Tag Archives: Oranje

Zonder voetbal biedt het leven kennelijk veel te weinig

9 jun

Het feest is al begonnen. Ze konden niet wachten. Al zo lang in quarantaine, het werd weer eens tijd voor een feestje. Maakt niet uit waarvoor, als de vlag maar uit kan, de hoedjes weer op kunnen, de juichcapes weer om de schouders kunnen en de polonaise met de Snollebollekes kan beginnen. Oranje, er is maar één kleur die vanaf nu bestaat. Wel of niet zonder vaccinatieprik, er gaat gefeest worden.

Of Oranje nu presteert of niet, de gedwongen rustpauze als gevolg van dat zogenaamde virus heeft lang genoeg geduurd. De mondkapjes kunnen weg, er kan weer omhelsd worden en zelfs gezoend. Wat anderhalve meter? Wat een maximaal aantal personen in de huiskamer? Wat niet in het stadion om te juichen en de polonaise te lopen?

We doen het thuis wel, want Jumbo doet met ons mee, samen met ons nationale troetelkind Frank Lammers. Sterker nog: zij van Jumbo maken ons enthousiast. Niet alleen om ons met z’n allen in Oranje te hullen, maar ook om zoveel mogelijk bij de winkels van de familie Van Eerd inkopen te doen. ‘Wie wil meeleven, moet daarvoor betalen. Dat is toch normaal!’, is de argumentatie.

Voetbal heeft het even zonder competitie – en nog erger zonder publiek – moeten doen, maar meer moeten we niet van ons geliefde spelletje eisen. Zonder voetbal kunnen we niet leven.

Het is zoals Bill Shankly, een nogal succesvol manager van FC Liverpool in de jaren zeventig van de vorige eeuw, zei:

‘Some people say that football is a matter of life and death. I assure you it is more serious than that’. 

De vertaling lijkt me overbodig: voetbal beheerst ons leven.

Ongeveer van gelijke strekking was het bericht dat ik las over de reden waarom Brazilië de Copa América (het EK van Zuid-Amerika) heeft overgenomen van Colombia. Dat laatste land weigerde de organisatie van het toernooi wegens de gespannen politieke situatie. Vervolgens stond de regering van Argentinië de organisatie niet toe omdat het coronavirus niet onder controle bleek. Brazilië hapte toe, onder leiding van president Bolsonaro (eerst een corona-ontkenner, toen zelfs zelf besmet met corona). Brood en Spelen, dat dus. Voetbal is het zuurstof voor al die mensen die onder corona lijden – en dat zijn er heel veel in dat land.

Voetbal staat niet alleen boven de wet. Voetbal kan mensen redden, mensen die in ademnood verkeren, mensen die de dood in de ogen hebben gekeken, mensen die niets anders in hun leven hebben dan gebrek aan levenslust, verlies van zin in leven, saaiheid, honger en armoede. Voetbal lijkt alles te bieden wat een mens in zijn leven denkt te missen.

Hoe slecht en saai een voetbalwedstrijd ook is, zonder de spanning of er verloren of gewonnen wordt, kan een mens schijnbaar niet leven. Lees de (opportunistische) reacties op de sociale media er op na en u ziet wat voetbal met mensen doet. Zodra een wedstrijd of vooral een resultaat niet aan de verlangens voldoet, vliegen de oordelen en scheldkanonnades je om de oren op Facebook en Twitter.

Van afstand volg ik de reacties op de verrichtingen van Oranje. Ik voel me niet (meer) betrokken bij prestaties en wanprestaties van welk team, welke spelers en trainers dan ook. Ik sla de kranten er niet meer op na. Ik weet het al: de verslaggevers doen mee en laten hun emoties de vrije loop. Zelfs oefenwedstrijden (oefenen is dat toch?) worden beschreven als zijnde belangrijke wedstrijden, met daaraan verbonden de conclusies. Zoals de lezer dat graag leest.

Geen enkele verslaggever, geen enkel medium (krant, radio en televisie) neemt afstand of slaat het evenement over. Waarom niet een kort stukje als: ‘Het Nederlands elftal heeft gisteren een oefenwedstrijd gespeeld tegen die en die. De bondscoach experimenteerde met een systeem, aanvallend of verdedigend en wisselde daarom die en die’. Nee, zelfs de meest doorgewinterde verslaggever of analist ‘gaat los’. En zo wordt de lezer op zijn wenken (emoties) bediend.

Stel dat een medium de oefenwedstrijd afdoet met een kort bericht, dan wordt het medium niet meer serieus genomen. Kijkcijfers en abonnees doen er immers het meest toe. Er moet gescoord worden. Een wedstrijd overslaan kost abonnees en kijkcijfers, Jumbo veel klanten en Frank Lammers inkomsten.

Ik heb de werkelijkheid nooit willen zien. Ik zie nu wat er gebeurt wanneer en waarom mensen sport nodig hebben. Ik trek me terug na 35 jaar topsport gevolgd te hebben (en dus heb ik ook meegedaan aan de marketing van sport). Mij zal het worst zijn wat ‘onze’ Oranje-jongens presteren. Ik voel nog wel met ze mee. Ze staan onder grote druk. Ze moeten als mens presteren, anders wordt hen verweten niet te voldoen aan wat de cliënt (de kijker, de lezer, de sponsor, de bond, de overheid) verlangt.

Ik volg het op afstand, probeer van andere dingen te genieten zoals de werkelijke zin van mijn leven. Mediteren, me in mijzelf keren en in me laten opkomen waarom ik dit entertainment met zoveel enthousiasme als journalist heb uitgedragen. Sport voedt mijn zucht naar spanning (als een thrill seeker), maar ik wil er vanaf. En ik leer door meditatie, boeddhisme en de zoektocht naar mijn échte zelf dat sport niet meer dan afleiding is. Ik ben jarenlang afgeleid, ik heb de werkelijkheid nooit willen zien. Ik zie nu wat er gebeurt wanneer en waarom mensen sport nodig hebben. 

Jumbo, de marketeers en de sportbonden zullen dat vast begrijpen. Ze leven ervan. Ik niet meer.

Dit artikel is gepubliceerd op http://www.Sportknowhowxl.nl

Guus van Holland (1948) is een vooraanstaande (gepensioneerde) Nederlandse sportjournalist. Hij werkte tientallen jaren voor de Volkskrant (van 1976 tot 1988) en NRC Handelsblad (van 1988 tot 2011), voor deze laatste krant ook als chef-sport (van 2000 tot 2005). Hij versloeg vele malen de Tour de France, alle wielerklassiekers, het WK voetbal, tien Champions-Leaguefinales en verschillende Winterspelen, en schreef over diverse sporten alsmede over doping, sportpsychologie en andere sportwetenschappelijke onderwerpen. Op GuusvanHolland.com publiceert hij zijn ‘columns over het leven, van sport tot boeddhisme en andersom’.

EK: Laat nieuwsgierigheid het winnen van de begeerte

25 jun

Het zijn de hoogtijdagen van voetbal. Dagen die geen einde kennen, dagen die overlopen van voetbal en emoties. Discussies, kroegpraat, even diepgaande als oeverloze analyses, afkeer, kritiek, bewondering, heldenverering en voetbalhumor wisselen elkaar af. Geen detail blijft onbesproken. Voetbal is grenzeloos in zijn beleving. Het raakt veel mensen diep in het hart en de onderbuik, waar gewichtiger zaken en gevoelens als kwaadaardige gezwellen worden afgeweerd.

Genieten is het sleutelwoord. Er moet genoten worden. Oeverloos begeren om elke vorm van pijn en narigheid te voorkomen. Het voetbal mag niet saai zijn, het moet onafgebroken opwinden. De spelers moeten schitteren – liefst boven zichzelf uitstijgen. De coaches – hoe goed ook opgeleid en succesvol in het verleden – zijn verplicht alleen de beste spelers op te stellen en de perfecte strategie aan te wenden. De arbitrage dient foutloos te zijn. De spelregels moeten tot ieders tevredenheid aangepast worden. Alles om tegemoet te komen aan de grenzeloze begeerte: winnen en oogstrelend voetbal spelen. Toeschouwers, liefhebbers, commentatoren en analisten vinden dat ze daar recht op hebben.

Geen speler, coach of scheidsrechter kan waarmaken wat de supporter of de analist wil. Het is onbegonnen werk. Wie miljoenen verdient, is verplicht continu te schitteren en aan de lopende band briljante doelpunten te maken. Spelers die zich de voorbije jaren hebben onderscheiden dankzij hun talent maar vooral dankzij harde trainingsarbeid en daarvoor zijn beloond met trofeeën, dienen dat op een titeltoernooi waar te maken. Alsof dat in een contract met het volk staat opgesteld. Voetballers zijn ook mensen van vlees en bloed, kennen zowaar ook gevoelens, hebben hun eigen psychische of fysieke achtergrond en hebben zoals iedereen slechte dagen (domweg omdat het lichaam soms niet wil wat de geest wil). Aan die wetenschap heeft de liefhebber geen boodschap – zelfs de meeste analisten gaan daar aan voorbij.

Worden er dan robotten verlangd, mannetjes aan een touwtje, die door een druk op een knop de gewenste beweging en het gevraagde doelpunt maken? Zoals in een computerspel. Mogen spelers, coaches en scheidsrechters dan geen fouten maken? Moeten de spelregels zo gemaakt worden dat er nooit meer discussie mogelijk is? Nee, toch….

Vanuit de optiek van de supporter kan ik me dit nog voorstellen. Die wil nu eenmaal als een klein kind wat zijn hartje begeert, wat hij nooit heeft gekregen, wat hij in zijn jeugd heeft gemist. Maar van gespecialiseerde analisten verwacht ik meer dan samenspannen met de publieke opinie. Meer observatie en verwondering graag. Dat verheldert meer dan wijsneuzengedrag. Of hebben deze betweters iets waar te maken? Dat ze het beter weten dan spelers, coaches, scheidsrechters en spelregelcommissies! Zoiets noemen we bij ons thuis het ‘zelfverheffingsmotief’ (je wilt jezelf beter voelen dan de ander).

Ronaldo
Kritiek mag. Al is het maar om je voorkeur kenbaar te maken. Voorkeuren verschillen nu eenmaal – dat is wetenschappelijk onderzocht. Bewondering mag, om dezelfde reden. Afkeer en ergernis ook. Mij past als doorgewinterde voormalig professionele volger en liefhebber vooral verwondering. Ik verwonder me over het talent en het gedrag van Cristiano Ronaldo, van wie ik (eerlijk is eerlijk) nooit genoeg zal krijgen en altijd briljante acties en ongekende doelpunten verwacht – en helaas te weinig krijg (over begeerte gesproken). Dat hij doet wat hij doet en hoe hij doet, behoort tot de verrassingen van mijn nieuwsgierigheid. Hij speelt het kind in mij. Dat boos wordt als het niet krijgt wat het hebben wil. Dat verongelijkt reageert. Zichzelf op de borst klopt wanneer het heeft gescoord en zijn ploeggenoten heeft geholpen. Niet uit altruïsme maar uit egoïsme, zoals een kind dat doet. Dat trots is op zichzelf als het uitblinkt. Dat voortdurend op zoek is naar papa en mama en nog steeds diep van binnen in zijn kinderlijke hart roept: ‘Kijk mij eens, ik kan al lopen.’

Dat herken ik. Alsof ik zelf nog een kind ben dat met een bal speelt en wil laten zien dat het de beste is. Daarom juich ik als Ronaldo een schitterende actie heeft gemaakt of heeft gescoord. Dat doelpunt gezien, met de hak achter zijn standbeen langs? Mag dat nog eens op televisie vertoond worden en nog eens gememoreerd in de krant! Asjeblieft, ter meerdere eer van Cristiano Ronaldo, de voetballer die altijd verrast, in alles. Stop daarom dat gezeur over dit allerminst saaie fenomeen!

zlatan-ibrahimovic-au-parc-des-princes-a-paris-le-23-mai-2015_5344607
Bij Zlatan Ibrahimovic voel ik een andere kant van mijn kind-zijn. De opstandigheid van de puber: ‘Mijn bal, afblijven!’ Om dan iedereen die de bal probeert af te pakken een duw en een klap te geven, of stoer en provocerend uit te dagen voor een gevecht. Zlatan is nu eenmaal een straatvechter, wordt goedkeurend beweerd. Omdat hij uit een armoedig en crimineel milieu komt, waar hij zich voorbeeldig heeft uitgeknokt. Zie de reclamefilmpjes van Volvo, dat graag winst haalt uit Zlatans pubergedrag. Hij kan goed voetballen. Dat is meegenomen, anders was hij allang van de velden verstoten.

Zo lopen op dit Europese titeltoernooi veel voetballers rond met wie je je als liefhebber kunt vereenzelvigen. De achtergronden van de Belgische voetballers Kevin de Bruyne en Eden Hazard, de Duitse voetballers Jerôme Boateng en Mesut Özil, de Engelsen, Ieren, Italianen, Portugezen, Spanjaarden, Fransen, Albanezen, Hongaren, Polen en Kroaten worden gelukkig opgediept. Waar ze vandaan komen, hoe en waarom ze voetballen hebben geleerd, hoe ze zich uit hun vaak grauwe bestaan hebben ontworsteld. Hoe ze begerig hun dromen hebben proberen waar te maken en zich daarom nu gedragen zoals ze zich gedragen. Met de uitbundige tattoo en de extreme haardracht als symbool van Kijk Mij Eens: Ik Besta.

Dat is de meerwaarde van een toernooi zonder Nederland, zonder Nederlands chauvinisme. Zonder eenkennigheid. Er is meer dan Oranje, meer dan de Hollandse School, meer dan carnaval en Nederland Eerst. Dit Europees Kampioenschap opent vensters met uitzicht op een andere wereld, andere mensen, ander culturen, ander gedrag. Je kiest nu partij voor een ploeg uit een ander land. Je kiest voor andere voetballers dan je favorieten uit eigen land. Je kiest voor een ploeg omdat ze zulke vrolijke supporters hebben – wel of niet stomdronken. Je kiest voor een land omdat je nooit hebt geweten dat ze daar zowaar ook kunnen voetballen – en beter dan Nederlandse voetballers. Dit toernooi wekt nieuwsgierigheid, als je er voor openstaat. Nieuwsgierigheid in plaats van begeerte.

‘Begeren in het algemeen veroorzaakt een bewustzijnsvernauwing’, schreef de afgelopen week overleden Henk Hofland in zijn essay Platter en dikker, een tijdsbeeld (2011), ‘dat wil zeggen, de kritische vermogens worden verzwakt.’ Zo is het, wat mij betreft, nieuwsgierigheid en vooral verwondering voelen vrijer.

Deze column is gepubliceerd op http://www.sportenstrategie.nl

%d bloggers liken dit: