Tag Archives: Wielrennen

De zoektocht van Hein Verbruggen

16 Jun

Afgelopen najaar wilde Hein Verbruggen met mij praten. Hij kwam speciaal daarvoor naar de Veluwe waar ik veel in ons vakantiehuisje verblijf. We hebben uren gepraat. 

Ik dronk witte wijn, hij Cola Light. We praatten over ons leven, onze jeugd, onze opvoeding, de kerk, ouders, onze relatie, het huwelijk, onze zoons (hij heeft er twee), hoe op te voeden, over macht en het opportunisme van journalisten, hun vooroordelen en aannames, over beeldvorming, over de zin van leven. Over ná het leven.

Hij wilde van mij weten waarom ik zo veel zag in boeddhisme. Daar had hij al veel over gelezen – ook via mijn stukken die ik hem stuurde. Hij sprak over Chinese filosofieën, veel over China, over confucianisme, taoïsme, over filosofische boeken, over Freud, Nietzsche, Martin Luther King, Mandela, Mao, Kissinger, Obama, Chomsky, Machiavelli, Darwin en God, over politiek en de dynamiek tussen mensen. Over De Waarheid…. 

Over zijn ziekte (ALL-acute lymfatische leukemie) en over kleine kansen. Over mijn psychische problemen en hoe daarmee om te gaan. Over het belang van sport en entertainment, als afleiding van de dagelijkse sleur. 

Heel even over hardlopen, wat ik ook veel heb gedaan – Hein liep in 1991 de marathon van New York.

Niet over wielrennen. Nog geen minuut.

We kenden elkaar al veertig jaar. Soms keken wij elkaar die dag zwijgend aan en dan begon hij te lachen, even maar, en zei: ‘Weet je wat het met jou is Guus!?’ (Dat blijft onder ons).

We zouden elkaar snel weer treffen, zo beloofden we elkaar. Hij stuurde me kort daarop per email teksten over boeddhisme, soefisme en filosofie. Wat ik ervan vond. Ik kreeg begin januari ook een nieuwjaarswens toegestuurd.

Hij moest nog een paar extra chemokuren verwerken, alvorens hij in de zomer een stamceltransplantatie zou ondergaan. Zo liet hij tussentijds weten. Vóór de ‘transplant’ zouden we elkaar in mei/juni weer treffen, waar ook in Nederland. Dat wilde hij per se.

Intussen ging hij hard achteruit. Ruim twee weken geleden (28 mei) stuurde hij mij een kort mailtje: ‘chemokuren zijn niet voldoende om ziekte te onderdrukken voor een (zware) transplantatie, ik ga nu meedoen aan testen (clinic trials)  in Amsterdam en er dan het beste van hopen, WE houden contact, Hein.’

In de nacht van afgelopen dinsdag op woensdag is hij overleden, zo mailde een collega mij. Hij werd 75 jaar.

Hein Verbruggen was een markant mens met wie ik heel veel heb meegemaakt, gebekvecht en uitgewisseld.

 

‘Gun het kind vrijheid zichzelf in sport te ontwikkelen’

23 Sep

Twintig jaar was Leo Peelen toen hij op de Olympische Spelen een zilveren medaille op het wieleronderdeel puntenkoers veroverde. Trots en voldaan stond hij daar, één klein stapje onder de top van de Olympus. De top had hij eigenlijk al bereikt. Gewoon, alleen al door daar in Seoul te mogen zijn. Die medaille voelde als een beloning voor zijn jeugdige onbevangenheid. Omringd door de favorieten uit vooral de DDR en de Sovjet-Unie had hij nauwelijks spanning gevoeld. Hij hoefde er maar voor te gaan – én ging. Wat onbevangenheid al niet oplevert.

Leo Peelen keert in 1988 terug uit Seoul met een zilveren medaille

Leo Peelen keert in 1988 terug uit Seoul met een zilveren medaille

Het won de zilveren medaille, maar het voelde als een gouden greep. Nu zouden de deuren naar de hemel voor de jonge renner uit Arnhem opengaan. Hij zou misschien wel voor eeuwig op handen worden gedragen. Dit was waar hij als jongetje van had gedroomd – hij begon op zijn tiende met wielrennen bij RETO in Arnhem. De ultieme beloning: zilver. Een jaar later werd hij nog derde op de wereldkampioenschappen in Lyon. Maar toen had Leo al het gevoel dat hij er niet voluit voor was gegaan. ,,Alsof ik onbewust een excuus inbouwde voor als ik niet zou winnen. Het rommelde in mij. Onbewust een test: kijken hoe mensen reageren als ik niet win. Ik had iets bereikt, zilver in Seoul, en dat had me niet gegeven waar ik van droomde. Vijf jaar na Seoul ben ik gestopt. Ik voelde dat topsport – een medaille, een plaats bij de wereldtop – mij niet zou geven waar ik als jongetje jarenlang naar had verlangd.”

Leo vond zichzelf terug op een dwaalspoor. Tastend naar het onbestemde. Zeg maar: het zwarte gat. Waarom had hij zo hard moeten fietsen, harder dan anderen, wat wilde hij daarmee bereiken? Ineens viel de waardering voor hem als mens weg. Geen succesvol wielrenner, dan ook geen goed mens. Twee huwelijken, met twee kinderen, hield het niet uit. Wat was er met hem gebeurd? Na een zoektocht van jaren legde een jonge vrouw, met wie hij zijn lief en leed durfde te delen, een boek op tafel: ‘De herontdekking van het ware zelf’ van Ingeborg Bosch, een psychotherapeute die een methode (Past Reality Integration) heeft ontwikkeld die je terugvoert naar je jeugd, naar de manier waarop je ouders je hebben geconditioneerd.

leopeeelen

Leo Peelen links op het erepodium, naast winnaar Dan Frost uit Denemarken en rechts Marat Ganejev uit de Sovjet-Unie

Het was voor hem een openbaring, die hij nu iedereen (vooral topsporters die tijdens en na hun loopbaan de oorzaak van hun opgedrongen drijfveer durven ontdekken) toewenst. Leo voelde in de therapiesessies de pijn van vroeger. Zijn vader, een fanatiek wielrenner, ging altijd fietsen met zijn broer. Hij kreeg aandacht, Leo niet. Toen ontdekte Leo: als ik nou ga fietsen, geeft mijn vader mij (ook) aandacht. En als ik nou maar heel hard fiets, krijg ik de meeste aandacht. ,,Ik deed het gewoon om gezien te worden door mijn vader. Mijn vader, mijn ouders, moesten me zien. Alles heb ik gedaan om gezien te worden door de mensen die mij dierbaar zijn. Doen we dat niet allemaal? Gezien willen worden door mensen die symbool staan voor je ouders? En dan zijn je ouders er niet meer. Of mensen zien je niet staan. Dan voel je je in de steek gelaten. Dan moet je het zelf doen, zonder de symbolische ouders. En dat is verwarrend. Sterker: je zoekt naar ouders die er niet zijn. Je bent volwassen. Je moet het zelf doen. En dan val je om, in wanhoop. Wat nu?’’

Ons gesprek, kort na de Olympische Spelen, wordt gevoed door de reacties van zowel winnaars als verliezers. Bijna vanzelfsprekend komt het proces van Yuri van Gelder aan de orde – en niet in de laatste plaats zijn verbanning uit de olympische ploeg. Wat heeft hem al vanaf zijn jongste jeugd gedreven om groot en sterk te worden (een olympische medaille te veroveren als grootste niet te overtreffen trofee)? Wie waren zijn ouders? Wat wilde hij (tegenover hen) bewijzen? Uit wat voor milieu komt hij? Wil hij aantonen dat hij meer is dan de ‘minderwaardige’ en vooral kleine jongen?

van_gelder_yuri_8

Yuri van Gelder (foto Thomas Schreyer)

We komen er niet uit omdat we Yuri en zijn achtergrond te weinig kennen én hem niet willen veroordelen. ,,Hopelijk krijgt die jongen de juiste begeleiding om ervan te doordrongen te worden waarom hij zo is geworden en waarom hij buitensporig gedrag is gaan vertonen. Verslavingsgedrag, verslaafd aan aandacht en euforie? Ik heb wel een vermoeden, en zou hem daarom mogelijk kunnen helpen met mijn PRI-therapie-ervaring. Maar dat is vooralsnog niet aan mij.’’

Leo Peelen werd geraakt door een uitlating van zwemster Ranomi Kromowidjojo: ‘Ik hoop dat mijn ouders nog één keer trots op mij kunnen zijn.’ Voor wie heeft ze al die jaren gezwommen? Zo vraagt Peelen zich af. Voor zichzelf of voor haar ouders die haar altijd gesteund hebben, sterker misschien: aangemoedigd? En dan verliest ze, althans ze wint niet. ,,Stelt ze dan haar ouders teleur of zichzelf? Hoe gaan haar ouders daar mee om? Dat is mijn vraag. Vanzelfsprekend zullen ze haar niets verwijten. Maar misschien voelt ze haar nederlaag wel als een schuld. Ik heb het voor mijn ouders gedaan. Heb ik het ook voor mezelf gedaan? Dat zijn grote vragen.’’

Dat gevoel van verplichting om je ouders te plezieren, kan verregaande gevolgen hebben. In het Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated werd al in 2003 in het artikel (Prisoners of depression) gewag gemaakt van olympische winnaars die na hun triomf in een diepe depressie geraakten tot aan zelfmoord toe. Winnaars die op het erepodium geen emotie vertoonden, bevroren, niet wetend waarom ze daar stonden, mogelijk omdat hun ouders (soms onbewust?) die prestatie geëist hadden. Zo bleek uit psychiatrische onderzoeken met betrokken sporters. De jacht op goud kent meer slachtoffers dan bekend wordt, mede uit overwegingen van privacy en medisch beroepsgeheim.

Vanuit zijn ervaringen als topsporter met een achtergrond, geeft Leo Peelen lezingen en trainingen aan ouders van jonge wielrenners. De Koninklijke Nederlandse Wielren Unie en zijn club RETO uit Arnhem geven hem daarvoor de gelegenheid, mede omdat hij al acht jaar bekend is met de therapie PRI en daarvoor een opleiding als therapeut volgt. ,,Het gaat bij alles om bewustwording. Als een moeder zegt: ‘ik heb mijn dochter gezegd dat ze altijd vooraan moet rijden om valpartijen te vermijden’ vraag ik: waarom? Als ze dan valt is het dus de schuld van de moeder. Dus laat haar vallen en zichzelf helpen. Als er dan een vader in de zaal zegt: ‘Dat gelul hoef ik niet te horen’. Dan zeg ik: ‘Ontkenning van behoeften. Je wilt wat van je zoon, vraag jezelf af waarom je dat van je zoon wilt. Projectie, trots, iets wat jezelf niet hebt bereikt. Waarom leg je je kind iets op? Dat kan kan heel subtiel zijn. Je ziet hem verliezen en laat hem in zijn verdriet. Je ziet hem winnen en dan ga je uit je dak. Dat maakt afhankelijk.’’

Leo Peelen kijkt graag naar zijn dochter en zoon die basketbalt. ,,Dan zit ik te kijken en mijn zoon scoort. Mijn buurvrouw op de tribune zegt dan: ‘Moet je niet juichen?’ Nee, want ik juich ook als hij niet scoort. Dat klinkt obsessief, maar ik probeer te doorgronden dat een zoon die scoort niet zaligmakend is, voor hem en voor mij. Ik ben altijd trots op mijn zoon, niet alleen als hij scoort. Dat weet hij intussen.’’

Tijdens zijn lezingen vertelt Peelen zijn verhaal, over de hoop dat hij met zijn prestaties iets (een beloning, iets maatschappelijks, voortdurende waardering) zou krijgen. Over de wil om zichzelf te blijven bewijzen. Nooit zou het genoeg zijn. Nooit zou hij krijgen wat hij in zijn jeugd heeft gemist, de waardering van zijn vader. Dat wordt in PRI ‘oude pijn’ genoemd, de oude realiteit. Gevoegd bij de angst dat je ‘het’ nooit zult krijgen. Maar als volwassen mens (hij stopte met wielrennen toen hij 25 was en is nu 48 jaar), kun je het niet meer voor je vader doen, je doet het voor jezelf. Je kunt het zelf. ,,Weet je dat ik pas 15 jaar na Seoul de zilveren medaille op mijn cv heb durven plaatsen.’’

Hij begrijpt ouders wel: je hebt alles over voor je kinderen. ,,Maar onbewust kun je ze sturen naar iets wat niet bij hen past.’’ Er komt een verhaal boven van een tennistalent dat van haar ouders naar een peperdure trainingsstage van Nick Bolletieri in Florida mocht, maar op haar zeventiende tegen haar vader en moeder durfde te zeggen: ‘ik stop ermee, ik wil mijn vrijheid.’ Terwijl ze wist hoeveel geld haar ouders in haar hadden geïnvesteerd. Leo vertelt een verhaal over een vader van een wielertalent. Hij ging naar België om de wielersfeer te proeven en dat aan zijn zoon over te brengen. Hij kocht een fiets van 5.000 euro, terwijl zijn zoon daar niet eens om vroeg. De fiets als bindmiddel in de vader-zoon-relatie. Zo gaat dat.

Leo Peelen en ik sturen elkaar voortdurend berichtjes en emails wanneer er weer een (olympische) topsporter typisch gedrag vertoont. Zou dat er weer een zijn? ,,Een topsporter gelooft niet in therapie, liever niet, want dat zou kunnen duiden op ziek zijn. En een topsporter is niet ziek, een topsporter is kerngezond. Dat is nu eenmaal het beeld wat in stand wordt gehouden, zeker ook door de sportbestuurders en de overheid. Kijk onze topsporters eens het toonbeeld van volmaaktheid en gezondheid zijn’’, weet Peelen. ,,Daarom moet in de preventieve sfeer iets gebeuren. Lezingen, cursussen en ouderavonden bij de clubs en bonden. En ook op scholen zijn speciale PRI-bijeenkomsten. Wat verwacht u als ouder van uw kinderen? Gunt u ze vrijheid zichzelf te ontwikkelen? Gelukkig zijn er veel kampioenen en medaillewinnaars die plezier beleven aan hun sport en mogelijk daarom zo goed zijn geworden. Maar toch, als straks het plezier ophoudt en de successen uitblijven, wat dan? Wie vangt de gevallen helden dan op?’’

Dit artikel is gepubliceerd in NLcoach nr 4-2016

%d bloggers liken dit: