Pieter Howe’. (Hughes spreekt het uit als Howie, op z’n Chinees). Toen was er eindelijk plaats voor ontspanning en afleiding. ‘Howe wist niks van voetbal, hij wist niet eens wie ik was. Hij sloeg en ik dacht: man, wat kan die man golfen. Goodmorning Bally, thank you Bally. Ik kwam tot rust, ik dacht niet meer aan voetbal. Ik dacht aan een andere wereld. Golf, fuck, ik moet die bal slaan én goed. Een andere keer kijk je om je heen en zie je de omgeving, de natuur, de vogels en de bomen. Weg voetbal. Ik ben in Schotland geweest, op St. Andrews en op vele andere banen. Daar vind ik nou rust, afleiding en ontspanning. Ver weg van de klote voetbalwereld. Natuurlijk is voetbal mijn sport, maar het zou zo mooi zijn als anderen golf leren waarderen.’

Hij verwijst naar zijn vader, een verwoed golfer. Over hoe gek mensen kunnen doen om een perfect golfer te kunnen zijn. Dat hoofd dat stil moet staan, de blik gericht op de bal blijven houden bij het slaan. ‘Hij had een truc. Hij maakte iets vast aan zijn shirt met een draadje naar een balletje in zijn mond. Dus zodra hij bij het slaan zijn hoofd bewoog, voelde hij het balletje in zijn mond. Au, fuck. Weer mijn hoofd bewogen.’ Barry doet het voor. Het klinkt als een mop. ‘Maar pas op: niet lachen’, priemt hij vermanend zijn wijsvinger op mij. ‘Zo serieus is golf.’

Barry Hughes zoekt naar excuses. ‘Veertig jaar geleden had ik nog handicap 16, maar nu…’ Waarom heeft hij nooit geleerd goed te golfen? Hij zag jonge voetballers met talent. Hij zag zijn dochter en later zijn kleinkinderen een stok pakken en zomaar een bal wegslaan. En goed ook. Hij wordt oud, dus zal het nooit meer goed komen. Hij begint over zijn lijf, ruim 77 jaar oud inmiddels, vanzelfsprekend aan slijtage onderhevig, en over andere afnemende kwaliteiten. De verhalen rijgen zich aaneen, over voorspoed en tegenspoed.

Maar dan: ‘Golf is vooral accepteren wat je kunt en niet meer kunt. Op de golfbaan ben je echt je zelf. Daar ben je niet die grappenmaker, die man die de wereld eens even vertelt hoe het zit. Mijn Chinees Howe had geloof ik vijf restaurants, versloeg op de golfbaan iedereen die hem uitdaagde en vertrok met een handdruk. Zonder euforie, zonder emotie. Dat heb ik van hem willen leren. Maar toch, jongen je kent me, het lukt me niet. Acceptatie, daar ben ik nou bezig. Dit kan ik, dit kan ik niet meer.’

Zo nemen we afscheid. De man met de onafscheidelijke pet die de wereld in zijn greep leek te hebben door zijn bravoure en humor, verdwijnt, stapt in zijn sportauto en zwaait. Sinds 1976 is hij lid van de Kennemer, nog altijd een leerling. Het leven boeit hem. Golfen lijkt hem daarbij te helpen.
——————————————————————————————-
Barry Hughes (1937) is sinds 1976 lid van de Kennemer in Zandvoort. Hij leerde golf als voetballer van West Bromwich Albiom. Hij voetbalde in Nederland bij Blauw-Wit Amsterdam. Daar leerde hij zijn latere echtgenote stadionomroepster en later VARA-presentatrice Elles Berger kennen. Hughes was na zijn spelersloopbaan coach van Alkmaar ’54, Haarlem, Go Ahead Eagles, Sparta, FC Utrecht, Volendam, MVV en andere clubs. Ook bracht hij plaatjes uit met carnavaleske hits. Hughes geldt als de ontdekker van onder meer de voetballers Bert van Marwijk en Ruud Gullit.

Dit interview is gepubliceerd in GolfersMagazine 6 in de serie ‘Mijn nieuwe sport’. Eerder verschenen in deze serie Femke Dekker (ex-roeister), Robert Eenhoorn (ex-honkballer), Kristie Boogert (ex-tennisster), Kenneth Perez (ex-voetballer) en Gijs van Lennep (ex-autocoureur)

Femke Dekker: van toproeier naar golf lastiger dan gedacht

27 Mrt

femke dekker golf
Roeien was sinds haar dertiende haar passie. En met veel succes, getuige de triomfen, titels en medailles die ze in achttien jaar behaalde. Dat was vooral te danken aan haar doorzettingsvermogen, strijdlust, tegenslagen overwinnen en vooral haar onstuitbare wil om te winnen. Waarom, zeiden mensen. ,,Nou gewoon, omdat ik moet winnen.’’

Toen ging Femke Dekker golfen, anderhalf jaar geleden. Kort nadat ze met toproeien was gestopt. Dat zou ze wel even doen. Hoewel ze ,,geen enkel balgevoel’’ had, meende zij (en zeker haar vrienden) dat ervaring als topsporter toereikend was om ook een goede golfspeler te worden. Gewoon snel leren, doen, vechten en winnen. Gewoon dat vlammetje in haar voeden en het komt goed. En: ,,Als mensen zeggen ‘Het kan niet’, dan zeg ik ‘het kan wél’.’’

Niet dus. Dat voelde ze meteen bij haar eerste ‘balcontact’. ,,Ik werd zo hard geconfronteerd met mezelf. Er was niet zoals met roeien een tegenstander. De tegenstander ben jezelf. Hoe meer ik wilde, hoe slechter ik sloeg. Ik stond dus weer op nul. Ik had mijn hele leven, zeker in het roeien, gedacht: ik moet winnen en dat had vaak resultaat.’’

Ze werd bevangen door golf tijdens een proeflesje op golfcentrum Amsteldijk. Golf had haar te pakken. Ze ging op zoek naar een gelegenheid waar ze in één dag haar GVB kon halen en vond die in juni 2013 in Swifterbant. De praktijk-examinator zei na afloop nog: ,,Je pakt het snel op.’’ Een nieuwe passie was geboren. Ze werd uitgenodigd voor een open dag op de Old Course in Amsterdam, werd er meteen lid en besloot hard (alweer hard) te gaan trainen. Nauwlettend gevolgd door golfpro Gary Davidson.

De volgende valkuil doemde op: ,,Heb ik achttien jaar met succes aan topsport gedaan, kan ik niet eens golfen. Ik voelde ook dat anderen, met wie ik de baan inging, hetzelfde dachten. Ik liep met senioren, soms mensen van bijna tachtig, en zag ze gewoon slaan, zonder moeite, en beter spelen dan ik. Ik stond onder grote druk. Ze noemden mij een duikboot. Dat vond ik gemeen. Omdat ik als topsporter een voordeel heb en daardoor vanzelf een goede golfer ben. Na een misslag wilde ik me achter een boom verschuilen. Toen ben ik kaarten gaan lopen, als bewijs. Zien jullie nu dat ik écht nog niet zo goed ben?’’

femke dekker roeien
En Femmy maar rammen, vertrouwend op haar fysieke en mentale kracht die bij het roeien zoveel resultaat opleverde. ,,Mijn voordeel is dat ik lang ben en kracht heb ontwikkeld. Die kracht zat me in de weg. Ik stond op de tee-box en wilde zo snel mogelijk naar de green. Ik moest, ik had geen moment rust en geduld in mijn spel. Mijn hoofd vulde zich met vuur, met agressie. Gary zei steeds: ‘Just throw a disk’. Ik was te fanatiek en te rusteloos. Boeken als The Inner Game of Golf van Timothy Gallwey, aanbevolen door Gary Davidson, verslond ik. En dat hielp.’’

Toch beschikte ze over een talent dat haar als beginnend golfer hielp, zo ontdekte Davidson. Ze is goed in kopiëren, kijkt en speelt dan na wat ze gezien heeft. Bevlogen besloot ze naar toernooien als de Ladies Open en het KLM Open te gaan. Ze zag Joost Luiten en had met hem willen praten: als twee topsporters met twee totaal verschillende sporten. Hoe doe jij dat nou? Waar haal jij de rust en de mentale kracht vandaan. Maar ze liet het na.

Die mentale kracht die haar bij het roeien succes bracht, bleek anders te werken bij golf. Zo besefte ze, door schade en schande wijzer geworden. ,,In roeien en andere sporten is de wil om te winnen van het grootste belang. Bij golfen gaat het juist om ontspanning. De mindset heeft invloed op je techniek. Ook een valkuil, waar ik telkens in trap. Bij roeien moet je altijd gaan, zo snel mogelijk naar de finish, om de tegenstander te verslaan en zo te winnen.’’

Bij golfen is het heel anders anders. ,,Slag voor slag. Niet omkijken naar wat je bij de vorige slag hebt gedaan. Bij andere sporten moet je juist herstellen wat je net fout hebt gedaan. Bij golfen niet, niet meer aan denken. Ook niet vooruit denken, zoals in andere sporten. Dáár moet ik heen, dán moet ik er staan. Altijd in het nu zijn. Rustig blijven, adem beheersen. Mijn enige rustmoment bij het roeien was muziek luisteren. Om dan er dan weer vol in te gaan.’’

Ze zegt rustiger te zijn geworden door golfen. De scherpe kantjes zijn er vanaf. Ze heeft het verschil tussen spanning en ontspanning ervaren. ,,In topsport is geen ruimte voor twijfel. Emoties vormen een obstakel. Dat wordt het meest zichtbaar in golf. Daar wordt twijfel meteen wordt afgestraft. En je doet het zelf. Jij stuurt zelf dat balletje. Daarom speel ik alleen met ijzers. Met houten clubs ga ik twijfelen. Ik leer zo ontzettend veel. Ik dacht dat ik kon omgaan met tegenslagen. Niet dus. Ik heb vaak op het punt gestaan met stokken te gooien of ze te breken. Ik heb geleerd dingen los te laten. Niet krampachtig vasthouden aan dingen en er in blijven hangen. ’’

Als het gesprek is beëindigd, gaat ze nog een uurtje slaan. Nog gauw zegt ze spijt te hebben dat ze niet eerder is gaan golfen. Dan was ze als roeier rustiger geweest. Niet zo rusteloos. ,,Als ik kinderen had, liet ik ze golfen. Door los te laten leer je het leven kennen. Ik heb leren slenteren. Niet haastig lopen en snel er op af gaan. En het is zo mooi, altijd buiten. En je komt op de mooiste plekjes. Ik hoop dit tot op de laatste dag te doen. Dit is mijn nieuwe huis.’’

—————————————————————————————————-
Femke Dekker (35) beëindigde in 2013 haar (internationale) roeicarrière. Ze won zilver op de Olympische Spelen in 2008 (in de acht). Ze was wereldkampioen junioren in 1996 (dubbel vier), wereldkampioen senioren in 2009 (vier zonder), wereldkampioen in 2010 (vier zonder) en werd vier keer derde op een WK (vier zonder en een keer in de acht). Sinds 2013 is Femke Dekker voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Olympische Deelnemers.

Dit artikel is eerder in de serie ‘Mijn nieuwe sport’ gepubliceerd in GolfersMagazine 2015-nr.1

%d bloggers liken dit: