Was ik maar geen wielrenner geworden

7 Nov

Stel: ik ben beroepswielrenner. Ik verdien geld met zo hard mogelijk fietsen. Ik fiets elke dag, in een wedstrijd over tweehonderd kilometer dan wel in een oefenrit over minimaal honderd kilometer. Ik probeer zo gezond mogelijk te leven, te eten en te drinken om zo hard mogelijk te kunnen fietsen. En als ik te vermoeid ben, rust ik, of laat ik me masseren. Wordt mij geen tijd gegund om te rusten, omdat mijn werkgever eist dat ik een wedstrijd rijd om zijn naam uit te dragen en ik mijn werknemerspositie veilig moet stellen, dan eet en drink ik iets extra’s, zoiets als voedingssupplementen, onschadelijke middeltjes. Zolang ik er niet te veel van neem. Want te veel is te veel mijn jongen, zei mijn moeder altijd

Omdat ik beroepswielrenner ben, moet ik mij manifesteren als een wielrenner met talent, een wielrenner die zo nu en dan een wedstrijd wint of op z’n minst een collega van dezelfde firma helpt te winnen. Ik heb maximaal vijftien jaar om te tonen dat ik het verdien geld te krijgen voor mijn fietskwaliteiten. Als het goed gaat, verdien ik goud, als het slecht gaat, moet ik een ander vak kiezen. Ik train hard, want ik fiets graag, sta graag in de belangstelling en wil graag winnen. Geen dag is zo mooi als de dag waarop ik word gezoend door twee meisjes met gebruinde benen onder hun opwaaiende zomerjurk.

Mijn vrouw zit dan thuis voor de televisie met onze kinderen te glunderen wanneer ik mijn droom beleef, na jaren trainen, fietsen en zo gezond mogelijk leven. Ze ziet niet dat ik in mijn euforie bij een van de meisjes een hand op haar billen heb gelegd. Als ze het had gezien, zou ze het mij niet kwalijk hebben genomen. Ze gunt mij deze schat waarnaar ik na een lange, zware tocht heb gezocht. Naar Paulo Coelho’s De Alchemist zou ze zeggen: ,,Dat is goed. Je hart leeft. Blijf luisteren naar wat het te zeggen heeft.”

Zo is onze relatie, ze kent mijn drijfveer, mijn eeuwige zoektocht naar de schat, mijn droomleven – vaak wars van realiteitszin. Ze schudt me wel eens wakker. Wanneer ik in mijn zoektocht te snel ga, geen geduld heb om te laten komen wat zal komen, krachten wil aanboren die er van nature niet zijn, dan grijpt ze in. Geen gevaarlijke stimulerende middelen die van mij een ander mens maken wil ze. Ze heeft me echt wel zien jojoën met pilletjes en ampulletjes, ze heeft injectienaalden gezien en doosjes met tabletjes. Ze heeft me aangehoord als ik vertelde over middelen waarover in de wielerwereld werd gesproken. Ze hoorde mijn dilemma aan en begreep het. Ze zou me nooit veroordelen als ik daarover een beslissing nam die ik later zou betreuren. Als ik maar gezond bleef. Het was mijn beslissing, mijn verantwoordelijkheid. Ik wist wat goed was, voor mij, voor haar en ons gezin.

Mijn vrouw had eens in een interview met de ex-vriendin van Marco Pantani, de Deense Christina Jonsson, gelezen dat ze zijn arm had vastgehouden terwijl hij er een injectienaald in stak. Liefde, noemde ex-wielrenner Peter Winnen dat. Zover gaat liefde. Dat zou mijn vrouw nooit doen, zo blind is haar liefde voor mij niet. Gelukkig maar, zij probeert mij als een permanent wankelmoedige man overeind te houden in deze wereld. Maar weet zij wat wielrenner zijn is, wat het betekent te moeten presteren, ook omdat de supporters, de radio, de televisie en de firma dat willen? Ja, zij weet wat het is, zij kent mij, zij weet dat ik dromen vervuld wil zien – en dromen van anderen vervul. Ze weet dat ik een man ben als alle mannen – ik moet scoren én winnen. Dat heeft mijn vader mij geleerd.

En toen las ze dat Lance Armstrong werd beschuldigd van jarenlang dopegebruik, dat mensen om hem heen het altijd geweten zouden hebben, dat de ene na de andere renner nu opbiechtte dat hij (weleens) ‘dope’ had genomen en dat daardoor nu ook mijn ploeg onder verdenking staat. Ze belde me in het trainingskamp in Spanje en vroeg hoe ik me voelde. Ik zei dat ik me onzeker voelde, omdat ze ook mij zouden kunnen verdenken. Ze vroeg me of ik zeker wist dat ze me niet konden vangen op het bezit of gebruik van zoiets als doping. Ze wilde weten wat zij zelf kon vertellen bij een eventueel politieverhoor of bezoek van de opsporingsbrigade. Zou ze mogen zeggen waarover onze gesprekken gingen, over mijn dilemma’s, mijn dromen, mijn jojoën met pillen? Ze zei dat ze zeker haar verhoorders zou vragen of zij ook hadden nagedacht over hun eigen beroep, over hun dilemma’s, gezinsleven, drijfveren, ambities, prestatiedrift en hun dromen – en of zij ook Paulo Coelho hadden gelezen.

Geen dag kon zo slecht zijn als toen mijn naam in een krant verscheen, omdat ik verdacht werd omdat ik werd genoemd in een of ander omvangrijk dossier. Andere kranten namen het bericht over, radio- en televisieprogramma’s ook en wilden mijn reactie. Ze vroegen allemaal: ,,Is het waar dat je doping hebt gebruikt? Zo ja, waarom heb je dan altijd gelogen?” Ik was aangeschoten wild. Ik stond te beven, ik dook diep weg onder dekens, omdat ik me moest verantwoorden. Ik werd door die premiejagers van journalisten die alleen maar met hun ego bezig zijn, als een misdadiger neergezet – nog voordat wie dan ook iets had kunnen bewijzen. Alsof ik een moord had gepleegd en dus een jarenlange gevangenisstraf te midden van gangsters diende te ondergaan. Wat moest ik zeggen? Ik wist het echt niet. Alles wat ik zou zeggen, zou worden uitgelegd als een leugen.

Ik kreeg mijn zoontje en mijn dochtertje aan de telefoon. ,,Papa, ze zeggen dat jij een grote leugenaar bent.” Wie? ,,Nou, de meester op school en mijn vriendjes. Ze pesten me. Waarom dan? Ik begrijp er niks van. Ik mag niet meer met mijn vriendjes spelen van hun ouders. ” Waarom dan? ,,Ze zeggen dat je doping hebt gebruikt. En dat mag niet, zeggen ze.” Wie zegt dat? ,,Iedereen, want het staat in de krant, en ik zag je foto in het journaal. En iedereen vertelde dat het waar was. Pap, ik moet huilen, pap. Je bent toch kampioen geweest, je hebt toch gewonnen.”

Ik probeerde hem te troosten. ,,Wat is dat, doping, pap? Mama zegt dat ze zeggen dat je medicijnen hebt gebruikt die niet mogen. Waarom mogen die dan niet? Ik moet toch ook een medicijn van de dokter nemen als ik beter wil worden?” Ik kon het hem niet uitleggen. Mijn dochter was boos op me. ,,Ze zeggen dat je een verrader bent. Dat stond in de krant, stommerd, stomme papa.” Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik hoorde haar huilen. Om haar te troosten zei ik dat ik die mensen van de krant en de televisie wel zou aanpakken, omdat ze leugens vertellen over haar papa. Toen zei ze: ,,Je was toch ook kampioen geworden als je geen medicijnen had genomen.” Het werd een moeilijk gesprek. Ik kon haar nauwelijks geruststellen. ,,Ik hou van je pap. Dat snappen ze niet. Dat ga ik ook tegen mijn vriendinnetjes zeggen. Dat ze leugenaars zijn. Dat die krant die ze lezen een stomme, waardeloze krant is. Je bent toch geen moordenaar.” Ik hield van mijn kinderen.

Mijn vrouw nam de telefoon van mijn kind over: ,,Die kranten, radio en televisie willen alleen maar scoren. Ze denken niet na voordat ze iemand, mensen, beschuldigen. Als ze maar verkopen, als er maar gekeken wordt naar hun programma’s. Iedereen kickt op die stomme programma’s en die stomme kranten. Sensatie, dat is wat wordt verkocht. Mensen moeten kunnen likkebaarden. Toen je kampioen werd en die zware Touretappe won, stond iedereen te juichen. Je was de grootste held. En nu zeggen ze dat jij waarschijnlijk ook…. Lieve Guus, wat weet ik niet? We hebben het er toch over gehad.”

Ik schrok. Wat had ik gedaan? Wat had ik verzwegen? Ik had inderdaad bepaalde medicijnen genomen. Maar de dokter heeft me bijna wekelijks getest, bloedwaarden en meer. Niks aan de hand. Ik was gezond. Gelukkig wel, anders was ik meteen met wielrennen gestopt. Ik had wel gehoord dat andere renners middelen namen die misschien beter en gevaarlijker waren. Maar ik had me niet aan verboden middelen vergrepen, ik had de spelregels niet overtreden. Nu word ik beschuldigd, ten onrechte. Hoe kan ik ooit weer door het leven gaan als een sportieve wielrenner? Als een normaal mens. Hoe kunnen mijn vrouw en kinderen verder leven als gezin, zonder te worden nagewezen? Waarom moest ik verdacht worden gemaakt? Omdat andere wielrenners dingen hebben gedaan die niet mochten?

Ik was benieuwd of die krant, en die radio- en tv-programma’s die me nu beschuldigden, ooit zulke grote verhalen over mij zullen schrijven als bewezen is dat ze mij ten onrechte hebben beschuldigd. Nee,natuurlijk niet. Ik wist het zeker. Dat zullen ze nooit doen. Want daar scoren ze niet mee. Dan zouden ze hun fout toegeven. Hypocriete lui. Wat is het nut om mijn naam door het slijk te halen?

Omdat ik een beroepswielrenner was, besefte ik. Beroepswielrenners zijn per definitie verdacht. Wie als wielrenner verdacht is, gaat door het leven als crimineel. Die heeft de samenleving bevlekt. Foei!

Ik zat daar op mijn hotelkamer in Spanje en dacht: ik ben gek geworden, ik heb weliswaar nagedacht, ik heb gewikt, gewogen en gejojood, maar ik heb me waarschijnlijk toch gek laten maken, door mijn prestatiedrift, mijn wens om grenzen te overschrijden, ik heb me gek laten maken door mensen die prestaties van mij verlangen, mijn vrienden, mijn familie, mijn supporters, de ongeduldige, hijgerige journalisten, mijn sponsors, mijn landgenoten die opgejaagd door de media wilden dat ik eindelijk de Tour zou winnen. Ze zullen straks aan mijn deur staan, de vertegenwoordigers van de macht en van de ethische schoonheids- en gezondheidscommissie die mij willen straffen. Ik hoop maar niet dat ze me mee zullen nemen, geslagen in handboeien. Dat heb ik zien gebeuren in Italië en Frankrijk. Ik zie het al voor me: journalisten met camera’s, fotografen die een shot van me willen als ik word afgevoerd, om voor veel geld aan de kranten te verkopen. Sensatie.

De wereld is gek geworden. Alleen het woord doping al. Ik heb honderden kilometers getraind, in de bergen, op het vlakke in de wind en de regen, ik heb dagenlang in windtunnels getraind, ik heb aan krachttraining gedaan, ik heb snelle pakken geprobeerd, een snellere lichtere fiets van bijzonder materiaal, ik heb mijn pedaalslag versneld, ik ben wekelijks naar een sportpsycholoog geweest. Om nóg beter te worden, zoals de meeste mensen altijd beter willen worden. Willen we niet allemaal de beste worden, perfect zijn? Maar zodra het woord medicijnen valt, slaat iedereen door. Doping, stimulerende middelen en methoden, mensen weten niet eens wat het is, sterker: waar het over gaat.

Ik had het kunnen weten: wielrenners zijn verdacht. Stel: ik ben beroepsschrijver. Ik doe alles om aandacht te trekken. Morgen staat de politie voor mijn deur. Op verzoek toon ik de inhoud van mijn koelkast, mijn boekenkast, mijn medicijnkastje, mijn boekhouding, mijn emails, de foto’s van maîtresses, mijn pornosites, mijn vibrators,  mijn alcoholvoorraad, mijn waterpijpen en mijn geslachtsdeel. Maar als ik mee naar het bureau zou moeten, zou ik weigeren en roepen: Fuck you all. Als beroepswielrenner zou ik dat niet durven. Ze zouden me meteen straffen, me liefst isoleren in een inrichting, als een gestoorde gek. Daarom ben ik nooit beroepswielrenner geworden.

17 Reacties to “Was ik maar geen wielrenner geworden”

  1. André Jansen november 7, 2012 bij 12:16 pm #

    Je hebt op een onnavolgbare wijze de situatie geschetst Guus, dank daarvoor. En ik ben nog altijd blij dat toen ik als 19 jarige de keus had om beroepsrenner te worden het niet heb gedaan.

    Like

  2. Martijn november 7, 2012 bij 8:52 pm #

    Goed stuk!

    Like

  3. Hans Roodenburg november 7, 2012 bij 10:44 pm #

    Dezelfde, goede boodschap, had wel de helft korter gekund. Zeker niet meer gewend voor kranten te werken?

    Like

  4. bridgenieuws november 8, 2012 bij 11:03 am #

    Prachtig verhaal

    Like

  5. jeroen wielaert november 8, 2012 bij 10:21 pm #

    Hey Guus, wielrenners begrijpen nu waarom je schrijver bent geworden en moeten dit stuk voor beter begrip doorsturen naar alle scherpslijpers die het nog steeds niet snappen

    Like

  6. Kor van Hulten november 9, 2012 bij 7:09 pm #

    Beste Guus,
    Dacht vanaf het begin dat je dit stuk zou gaan beeindigen met::
    “Was ik maar geen wielerjournalist geworden…”

    Like

    • Guus van Holland november 9, 2012 bij 7:16 pm #

      Die fase heb ik gehad, ik ben er blij mee dat ik het heb gedaan en beleefd. Want het leven als wielerverslaggever heeft mij veel mensenkennis opgeleverd. Vandaar mijn compassie, wat velen niet (willen) kennen

      Like

  7. Gerdo Hazelhekke november 9, 2012 bij 9:06 pm #

    Guusvriend: en ík ben blij voor je dat je geen voetballer bent geworden want dan hadden “ze” nooit geloofd dat je dit zélf allemaal had bedacht. Want zó een klasseartikel met zulke treffende bewoordingen, kán dan bijna niet uit de krochten van jouw nog niet zoals de mijne verdorven geest zijn ontsproten…..

    Nou, zó kan die wel weer; anders kom ik wél onder diezelfde verdachtmaking te hangen!

    Groet’n vanuut Inverness,
    je weet wel 🙂
    Gurdow

    Like

    • Gerdo Hazelhekke november 11, 2012 bij 2:07 am #

      Wél naar het stemmen gekeken. Zeer bijzonder. Ik schrijf er nog over. Golfen? Tuurlijk met dít goed weer: altijd en zo vaak als mogelijk. Met pillen weliswaar, want per 11 december wordt er ’n nieuwe heupkop en -kom ingezet. Tja: ook ik Guus.

      Like

  8. Chris van Nijnatten november 11, 2012 bij 2:40 pm #

    Hoi Guus, het hele verhaal is recht uit mijn hart gegrepen, het is uiteraard ‘recht uit het hart gegrepen’ maar nu voelt het alsof het uit mijn hart en ook wel hoofd is gegrepen. Wat jammer dat je niet meer voor de krant over wielrennen schrijft, anderzijds is zo’n blog ook wel lekker, lijkt me. Je ziet het naar mijn idee precies goed. Althans, ik voel het precies zo, als kind van een wielrenner, broer van een wielrenner, opgegroeid in wielrennersland. Ik pretendeer verder niks met het benoemen van mijn afkomst, hooguit de suggestie dat ik snap wat je voelt en duidt, groet, Chris van Nijnatten

    Like

  9. willie verhegghe/wielerdichter november 13, 2012 bij 12:27 pm #

    Knappe schets van wat de zaak Armstrong in feite is: een inquisitie door het USADA met als gevolg een heleboel hypocriete zogenaamde wielerliefhebbers en -kenners plus een al even grote massa hypocriete wielerjoernalisten. Live long and strong, Lance !

    Like

  10. Gerdo Hazelhekke november 13, 2012 bij 1:49 pm #

    Dat “Live long and strong, Lance” zal best lukken wanneer je je vol stopt met al die shit.
    En het zal een fijn gevoel geven de boel altijd belazerd te hebben en het dan tóch uit komt.
    Wie is er hypocriet? Of naïef?

    Like

  11. wim neeskens november 16, 2012 bij 6:51 pm #

    Guus, Het moet toch een genot zijn zo mooi te kunnen schrijven.Ik was altijd jaloers over je schrijverscapaciteiten.Niet alleen over wielrennen maar wat dacht je over het judo waar je fantastische bijdrages voor geleverd hebt.Ik ga het missen maar ben wel blij veel van je opgestoken te hebben.

    Like

    • Guus van Holland november 16, 2012 bij 7:17 pm #

      Dank je Wim, aan jou heb ik ook veel te danken,je hebt me vaak geïnspireerd, en ook (wat belangrijker is) de waarde van echte vriendschap leren kennen

      Like

  12. lista de email december 21, 2012 bij 6:09 pm #

    i think i will become a great follower. just want to say your article is striking. the clarity in your post is simply striking and i can take for granted you are an expert on this subject. lista de email lista de email lista de email lista de email lista de email

    Like

  13. Theo Blom februari 24, 2013 bij 6:47 am #

    Het is niet iedereen gegeven zoiets zo mooi onder woorden te brengen, chapeau !

    Like

  14. Jet Verhoeff februari 24, 2013 bij 10:21 pm #

    Jeminee, wat schrijf jij heerlijk! Tijd voor een thriller?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: