Tag Archives: duncan edwards

Op 6 februari denk ik aan de Busby Babes

6 feb

Dit zijn brieven van Guus van Holland aan Raf Willems en omgekeerd.

De Nederlandse senior writer Guus van Holland (1948) volgde sinds 1976 op de eerste rij talrijke internationale sportmanifestaties (Olympische Spelen, WK voetbal, EK voetbal, Champions League-finales, Tour de France en meer), met oog voor het menselijke van de topatleet.

De Belgische voetbalboekenschrijver Raf Willems (1960) reisde sinds 1995 in zijn eentje langs grote en kleine Europese en Braziliaanse clubs, op zoek naar de sociaal-culturele dimensie van voetbal.

Vanuit hun verschillende invalshoeken voeren ze een wekelijkse briefwisseling met elkaar in deze rubriek Social Football Lab 2020 Histories.

Brief 1:

Waarde Guus,

6 februari 1958
In de week van 6 februari denk ik aan de Busby Babes. Acht jonge voetballers van Manchester United – gevormd door hun legendarische coach Matt Busby – verloren op die dag in 1958 het leven bij een vliegtuigcrash in München. Ze keerden terug van de Europese kwartfinale tegen Rode Ster Belgrado. De talentvolle vrienden van de 22-jarige sterspeler Duncan Edwards leken op weg om de machtige tweevoudig Europa-Cupwinnnaar Real Madrid van Alfredo di Stefano van de troon te stoten.

Op 6 februari 2003 bezocht ik Old Trafford. Ik staarde naar de klok aan de hoofdingang van The Theatre of Dreams: 15u03, ze staat voor eeuwig stil. The day a team died. Als ik er passeer, liggen er verwelkte bloemen en herinneringsgeschriften uitgestrooid. Altijd weer: we’ll never forget the Busby Babes. De treurnis is tijdloos. Matt Busby (1909-1994) overleefde de tragedie.

Ik wil je iets vertellen over zijn vernieuwende voetbalinzichten, waarde Guus. Wist je dat de Schotse coach met Ierse roots zich liet beïnvloeden door de ‘Magic Magyars’? Op een koude novemberavond in 1953 inviteerde hij zijn jonge selectie naar Wembley voor ‘the game of the century‘: 100.000 verbijsterde toeschouwers keken naar Engeland-Hongarije 3-6, industrie versus kunst. Puskas, Czibor, Kocsis, Boszik en Hidegkuti strooiden buitenaardse bewegingen uit en staken het oude Schotse ‘passing game’ – dat Busby propageerde als antwoord op het Engelse ‘kick and rush’ – op het ritme van een Hongaarse zigeunerdans. Hij beleefde zijn ‘eureka-moment’ en ontdekte het belang van de briljante individuele actie.

Ik neem je even mee Guus, naar een merkwaardig boek uit 2005 van socioloog Tony Whelan: ‘The birth of the Babes, Manchester United Youth Policy 1950-1957′. De ex-speler van United analyseerde Busby’s aanpak vanuit een ‘menswetenschappelijke’ methode. Hij trok een meeslepende parallel met het standaardwerk ‘Homo Ludens’ – de spelende mens – van de Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga. Die definieerde ‘spel’ als ‘gedrag dat naar vrijheid zoekt’. Voor hem was het spel de basis van de beschaving. Volgens Whelan volgde Busby intuïtief de filosofie van Huizinga. Niet alleen was hij de eerste coach met interesse voor de menselijke kant van de voetballer. Daarnaast toucheerde hij zijn spelers met het geloof in het experiment en het zonder limieten aftasten van hun talent tot het artistieke potentieel volledig ontbolsterde door zelfexpressie en improvisatie.

Busby’s luciditeit – football is a beautiful game with a creative genius – kruiste Huizinga’s visie op ‘humanitas’ waarbij ‘het creatieve brein de vastgelegde regels doorbreekt’. De Busby Babes waren niet te stuiten – landskampioen in 1956 en 1957 en twee Europese halve finales – en ze schoten met verbluffend voetbal als een komeet naar de internationale top, Guus. De stad Manchester werd in die dagen beschreven als een mistroostige plaats met veel armoede en één lichtpunt: ‘But one shining light was Manchester United and particularly the young players.

duncan edwards
Dat creatieve genie van Busby heette dus Duncan Edwards (1936-1958). Men zegt over hem: de àllerbeste Engelse voetballer ooit. ‘There will only be one Duncan Edwards’, waren de laatste woorden bij zijn uitvaart.

Ik vertel je dit ook nog even, Guus. Pas drie jaar na de crash bracht Matt Busby de kracht op om hem zijn persoonlijk eerbetoon te schenken: een kleurrijk glasraam met de tekst ‘Though there be many members, yet there is one body.’ Hij hing het in de Saint-Francis Church in Dudley.

edwards  window
Zou er ergens een voetballer zijn met een ‘glas-in-loodraam’ in zijn geboortedorp? Ik bezocht het, enigszins wonderbaarlijk, in 2013. Ik maakte een reportage over Romelu Lukaku bij West Bromwich Albion en miste de trein omdat de stationschef me de verkeerde kant wees. Ik vloekte bij vijf graden onder nul en veertig minuten wachten op de volgende. Toen hoorde ik hem door de luidspreker mompelen: ‘Direction Dudley’. Dudley? Dudley! Het drong heel langzaam tot me door: dààr lag Duncan Edwards.

Ik koos voor de andere richting, op zoek naar zijn standbeeld. Tijdens de rit nam ik een krant vast. Mijn oog viel op de datum: het was 6 februari. Geloof jij in dit soort toeval, Guus? Op die dag denk ik meer dan ooit aan de Busby Babes.

Met vriendelijke groet,

Raf

Lees ook: http://www.socialfootballlab2020.com/

Zal de opvolger van Messi als beste aller tijden ook nog een mens zijn?

8 jan

Eens in de zoveel jaren dient zich een talent aan dat alle vorige talenten overtreft. Dan wordt ook dit talent weer gekwalificeerd als de grootste aller tijden. En wanneer woorden tekortschieten, dan moet hij wel van een andere planeet komen. Welke superlatieven resten ons na Nandor Hidegkuti, Duncan Edwards, Didi, Alfredo Di Stefano, Pelé, Garrincha, Eusebio, Rivelino, Johan Cruijff, George Best, Eusebio, Maradona, Zinedine Zidane, Ronaldinho, Cristiano Ronaldo, allen voetballers die buitengewone fenomenen zijn genoemd. Maar deze is gewoon niet gewoon meer. Laten we het daar na decennia van oeverloze en verwarrende, zinloze vergelijkingen maar op houden.

Sinds enkele jaren zoeken bewonderaars van Lionel Messi in hun wanhoop naar superlatieven en kwalificaties die nog niet eerder zijn gebruikt om het talent van de Argentijnse voetballer te duiden. Nog maar 25 jaar oud is het mannetje van 1 meter 70, wat staat de arme jongen nog te wachten? Nu al de beste ‘ooit’? Kan hij die verwachtingen waarmaken? Of zal hij in navolging van veel van zijn voorgangers bezwijken aan te veel rijkdom en verheerlijking?

Was voetballen maar een vorm van beeldende kunst en Messi een beeldend kunstenaar, dan hadden de recensenten zijn bewegingen geanalyseerd in gekunsteld proza, ten einde het eeuwige en hemelse in hem te beschrijven. Ze zouden hem in enkele facetten van bewegende kunst hebben vergeleken met een danser als Rudolf Noerejev. Ze zouden zijn acties tot in finesses ontleden, in welke mate hij de perfectie van de uitvoering had benaderd.

Maar Lionel Messi is niet meer dan een uitzonderlijk goede voetballer. Al is hij nu voor de vierde achtereenvolgende maal door een jury van onder meer coaches, geselecteerde journalisten en aanvoerders van nationale elftallen tot ’s werelds beste voetballer van het jaar gekozen, Messi is en blijft een beoefenaar van voetbal. Een voetbalspeler. Meer kunstenmaker dan kunstenaar. Meer liefhebber dan perfectionist.

Zoals vrijwel alle ongewone fenomenen is hij sinds zijn peutertijd bezeten van het spel dat vooral op spontaniteit en opportunisme berust. Hoe graag gedreven coaches met behulp van computeranalisten, fysiologen, haptonomen, psychologen, neurologen, diëtisten, farmacologen, speltherapeuten en wetenschappers die bal, schoeisel, kleding, speelveld en trainingsfaciliteiten het spel ook wensen te automatiseren. In de jaren tachtig liet Vladimir Lobanovski, coach van Dinamo Kiev,  met assistentie van natuurwetenschapper Anatoli Zelentsov de psyche van voetballers testen aan de hand computerspelletjes. Spelers moesten standaardsituaties uit hun hoofd kunnen leren en volgens vaste patronen vrijlopen.

Messi is een mens, maar zal zijn opvolger als beste voetballer ook nog een mens zijn? Of een computerspelfiguurtje dat van afstand via de satelliet, gestuurd door een team van gespecialiseerde coaches, de verlangde bewegingen maakt en schoten op het doel afvuurt? Gendoping is niet ver meer weg van topsport, ook niet van de allerminst ‘schone’ voetbalsport. Een neurowetenschapper onderzocht  in het ‘Milan Lab’ al hoe hij het gedrag van larven kon sturen, in de hoop dat bij de voetballers van AC Milan in praktijk te brengen. Wat staat ons als voetbalbeschouwer allemaal te wachten vanuit de laboratoria?

Toegegeven, soms lijken de voetbewegingen van Messi van buiten het veld gestuurd. Misschien wel van boven, door de hand van God? Om in voetbaljargon te spreken: hij heeft de bal aan een touwtje aan zijn voet, altijd zijn linkervoet. Zelden laat hij de bal wegspringen, of het moet van zijn rechter voet zijn die hij als linksbenige minder heeft ontwikkeld. De voet- en lichaamsbewegingen van het kleine mannetje zijn zo snel dat tegenstanders niet of nauwelijks kunnen reageren. Brute schoppen ontwijkt hij ongewoon goed. Zelden protesteert hij tegen de aanslagen. Zelden krijgt hij een gele kaart. Hij heeft het niet nodig. Hij speelt met de bal en neemt de aanslagen voor lief. Hoe lang nog? Wie wordt de slager van Messi?

Hij beschikt daarnaast over een uitzonderlijk ruimtelijk inzicht. ,,Hij denkt sneller dan ik’’, roemde zijn voorganger als beste aller tijden Maradona hem eens. Een misvatting. Messi denkt niet. Zijn rechter hersenhelft is beter ontwikkeld dan zijn linker. Hij ‘denkt’  in beelden. Hij is een ziener. Hij doet wat hem invalt, overziet de posities van zichzelf, zijn medespelers, zijn tegenstanders. Hij beschikt over een haptonomisch gevoel, een sterk ontwikkelde tastzin. Hij voelt de energie van lichamen en ruimtes om zich heen. Met zijn korte benen loopt hij weliswaar als een opdraaipoppetje, maar hij is toch echt van vlees en bloed. Hij heeft een relatie met zijn jeugdvriendin uit Rosario, Antonella Rocuzzo. Sinds kort hebben zij een zoon. Over menselijkheid gesproken: Messi mist regelmatig een strafschop.

De vraag dringt zich vaak op hoe Messi in een ander elftal dan Barcelona zou spelen. Verwezen wordt dan naar zijn spel in de nationale ploeg van Argentinië. Daarin lukt het hem zelden zo uit te blinken als bij Barcelona. Is het de hand van de coach die Messi doet schitteren? Is hij vergroeid met Barcelona? Daar waar hij als 13-jarig jongetje al vertrouwd raakte met het korte samenspel en de pedagogische teamcodes die in de jeugdopleiding van La Masía volgens de leer van oud-jeugdtrainer Laureano Ruiz worden gepropageerd.

Messi is een zoon van Barcelona. De club bleek twaalf jaar geleden bereid de medische kosten in het ziekenhuis van Barcelona voor haar rekening te nemen. Barcelona zag in de bedenkelijk onvolgroeide puber een goede investering en betaalde naast de groeihormonenkuur ook de verblijfskosten van zijn familie.

Onlangs verlengde Messi zijn contract tot 2018, dat betekent (los van sponsorcontracten) 16,5 miljoen euro per jaar. Voorwaarde is dat hij 65 procent van de wedstrijden speelt. Hij wees een aanbod van een onbekende Russische club (waarschijnlijk Anzhi, van coach Guus Hiddink) van 30 miljoen netto per jaar af. Barcelona had zijn enorme schuldenlast aanzienlijk kunnen verminderen.

Hoe lang kan een mensenkind deze druk aan? Leven in een systeem waarin de premiejagers van de media altijd op de loer liggen om roddels te verkopen. Leven als een idool, als een icoon, als een rolmodel. Gewoon jezelf kunnen zijn en blijven. Het in zichzelf gekeerde, bescheiden, bijna verlegen kunnen blijven. Zou er niet iets in de jonge Argentijn zijn, dat niet aan de idealen van zijn bewonderaars beantwoord. Is hij dan toch niet een ideale schoonzoon?

Record na record vestigt de zwijgzame kunstenmaker. Triomf na triomf behaalt het fragiele godenkind. Nog niet genoeg, beweert hij steeds. Hij wil meer, nog meer. Zoals een kind als rupsje nooit genoeg zijn.

Als het dribbelen, scoren en  winnen hem dan nog zo ogenschijnlijk gemakkelijk afgaat, waar en wanneer zal zijn avontuur dan eindigen? Welke woorden zijn er nog niet gebezigd om zijn spel te uit te leggen? Goddelijk en hemels zijn al gebruikt. Laten we een voorbeeld nemen aan de Spanjaard Santi Nolla, hoofdredacteur en columnist van El Mundo Deportivo.  Hij beperkte onlangs zijn dagelijkse column onder de kop ‘Leo Messi’ tot slechts drie woorden: Sobran las palabres (woorden zijn overbodig).

Als Lionel Messi maar voetbal speelt. Dat is het belangrijkste.

Dit artikel is in iets kortere versie verschenen in NRC Handelsblad en NRC.next

%d bloggers liken dit: