De fascinatie voor de ondoorgrondelijke wielersport

15 Okt

Hoewel ik Lance Armstrong als wielerverslaggever niet of nauwelijks van nabij heb meegemaakt, heeft hij me altijd gefascineerd. Ik was wielerverslaggever vóór het epo-tijdperk. Al zullen in mijn laatste jaren als wielerverslaggever renners (Indurain, veel Spanjaarden en Italianen, Russen, Duitsers en vooral het oprukkende Amerikaanse peloton cowboys, de ploegen van 7-Eleven en Motorola, en natuurlijk ook Nederlanders) vast al bezig zijn geweest. Zo bleek later. Ik heb in al die jaren (vanaf 1976 tot begin jaren negentig volgde ik onder meer 16 keer de Tour) wel wat gezien en gemerkt wat ‘vreemd’ was of naar overtreding van de spelregels riekte (omkoping, combine, doping), maar ik kon nooit doordringen tot de ‘vuile waarheid’. Ik moest verder, verslag doen van alweer de volgende etappe en wedstrijd, van hotel naar hotel reizen, met de karavaan mee, op weg naar de volgende winnaars en verliezers.

Die keren dat ik op onderzoek uitging of mijn sterke vermoedens beschreef in krantenartikelen van De Volkskrant en NRC Handelsblad leidden zelden tot prettige situaties. Het is geen excuus, ik deed wat binnen mijn mogelijkheden lag. Deed ik mijn werk niet goed genoeg? Wie bepaalt dat? Ja, ik werd bang als betrokkenen mij bedreigden. Maar ik deed mijn werk, dag en nacht, obsessief. Peter Post heeft me eens brandbommen in de tuin toegezegd als ik nog iets zou schrijven over zijn verdachte methoden. Nog los van zijn onbeheerste schreeuwpartijen door de telefoon. De Belgische ploegleider Walter Godefroot onderbrak in Parijs-Nice een interview met het Belgische talent Daniel Willems toen ik over ‘soigneren’ begon, hij wist toch hoe ,,Nederlandse journalisten altijd overal iets achter zochten, jullie zijn negatief”. De ploegleiders Fred Debruyne en Jan Raas hebben mij de hotelkamer afgeschopt toen ik een renner aan een infuus (glucose? so what?) zag liggen. Gerrie Knetemann heeft me bij de keel gegrepen. Soigneur Ruud Bakker(een reus van een vent)  heeft me uitgescholden alsof ik een crimineel was, omdat ik de wielersport (Raleigh, later Panasonic) kapot maakte. De voorzitter van Nederlandse wielrenunie ontzegde me de toegang tot de jaarvergadering vanwege een stuk over doping bij Nederlandse ploegen.

Ik schreef een stuk in NRC over Steven Rooks na zijn bergritzege waarin ik mijn sterke vermoeden uitsprak over zijn merkwaardige vormcurves en zijn vreemde geneeskundige consults (Zwitserse kruiden, arnica, osteopathie, antidepressiva….). De hoofdredacteur kwam de volgende dag bij mijn chef om opheldering vragen. Hoe ik dit durfde te schrijven. Hein Verbruggen belde me op Kerstavond, om me uit te schelden omdat ik tégen hem was en niet wilde begrijpen dat doping echt niet voorkwam – omdat het niet hielp (het lijkt de hypocriete voetbalwereld wel, het wordt niet gebruikt omdat het niet helpt….tja). Kort daarvoor had PDM-renner Peter Stevenhaagen me in een interview verteld dat hij met nog een paar ploeggenoten had meegedaan aan een test bij de psycholoog-fysioloog prof. Joop Hueting in Brussel om te onderzoeken in hoeverre bepaalde middelen ‘werkten’. Verbruggen destijds bestuurslid van de Nederlandse wielrenunie was laaiend, ik had dat niet (in De Volkskrant) mogen publiceren.

Jan Gisbers probeerde me in de Tirreno-Adriatico met zijn auto van de weg te rijden. Ik was getuige van de PDM-affaire (intralipid) in de Tour. Ik zag vermagerde, zieke wielrenners door het hotel in Quimper schuifelen (Erik Breukink, Nico Verhoeven, Sean Kelly, Jean-Paul van Poppel, Raul Alcala, Martin Earley, de Duitsers Uwe Ampler en Uwe Raab) die meer dood dan levend waren. Ploegleider Gisbers en dokter Wim Sanders werden door ons scherp ondervraagd in dat hotel. Wij (Dick Wittenberg en ik, beiden van NRC) hebben de hele nacht gewaakt rond en in het hotel en tot in de vroeg ochtend geschreven, zonder te slapen. Voorpaginastukken werden het. De waarheid? Het ging over bedorven gehaktsaus en nog meer van die verzinsels.  De waarheid? Lees ‘Sultans of Swing‘ van Bart Jungmann en Fred Segaar. Jaren later.

De affaires rond Gert-Jan Theunisse staan nog diep in mijn geheugen gegrift. De verhouding testosteron-épitestosteron was bij hem nogal scheef en wisselde voortdurend én dus verdacht. Het zou om een natuurlijke afwijking gaan. Er bleken meer sportmensen met zo’n ‘natuurlijke afwijking’: veel tennissers en zwemmers, volleyballers, handballers, atleten,  en vooral voetballers. Nooit meer iets over ‘die anderen’ gelezen. Ik ging met NRC-wetenschapsredacteur Wim Köhler naar professor Thijssen, een endocrinoloog (hormoondeskundige) in Utrecht. Er kwamen rechtszaken. Uit onderzoek van Thijssen met dopingdeskundige Douwe de Boer werd duidelijk dat Theunisse een ‘onnatuurlijke’ afwijking had. Doping dus, testosteron( Andriol), cortisonen. Lees hier een interview uit 2001 met Thijssen in de Volkskrant over het destijds  als mysterieus aangeduide geval Theunisse: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/583623/2001/06/23/Tussen-argwaan-en-wijsheid.dhtml

Later zou Thijssen als getuige-deskundige worden gevraagd in een dopingrechtszaak tegen Frank de Boer, destijds voetballer bij Barcelona. Pep Guardiola, de latere zo bewierookte trainer van Barcelona werd in die periode als speler bij het Italiaanse Brescia tweemaal ‘betrapt’ op gebruik van nandrolon, een spierversterkend middel.  Ook de in Italië spelende Jaap Stam (Lazio), Edgar Davids (Juventus), de Portugees Fernando Couto (Lazio) en een achttal spelers van Juventus werden ‘betrapt’, enkelen werden voorlopig geschorst maar uiteindelijk vrijgesproken. Guardiola werd eerst vier maanden geschorst, maar ging na hoger beroep ook vrij uit. De onderzoeksmethoden van het Italiaans Olympisch Comité (CONI) zouden onder meer onbetrouwbaar zijn. Frank de Boer werd vrijgesproken van gebruik van nandrolon. Bewust gebruik was niet bewezen. Het was waarschijnlijk het gevolg van (vervuilde) voedingssupplementen.

Ik heb het er nog weleens met (mijn tegenwoordige vriend) Peter Winnen over gehad, over hoe het vroeger in ‘onze tijd’ ging. Toen ik hem eens vroeg wanneer hij was begonnen met roken, lachte hij: ,,Ik heb altijd gerookt, maar als jullie in de hotelkamer kwamen, werd eerst de rook weggewapperd en werden de ramen geopend, de pillen werden in het nachtkastje opgeborgen, de prullenbakken werd geleegd.”  Wij (Peter, zijn vrouw en ik) lachten ons rot. Jan Raas vertelde in een jolige bui dat hij zijn urine eens over de handen van een dopingcontroleur had verspreid. ,,Hier, houd dat flesje vast, jij met je dopingcontrole.” En hij piste over zijn handen. Zo intimideerde hij de naïeve, bedeesde controleur. ,,Bij mij doping? Ik gebruik niks. Wegwezen! Ik ben beroepsrenner, ik bepaal zelf wat ik doe met mijn lijf. Net als kunstschilders, schrijvers, bankdirecteuren en journalisten.”

Overigens, misschien ben ik niet tegen doping (mijn standpunten wijzigden voortdurend, voortschrijdend inzicht noemt men dat)? Doping is sowieso van alle tijden, de Grieken deden het al met magische kruiden en oliën. Niemand die er aanstoot aannam. De bedenker en eerste organisator van de Tour Henri Desgrange was er nooit op tegen. Hij wilde vooral veel heroïek (bloed, zweet en tranen), op welke manier dan ook verworven. Want dat wilden de toeschouwers en lezer van zijn krant L’Equipe en L’Auto. Zijn assistent en opvolger Jacques Goddet begon te twijfelen. Waarom het in de jaren zestig na de dood van Tom Simpson is verboden, laat zich raden. Doping schond het imago van de wielersport, dat vooral vonden de sponsoren. Alweer die commercie: geld. De sponsoren wilden geen doden. En de wielersport is nu eenmaal slechts afhankelijk van de commercie en de media, al sinds het bestaan van de beroepswielersport, meer dan honderd jaar terug . Nu weer, nog steeds, de wielersport had de Amerikaanse sponsoren en media (televisie) nodig. Zo vond Hein Verbruggen eind jaren tachtig, vandaar zijn drang tot mondialisering. Verbruggen komt uit de marketingwereld, vandaar.

Ik was geen oorlogsverslaggever of onderzoeksjournalist. Ik volgde mijn favoriete sport wel kritisch. Ik heb altijd genoten (naïef en dom?) van Eddy Merckx, Bernard Hinault, Laurent Fignon, Greg LeMond, Pedro Delgado, Stephen Roche, Jan Raas, Roger De Vlaeminck, Johan van der Velde, Peter Winnen, Moreno Argentin, Claudio Chiappucci, Gianni Bugno (ik hield en houd van Italianen) , Miguel Indurain, Frank Vandenbroucke en die fantastische Francesco Moser. Dat ze (mogelijk) slikten, spoten en zoals Moser (Checco) als eerste door professor Francesco Conconi (de leermeester van de nu omstreden Michele Ferrari en Luigi Cecchini) ) werd geprepareerd met de voorloper van bloeddoping, dat was meegenomen. Anders had ik mogelijk niet van deze bijzondere atleten kunnen genieten. Ik heb nergens spijt van.

Sport is en blijft sport, en altijd met doping. Dat halen we nooit meer weg. Corruptie zit in de mens, die nu eenmaal altijd meer en hoger wil, en alleen maar nog beter wil worden en daarvoor alle middelen wil aangrijpen – ook verboden middelen. Sportiviteit is er alleen nog op zaterdagmorgen bij de hockeyveteranen, hoewel?

Mensen laten zich nu eenmaal betoveren en verblinden door topatleten, supermensen, mensen als Lance, door mensen die zij in hun eigen ellendige gewoonheid, saaiheid en geestelijke armoe, een goddelijke status toedichten. De voortdurende en toenemende (?) aanbidding van mensen die boven ons uitstijgen wat betreft talent en uitstraling, zegt meer over ons dan over supertalenten. Verering van mensen die meer kunnen dan wij ooit zullen kunnen,  is niet alleen eng, maar kan vooral gevaarlijk zijn. Mensen, zoals topsporters, die meer willen bereiken dan binnen hun mogelijkheden ligt, zijn ook riskant bezig. Ze verliezen zichzelf en kennen zichzelf niet meer. Topsport maakt meer kapot dan je (ons?) lief is.

Dat perfectionisme van Lance bijvoorbeeld was niet alleen overweldigend, maar ook eng.  Ik heb hem nauwelijks meegemaakt, zoals ik al schreef.  Maar toch. Ik mocht hem niet zo als mens, vooral sinds ik hem acht jaar geleden in een hotelkamer op een Amerikaanse tvzender (public television) in een interview van een uur hoorde antwoorden op de vraag ‘waarom ga je niet golfen of kaarten?’  Lance: ,,Ik doe niet mee aan dingen en vooral niet aan sporten waarvan ik niet zeker weet dat ik win’’. Die blik in zijn ogen! Die angstaanjagend killersblik. Echte topsporters zijn killers, maar dit…. Alsof hij de zeer strenge interviewer na afloop ging vermoorden. Kil. Ik werd bang van hem, zo had ik nog nooit iemand uit zijn ogen zien kijken (ja, in een thriller op tv of zoals Anthony Hopkins als Hannibal Lecter in The silence of the lambs). En dan die lichaamstaal IK BEN ONOVERWINNELIJK. IK BEHEERS MIJN WERELD. Mijn vrouw zei nog:  ,,Die man is gek.’’

Een volgende vraag was: ,,Zijn er mensen die met een man als jij, een bloedfanatieke winnaar, nog kunnen samenleven?” De glimlach op Lance’s gezicht werd een satanische grijns: ,,Natuurlijk, ik ben heel gelukkig met mijn familie.’’  Weer dat IK. En zij? Waren zij gelukkig met hem? De volgende vraag: ,,Waarom moet je alles winnen?’’ Lance: ,,Ik haat verliezen. Vooral sinds mijn ziekte wil ik nooit meer een loser zijn. Ik zal nooit meer verliezen. Dat weet ik zeker.’’ Toen maakte mijn angst voor die man plaats voor begrip, medeleven, zelfs een beetje medelijden.

In mijn selectieve herinnering weet ik nog dat de interviewer besloot met ,,Ik hoop dat je nog veel zult winnen, Lance.’’ Waarop Lance zei: ,,Ik zal je niet teleurstellen.’’ Dat ge-ik, ikke, ik, I, I, I, Me, Me (een uur lang) wees volgens mij op een ziekelijke afwijking… Het ging alleen maar over Us and Them. Megalomanie? Die man leefde (leeft) volgens mij in een kooi, een gekooid mens, dat als een getergde leeuw heen en weer raast. Wat een woede moet in dat lijf zitten.

Ik hoop dat hij nu zijn rust vindt, nu (bijna?) alles voorbij is. Hopelijk geeft hij de strijd met zichzelf en tegen de (hem vijandige) wereld op. Leugendetector? Kom op, Lance, doe jezelf een plezier, gun je zelf een rustig leven zonder strijd. Winnen is voor mij toegeven dat je kwetsbaar bent en nooit volmaakt kan en zal zijn. Blind streven naar perfectionisme is voor onvolgroeide, misschien verstoorde geesten.

29 Reacties to “De fascinatie voor de ondoorgrondelijke wielersport”

  1. Rob Hoogland oktober 15, 2012 bij 5:51 pm #

    Goed stuk, Guus. Groet, Rob Hoogland.

    Like

  2. Erik Ruts oktober 15, 2012 bij 7:59 pm #

    “Ik heb nergens spijt van”, een mooi statement, Guus van Holland. Beleefde genoegens kunnen in retrospectief niet ontnomen worden. Maar mij levert het wel een belazerd gevoel op.

    Like

  3. Romke Hoogstra oktober 15, 2012 bij 8:30 pm #

    Dat zijn nog eens teksten.

    Like

  4. Martin van Neck oktober 15, 2012 bij 9:36 pm #

    Guus. ik vermoed dat je doping hebt gebruikt toen je dit stuk hebt getypt. Het steekt namelijk ver boven de verhalen van de concurrentie uit die ik tot nu toe over de affaire Amstrong hebt gelezen. Goed stuk!

    Like

  5. bridgenieuws oktober 16, 2012 bij 7:13 am #

    geweldig en erg leerzaam geschreven

    Like

  6. Fabio Farelli oktober 16, 2012 bij 8:13 am #

    Wat mij betreft de sterkste reactie vanuit de sportjournalistiek tot heden.

    Like

  7. Frits Welling oktober 16, 2012 bij 2:25 pm #

    Nu weet ik weer wat de sportjournalistiek al weer een tijdje moet missen.

    Like

  8. Henk Ewoldt oktober 16, 2012 bij 3:32 pm #

    Ik sluit mij bij de loftuitingen aan. Houd wel mijn hart vast als hoofdklasser Bennekom aan de beurt is.

    Like

  9. Peter Diebels oktober 16, 2012 bij 6:29 pm #

    Mooi stuk!
    Na de reactie van Peter Winnen in NRC van 13-10 een prachtige samenvatting door zijn vriend, Guus!

    Like

  10. LeoClijsen oktober 16, 2012 bij 7:49 pm #

    Hallo Guus,

    Indrukwekkend stuk en vooral veel herkenning. Jammer dat je ook veel oordelen beschrijft en je niet beperkt tot de harde feiten, zoals jij die hebt waargenomen.

    Like

  11. kerfanto oktober 16, 2012 bij 7:51 pm #

    Hallo Guus,

    Indrukwekkend stuk. Jammer voor de oordelen, vind de harde feiten uit jouw ervaring veel sterker.

    Like

  12. Pieter Bots oktober 16, 2012 bij 10:50 pm #

    Super Guus. Het stuk over ‘niet mogen’ van Lance kwam zo binnen. Ik heb dit altijd gevoeld, elke overwinning van hem kwam hard bij mij binnen. Noem het chemie, je mag elkaar of niet. Het bleek toch chemie te zijn.

    Like

    • Guus van Holland oktober 24, 2012 bij 8:00 am #

      Inspirerend dat je mij wilt blijven volgen, ik ga eens serieus nadenken over een nieuw prikkelend verhaal over mijn ervaringen en overpeinzingen. Hier onder staat ‘houd me via email op de hoogte van reacties. Bij jou ook? Vink dat aan, wie weet gaat er wat bloeien binnenkort

      Like

  13. Marnix Kreyns oktober 17, 2012 bij 7:20 am #

    Zeer goed verhaal, Guus. Publiceren in Volkskrant of NRC?

    Like

    • Guus van Holland oktober 17, 2012 bij 4:01 pm #

      Marnix, dank je, NRC en Volkskrant hebben hun eigen insiders en deskundigen. Ik ben slechts een oud-gediende in retraite

      Like

  14. peter de weijer oktober 17, 2012 bij 11:35 am #

    Goed stuk Guus
    Die harde blik in de ogen van Armstrong toont heel veel gelijkenis met die van Holleeder tijdens interview College Tour.
    Ja, Henk Ewoldt, is een goeie tip over hoofdklasser Bennekom . Guus wat dacht je van stuk: Hoe de managers de macht over genomen hebben bij ons geliefde vv Bennekom en de voetballers en liefhebbers naar VVA 71 verhuizen!

    Like

  15. ad zonneveld oktober 19, 2012 bij 11:00 am #

    Nu begrijp ik pas waarom ik die bergen nauwelijks kon opkomen…..

    Like

    • Cor Put oktober 27, 2012 bij 2:28 pm #

      Ad,dream on, je bent gewoon een koekebakker, daar kan je van alles ingooien maar daarmee gaat het echt niet veel harder. Alle namen die Guus noemt zijn stuk voor stuk fantastische coureurs met veel grotere klasse dan gewone wielrenners als jij en ik en met ons vele andere amateurs en cyclosportieven. Geniet gewoon van de bergen en hoe je die dan wel opfietst. Maar meet je vooral niet af aan de profs, die zijn vele maten groter, inderdaad met nog een maatje erbij uit de apotheek -tja,dat is de wielercultuur van ‘soigneren en prepareren’ zoals Guus mooi laat zien, ondanks de ‘omerta’. Goed dat die nu door het USADA rapport onder ede is doorbroken,want de cynische & systemische aanpak van Armstrong kan een sport zich echt niet veroorloven! (onschuldige tip: bietensap/bloed kuurtje uit de reformwinkel, je zult je maten versteld doen staan!)

      Like

  16. John Volkers oktober 21, 2012 bij 12:42 pm #

    Het verhaal van het hart en de moordkuil. Goed wat van je te lezen. Inzichtelijk gemaakt hoe hard die wereld van het wielrennen is, vooral het Omveld. goeiemorgen, bijna van de weg gereden worden omdat je onwelgevallig publiceert. nog meer reden om dat wielrennen achter slot en grendel op te bergen. Ik plezier mezelf al jaren met andere sportieve zaken. Na het zien van Chris Hoy en Jason Kenny in Peking wist ik genoeg. Laat maar.

    Like

  17. koos schwartz oktober 22, 2012 bij 11:34 pm #

    Mooi verhaal, Guus. Je slaat spijkers op koppen. Enig idee of er meer (Nederlandse) journalisten zijn geweest die te maken hebben gehad met intimidatiepraktijken a la Post,Gisbers, Knetemann?
    Koos Schwartz

    Like

    • Guus van Holland oktober 23, 2012 bij 7:10 am #

      Ja hoor Koos, ik was niet de enige die werd geïntimideerd, zoals door mij beschreven. Maar dat gebeurde en gebeurt zeer zeker ook in voetbal (niet vanwege vermeend dopegebruik, maar vanwege veel kritiek) en mogelijk ook in andere sporten.

      Like

      • koos schwartz oktober 23, 2012 bij 11:10 pm #

        Johan Derksen heeft in VI wel eens geschreven over bedreigingen van supporters. Maar misschien (?) ligt dat toch iets anders dan wat jij meemaakte met bijvoorbeeld Gisbers en Post – dat jij het hart van de sport raakte. of zie ik dat verkeerd?

        Like

      • Guus van Holland oktober 24, 2012 bij 7:48 am #

        Voetbalsupporters doen dat vaak: bedreigen en vooral intimideren. Maar die mensen voelen zich in hun ziel (het is hun club, daar geloven ze onvoorwaardelijk in) getroffen . Maar van spelers en vooral van trainers en bestuurders verwacht je iets meer verstandelijke vermogens

        Like

  18. Guus van Holland maart 27, 2013 bij 5:58 pm #

    I use Bueno

    Like

  19. Joe Papp februari 18, 2015 bij 8:40 pm #

    Dit is op Pappillon herblogd.

    Like

    • Frits Welling februari 19, 2015 bij 11:59 am #

      Ik weet nu weer wat ik te vaak mis in de “betere” kranten van Nederland. Goeie stukken, ontboezemingen zoals deze. Dank je wel.

      Like

    • Frits Welling februari 19, 2015 bij 12:32 pm #

      Dag Guus,

      Als eerlijkheid, oprechtheid nu eens de standaard gaat worden, volgen er vast meer mooie sport- en journalistieke momenten.
      Ik verwacht dat je binnenkort wordt uitgenodigd bij DWDD, bij Jinek of zoiets. Heerlijk stuk.

      Groet

      Frits

      Like

Trackbacks/Pingbacks

  1. Lance Armstrong, de wielerjournalistiek en Mart Smeets - oktober 24, 2012

    […] best deed om gaten in dat verhaal te slaan, een paria werd. En waarom las ik niet eerder over de intimidatie waarmee de wielerjournalistiek kennelijk stelselmatig te maken heeft. Kennelijk hoort dat erbij. […]

    Like

  2. Cycling | Pearltrees - maart 20, 2013

    […] De fascinatie voor de ondoorgrondelijke wielersport | guusvanholland […]

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: