Tag Archives: Michel Platini

‘Die dag drong het tot mij door dat voetbal waanzin is’

10 mei
Neal Scirea

Liverpool-aanvoerder Phil Neal (links), de Zwitserse scheidsrechter André Daina (midden) en Juventus-aanvoerder Gaetano Scirea (rechts) vóór de aftrap van de Europa-Cupfinale van 1985.

Dit telefonische interview had ik voor NRC Handelsblad tien jaar na het Heizeldrama met de Liverpool-aanvoerder van destijds, Phil Neal. Een dag later nam ik ruim acht maanden van rust, afstand en bezinning die me kort daarvoor door mijn huisarts was voorgeschreven.

Op woensdagavond 29 mei 1985 vonden 39 voetbalsupporters bij de Europa-Cupfinale tussen Juventus en Liverpool de dood. Dronken Engelsen vertrapten de Italiaanse fans in vak Z. Phil Neal was aanvoerder van Liverpool. Hij moest zijn verslagen spelers zeggen dat ze ondanks de doden moesten voetballen. ‘Iedereen is gestraft, maar niet de man die het stadion heeft uitgekozen.’

29 mei 1995. Vandaag brengt Phil Neal een bos bloemen mee voor zijn vrouw en vanavond gaat hij met haar in hun favoriete restaurant in Liverpool eten. Zoals elk jaar op 29 mei, wanneer de Neals hun trouwdag gedenken. Zoals elk jaar zullen ze vanavond terugdenken aan die woensdagavond 29 mei in 1985. ‘Soms heb ik er maanden lang niet aan gedacht. Gewoon omdat ik geen tijd heb, omdat het leven maar doorgaat, omdat ik mijn werk heb en omdat voetbal alles doet vergeten. Maar op mijn trouwdag dringt het altijd weer tot me door. Die avond in Brussel heeft mij getekend. Die avond is tot mij doorgedrongen wat voor een waanzin voetbal veroorzaakt, dat voetbal waanzin is.’

Phil Neal was op die avond, tijdens de avond van de finale van de Europa Cup tussen Liverpool en Juventus, rechtsback en aanvoerder van de Engelse kampioen. Al jaren was hij aanvoerder van het beste Europese elftal van de jaren tachtig. Voor de vijfde maal zou hij die avond een Europa-Cup-finale spelen. Een mijlpaal waar de toen 34-jarige Neal naar uitzag omdat weinig andere voetballers hem dat in Europa zouden kunnen nazeggen. Het werd een zwarte avond: ‘Ik kan me niet herinneren dat ik in de wedstrijd een bal heb geraakt.’

Het is eigenlijk geen avond om te gedenken, vindt Neal. ‘Niet voor Liverpool. Omdat Liverpool-fans een fout hebben gemaakt. Omdat er alleen Juventus-fans zijn gestorven, en dat was de schuld van dronken Liverpool-fans. Aan zulke fouten wordt men in Liverpool niet graag herinnerd. Wij waren niet de slachtoffers, maar de Italianen. Nu u er naar vraagt, begint mijn hoofd weer te tollen. Nu word ik weer kwaad, zoals ik jarenlang kwaad geweest ben, midden in de nacht, kwaad op iedereen. Alleen maar omdat er nog iemand rondloopt die dàt stadion heeft uitgekozen om er een Europa-Cupfinale te spelen. Het is een schande, dat die man, die instantie, de UEFA of wie dan ook dat heeft kunnen doen en nooit schuld heeft bekend.’

Neal hakkelt een beetje aan de telefoon, hij zoekt naar de juiste woorden. ‘Ergens in mijn hoofd is een helse jacht gaande. Ik weet die spanning weg te drukken, maar als mij er naar gevraagd wordt begint het weer te spoken. Een rechter heeft Liverpool-fans gestraft, een officier van de Belgische politie en de secretaris van de Belgische bond. Liverpool is geschorst, alle Engelse clubs zijn verbannen. Maar wie heeft het lef gehad dat stadion, dat atletiekstadion wat geen voetbalstadion was, wat een ruïne was te kiezen? Er is één man van de UEFA, de secretaris, Bangerter, die een lichte straf heeft gehad. Maar hij kan toch nooit de verantwoordelijke man zijn geweest. Zo is de voetbalwereld. De fans krijgen altijd de schuld. Maar dat soort mannen loopt lachend het stadion uit.’

Tien weken geleden werd Neal ontslagen als manager van Coventry City. Het was een vervelende dag, het regende en zijn vrouw was ziek. Maar het nerveuze voetballeven kan hem niet meer verontrusten. Nadat hij in december 1985, een half jaar na het Heizel-drama werd afgedankt als voetballer bij Liverpool, was hij zesenhalf jaar speler-manager bij Bolton Wanderers. Het was een leuke tijd: in de derde divisie, geen spanning, tussen leuke mensen. Hij heeft een zoon, die in het tweede elftal van Liverpool speelt. ‘Ik ben trots op hem. Want hij is ontdekt en een paar jaar geleden naar Liverpool gehaald door Kenny Dalglish. En als ik Kenny zie, denk ik aan Heizel. Kenny wist als enige speler op die avond in Brussel dat hij de volgende dag de nieuwe manager van Liverpool zou worden. Van het nieuwe Liverpool. Kenny is door een hel gegaan. Kenny, die nooit iets zegt, die nooit zijn gevoel toont, Kenny die nu met Blackburn Rovers kampioen is geworden, Kenny is een diep teleurgesteld mens. Maar hij wil nooit dat het om hem gaat. It’s always the lads.’

Dalglish verlaat Heizel

Kenny Dalglish verlaat het veld van Heizel

Wie het echte voetballeven wil doorgronden, zegt Neal, moet Dalglish aan het praten krijgen. ‘In 1971 was hij als speler van Celtic getuige van de dood van 66 supporters in het Ibrox Park in Glasgow, in 1985 was hij als speler van Liverpool getuige van 39 doden in het Heizel-stadion en in 1989 was hij als speler-manager van Liverpool getuige van 96 doden in het Hillsborough-stadion van Sheffield. Ik heb zelden meegemaakt dat iemand zo betrokken is bij de opvang van de Liverpool-supporters na Hillsborough als Kenny. Kenny stapte een paar jaar later plotseling op als manager. Niemand heeft geweten waarom. Hij had last van zijn hart, van hyperventilatie, van spanning, werd gezegd. Maar Kenny is wel terug in het voetbal. Ik denk dat ik weet waarom.’

Phil Neal schreef in 1986 het boek Life at the Kop, waarin hij vertelt hoe hij elf jaar lang heeft gevoetbald onder het immense lawaai van de supporters op de Kop-tribune van Anfield. Wie zijn boek heeft gelezen, wie ooit onder de poort van het Liverpool-stadion is doorgelopen, waarboven in gietijzeren letters staat geschreven You’ll Never Walk Alone, wie de marmeren gedenksteen ernaast heeft gezien ter nagedachtenis aan het Hillsborough-drama, die begrijpt dat er maar één club is waar voetbal meer dan sport is.

Neal wil het indringende relaas van Heizel dat hij in zijn boek deed, liever niet herhalen. ‘Lees het nog maar eens. Ik wil er liever niet aan herinnerd worden. De wedstrijd was trouwens een farce. Vanaf het moment dat we wisten dat de wedstrijd door zou gaan, wisten we dat maar één ploeg kon winnen. Maar ik kan het nooit bewijzen. Toen Whelan in de eerste helft duidelijk onderuit gehaald werd in het strafschopgebied, wilde scheidsrechter Daina niets van een strafschop weten. Maar toen Gillespie vijf meter buiten het strafschopgebied Boniek neerlegde, gaf de scheidsrechter een penalty, waaruit Platini het enige doelpunt zou maken.’

Neal weet niet wie de beslissing heeft genomen de wedstrijd door te laten gaan. Dat Daina vond dat de finale beter gespeeld kon worden, omdat anders de situatie nog meer uit de hand zou lopen, vindt hij een begrijpelijke beslissing. ‘Een waanzinnige beslissing weliswaar, maar er was geen alternatief. Toen ik als aanvoerder uit de kleedkamer werd geroepen om het besluit van de UEFA over het doorgaan van de wedstrijd te horen, was ik verbijsterd. Maar ik wist dat er geen uitweg was, hoewel er al zo’n dertig doden waren gevallen. Ik kwam terug in de kleedkamer, waar alle spelers met hun hoofd in hun handen hingen. Ze wisten het, ze wisten alleen nog niet wie er dood waren, Italianen of Liverpoolfans. Ik zag Sammy Lee zitten, een echte Liverpool-jongen die jarenlang zelf op de Kop had gestaan. Hij huilde, hij schaamde zich voor wat Liverpool overkwam. Niemand wilde voetballen, niemand wilde nog het veld op. Ze zaten daar en ze zeiden niets, Sammy huilde en Kenny keek uit het raam van de kleedkamer, waar hij kon zien hoe brancards af en aan werden gedragen. Kenny zweeg, zoals iedereen.’

Juventus-aanvoerder Gaetano Scirea en Phil Neal werden gevraagd naar de omroepkamer te komen om een tekst voor te lezen. Neal: “Onderweg begreep ik dat de Juventus-spelers wilden dat de wedstrijd werd afgelast. Ik liep de tribune op en werd geraakt door allerlei voorwerpen die Italiaanse fans naar mijn hoofd gooiden. Ik werd bespuwd, er werd geschreeuwd. Ik verstond het niet, maar ik begreep het wel. Nooit heb ik me zo ellendig gevoeld. Ik had het gedaan, ik had Juventus-fans vermoord, ik was er een van Liverpool.”

Toen Neal voor de microfoon stond, keek hij op en zag aan de overkant wat er van vak Z was overgebleven. ‘Een slagveld. Het was oorlog. Een man duwde mij een papier in de hand en zei dat ik dat moest voorlezen. Ik las dat de wedstrijd zou doorgaan en dat wanneer na vijf minuten de toeschouwers nog steeds niet rustig waren geworden, de scheidsrechter de wedstrijd zou staken. Ik zei tegen de man dat ik dit nooit van mijn leven zou voorlezen, ik wilde mijn eigen woorden kiezen. Ik weet niet meer wat ik heb gezegd, maar het was een algemene oproep tot gezondheid en kalmte. Wat moest ik anders zeggen?’

Dat Platini juichte nadat hij de strafschop had benut en dat Juventus een ereronde maakte met de beker, wordt jaren na het Heizel-drama nog een schande genoemd. Neal vindt het ‘geen teken van een heldere geest’. Maar wat moest Platini anders? De beker weigeren? ‘Weglopen en tegen de UEFA zeggen: fuck you? Iedereen die in die waanzin iets moest doen, deed vreemd. Niemand kon je die dag iets verwijten. Alleen die man die het in zijn hoofd had gehaald dat stadion aan te wijzen. Die man moet worden opgespoord. UEFA-voorzitter Jacques George? Ik weet het niet.’

De 64-jarige Joe Fagan was in Brussel voor de laatste maal manager van Liverpool. De volgende dag zou hij worden opgevolgd door Dalglish. Neal ondersteunde de huilende man bij aankomst op Speke Airport in Liverpool. ‘Hij had de Europa Cup nog eenmaal naar Liverpool willen brengen. Maar het mocht niet. Teleurgesteld keerde hij terug. Teleurgesteld in voetbal, teleurgesteld in zijn Liverpool-fans. Zes weken lang heb ik met niemand buiten mijn familie gesproken. Mijn vrouw nam de telefoon op. Ik heb zes weken lang slecht geslapen. In de kranten las ik dat Grobbelaar en ik met voetbal waren gestopt. Dat kon niet: ik ben geen vluchter. Later begreep ik dat Bruce dat verhaal had verkocht. Ik was niet eens kwaad op hem. Ik wilde nog één ding: de klap verwerken en weer kampioen worden met Liverpool.’

Maar Neal kwam weinig meer aan spelen toe. De nieuwe speler-manager Kenny Dalglish ontnam hem zijn aanvoerdersband en stelde hem nauwelijks meer op. ‘Ik was 34, ik voelde dat mijn tijd was gekomen. Ik nam het Kenny niet kwalijk. Kenny moest het beste elftal opstellen. De verkilling had toegeslagen. Een mens als Kenny moest als manager zakelijk zijn. In december 1985 ben ik gestopt. Ik kreeg een afscheidswedstrijd, wat vage toezeggingen en een vrije transfer. De voorzitter durfde me niet in mijn ogen te kijken. Toen Liverpool in mei weer kampioen werd, stuurde Kenny mij de kampioensmedaille. Omdat ik veertien wedstrijden had gespeeld, ik had er recht op.’

Phil Neal (44) wordt zelden gevraagd naar zijn ervaringen. Dezer dagen wel, in praatprogramma’s van de BBC-radio bijvoorbeeld. Maar het liefst verdringt hij zijn herinneringen. ‘Ik heb een videotheek met banden van alle belangrijke wedstrijden van Liverpool. Ook de finale van 1985. Ik heb er nooit naar gekeken. Ik zal er ook nooit naar kijken. Ik zou me weer schamen, ik zou weer verdriet hebben, ik zou kwaad worden. Ik wil van voetbal genieten, ik wil er geen verdriet van hebben. Ik weet nu dat we in een wereld vol waanzin leven. Morgen stort misschien een stadion in. En overmorgen voetballen ze overal weer verder. Zo denken wij in Liverpool. Ik kom uit Northampton, maar ik ben in Liverpool blijven wonen. Niet bij de mensen die Liverpool regeren, alleen dicht bij de fans die Liverpool in hun hart dragen.’

Kopa de meest memorabele Franse voetballer

5 mrt

Raymond Kopa, voluit Kopaszewksi, is de meest memorabele voetballer die Frankrijk heeft gekend. Nog ver voordat zijn landgenoten Michel Platini en Zinédine Zidane hun uitzonderlijke kunsten vertoonden was Kopa de Franse voetballer die tot de verbeelding sprak. In de jaren vijftig was hij een middenvelder met een even sierlijke als vloeiende dribbel, zoals men die vandaag zelden meer ziet.

Afgelopen vrijdag overleed op 85-jarige leeftijd de Fransman van Poolse afkomst. Le petit Napoleon werd hij genoemd, de voetballer die op het wereldkampioenschap van 1958 furore maakte als het spirituele brein (le chef d’orchestre) in het multiculturele Franse elftal dat als derde eindigde, achter wereldkampioen Brazilië en Zweden. Hij was de man die toernooitopscorer Just Fontaine (Marokkaanse-Spaans) en Roger Piantoni (Italiaans) met geniale passes bediende.

kopa
Kopa, die net als zijn vader werkzaam was in de mijnen rond Noeux-les-Mines (Noord-Frankrijk), werd na het titeltoernooi in Zweden opgenomen in het meest ideale elftal van het WK, dat door het frivole voetbal van de Brazilianen onder leiding van de 17-jarige Pelé en van Garrincha en Didi werd gedomineerd. Velen noemden hem de uitblinker van het toernooi.

Pelé koos Kopa 46 jaar later als een van de honderd beste nog levende spelers. In 1958 werd Kopa ook uitverkozen tot de beste voetballer van Europa (Ballon d’Or), als een speler van Braziliaanse stijl – altijd op zoek naar de dribbel en de individuele actie ten voordele van de aanvallers. Het internationaal toonaangevende voetbalmagazine World Soccer zette hem bij de beste honderd voetballers van de twintigste eeuw. In 1970 was hij de eerste voetballer die de Franse onderscheiding Legion d’Honneur ontving.

Met Stade Reims werd hij dankzij het football champagne van trainer Albert Batteux tweemaal Frans kampioen en bereikte Kopa in 1956 de eerste Europa Cup-finale. Daarin werd met 4-3 verloren van Real Madrid. Het volgende seizoen schitterde hij in de schaduw van Alfredo Di Stéfano en Ferenc Puskas bij Real Madrid, destijds jarenlang het veruit beste elftal van Europa. Kopa was te bescheiden om echt te schitteren aan de zijde van genoemd duo. Real werd mede dankzij hem driemaal Europees kampioen, in 1957, 1958 en 1959, en tweemaal Spaanse kampioen, in 1957 en 1958.

In zijn biografie Mon Football (1972) vertelt Kopa over zijn jeugd: ‘Zelfs na veertig jaar herinner ik me precies die geur. De geur van het café, waar ik als kleine jongen, samen met mijn broer, voor het eerst door mijn moeder werd afgezet om af te dalen in de mijn. Het mijnwerkerscafé is mijn café geworden. Ik blijf me tot vandaag de dag een mijnwerker voelen. Ik ken niet anders en kon niets anders. En omdat de geur van het café – het rook naar lekker vlees – me deed ontwaken, wist ik altijd letterlijk hoe laat het was: vier uur in de ochtend. Elke keer als ik wakker word, waar ook ter wereld, als ik mijn ogen open, zie ik de mijn voor mij. Ik proef de geur van het café. En ik ben een beetje bang. Altijd opnieuw. Het is deze angst die mij heeft veranderd van de mijnjongen Raymond Kopaszewski in de topvoetballer Kopa. Ons huisje lag achter een mijn, een typisch citéwoninkje met een kleine tuin. Daarachter stond het stadionnetje. Het waren wat trieste woonomstandigheden, tegenover ons lagen de briques noires. Maar binnen was het altijd zeer mooi: miniatuurtjes, artistiek, zoals Polen dat kunnen. Mijn cité, mijn stad, mijn huis, het leek allemaal zwart, melancholisch, stoffig. Gelukkig was er de bal! Van mijn zesde af raakte ik erdoor gefascineerd. Zonder de mijn zou ik zonder twijfel ook een goede voetballer zijn geworden. Maar niet diegene die ik nu ben geweest. Het verklaart dat ik, gedurende mijn loopbaan, ben blijven vechten tegen de nederlaag. Ik gaf altijd het maximum dat ik in mij had. Zonder mijn vlucht uit de mijn naar het voetbal, was ik nog steeds Kopaszewski.’

kopa1
Raymond Kopa speelde 45 interlands voor Frankrijk en scoorde daarin 18 maal. Hij wordt herinnerd als ‘de kleine Napoleon’, een mannetje met een breed arsenaal aan passeerbewegingen en intelligente passes. Kopa was de voetballer die evenals de Brazilianen Pelé, Garrincha en Didi het WK van 1958 de liefhebbers deed beven van emotie. Klein maar fijn.

Deze necrologie is gepubliceerd op 4 maart in NRC Handelsblad

Michel Platini was eens Le Champion des Champions

8 okt

Dit portret verscheen zaterdag 3 oktober in NRC Handelsblad

Door Guus van Holland en Peter Vermaas
‘Michel Platini beweegt als schaatser op het ijs. Met het toppunt van elegantie verplaatst hij zich over het veld, de bal vormt voor hem geen enkel probleem. Met de borst vooruit en het hoofd omhoog beschermt hij door een lichte buiging de bal. Alles wat hij doet schijnt hem gemakkelijk en eenvoudig af te gaan.’

Het is de opmaat voor een hagiografisch boekje uit 1978: Michel Platini, Le Champion des Champions, met veel foto’s en korte teksten. Het werd uitgegeven naar aanleiding van de uitverkiezing door sportdagblad l’Equipe van de nauwelijks 23-jarige speler tot Frans sportman van het jaar in 1977. De tekst is van Roger Piantoni, de Franse oud-international (hij werd op het WK van 1958 met Frankrijk derde), die net als Platini bij FC Nancy debuteerde.

Platini werd eind jaren zeventig een grote toekomst voorspeld, en niet alleen door Piantoni. In het boekje staan indrukwekkende foto’s van zijn alom geprezen balvoering en van trainingen waarin hij langdurig oefent op vrije trappen, met poppen als muur. De Fransen, wier bewondering voor artistieke voetballers (Kopa, Piantoni, Platini, Tigana, Six, Giresse, Rocheteau, Henry, Cantona, Zidane) altijd de boventoon voert, raakten verblind door Platini’s présence.

Verblind zijn ze nog steeds. ‘Le Roi Michel’ is soeverein en onaantastbaar. Nog voor hij zichzelf deze week had kunnen verweren tegen beschuldigingen van corruptie in de zaak tegen Sepp Blatter en andere FIFA-bestuurders, trokken media en politiek in eigen land een haast onneembare verdedigingsmuur op.

Niet veel grote spelers slaagden erin om na hun actieve carrière een bijna even gloedrijk bestaan op te bouwen als bestuurder. Platini, sinds 2007 voorzitter van de Europese voetbalfederatie UEFA en nu de belangrijkste kandidaat om Blatter op te volgen bij de FIFA, lukte dat wel. Maar ‘gemakkelijk en eenvoudig’, om met Piantoni te spreken, is het niet meer. Blatter, die hij vorig jaar weigerde te steunen voor een nieuwe termijn, dreigt hem mee te slepen in zijn val.

Jaren trokken ze samen op: Blatter is voor Platini „bij toerbeurt bondgenoot, mentor, rivaal en voortaan beste vijand” resumeerde Le Monde onlangs. De voormalige Franse bondscoach, drievoudig Europees voetballer van het jaar en tweevoudig beste voetballer aller tijden, moet zich bij de Zwitserse justitie verantwoorden voor een bedrag van 1,8 miljoen euro dat de FIFA in 2011 naar hem overmaakte. Was dat fraude? Steekpenningen? Volgens Platini zelf ging het louter om een vergoeding voor zijn rol als technisch adviseur van Blatter, tussen 1999 en 2002.

Platini is „rustig” onder de aantijgingen, zei de chef sport van de Franse publieke radio, Jacques Vendroux, over zijn vriend als ware hij zijn woordvoerder. „Hij weet vanaf de dag dat hij Blatter opriep om zich terug te trekken als kandidaat dat hij, tussen aanhalingstekens, in een oorlog verzeild zou raken. Dat is heel moeilijk voor Michel”, aldus zijn analyse op France Info. En de twee miljoen? „Neem van mij aan dat hij geen nieuw zwembad of een badkamer heeft laten bouwen, geen nieuwe auto heeft gekocht of reizen heeft gemaakt”, zei Vendroux op tv-zender TF1. „Het gaat om kosten die te maken hadden met voetbalmissies.”

Zelfs de Franse politiek nam het meteen voor hem op. „We hebben geluk dat we iemand als Michel Platini hebben”, verklaarde premier Manuel Valls prompt na de eerste berichten uit Zwitserland. „Hij is een groot sportman geweest en is een groot sportbestuurder. Ik heb volledig vertrouwen in hem.”

Het was Platini die het een paar maanden eerder voor Valls had moeten opnemen toen de premier, groot fan van Barcelona, voor veel geld een regeringsvliegtuig naar de finale van de Champions League in Berlijn had genomen en daardoor in problemen kwam. Volgens Platini waren er in de aanloop naar het EK van volgend jaar belangrijke sportzaken te bespreken. Valls aanwezigheid was gewenst.

Het tekent Platini’s lenigheid en aanhoudende kwaliteiten als tacticus. Net zo makkelijk als op het veld bewoog en de regie op het veld in handen hield, lijkt hij zich nu in de duistere gangen van de macht van het mondiale voetbal een weg te vinden. In de politiek, in de media en onder voetbalbestuurders heeft hij op de juiste plaatsen steunpilaren die altijd weer van pas kunnen komen.

Politici, van links en van rechts, willen met hem gezien worden. Oud-president Nicolas Sarkozy zette zijn vriend zelfs in om de Franse economie aan te zwengelen, onthulden journalisten van France Football in 2013. In ruil voor investeringen zou hij Qatar beloofd hebben zijn vriend voor het WK 2022 te laten stemmen. Platini heeft erkend dat er bij zijn omstreden stem voor de Golfstaat „politieke druk” was, maar hij staat nog achter zijn keuze. Dat zijn zoon drie maanden na de stemming een baan kreeg in de Golfstaat, heeft volgens hem geen enkele relatie. Maar de affaire was het eerste echte vlekje op de loopbaan van Platini als bestuurder.

De kleinzoon van een na de Eerste Wereldoorlog uit Italië naar Frankrijk uitgeweken metselaar begon, nadat hij werd afgewezen bij Metz, zijn profcarrière bij FC Nancy, de club waar vader Aldo ook had gespeeld. Daarna volgden St. Etienne en Juventus.

Onder zijn leiding regen deze clubs nationale titels aaneen. De ‘aanvallende middenvelder’ of ‘binnenspeler’ dicteerde het spel, geregisseerd à la Johan Cruijff met weidse gebaren en luide aanwijzingen: bal aan een touwtje, wijzen en schreeuwen, om dan een meedogenloze pass te geven. Vaak scoorde hij zelf, alsof het normaal was – achteloos, bijvoorbeeld uit een vrije trap.

Zoals in 1984, toen Frankrijk Europees kampioen werd door in de finale met 2-0 te winnen van Spanje. De eerste goal was een vrije trap van Platini, Bruno Bellone maakte de tweede, maar aanvoerder Platini werd topscorer van het toernooi met negen doelpunten.

platini zwemt
Platini maakte Frankrijk Europees kampioen, op zijn manier, techniek parend aan inzicht – dominerend en regisserend. Het elftal speelde aan de hand van Platini. Zelfs coach Michel Hidalgo moest zijn oren laten hangen naar de ideeën van Platini. Trots, blij en met zichzelf ingenomen kreeg hij als aanvoerder de trofee.

De Franse voetballiefhebber, maar eigenlijk iedereen die voor het onmetelijke Franse chauvinisme vatbaar was, was in de ban van Michel Platini. Oud-ploeggenoten zoals Didier Six en Jean Tigana hebben wel gezegd dat Platini zichzelf onschendbaar ging voelen.

„Michel had gouden voeten, daar kon hij alles mee. Hij was aimabel, maar hij wilde toch te graag dominant zijn”, zei Six, toen hij in zijn nadagen voor Stuttgart speelde, in het Duitse blad Kicker. „Hij had het talent om te genieten van wie hij was en wat hij bij mensen bereikte. Hij straalde uit dat hij aantrekkelijk was. Een mooie man, die mooi voetbalde en mooi scoorde. Alles was mooi aan hem.”

Zijn achilleshiel als speler zou het Heizeldrama worden. In de aanloop van de Europa Cup-finale van Juventus tegen Liverpool in 1985 vielen in het gedrang en de gevechten op de tribunes van het stadion in Brussel 39 Italiaanse doden. Het was een macabere voorstelling waarin Platini geen aangename rol in speelde. Dankzij een discutabele strafschop werd Juventus winnaar. Platini nam de penalty en benutte hem. Hij juichte. Na afloop van de wedstrijd maakte Juventus een ereronde door het stadion dat in een slagveld was veranderd.

„Het was geen teken van een heldere geest”, zei Phil Neal, destijds aanvoerder van Liverpool, tien jaar later in een interview met deze krant. „Maar wat moest Platini anders? De beker weigeren? Iedereen die in die waanzin iets moest doen, deed vreemd. Niemand kon je die dag iets verwijten.” (http://www.nrc.nl/handelsblad/van/1995/mei/29/die-dag-drong-het-tot-mij-door-dat-voetbal-waanzin-7269118). Zo vond ook Platini later in zijn antwoord op het drama. „Het hoofd stond stil, ik moest scoren. Waarom? Ik weet het niet.” Nooit meer wilde hij naar het stadion terug.

Twee jaar na ‘Heizel’ stopte Platini als voetballer. Hij was 32, en „moe, doodmoe van voetbal en de verplichtingen”. Ruim een jaar later werd hij bondscoach van Frankrijk. Hoewel Frankrijk onder zijn leiding zeer succesvol en vrijwel onoverwinnelijk was, werd de favoriete nationale Franse ploeg op het EK van 1992 vroegtijdig uitgeschakeld. Platini nam ontslag. Intussen leidde hij, op aangeven van de Franse president Mitterrand, de succesvolle lobby om het WK van 1998 naar Frankrijk te halen.

Het waren deze eerste stappen in de nieuwe wereld van het voetbalbestuur, die tot zijn samenwerking met Blatter bij de FIFA zouden leiden. Daar is hij veranderd. „Wat Michel als speler en trainer weigerde, heeft hij geaccepteerd als bestuurder: zich geduldig tonen, luisteren”, zei vriend en journalist Gérard Ernault onlangs in Le Monde. „Michel heeft begrepen dat bij hem een dimensie van reflectie, van compromis ontbrak: alles wat hij op school niet geleerd had.”

Die kwaliteiten zal hij nog hard nodig hebben. Michel Platini kent de schoonheid van voetbal. En getuige het Heizeldrama heeft hij een killersinstinct. Scoren vanuit kansloze positie is hem als geen ander toevertrouwd. Kan iemand hem nog ten val brengen?

%d bloggers liken dit: