Tag Archives: Sepp Blatter

Michel Platini was eens Le Champion des Champions

8 okt

Dit portret verscheen zaterdag 3 oktober in NRC Handelsblad

Door Guus van Holland en Peter Vermaas
‘Michel Platini beweegt als schaatser op het ijs. Met het toppunt van elegantie verplaatst hij zich over het veld, de bal vormt voor hem geen enkel probleem. Met de borst vooruit en het hoofd omhoog beschermt hij door een lichte buiging de bal. Alles wat hij doet schijnt hem gemakkelijk en eenvoudig af te gaan.’

Het is de opmaat voor een hagiografisch boekje uit 1978: Michel Platini, Le Champion des Champions, met veel foto’s en korte teksten. Het werd uitgegeven naar aanleiding van de uitverkiezing door sportdagblad l’Equipe van de nauwelijks 23-jarige speler tot Frans sportman van het jaar in 1977. De tekst is van Roger Piantoni, de Franse oud-international (hij werd op het WK van 1958 met Frankrijk derde), die net als Platini bij FC Nancy debuteerde.

Platini werd eind jaren zeventig een grote toekomst voorspeld, en niet alleen door Piantoni. In het boekje staan indrukwekkende foto’s van zijn alom geprezen balvoering en van trainingen waarin hij langdurig oefent op vrije trappen, met poppen als muur. De Fransen, wier bewondering voor artistieke voetballers (Kopa, Piantoni, Platini, Tigana, Six, Giresse, Rocheteau, Henry, Cantona, Zidane) altijd de boventoon voert, raakten verblind door Platini’s présence.

Verblind zijn ze nog steeds. ‘Le Roi Michel’ is soeverein en onaantastbaar. Nog voor hij zichzelf deze week had kunnen verweren tegen beschuldigingen van corruptie in de zaak tegen Sepp Blatter en andere FIFA-bestuurders, trokken media en politiek in eigen land een haast onneembare verdedigingsmuur op.

Niet veel grote spelers slaagden erin om na hun actieve carrière een bijna even gloedrijk bestaan op te bouwen als bestuurder. Platini, sinds 2007 voorzitter van de Europese voetbalfederatie UEFA en nu de belangrijkste kandidaat om Blatter op te volgen bij de FIFA, lukte dat wel. Maar ‘gemakkelijk en eenvoudig’, om met Piantoni te spreken, is het niet meer. Blatter, die hij vorig jaar weigerde te steunen voor een nieuwe termijn, dreigt hem mee te slepen in zijn val.

Jaren trokken ze samen op: Blatter is voor Platini „bij toerbeurt bondgenoot, mentor, rivaal en voortaan beste vijand” resumeerde Le Monde onlangs. De voormalige Franse bondscoach, drievoudig Europees voetballer van het jaar en tweevoudig beste voetballer aller tijden, moet zich bij de Zwitserse justitie verantwoorden voor een bedrag van 1,8 miljoen euro dat de FIFA in 2011 naar hem overmaakte. Was dat fraude? Steekpenningen? Volgens Platini zelf ging het louter om een vergoeding voor zijn rol als technisch adviseur van Blatter, tussen 1999 en 2002.

Platini is „rustig” onder de aantijgingen, zei de chef sport van de Franse publieke radio, Jacques Vendroux, over zijn vriend als ware hij zijn woordvoerder. „Hij weet vanaf de dag dat hij Blatter opriep om zich terug te trekken als kandidaat dat hij, tussen aanhalingstekens, in een oorlog verzeild zou raken. Dat is heel moeilijk voor Michel”, aldus zijn analyse op France Info. En de twee miljoen? „Neem van mij aan dat hij geen nieuw zwembad of een badkamer heeft laten bouwen, geen nieuwe auto heeft gekocht of reizen heeft gemaakt”, zei Vendroux op tv-zender TF1. „Het gaat om kosten die te maken hadden met voetbalmissies.”

Zelfs de Franse politiek nam het meteen voor hem op. „We hebben geluk dat we iemand als Michel Platini hebben”, verklaarde premier Manuel Valls prompt na de eerste berichten uit Zwitserland. „Hij is een groot sportman geweest en is een groot sportbestuurder. Ik heb volledig vertrouwen in hem.”

Het was Platini die het een paar maanden eerder voor Valls had moeten opnemen toen de premier, groot fan van Barcelona, voor veel geld een regeringsvliegtuig naar de finale van de Champions League in Berlijn had genomen en daardoor in problemen kwam. Volgens Platini waren er in de aanloop naar het EK van volgend jaar belangrijke sportzaken te bespreken. Valls aanwezigheid was gewenst.

Het tekent Platini’s lenigheid en aanhoudende kwaliteiten als tacticus. Net zo makkelijk als op het veld bewoog en de regie op het veld in handen hield, lijkt hij zich nu in de duistere gangen van de macht van het mondiale voetbal een weg te vinden. In de politiek, in de media en onder voetbalbestuurders heeft hij op de juiste plaatsen steunpilaren die altijd weer van pas kunnen komen.

Politici, van links en van rechts, willen met hem gezien worden. Oud-president Nicolas Sarkozy zette zijn vriend zelfs in om de Franse economie aan te zwengelen, onthulden journalisten van France Football in 2013. In ruil voor investeringen zou hij Qatar beloofd hebben zijn vriend voor het WK 2022 te laten stemmen. Platini heeft erkend dat er bij zijn omstreden stem voor de Golfstaat „politieke druk” was, maar hij staat nog achter zijn keuze. Dat zijn zoon drie maanden na de stemming een baan kreeg in de Golfstaat, heeft volgens hem geen enkele relatie. Maar de affaire was het eerste echte vlekje op de loopbaan van Platini als bestuurder.

De kleinzoon van een na de Eerste Wereldoorlog uit Italië naar Frankrijk uitgeweken metselaar begon, nadat hij werd afgewezen bij Metz, zijn profcarrière bij FC Nancy, de club waar vader Aldo ook had gespeeld. Daarna volgden St. Etienne en Juventus.

Onder zijn leiding regen deze clubs nationale titels aaneen. De ‘aanvallende middenvelder’ of ‘binnenspeler’ dicteerde het spel, geregisseerd à la Johan Cruijff met weidse gebaren en luide aanwijzingen: bal aan een touwtje, wijzen en schreeuwen, om dan een meedogenloze pass te geven. Vaak scoorde hij zelf, alsof het normaal was – achteloos, bijvoorbeeld uit een vrije trap.

Zoals in 1984, toen Frankrijk Europees kampioen werd door in de finale met 2-0 te winnen van Spanje. De eerste goal was een vrije trap van Platini, Bruno Bellone maakte de tweede, maar aanvoerder Platini werd topscorer van het toernooi met negen doelpunten.

platini zwemt
Platini maakte Frankrijk Europees kampioen, op zijn manier, techniek parend aan inzicht – dominerend en regisserend. Het elftal speelde aan de hand van Platini. Zelfs coach Michel Hidalgo moest zijn oren laten hangen naar de ideeën van Platini. Trots, blij en met zichzelf ingenomen kreeg hij als aanvoerder de trofee.

De Franse voetballiefhebber, maar eigenlijk iedereen die voor het onmetelijke Franse chauvinisme vatbaar was, was in de ban van Michel Platini. Oud-ploeggenoten zoals Didier Six en Jean Tigana hebben wel gezegd dat Platini zichzelf onschendbaar ging voelen.

„Michel had gouden voeten, daar kon hij alles mee. Hij was aimabel, maar hij wilde toch te graag dominant zijn”, zei Six, toen hij in zijn nadagen voor Stuttgart speelde, in het Duitse blad Kicker. „Hij had het talent om te genieten van wie hij was en wat hij bij mensen bereikte. Hij straalde uit dat hij aantrekkelijk was. Een mooie man, die mooi voetbalde en mooi scoorde. Alles was mooi aan hem.”

Zijn achilleshiel als speler zou het Heizeldrama worden. In de aanloop van de Europa Cup-finale van Juventus tegen Liverpool in 1985 vielen in het gedrang en de gevechten op de tribunes van het stadion in Brussel 39 Italiaanse doden. Het was een macabere voorstelling waarin Platini geen aangename rol in speelde. Dankzij een discutabele strafschop werd Juventus winnaar. Platini nam de penalty en benutte hem. Hij juichte. Na afloop van de wedstrijd maakte Juventus een ereronde door het stadion dat in een slagveld was veranderd.

„Het was geen teken van een heldere geest”, zei Phil Neal, destijds aanvoerder van Liverpool, tien jaar later in een interview met deze krant. „Maar wat moest Platini anders? De beker weigeren? Iedereen die in die waanzin iets moest doen, deed vreemd. Niemand kon je die dag iets verwijten.” (http://www.nrc.nl/handelsblad/van/1995/mei/29/die-dag-drong-het-tot-mij-door-dat-voetbal-waanzin-7269118). Zo vond ook Platini later in zijn antwoord op het drama. „Het hoofd stond stil, ik moest scoren. Waarom? Ik weet het niet.” Nooit meer wilde hij naar het stadion terug.

Twee jaar na ‘Heizel’ stopte Platini als voetballer. Hij was 32, en „moe, doodmoe van voetbal en de verplichtingen”. Ruim een jaar later werd hij bondscoach van Frankrijk. Hoewel Frankrijk onder zijn leiding zeer succesvol en vrijwel onoverwinnelijk was, werd de favoriete nationale Franse ploeg op het EK van 1992 vroegtijdig uitgeschakeld. Platini nam ontslag. Intussen leidde hij, op aangeven van de Franse president Mitterrand, de succesvolle lobby om het WK van 1998 naar Frankrijk te halen.

Het waren deze eerste stappen in de nieuwe wereld van het voetbalbestuur, die tot zijn samenwerking met Blatter bij de FIFA zouden leiden. Daar is hij veranderd. „Wat Michel als speler en trainer weigerde, heeft hij geaccepteerd als bestuurder: zich geduldig tonen, luisteren”, zei vriend en journalist Gérard Ernault onlangs in Le Monde. „Michel heeft begrepen dat bij hem een dimensie van reflectie, van compromis ontbrak: alles wat hij op school niet geleerd had.”

Die kwaliteiten zal hij nog hard nodig hebben. Michel Platini kent de schoonheid van voetbal. En getuige het Heizeldrama heeft hij een killersinstinct. Scoren vanuit kansloze positie is hem als geen ander toevertrouwd. Kan iemand hem nog ten val brengen?

Een zichzelf in de staart bijtend monster

2 jun

Voetbal is religie, zo is vaak geopperd zodra het belang van deze sport om duiding vroeg. Aanbidding van een fenomeen die ons afleidt van het sobere, zware, deprimerende leven. Het stadion als kerk of tempel, waar je je kunt openstellen voor wonderen, gebracht door mannen met uitzonderlijke talenten. Overwinningen worden er opgeslurpt als toverdranken, nederlagen beleefd als bijna-doodervaringen. Maar wat als de scheidsrechter een omstreden beslissing neemt? Wat als de hogepriester niet heilig blijkt, maar zich als een echt mens heeft laten verleiden door macht, geld en andere luxe in de hoop eeuwige glorie te bereiken? Dan stort de wereld in.

Sport wordt door mensen beoefend, voetbal dus ook. Gelukkig maar. Nog geen robots of computergestuurde mannen die precies doen wat de liefhebber wil. Al groeit de behoefte aan volledige (elektronische) beheersing, niet alleen bij trainers maar vooral ook bij mensen die erin investeren. Intussen wordt ook van sport verwacht dat ze schoon is, onschuldiger dan de wereld daarbuiten. Geen smeerlapperij, geen omkoping en doping. Zuiver, sportief, eerlijk. Het moet toch ergens in de wereld vredig toeven zijn.

Zuiver, eerlijk en vredelievend is de sport al sinds haar eerste beleving niet meer. Maar kunnen we op dan op zijn minst verwachten dat de leiders het goede voorbeeld geven? Dat zijn de Blatters, de Havelange’s, de Samaranche’s, de Bachs, de Verbruggens, de Acosta’s, de Cooksons en de Platini’s (om enkele [voormalige] machthebbers te noemen). Jazeker, altijd zullen er mensen opstaan die gezonde sport beloven, en: meer sport, meer wedstrijden, meer bekers, meer titels, meer kampioenschappen, nog meer vermaak. Brood en nog meer spelen.

Vlnr IOC-voorzitter Thomas Bach, de Russische president Vladimir Poetin en FIFA-voorzitter Sepp Blatter

Vlnr IOC-voorzitter Thomas Bach, de Russische president Vladimir Poetin en FIFA-voorzitter Sepp Blatter

Maar dat kost geld. En wie wil of kan dat betalen? Wij, die behoefte hebben aan grenzeloos vermaak? Mensen en bedrijven die rijk zijn? Liefst wel, ja. Daar begint het al: wij geven onze behoefte aan vermaak uit handen. Zonder geld geen vermaak, geen sport, geen stadions, geen wedstrijden, geen kampioenschappen. Toch?

En daar zit hij dan als mens die zich heeft voorgenomen zichzelf te belonen, de wereld te verbeteren, de mensheid te geven waar ze behoefte aan heeft – en daarom macht wil. En geld. Een voordat hij het beseft, voelt hij dat macht corrumpeert. Hij kan het niet alleen, hij heeft medestanders nodig en mensen die bereid zijn in zijn project te investeren. En daarvoor dus iets terugverlangen. Meer dan hij verwachtte, meer dan hij kan waarmaken. Hij wordt een draaikont, hij weet niet meer wat goed is en wat slecht – nou, dan maar slecht. Hij zit vast, hij komt niet meer los. Tenzij hij eruit durft te stappen. Maar dan is hij weer een lafaard, of wel een man die zijn beloften niet waarmaakt. Wat hij ook doet, hoe hij ook wendt of keert, hij is een slecht mens. Altijd al geweest…

Het is een poging om mezelf te verlossen van de duizelingen in mijn hoofd als gevolg van de ontwikkelingen rond de verkiezingscampagne van FIFA-voorzitter Sepp Blatter en de arrestaties van een aantal bestuursleden en betrokkenen. Hoe kan het toch gebeuren dat deze Blatter er nog steeds zit? Terwijl toch (bijna) iedereen weet dat deze 79-jarige Zwitser op slinkse (mogelijk corrumperende) wijze de organisatie bestuurt en zichzelf op de borst blijft kloppen: kijk eens wat ik de mensheid en de voetballiefhebber heb geschonken. En dat is inderdaad veel. Veel te veel. Het is uit de hand gelopen. Voetbal laat zich niet meer beheersen.

Tekenend voor de overdrijving van voetbal, is de verklaring van Michael van Praag, een man die ook graag gezonde sport belooft en zich mede daarom als tegenkandidaat van Blatter opwierp. Eerst trok hij zich terug om in te stemmen met de ogenschijnlijk sterkere kandidatuur van de Jordaanse prins Ali Bin-al Hussein. De lobby leek succesvol te zijn verlopen, totdat bij de stemming bleek dat enkele (belangrijke) landen hun voorkeur hadden bijgesteld. Vervolgens noemde Van Praag in zijn ijdelheid het  – nogal naïef – ‘een schandelijke vertoning’. We moeten vrezen dat ook Van Praag niet begrijpt hoe dit kan gebeuren. Maar mogelijk vermoedt hij wel een en ander, maar acht hij het niet verstandig in zijn functie als voorzitter van de Nederlandse voetbalbond anderen met de vinger te wijzen. Het is beter een pas op de plaats te maken, voordat hij, zijn bond en zijn land de rekening gepresenteerd krijgen. Gaat de angst regeren?

Wie ook voorzitter is van de FIFA, hij zal zich moeten plooien naar de eisen van de investeerders. Er lijkt geen weg terug. De hoofdsponsors en steeds meer de Arabische, Aziatische en Russische miljonairs zijn gebaat bij mee denkende (liever: mee buigende) leiders. Voetbal wordt verkocht aan de hoogste bieders. Steeds meer clubs draaien op geld van dwingende investeerders. Televisiezenders willen steeds hogere kijkcijfers. De liefhebbers willen steeds meer voetbal, wedstrijden en titeltoernooien. Nog meer voetbal, nog meer voetbal in de media (kranten en tv), nog meer praatprogramma’s, nog meer voetbaldocumentaires, nog meer voetbalblaadjes en -boeken, nog meer voetbalspelletjes en -quizjes. En liefst nog meer Messi’s. Alles om het saaie leven te verzachten. Spelers en trainers kunnen steeds meer geld verdienen, handenvol geld. En ze slaan dat nooit af – het komt gewoon niet eens in hun van voetbal bezeten hoofd op. Over grenzeloze, ziekelijke begeerte gesproken.

Wie is er hier eigenlijk ziek?

Jarenlang onderzoek van vooral de journalisten de Britten Andrew Jennings en David Yallop (die al in 1999 het boek Who stole the game/De voetbalmaffia [over de FIFA, Nike en Brazilië] schreef) en de Duitsers Jens Weinreich en Thomas Kistner naar de handel en wandel van de FIFA heeft aangetoond hoe Blatter en co machtswellust exploiteerde en investeerders en sponsors tegemoet kwam. Lees hun talrijke boeken, artikelen en websites. Uiteindelijk vond Jennings steun bij onder meer de FBI, omdat hij zelf niet over justitiële middelen beschikt.

De Amerikanen zijn al jaren met succes bezig sporten te zuiveren. Na de zuivering van het IOC, als gevolg van corruptie bij de toewijzing van Salt Lake City als olympische locatie, volgde de aanpak van het illegale drugsgebruik in de nationale sport honkbal. De FBI zette vervolgens Lance Armstrong (en de hele professionele wielersport) met succes in de beklaagdenbank. Een andere Amerikaanse sport, American Football, werd als gevolg van te grote commerciële invloed (op onder meer speellocaties en scheidsrechters) onder het vergrootglas gelegd. Nu is de belangrijkste sport ter wereld aan de beurt, zeker omdat hoge Amerikaanse bestuurders en investeerders een innige financiële relatie blijken te hebben met de FIFA.

De vraag is of de FBI voldoende macht heeft om van voetbal in al zijn geledingen een gezonde sport te maken. Arrestatie (bestraffing en uitsluiting) van mensen die de sport verkwanselen is niet toereikend. Misschien moeten we het vermaak maar buiten de stadions proberen te zoeken – hoe spannend en aantrekkelijk voetbal ook kan zijn. Daarmee zou je best eens de Blatters kunnen verjagen.

Maar welk vermaak zou dat kunnen zijn? Wat kan de almacht van het voetbal evenaren, laat staan overtreffen?

Deze column is gepubliceerd op 1 juni 2015 op de website http://www.sportenstrategie.nl/

‘Agent, waarom slaat u mij? Ik kom hier voor mijn plezier’

31 mei

Dit verslag schreef ik ’s nachts, zojuist aangekomen in Parijs en nog vol adrenaline, na mijn verwarrende bezoek als verslaggever van NRC Handelsblad aan de wedstrijd Duitsland-Joegoslavië op het WK van 1998 in Lens, Frankrijk.

In Lens staat de wereld op springen, want er is voetbal. Agenten slaan en schoppen bij Duitsland-Joegoslavië in het wilde weg, ook naar journalisten. ‘Ik heb vandaag maar drie klappen gehad, God zij dank.’

LENS, 22 JUNI 1998. ‘Waarom slaat u mij?’ De politieman heft nog een keer zijn gummiknuppel en dreigt weer te slaan. ‘Ik kom hier voor mijn plezier en niet om geslagen te worden, monsieur.’ Maar de politieman krijgt assistentie van drie andere politiemannen. ‘Wegwezen’, schreeuwen ze in koor. ‘U heeft geen parkeerkaart, dus mag u hier niet in. Reservé ou pas reservé. Press? Rien. Alors? Vite, allez, avancer.’ Hij slaat weer en nog een keer. Ik buk tevergeefs.

Wie is er hier overspannen? Ze zijn met velen deze middag, de politie van Lens en omstreken. Er wordt gezegd met zevenhonderd mannen. Ze zijn paraat, ze laten niemand door. Perskaart? Maakt niet uit. Tribunekaartje, waarvoor? Is er hier een voetbalwedstrijd? ’t Zal wel. Er moet opgetreden worden. Grote mannen, kleine mannen, muts schuin op het hoofd, stoer en onverschillig, klaar om te slaan wanneer ze moeten slaan. De wereld staat op springen, want er is voetbal.

Een tiental meters van mij vandaan ligt een jongen op straat te bloeden. Hij heeft een Duitse vlag om zijn lijf gewikkeld en roept dat Duitsland wereldkampioen wordt. Kameraden staan er bij en spuwen vuur naar de politiemannen. Hij heeft toch niks gedaan? Een paar meter verder ligt een jonge vrouw in het gras te huilen. Ze heeft schaafwonden op haar knieën. Ze draagt een voetbalshirt met de naam Mijatovic. Het shirt is besmeurd met bloed. Om haar heen een oudere vrouw en twee kinderen. Mama, mama, huilen ze. Ik kijk er naar, maar ik krijg geen tijd om er lang naar te kijken. Ik krijg een schop en een klap. Waarom? Avancer, vite! De politie heeft geen geduld en mededogen. Waarom ook, het is voetbal.

Na de wedstrijd, Joegoslavië-Duitsland, is de sfeer niet anders. Duizenden en nog eens duizenden Duitsers schreeuwen dat ze über alles zijn. Ze provoceren Joegoslaven en politie. Want ze hebben gelijkgespeeld (2-2). Een Joegoslaaf slaat door en gooit een bierfles naar een Duitser. Het is tijd voor oorlog. Binnen korte tijd is er een handgemeen waar ik heel erg bang van word. Flesjes en stenen vliegen door de lucht. Wie niet wordt geraakt, heeft God op zijn hand. Ik heb vandaag maar drie klappen gehad, God zij dank.

De politie grijpt in met strenge gezichten en harde, echt pijnlijke knuppels. En dan ineens zie ik een man liggen, een politieman, wezenloos, en een andere man, een man met een camera naast zijn hoofd, wezenloos. Het is eigenlijk niet anders dan voor en na elke voetbalwedstrijd die ik de laatste jaren heb meegemaakt. De mensheid is gek geworden. Van voetbal. Niemand heeft overzicht, wie zich in de massa bevindt ziet geen uitweg meer. Nu zijn het Duitsers, opvallend genoeg veel kale, vooral kale Duitsers (neo-nazi’s zeggen ze later), en Joegoslaven, morgen zijn het Engelsen of Nederlanders. Gek, volkomen doorgedraaid door chauvinisme, nationalisme en commercie – het voetbal gaat er kapot aan.

Daniel Nivel is in elkaar geslagen door Duitse hooligans

Daniel Nivel is in elkaar geslagen door Duitse hooligans

Op weg van Lens naar Parijs hoor ik een Frans radiostation, geen station dat ontgaat wat voetbal te bieden heeft. Ik begrijp dat een politieman in coma ligt en een verslaggever van het Braziliaanse televisie-station O Globo gewond is geraakt. De politieman verkeert entre la vie et la mort. Och, waar heb ik het meer gehoord na een voetbalwedstrijd? De waanzin is weer nabij.

In een wegrestaurant halverwege Parijs verdringen zich voetbalsupporters voor een hamburger à cheval. Een bus met Joegoslaven arriveert, nog een bus, nog een bus, zes bussen. Honderden Duitsers, zo’n vijftig Japanners in voetbalshirt, Koreanen, Engelsen, Schotten, Fransen en Jamaicanen in voetbalshirt. Wat doen die hier nou weer? Ze zwaaien met vlaggen met adelaars en doodskoppen. Enkelen slaan het restaurant bijna aan diggelen. Borden worden kapot gegooid tegen de muur. Betaald wordt er nauwelijks. Meisjes in korte rokjes en voetbalshirtjes laten volgens de geest van de tijd hun navels zien en worden lastig gevallen. In een telefooncel wordt gevochten om een meisje. Wie toekijkt wordt bedreigd door met messen gewapende gekken.

Na mijn reis van vijf uur over 180 kilometer, tussen Lens en Parijs, vormt zich tegen middernacht voor de Franse hoofdstad een file van pakweg 30 kilometer. Links en rechts staan auto’s te roken. Mensen in voetbalshirts stappen uit en schreeuwen iets over hoop en glorie. Op de rondweg van Parijs slingeren Jamaicanen op motoren met vlaggen tussen de auto’s door. Botsing volgt op botsing. Sirenes vullen de avond. Op het altijd chaotische circuit van de Arc de Triomphe lopen dronken Argentijnen in blauwwitte voetbalshirts het verkeersplein over. Eén wordt aangereden, maar hij staat zowaar weer op.

C’est la folie’, zegt de receptionist van mijn hotel in de binnenstad van Parijs. Ik begrijp hem wanneer ik de televisie aanzet. Ik zie feesten in Buenos Aires, Amsterdam en Teheran. Mensen die in auto’s rondrijden met vlaggen, mensen die gek zijn geworden van voetbal. Mensen die de beste feestvierders van de wereld willen zijn. Dat er niets anders is dan voetbal. Ik heb een buil op mijn achterhoofd van een klap met de gummiknuppel van een politieman die niet meer weet waar hij aan toe is – net zoals ik.

Maar beneden in het café waar de wereld nooit stil staat en de blues hoogtij viert, hoor ik ter afwisseling de gelukkig altijd en eeuwig aanwezige Lou Reed zingen: ‘It’s been a perfect day. You just keep me hanging on.’

Ik verlaat mijn hotelkamer en ga eens stevig drinken. Er is nog hoop.

Later bleek dat de politieman die ik wezenloos op de grond had zien liggen de 43-jarige Daniel Nivel was. Hij was in elkaar geslagen door Duitse hooligans. Nivel lag zes weken in coma. Hij ontwaakte, maar moet sindsdien één oog missen en kan nauwelijks nog praten. Hij kan nooit meer werken. Drie maanden later werd in Keulen een benefietwedstrijd gespeeld voor Nivel en zijn familie. Nivel was aanwezig. In 2000 werd de Daniel Nivel Stichting door de Duitse bond en de FIFA in het leven geroepen, een stichting die onder andere slachtoffers en nabestaanden van geweld rondom voetbal bijstaat. Voorzitter is Sepp Blatter. Sinds 2001 wordt in Leipzig een toernooi gehouden om de Daniel Nivel Cup.

Daniel Nivel met zijn vrouw Lorette tijdens het proces tegen de voetbalsupporters

Daniel Nivel met zijn vrouw Lorette tijdens het proces tegen de voetbalsupporters

<span>%d</span> bloggers liken dit: