Tag Archives: Messi

Mijmering bij de 750ste opvoering van Xavi voor Barça

13 Mrt

Vanuit hun verschillende invalshoeken voeren Raf Willems en Guus van Holland een wekelijkse briefwisseling met elkaar in deze rubriek Social Football Lab 2020 Histories, op http://www.socialfootballab2020.com

Brief 5:

Waarde Guus,

Deze week laat ik je graag op een bepaalde manier kijken naar Xavi. Hij zal gevierd worden voor zijn 750ste optreden in het shirt van FC Barcelona. En toch, Guus, nadert het einde. Het afscheid van Xavi (25-1-1980) is nakend. Sinds 2008 – met de opkomst van Guardiola – bekeek ik hem vrijwel wekelijks op de betaalzender. Het was een puur genot voor mij, ik ken weinig voetballers met de unieke combinatie zelfverzekerdheid-sportiviteit-intelligentie in één persoon.

<> at Nou Camp on August 2, 2013 in Barcelona, Spain.
Ik was erbij, midden augustus 2014. Het was spannend. Zou hij spelen of niet tijdens de galawedstrijd Juan Gamper Trophy, waar het team traditioneel werd voorgesteld aan het publiek? In de weken vooraf had hij een conflict gehad met de nieuwe coach Luis Enrique. Die kon hem geen basisplaats meer verzekeren. Hij was ‘not amused’ en dreigde met een vertrek naar de Verenigde Staten. Hij mocht invallen en nadien, als aanvoerder, de trofee in ontvangst nemen: Barça won spelenderwijs met 6-0 van het Mexicaanse Club Leon. Ik zat achter het doel en keek naar het erepodium aan de andere kant van het veld. Ik proefde een zekere spanning bij het publiek. Voelden de culés aan dat dit de laatste keer was dat Xavi hen toezwaaide met deze beker?

Xavi Hernandez i Creus: hoe kijkt de beste middenvelder van de 21ste eeuw naar het voetbal? Stap even mee in de denkwereld van Xavi, Guus. Aan de hand van wat door kenners zijn beste match ooit wordt genoemd: Real-Barça 2-6 op 2 mei 2009.

Volgens de website http://www.spain-football.org: ‘In the Real Madrid-Barcelona Clasico in the Bernabeu he gave a recital and each assist was a work of art.’ De website met de wervende slogan ‘Enjoy the beautiful game in sunny Spain’ schonk hem de titel ‘a doctorate in football’. Xavi, de voetbaldoctorandus dus.

Bestaat er iets dat we uit vollere overtuiging beamen? Hemel, neen!

Keren we even terug naar die Clasico. Men schrijve 2 mei 2009, het is een dag voor een middeleeuws monnikengeschrift, in de bevalligste kalligrafische belettering. Xavi gaf een recital in Bernabeu, elke assist was een kunststukje. Real Madrid-FC Barcelona 2-6, 2 mei 2009, voor de volledigheid. In de toekomst zou 2-6 volstaan. Dat werd een begrip op zichzelf. Voor culés in de kroegen rond de Rambla een reden tot uitbundigheid, voor de Realgezinde mens een reden tot nederig het hoofd afwenden. 2-6, vier tegen twaalf, het had ook gekund, maar dat bekt niet.

2-6 klinkt. Het klinkt goed. 1-0, 1-1 Henry, 1-2 Puyol, 1-3 Messi. Pauze. 2-3, 2-4 Henry, 2-5 Messi, 2-6 Pique. Einde. 2-6! Tiens: zonder de naam van Xavi in de scorelijn.

We lazen toch: ‘He gave a recital and each assist was a work of art.’

A work of art, each assist. Inderdaad, liefst vier van de zes doelpunten vertrokken bij de voet van Xavi. Beter gezegd: in het brein van Xavi. Ze beelden hem uit zoals hij is, die vier voorzetten. Kijk en herbekijk op YouTube en je weet wie Xavi is. In afwachting ontleden we het hier op papier.

Bij 1-1, negentiende minuut. Vrije trap aan de linker zijlijn. Xavi kijkt en knikt. Knikje. Serieus, ceremonieel bijna. Zonder emotie. Tenzij in dat knikje. Bal punctueel in het overbevolkte strafschopgebied op het hoofd der koppende Carles Puyol. Inknikkende Puyol op knikje van Xavi: 1-2.

Bij 1-2, vijfendertigste minuut. Positie innemen aan de rechterkant, jagen zonder lopen maar op basis van opstelling. De bal afhandig maken van Diarra, niet met een sliding of tackle of sliding-tackle maar door de precieze pose. In dezelfde beweging op de schoen van Messi leggen, die vrij voor Casillas alle tijd heeft en neemt om te scoren: 1-3.

Bij 2-3, zesenvijftigste minuut. Even de middencirkelvoetballer uithangen. Niet her en der rondschieten maar verstandig vertoeven rond de witte stip. Timen met de versnelling van Thierry Henry en op de millimeter en de microseconde een lobje in de loop. Henry wurmt zich tussen de bal en de uitkomende Casillas: 2-4.

Bij 2-4, vijfenzeventigste minuut. Ter hoogte van het strafschopgebied, rechterhoek de bal vragen. Draaien naar binnen, doen alsof een doelpoging volgt, opnieuw draaien, deze keer naar de andere kant en in één flits Messi in de korte hoek vrije baan geven naar Casillas: 2-5.

Xavi
Zo weet men dus wie Xavi is. Maar wat weet men over Xavi? Wat denkt ‘de man met de gemiddeld meer dan honderd passes per match met een slaagpercentage van 95 procent’ over het spelen van het spel dat voetbal heet?

Hij noemt zichzelf ‘een romanticus’, waarde Guus.

Xavi vertrouwt de mensheid een totaalvisie toe. Hij verdedigt een ideeënstelsel omtrent voetbal, zijn ‘romantiek’ nodigt uit tot beginselvastheid. Hij zoekt de sleutel in ‘opleiding’, van het twaalfde jaar af. Rondkijken, bewegen, zien, denken. Dit alles met de snelheid van een vingerknip, voor men de bal in bezit heeft gekregen. Controleren, kijken, passeren in één gestroomlijnd patroon.

Hij evolueerde tot voorbeeld-voetballer van de 21 ste eeuw. Rond het jaar 2000 vreesde hij te behoren tot het uitstervende ras. Hij dreigde ten onder te gaan tegen de dubbele meters, de ‘box-to-box’-lopers, de krachtpasters, de knokkers of de ‘afvallende bal’-afpakkers. Xavi leek een relict uit het verleden.

Wie vermoedde in hem een voetballer? In dat kleine, naar enige corpulentie neigende mannetje van niet meer dan 1 meter en 70 centimeter hoog? Men doopte hem el petit geni, het kleine genie.

Hij is de middenvelder van het heden en hopelijk van de toekomst: de onetouchman. Waar anderen drie tikken voor nodig hadden, bundelde hij twee bewegingen in één.

Xavi. Xavi Hernandez I Creus dus, wie doet beter? Ik vrees dat hij onvervangbaar is bij Barça.

Benieuwd naar je reactie, waarde Guus.

Met vriendelijke groet,

Raf

Voorgaande brieven: 

 
Brief 1: https://guusvanholland.com/2015/02/06/op-6-februari-denk-ik-aan-de-busby-babes/&nbsp;

 
Brief 2: https://guusvanholland.com/2015/02/20/leonardo-een-kind-en-prooi-van-voetbalhandelaars/&nbsp;

 
Brief 3: https://guusvanholland.com/2015/02/27/bij-de-verjaardag-van-roberto-baggio-een-boeddhist/

Brief 4:
https://guusvanholland.com/2015/03/06/als-ik-aan-gascoigne-denk-denk-ik-wie-is-de-volgende/

Hoe mijn zintuigen mijn (eigen) mening vormden

2 Jul

Geen sport maakt zoveel primaire reacties los als voetbal. Eén mooie actie of één mooi doelpunt van een speler kan al leiden tot een ongekende euforie. Met impulsieve kwalificaties als ‘nog nooit vertoond’ of ’de beste aller tijden’. Overwinningen, nederlagen, acties, bewegingen, combinaties, doelpunten, overtredingen, titels, eliminaties, coaching. Urenlang wordt er over gepraat, in de huiskamer, in het café, in de televisiestudio, voor de radiomicrofoon. Je hoeft er geen verstand van te hebben om mee te praten en zowaar zinnige dingen te zeggen – hoe primair ze ook zijn.

Voetbalbeleving is subjectief. Vooral een kwestie van smaak. Het is niet of nauwelijks een kwestie van verstand of kennis. Wie een andere mening cq smaak heeft dan de meerderheid heeft er al gauw geen verstand van. Wie niet meegaat met de kudde, wordt tot domoor of zelfs vijand verklaard. Wie in Nederland niet voor Oranje is of een overwinning van Oranje niet verdiend vindt of het spel niet kan waarderen, die hoort er niet bij. Die wordt in het café overgeslagen, uitgescholden of erger. Dat is de voetbalmores. Vreemd, over muziek en kunst mag je alles zeggen, zonder dat je vijandig wordt bejegend.

In die sfeer heeft de afgelopen maand het Europees kampioenschap plaatsgehad. Niet dat ik die sfeer afwijs. Het is zoals het is. Ook ik oordeel en veroordeel graag. Ik heb immers ook smaak én een mening. Ik heb mijn eigen zintuigen, mijn eigen ogen, mijn eigen gevoel, mijn eigen hart, mijn eigen voorkeur. Waarom ik zo ben, weet ik niet precies. Het is nu eenmaal zo. Soms wil ik anders zijn dan ik ben, wil ik iets anders voelen dan ik voel en iets anders zien dan ik zie. Een therapeut heeft me in mijn diepste identiteitscrisis eens gevraagd waarom ik me niet bij de kudde (de meerderheid) aansloot: lekker veilig, omringd door gelijkgestemden. Hoezo? Ik wil mezelf zijn. Hoe lastig dat ook is: mezelf zijn, met mijn eigen smaak en mening. Ik ben ik.

Ik (ik) hou dus van solisten in de sport, ook in teamsporten als voetbal. Spelers, atleten, wielrenners, basketballers, hockeyers, golfers, die anders zijn, die zich onderscheiden door hun eigen acties, hun eigen gedrag, hun eigen (uitzonderlijke) vaardigheden. Ze kunnen lastpakken zijn, onbegrepen talenten, Einzelgänger, loners en losers, sporters die in hun eentje de wereld proberen te veroveren. Ja, ik heb dus de afgelopen weken ook genoten van de in Italië om zijn huidskleur al jarenlang verguisde Mario Balotelli, al schitterde hij maar anderhalve wedstrijd met drie fraaie doelpunten. Opmerkelijk gegeven: Balotelli liep in 2006 stage bij de jeugd van Barcelona op La Masía. Hij verhuisde naar Barcelona met zijn Italiaanse pleegouders. Hij schitterde er en scoorde in een wedstrijd zelfs vijf keer. Hoewel hij indruk maakte in Barcelona, wilde de club de toen 16-jarige Italiaan niet, omdat ze liever Spaanse talenten een contract gaven. Dit las ik zaterdag in de Spaanse krant El Mundo Deportivo. Met bevestigende reacties van oud-spelers en trainers. Niet alleen daarom hoopte Balotelli in de finale tegen Spanje te scoren. Balotelli, van loser en loner tot teamplayer

Wat te denken van die andere oud-speler van Barcelona, Zlatan Ibrahimovic? Ik genoot soms ook van hem, nors, gemeen, onberekenbaar  en met een winnaarsmentaliteit. Van oorsprong een rebellerende loner, nu aanvoerder van het Zweedse team. Ik genoot van Andrea Pirlo omdat hij anderen beter kan laten voetballen, en in het heetst van de strijd met een stiftje (cucchiaio in het Italiaans, een lepel) een strafschop  maakt . Dat is durf, het avontuur zoeken. Zoals ik van Andres Iniesta kan houden, omdat hij in zijn eentje een aanval opzet, een ander daar in betrekt en zelf de aanval afrondt. En hoe de doorgaans spijkerharde Sergio Ramos liet blijken echt goed te kunnen voetballen en de beste verdediger van het toernooi werd met zowaar slechts een handvol overtredingen.

Ik heb getreurd met Mesut Özil. Ik zag in zijn ogen het verdriet van een voetballer die maar niet kon spelen én winnen zoals hij en heel Duitsland wilde. Ik raakte onder de indruk van de oude doelman Gianluigi Buffon die zoals altijd uit volle borst en diep geroerd het Italiaanse volkslied meezong. De reden? Omdat zijn grootouders in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Ook hij wilde sterven voor Italië. Zo had hij al eerder verklaard. Er was zoveel leed, verdriet en blijdschap dat ik zintuigen te kort kwam om het allemaal te verwerken. Het voetbal was niet altijd boeiend. Spanje speelde tot de finale niet zoals ik hoopte en verwachtte, vaak te plichtmatig, een beetje te veel zaalvoetbal. Hun spel in de finale maakte heel veel goed, al waren de Italianen toch duidelijk te vermoeid om weer te vlammen.

Gezien hoe de Italiaanse coach Cesare Prandelli zijn diep teleurgestelde spelers een voor een opraapte en tussendoor de Spanjaarden feliciteerde? Prandelli heeft ooit als coach van Fiorentina voorgesteld na afloop voor de tegenstander te applaudisseren. Gezien hoe Prandelli na afloop op Balotelli inpraatte en diens hoofd in zijn handen nam en zei: ,,Jij hebt de afgelopen weken laten zien dat je als mens bent gegroeid. Je doet er echt toe, ga zo door.”?  Wat een humane coach, zo zie ik er maar weinig in het hedendaagse voetbal.  Samen met mijn idool van vroeger Roberto Baggio (boeddhist) heeft hij het Italiaanse spel willen veranderen, aanvallender, avontuurlijker, plezieriger om naar te kijken, humaner ook, liefst zonder overtredingen. Baggio is technisch directeur van de Italiaanse voetbalfederatie. Baggio besteedt op de eigen website overigens enkel aandacht aan de Europese reis van Aung San Suu Kyi, de voormalige Birmese oppositieleidster en winnares van de Nobelprijs voor de Vrede. Baggio zette zich de voorbije jaren sterk in voor haar vrijlating: lees  www.robertobaggio.com

Veel is de afgelopen maand gesproken over de mentaliteit van spelers, over de teamgeest of het ontbreken ervan, en over ego’s. Nog lang nadat Oranje was uitgeschakeld en de spelers al woedend en verdwaasd op het strand lagen, werd zoals het in een praatcafé betaamt door zogenaamde deskundige analisten op televisie en radio gediscussieerd over de oorzaak van het falende Nederlands elftal. Over spelers die te veel met zichzelf bezig waren, vooral zelf wilden schitteren, maling aan coach Bert van Marwijk hadden of niet in de vereiste lichamelijke conditie verkeerden, uitgeblust dus. Urenlang lag ik op mijn bank te luisteren naar weer een ongefundeerde mening. Inderdaad, zoals ze het in de kroeg doen. Veel meningen en smaken, maar niemand die het echt weet. Alle kranten suggereerden het lek te weten, nota bene zonder bronvermelding.  Wie niet publiekelijk (met naam en toenaam) uit durft te komen voor zijn mening is ongeloofwaardig. Dus ook het medium/krant. Dus wat moet ik ermee? Roddeljournalistiek dus. Dat vind ik. Maar wat is de (echte) waarheid? Over een coach zonder gezag, over spelers die elkaar niets gunden, over privileges, over ego’s. Ja, vast wel, niets nieuws.

Vreemd dat ik niets heb gehoord of gelezen over de afwezigheid van een sportpsycholoog bij Oranje. Een man die al sinds bijvoorbeeld het WK in 2010 de groepsdynamiek had kunnen begeleiden, spelers en coaches met elkaar had laten praten en denken over Het Doel. Hoe ze dat kunnen bereiken, hoe ze met stress en tegenslag kunnen leren omgaan. Een die de coach bijstaat en een speler leert zichzelf te coachen. Dus niet pas een psycholoog in de begeleiding opnemen vlak voordat het toernooi gaat beginnen. Gewoon een man die al jaren steevast tot de technische/medische staf behoort. Een procesbegeleider. Zoals bij de Duitsers, de Engelsen, de Italianen en bij de Spanjaarden. Niet dat dan succes is verzekerd, maar veel leed tussen doorslaande ego’s zou voorkomen kunnen worden of gehanteerd.

Spelers met een ego heb je in elk team. Dus ook bij de Italianen en de Spanjaarden. Ieder mens heeft een ego, op boeddhistische monniken na die jarenlang hebben geoefend zich los van hun ego te maken door dagenlange meditaties. Het hele team van Spanje bestaat uit spelers met (een) ego. Een voetballer zonder ego haalt niet de top, dus ook niet het nationale team. Wie niet in zichzelf gelooft, het beste uit zichzelf haalt, veel met zichzelf bezig is en met zijn ego is begaan, dus ijdel is, die wordt niet kampioen, ook niet met een team. De kunst van  de coach in samenwerking met bijvoorbeeld (sport)psychologen is van al die spelers met een (te groot) ego een hecht team te maken. Natuurlijk hebben Xavi en Iniesta een ego. Net zoals Ramos, Casillas, Xabi Alonso (en de Argentijn Messi). Wie niet? We wil niet het beste voor zichzelf? Zij hebben geleerd ermee om te gaan en hun ego te delen met een ander. Wie alleen een goed linkerbeen heeft, vraagt hulp bij iemand met alleen een goed rechterbeen. Wie het niet goed kan zien, zoekt iemand die je kan helpen het wel goed te zien. Dat vraagt veel oefening, en ook oefening in nederigheid, oefening in je verplaatsen in anderen, oefening in krachten bundelen. Discipline, als een boeddhistische monnik bijna. Moeilijk, inderdaad. Om met Johan Cruijff te spreken: ,,Je ziet het pas als je het door hebt.”

Zo heb ik op mijn eigen manier kunnen genieten van het EK voetbal. Ik leefde op mijn eigen manier mee met wat ik zag en voelde bij een bepaalde actie of doelpunt. Zo zou ík het hebben gedaan, dat had ík anders gedaan, zo zou ík het nooit hebben gekund. Dat is wat mij in topsport aanspreekt: die mensen (voetballers, wielrenners, hardlopers en golfers) doen iets (een bijzondere vaardigheid) wat ik niet beheers. Daar ben ik te beperkt voor, net als al die andere miljoenen liefhebbers die in het stadion, in de huiskamer, in het café of voor een scherm op het marktplein toekijken. Ieder zijn talent, ieder zijn beperking. Dat onderkennen maakt naar topsport kijken boeiend.

%d bloggers liken dit: