Tag Archives: Bjarne Riis

Oud-wielrenner Leo Peelen: Kijk dan papa, wat ik nog kan

20 Apr

Bijna dertig jaar geleden, in september 1988, veroverde hij op de Olympische Spelen als baanwielrenner op het onderdeel puntenkoers een zilveren medaille. Een glorieuze loopbaan lag voor de 20-jarige sportman in het verschiet. Het liep anders. Vijf jaar later stopte hij ermee. Succes en roem konden hem gestolen worden. Het was niet zijn keuze geweest: zo hard mogelijk fietsen om sneller te zijn dan anderen.

Een paar weken geleden, op vrijdag 24 maart, stierf Leo Peelen. Hij was pas 48 jaar. Na een fietsclinic op de wielerbaan van Apeldoorn, waar hij jongeren op de fiets leerde racen, werd hij onwel. Hevig zwetend strompelde hij de baan af, nam in het sportcafe een drankje en zocht vervolgens naar het toilet. Pas uren later misten ze hem. Zijn auto stond op het verder verlaten parkeerterrein. Op het afgesloten toilet vonden ze hem: dood. Vier jaar had de in gewicht toegenomen sportman van weleer niet op een wielerbaan gefietst, zo lachte hij nog kort voor zijn dood. Hij besloot weer eens lekker voluit te gaan, één rondje maar, 250 meter. Mogelijk werd de overmoedige explosie van de kampioen van weleer hem fataal.

Een vriendelijke reus. Ontspannen, altijd anderen bemoedigend toesprekend. Een lieve man die al op jonge leeftijd meende dat hij wist hij wilde, hard fietsen. Maar nauwelijks was hij zijn adolescentie ontgroeid of hij wilde niet meer harder dan anderen fietsen. Al snel besefte hij dat het succes waar anderen hem om bewonderden, niet zijn succes was.

Leo Peelen keert in 1988 terug uit Seoul met een zilveren medaille

Een jaar na de olympische glorie, een tweede plaats die aanvoelde als een triomf, werd hij derde op de wereldkampioenschappen in Lyon. Maar ergens in zijn hoofd had Leo al een stemmetje gehoord dat hij er niet voluit voor was gegaan. ,,Alsof ik onbewust een excuus inbouwde voor als ik niet zou winnen.’’

In psychologische termen kan dit fenomeen self-handicapping worden genoemd. Uit een gevoel van faalangst excuses inbouwen om achteraf te kunnen verklaren waarom je hebt verloren. Of dat het geval was bij Peelen, wist hij toen nog niet. Een vorm van afweer was het zeker. ,,Mijn lijf en geest protesteerden. Onbewust deed ik een test: kijken hoe mensen reageren als ik niet win. Ik had iets bereikt, zilver in Seoul, en dat had me niet gegeven waar ik van droomde. Ik ben gestopt. Ik voelde dat topsport – een medaille, een plaats bij de wereldtop – mij niet zou geven waar ik als jongetje naar had verlangd.’’

Verlangen. Het begrip is gevallen. Dat was ook voor mij de reden geweest voor een gesprek met Leo Peelen, ruim twee jaar geleden. In een kort interview op de radio had hij iets van zijn proces verteld. Mijn vrouw hoorde het aan en meende iets te herkennen in wat mij al jaren dwarszat, resulterend in een paar burn-outs, uiteindelijk zelfs in een vervroegd pensioen. Wie wilde zo graag dat ik succesvol was? Ikzelf? Wie dan wel? Was het mijn vader? Ben ik wel mijn eigen weg gegaan?

Het gesprek schiep verwarring. Ik kon het niet opbrengen zijn verhaal op te schrijven. Te confronterend. Dit zou dus ook mijn verhaal kunnen zijn.

Leo vertelde me dat hij na zijn sportsuccessen op een dwaalspoor was beland. Tastend naar het onbestemde. Zeg maar: het zwarte gat. Waarom had hij zo hard moeten fietsen, harder dan anderen? Wat wilde hij daarmee bereiken? Ineens voelde hij dat de waardering voor hem als méns niet gold. Geen succesvol wielrenner, dan ook geen goed mens. Geen succes, geen aandacht, dan ook geen bestaansrecht. Twee (!) huwelijken, met twee kinderen, hielden het niet uit. Wat was er met hem gebeurd? Na een zoektocht van jaren legde een jonge vrouw (Froukje), met wie hij zijn leed en verwarring durfde te delen, een boek op tafel: ‘De herontdekking van het ware zelf’ van Ingeborg Bosch, een psychotherapeute die een methode (Past Reality Integration) had ontwikkeld die je terugvoert naar je jeugd, naar de manier waarop je ouders je hebben geconditioneerd.

Het was voor Leo een openbaring, die hij nu iedereen (vooral verwarde topsporters die tijdens en na hun loopbaan de oorzaak van hun opgedrongen drijfveer durven ontdekken) toewenste. Hij voelde in therapiesessies de pijn van vroeger. Zijn vader, een fanatiek wielrenner, ging altijd fietsen met zijn broer. Hij kreeg wél aandacht, Leo niet. Toen ontdekte Leo: als ik nou ga fietsen, geeft mijn vader mij (ook) aandacht. En als ik heel hard fiets, krijg ik de meeste aandacht. ,,Ik deed het gewoon om gezien te worden door mijn vader. Mijn vader moest me zien. Alles heb ik gedaan om gezien te worden door de mensen die mij dierbaar zijn. Doen we dat niet allemaal? Gezien worden door mensen die symbool staan voor je ouders? En wat als je ouders er niet meer zijn. Of als mensen je niet meer zien staan. Dan voel je je in de steek gelaten. Dan moet je het zelf doen, zonder de symbolische ouders. Eenzaam en alleen voel je je dan. Sterker: je zoekt naar ouders die er niet zijn. Je denkt volwassen te zijn. Maar je moet het zelf doen. En dat kun je niet. Dan val je om. Wat nu?’’

leo

Leo Peelen recent

Het volgende gesprek, een jaar later kort na de Olympische Spelen van 2016, verliep voor mij beter. Met zijn vriendin Froukje zaten we urenlang op een Arnhems terras. Na een jaar PRI-therapie was mij veel duidelijk geworden, zeker ook over mijn eigen proces. Ik had mij intussen ook laten voeden door reacties van de winnaars en verliezers – vooral op de Olympische Spelen. Bijna vanzelfsprekend kwam het proces van turner Yuri van Gelder aan de orde – en niet in de laatste plaats zijn verbanning uit de olympische ploeg. Wat dreef hem al vanaf zijn jongste jeugd om groot en sterk te worden? Een olympische medaille te veroveren als grootste trofee. Wie waren zijn ouders? Wat wilde hij (tegenover hen) bewijzen? Uit wat voor milieu komt hij? Wil hij aantonen dat hij meer is dan de ‘minderwaardige’ en vooral kleine jongen?

We kwamen er niet uit omdat we Yuri en zijn achtergrond te weinig kenden én hem niet bij wilden veroordelen. ,,Hopelijk krijgt die jongen de juiste begeleiding om ervan te doordrongen te worden waarom hij zo is geworden en waarom hij buitensporig gedrag is gaan vertonen. Verslavingsgedrag, verslaafd aan aandacht en euforie? Ik heb wel een vermoeden en zou hem daarom mogelijk kunnen helpen met mijn PRI-therapie-ervaring. Maar dat is vooralsnog niet aan mij’’, zei Peelen in augustus vorig jaar.

Leo Peelen werd ook geraakt door een uitlating van zwemster Ranomi Kromowidjojo: ‘Ik hoop dat mijn ouders nog één keer trots op mij kunnen zijn.’ Voor wie heeft ze al die jaren gezommen? Voor zichzelf of voor haar ouders die haar altijd gesteund hebben, sterker misschien: aangemoedigd? En dan verliest ze, althans ze wint niet. ,,Stelt ze dan haar ouders teleur of zichzelf? Hoe gaan haar ouders daar mee om? Dat is mijn vraag. Vanzelfsprekend zullen ze haar niets verwijten. Maar misschien voelt ze haar nederlaag wel als een schuld. Ik heb het voor mijn ouders gedaan. Heb ik het wel voor mezelf gedaan? Dat zijn grote vragen.’’

Dat gevoel van verplichting om je ouders te plezieren, kan verregaande gevolgen hebben. In het Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated werd al in 2003 in het artikel (Prisoners of depression) gewag gemaakt van winnaars die na hun triomf in een diepe depressie raakten, tot aan zelfmoord toe. Winnaars die op het erepodium geen emotie vertoonden, bevroren, niet beseffend waarom ze daar stonden. Mogelijk omdat hun ouders (soms onbewust) die prestatie hadden geëist. Dat bleek, zo vertelt het artikel, uit psychiatrische onderzoeken met betrokken sporters. De jacht op goud kent meer slachtoffers dan bekend wordt, mede uit overwegingen van privacy en medische beroepsgeheim – ook in Nederland.

Leo Peelen en ik stuurden elkaar berichtjes wanneer weer een topsporter herkenbaar gedrag vertoonde. We kwamen op oud-tenniskampioen Andre Agassi die in 2009 in zijn autobiografie Open schreef dat hij tennis haatte al vanaf hij op zijn derde jaar door zijn vader de tennisbaan werd opgestuurd. Al vóór zijn geboorte stond voor zijn vader vast dat Andre de beste van de wereld zou worden. Na 22 jaar en 22 miljoen slagen met zijn racket kreeg zijn vader gelijk. Agassi had Wimbledon gewonnen. Maar hijzelf wist zich geen raad met zijn gevoelens. Hij had nooit de kans gekregen zijn eigen levensvervulling te kiezen. Hoewel miljoenen fans hem adoreerden, haatte hij tennis. ‘Ik heb altijd gespeeld om mijn vader te plezieren.’ Andre had vaak willen stoppen, maar durfde dat niet tegen zijn vader te zeggen. ‘Iedereen was thuis blij als ik won, want dan was mijn vader te genieten. Tennis werd mijn vijand.’

Toch kampte Agassi met gevoelens van loyaliteit. ‘De inzet was hoog, omdat mijn vader liet blijken dat ik zijn laatste en beste hoop op succes was. Het leverde plichtsbesef op (…) Het is onredelijk van een kind te verwachten dat hij kan omgaan met zulke complexe emoties.’ Andre had geluk (mede dankzij Steffi Graf, de Duitse tenniskampioene, op wie hij verliefd werd ook omdat zij aanvoelde wat hij doormaakte) dat hij rond zijn 27ste een eigen identiteit ontwikkelde na een diepe identiteitscrisis waarin hij zijn toevlucht vond in harddrugs (onder andere cocaïne).

Golffenomeen Tiger Woods werd door zijn vader Earl The chosen one genoemd. De kleine Eldrick (koosnaam Tiger) moest en zou een kampioen worden, vooral de eerste zwárte golfkampioen. Tiger kreeg op zijn derde een golfclub in zijn handen en sloeg er al gauw – tot grote bewondering van vooral zijn vader – mee als een kampioen. Earl (een oud-vietnamstrijder), de man die zijn zoon van jongs af aan had gemaand te doen wat zijn vader hem adviseerde, overleed in 2006. Tiger was al een beetje in verwarring door zijn roem, scheidde van zijn vrouw, maar stortte na de dood van zijn vader echt ineen. Nog altijd weet hij de weg niet. Hij (nu 41) valt van de ene mentale crisis en lichamelijke blessure in de andere, mogelijk ook omdat hij in zijn poging terug te keren aan de top boven zijn ‘natuurlijke’ krachten gaat.

De Deense winnaar van de Tour de France van 1996, Bjarne Riis, bekende eerst dat hij gedurende zijn wielerloopbaan veel doping had gebruikt, zeker tijdens zijn triomf in 1996, en vervolgens dat hij na zijn bekentenissen (en onthullingen van de renners die hij als ploegleider onder zich had) in een zware depressie was beland. Toen hij in 2007 was afgekickt van zijn hang naar overdrive, overleed zijn vader en kort daarna zijn moeder.  Hij vertelde op de Deense tv-zender DR1: ‘Ik heb een enorme bagage vanaf mijn jeugd meegevoerd. Ik had altijd het gevoel dat ik iets moest bewijzen. Ik moest winnen, ten koste van alles. Daarin ben ik te ver gegaan. Ik ben door een zwaar proces gegaan toen ik weer clean was. Ik voel me nu normaal, volwassen. Zelfstandig. Maar ik voel de drang nog steeds, om paranoia van te worden.’

In de (niet-geautoriseerde) autobiografie Max van de alom bewierookte Nederlandse autocoureur Max Verstappen, stelt de auteur André Hoogeboom: ‘Als het succes van Max Verstappen op enigerlei wijze te herleiden is, dan wel op de invloed van pa Jos.’ Oud-coureur Jan Lammers: ‘Als Jos een groentewinkel had gehad, was Max nu groenteboer geworden.’ Max was 15 toen hij in Italië in kansrijke positie door een ‘kamikazeactie’ een kart in elkaar reed. Met tranen in zijn ogen wachtte hij de reactie van zijn vader af. Die zei dat hij niet met hem wilde praten. ‘Je hebt de race verpest en ik ben er doodziek van.’ Zeven dagen wisselde hij geen woord met zijn puberzoon. Dat mag wreed klinken, veel vaders zouden zich er diep voor schamen, maar precies daar is de basis gelegd voor Maxmania, de kilometerslange Verstappenfiles en in alle media luid bejubelde successen.

Vanuit zijn ervaringen als topsporter met een achtergrond en de herkenning bij bovenstaande voorbeelden, gaf Leo Peelen lezingen en trainingen aan ouders van jonge wielrenners. De Koninklijke Nederlandse Wielren Unie en zijn club RETO uit Arnhem gaven hem daarvoor de gelegenheid, mede omdat hij al acht jaar bekend was met de therapie PRI en daarvoor een opleiding als therapeut volgde. ,,Het gaat bij alles om bewustwording. Als een moeder zegt: ‘Ik heb mijn dochter gezegd dat ze altijd vooraan moet rijden om valpartijen te vermijden’ vraag ik: waarom? Als ze dan valt is het dus de schuld van de moeder. Dus laat haar vallen en zichzelf helpen. Als er dan een vader in de zaal zegt: ‘Dat gelul hoef ik niet te horen’. Dan zeg ik: ‘Ontkenning van behoeften. Je wilt wat van je zoon, vraag jezelf af Dan zeg ik waarom je dat van je zoon wilt. Projectie, trots, iets wat jezelf niet hebt bereikt. Waarom leg je je kind iets op? Dat kan heel subtiel zijn. Je ziet hem verliezen en laat hem in zijn verdriet. Je ziet hem winnen en dan ga je uit je dak. Dat maakt afhankelijk.’’

Leo Peelen keek graag naar zijn dochter en zoon, die basketbalt. ,,Dan zit ik te kijken en mijn zoon scoort. Mijn buurvrouw op de tribune zegt dan: ‘moet je niet juichen?’ Nee, want ik juich ook als hij niet scoort. Dat klinkt obsessief, maar ik probeer te voelen dat een zoon die scoort niet zaligmakend is, voor hem en voor mij. Ik ben altijd trots op mijn zoon, niet alleen als hij scoort. Dat weet hij intussen.’’

Tijdens zijn lezingen vertelde Peelen zijn verhaal, over de hoop dat hij met zijn prestaties iets (een beloning, iets maatschappelijks, voortdurende waardering) zou krijgen. Over de wil om zichzelf te blijven bewijzen. Nooit zou het genoeg zijn. Nooit zou krijgen wat hij in zijn jeugd heeft gemist, de waardering van zijn vader. Dat wordt in PRI ‘oude pijn’ genoemd, de oude realiteit. Gevoegd bij de angst dat je ‘het’ nooit zult krijgen. Maar als volwassen mens kun je het niet meer voor je vader doen, je doet het voor jezelf. Je kunt het zelf. ,,Weet je dat ik pas 15 jaar na Seoul de zilveren medaille op mijn cv heb durven plaatsen.’’

Hij begreep ouders wel: je hebt alles over je kinderen. ,,Maar onbewust kun je ze sturen naar iets wat niet bij hen past.’’ En ook: ,,Een topsporter gelooft niet in therapie, liever niet, want dat zou duiden op ziek zijn. En een topsporter is niet ziek, een topsporter is kerngezond. Dat is het beeld wat in stand wordt gehouden, zeker ook door de sportbestuurders en de overheid. Kijk onze topsporters eens het toonbeeld van volmaaktheid en gezondheid zijn. Daarom moet in de preventieve sfeer iets gebeuren. Lezingen, cursussen en ouderavonden bij de clubs en bonden. En ook op scholen zijn speciale PRI-bijeenkomsten. Wat verwacht u als ouder van uw kinderen? Gunt u ze vrijheid zichzelf te ontwikkelen? Gelukkig zijn er veel kampioenen en medaillewinnaars die plezier beleven aan hun sport en mogelijk daarom zo goed zijn geworden. Maar toch, als straks het plezier ophoudt en de successen uitblijven, wat dan? Wie vangt de gevallen helden dan op?’’

Leo Peelen was een ervaringsdeskundige, een leermeester voor talenten en hun ouders. Voor mij. Nu hij er niet meer is, rijst de vraag wie zijn boodschap overneemt en verder uitdraagt. Dat topsporters, hoe zeer ook aanbeden en bewierookt door hun omgeving en de overweldigende media, beseffen dat ze hun eigen identiteit durven vinden. Zoek naar je ware zelf en laat je niet verblinden door blinkend eremetaal en applaus, dat stilvalt zodra je geen succesvol sportmens meer bent.

Zie ook: Website PRI

Dit artikel is in april 2017 gepubliceerd in Argus, een tweewekelijkse krant geschreven door gepensioneerde journalisten. Lees ook: http://www.argusvrienden.nl/

 

%d bloggers liken dit: