Archief | maart, 2024

Mediteren, net zo lang totdat je het ‘echte’ kunt zien

27 mrt

Bij de introductie van de stilteretraite in Dechen Chöling (Frankrijk), enkele jaren geleden, adviseerde een van de leraren de aanwezigen vooral alle vormen van entertainment te vermijden. Zoals geen gebruik maken van je iPhone of laptop, niet naar huis of buitenshuis telefoneren, geen boeken lezen die over iets anders gaan dan Boeddhisme, niet praten met elkaar over iets anders dan we te doen staan tijdens de Boeddhistische stiltetraite, geen muziek luisteren tijdens, voor of na de dagelijkse meditaties van een week. Geen alcohol en geen verdovende medicatie – de hele week zonder.

Geen entertainment ofwel afleiding, zo was het advies. Nog vaak na die retraite probeerde ik me daaraan te houden tijdens mijn dagelijkse meditaties. Ik begreep niet dat met afleiding of entertainment meer werd bedoeld dan bovenstaande onderwerpen. Nu pas zie ik in dat entertainment tijdens mediatiesessies meer kan inhouden. Na jaren mediteren zie ik in dat alles wat in mijn gedachten komt kan afleiden van wat ik werkelijk met meditatie wil ondergaan en helder wil zien.

Wil ik duidelijk hebben waar mijn gedrag (verdriet, woede, twijfel, et cetera) oorspronkelijk vandaan komt, dan dien ik mij louter en alleen te richten op mijn doel, bijvoorbeeld via mijn ademhaling of een punt op de muur dan wel iets op mijn lichaam. Zoiets vermoed ik. Mogelijk is het persoonlijk. In ieder geval merk ik dat zodra ik afdwaal, mijn focus verlies en bijna al het meditatieve werk verloren gaat. Zolang mijn focus en concentratie in tact blijven, hoop ik dichter bij de oorsprong van mijn gedrag te komen. Dat is althans mijn gevoel. En dat is harder werken dan ik vermoedde. Een ander ziet of voelt het misschien anders. Wie weet?

Dat wil niet zeggen dat ik niet gestoord wil worden tijdens mijn meditaties. Stilte is niet heilig, is mij verteld. Geluiden van buiten mogen best binnendringen. Een indringer mag van mij binnenkomen als ik op mijn kussen zit. Dat schijnt er nu eenmaal bij te mogen horen. Al die geluiden horen bij mijn beleving van dat moment; het is maar net hoe ik daar mee omga. Zolang ik maar mijn focus weet te handhaven en me niet van de wijs laat brengen door onverwachte geluiden en een andere weg insla. Mocht dat toch gebeuren, dan zie of voel ik dat als een gelegenheid om te contempleren (of mediteren) over waarom ik die nieuwe weg ben ingeslagen. Als een vlucht misschien?

Die vluchtweg heeft veel weg van de afleiding (of entertainment) die mij tegemoet komt als de meditatieve oefeningen te veel worden. Zoals min of meer voorspeld door de leraar destijds in Dechen Chöling. Zolang ik me blijf concentreren op de Boeddhistische leefwijze (via meditatie en Boeddhistische boeken) dringt ze sneller tot mij door. Zo vermoed ik – zeker wanneer je een stilteretraite van minimaal een week ondergaat zoals ik destijds.

Sinds ik door heb dat afleiding (of entertainment) meer behelst dan ik destijds vermoedde, voel en zie ik de verschillen tussen wat ik toen meende te begrijpen en wat ik nu merk. Het blijft een ingrijpende beoefening die me steeds verder brengt in mijn manier van mediteren. Weinig gaat nog verloren in mijn leven, houding en gedachtegangen. Ik word steeds opmerkzamer.

Mogelijk is dat het gevolg van de cursus Temmen van de geest bij Shambhala Amsterdam, waarin ik mij dit jaar heb gestort. Dankzij de leraren en de studies over de meditatiebeoefening word ik steeds opmerkzamer. Ik voel meer wanneer ik mijn adem volg, ik begrijp steeds beter waar het over kan gaan.

Wie weet ontdek ik bij de volgende cursussessie nog meer dan ik tot nu toe heb gedaan. Hoe mij te focussen, hoe om te gaan met invloeden van buiten en om te gaan met opdringerige afleidingen. Leven op boeddhistische wijze is moeilijker maar ook interessanter dan ik vermoedde.

Chogyam Trungpa

Wanneer ik het boek De Mythe van Vrijheid, en het Pad van Meditatie van Shambhala-oprichter Chögyam Trungpa Rinpoche ter hand neem, lees ik: ‘Meditatie is een dus een manier om de neuroses van onze geest los te woelen en te gebruiken als onderdeel van onze beoefening (…) Tijdens de meditatiebeoefening moeten we noch onze geest te strak in toom houden, noch volledig zijn gang laten gaan. Als we de geest proberen te beheersen, zal zijn energie op ons terugslaan’.

Ik lees deze passages waarschijnlijk voor de vijfde maal – of nog meer. Maar nog altijd zet ik vraagtekens bij de ‘juiste’ manier van mediteren. Doorgaan dus met de beoefening en hopen dat eens het antwoord komt. Met of zonder afleiding.

Deze column is gepubliceerd op de website van Vrienden van het Boeddhisme (https://vriendenvanboeddhisme.nl)

Rijvers: ijverige balvirtuoos met oog voor talent

5 mrt

In zijn biografie Prof, in 2016 geschreven door zijn kleindochter Antje Veld, laat Kees Rijvers optekenen dat hij 103 jaar zou worden. Die 103 jaar is het niet geworden: afgelopen maandag overleed het mannetje uit Breda na een roemrijke carrière als profvoetballer en trainer – hij was ook bondscoach. De ‘kleine gifkikker’ die als voetballer bekend stond als een technisch begaafde en ijverige binnenspeler werd in Frankrijk bij Saint Etienne zelfs ‘de dribbelaar der Lage Landen’ genoemd.

Een paar jaar geleden keerde Rijvers met zijn vrouw Annie terug naar Breda, in Princenhage waar hij in 1926 werd geboren. Vanuit Île d’Oléron, een eiland aan de Franse westkust waar hij sinds zijn komst naar Saint Etienne in 1950 een tweede huis had. Hij speelde twee keer bij de Franse club, en ook nog even bij Stade Français in Parijs.

Op beelden van de NOS die begin deze eeuw bij hem op bezoek was, is een kale, maar oergezonde Rijvers met zijn vrouw te zien. Annie moest zich de laatste jaren in Breda in een rolstoel voortbewegen. Terwijl ‘Keesje’ op de fiets ’s morgens naar de bakker ging. Gezond, en nog immer ‘snel en gretig’ zoals hij als voetballer (linksbinnen) bekend stond.

Rijvers was in zijn actieve voetbaldagen niet alleen een fijnbesnaarde dribbelaar maar ook een harde werker. Hij was overal op het veld te vinden en volgde zijn tegenstanders tot op de eigen helft, waar hij de bal veroverde en zich kon uitleven in dribbels.

Hij stond bekend als een ijverige balvirtuoos. In 1946 maakte hij zijn debuut in het Nederlands elftal en scoorde in de uitwedstrijd tegen Luxemburg. Later zou hij met Abe Lenstra en Faas Wilkes (‘de beste dribbelaar die ik ooit heb gezien’, aldus Rijvers) het ‘gouden binnentrio’ vormen in Oranje. Rijvers zou in totaal 33 maal in het Nederlands elftal spelen, waarin hij tien keer scoorde.

Toen hij bij Saint Etienne glorieerde (hij werd verkozen tot Beste Speler van Frankrijk) kreeg Rijvers een aanbieding van de Spaanse club Valencia. Hij weigerde een contract (onder andere wegens ziekte) en beval Wilkes aan, die er graag op inging.

Rijvers heeft eens gezegd dat hij een voorliefde had voor het Braziliaanse voetbal (‘zoals Brazilianen een bal beroerden, om van te dromen’) én voor het Franse voetbal dat hij door en door kende en waarin volgens hem de jeugdopleiding centraal stond. ‘Kijk maar wie de beste Franse spelers zijn geweest: Platini, Giresse, Tigana, Six’, verklaarde hij. ‘Soms wat speels en risicovol, maar ze wilden voetballen en dat mis ik bij Nederlanders. Ik zie ze niet meer, het is allemaal tikkie terug tikkie opzij, maar geen individuele actie; dat wordt onmiddellijk bestraft door de trainer.’

Kees Rijvers actief in dienst van Saint Etienne

Doordat Rijvers in de jaren vijftig in Frankrijk als beroepsvoetballer opereerde, werd hem net als veel andere profs, door de Nederlandse voetbalbond verboden nog langer in het Nederlands elftal te spelen. Dat verbod werd opgeheven nadat in 1954 het beroepsvoetbal in Nederland werd ingevoerd. Eerder (in 1953) maakte Rijvers deel uit van het elftal Nederlandse profs dat in het buitenland speelde. Oranje speelde in Parijs in de zogenoemde Watersnoodwedstrijd (ten bate van de slachtoffers van de Watersnood in Zeeland) tegen het Frans-Nederlandse team – doelman De Munck werd uit Duitsland gehaald. Mede dankzij het initiatief van Bram Appel en Theo Timmermans en de koninklijke goedkeuring van Prins Bernhard (voorzitter van het Rampenfonds) werd het vriendschappelijke duel gespeeld.

Uitschot. Het is een woord dat Kees Rijvers te binnen schoot toen hij, in 2017, voor de camera’s van Omroep Zeeland verhaalde over die ene legendarische middag. Die van 12 maart 1953, waarop Frankrijk en in het buitenland spelende Nederlandse voetbalprofs elkaar troffen in Parijs. ‘Uitschot werden we genoemd. Althans, door sommige hoge pieten van de KNVB.’

Rijvers is de enige nog levende voetballer die binnen de lijnen stond tijdens het duel in Parijs. Een wedstrijd die zijn oorsprong kent in goedertierenheid van de Franse voetbalbond en geldt als startsein van het betaald voetbal in Nederland. ‘Met dank aan spelers die op de bondsburelen links en rechts worden afgeschilderd als rapaille, uitvaagsel en gebroed’, aldus Rijvers.

Kees Rijvers werd na een glanzende loopbaan als voetballer trainer. Dat was hij graag trainer bij zijn oude club NAC geworden, maar het werden TSC Oosterhout, Willem II en FC Twente, Beringen, en zelfs Oranje. Hij was een doorzetter, dat bleek wel toen hij bij zijn aanstelling in Enschede veel jonge spelers in bracht, zoals Theo Pahlplatz, René Notten en hij talenten liet inlijven als Epi Drost, Kick van der Vall, Dick van Dijk, Eddy Achterberg, de tweeling René en Willy van de Kerkhof en doelman Piet Schrijvers. Onder Rijvers’ leiding werd FC Twente een vaste subtopper.

Na zijn optreden in Enschede (hij woonde ‘met plezier’ in Oldenzaal, ‘omdat mijn moeder van oorsprong een Oldenzaalse was’) ging hij terug naar Brabant, PSV. Hij werd er met de club landskampioen en won de Uefa Cup.

Kees Rijvers (met een fles champagne) met het kampioensteam van PSV

Toch was het vervolg van Rijvers’ trainerscarrière niet succesvol. PSV stond vierde op de Nederlandse ranglijst en was in de tweede ronde van de UEFA-cup uitgeschakeld door de oude club van Rijvers, AS Saint Etienne, met sterspelers als Platini, Larios en Johnnie Rep, en trainer Herbin. Rijvers nam zelf ontslag in januari van dat seizoen.

Kort daarop werd Rijvers bij het Nederlands elftal de opvolger van bondscoach Zwartkruis. Rijvers verjongde de selectie van het Nederlands elftal drastisch. In 1981 nam hij toen nog jonge spelers op als Wim Kieft, Frank Rijkaard, Ruud Gullit, Gerald Vanenburg, Jan Wouters, Ronald en Erwin Koeman, Marco van Basten en Adrie van Tiggelen, de spelers die onder Rinus Michels in 1988 Europees kampioen werden. Hij schreef een brief aan Johan Cruijff, die op het WK van 1978 ontbrak wegens ‘privéproblemen’. Rijvers kreeg er nooit antwoord op. In 1981 werd Nederland ook uitgeschakeld voor het WK in Spanje na een 2-0 nederlaag in Parijs tegen de Fransen. Zijn reactie was veelzeggend, terwijl hij tegen een muur stond ten overstaan van het Nederlandse journaille: ‘Frankrijk heeft nu betere spelers.’

Op het EK van 1984 ontbrak Oranje wederom, mede omdat concurrent Spanje in de laatste wedstrijd met 12-1 van Malta won. Een bijzondere uitslag die Rijvers en vele anderen niet hadden zien aankomen. Rijvers zou zelfs een avondje hebben zitten kaarten bij de buren. Later heeft hij deze mythe doorgeprikt: ‘Mijn buren kaarten helemaal niet.’

Kort erna moest Rijvers zijn functie neerleggen. Terwijl hij toch in 1983 als coach van het Nederlands elftal onder 20 jaar op het WK in Mexico indruk had gemaakt. Mario Been was volgens de Brabander daar de grote uitblinker en werd door Rijvers een grote toekomst voorspeld. ‘Daar ben ik nog steeds teleurgesteld over’ zei hij onlangs. ‘Het zal wel aan de trainer en zijn opvattingen hebben gelegen. Dat zou in mijn tijd als voetballer niet zijn gebeurd.’

In 2004 kreeg Rijvers de oeuvreprijs voor zijn hele trainersloopbaan uit handen van Rinus Michels. Rijvers was de eerste persoon die deze prijs kreeg. Sinds het overlijden van Michels in maart 2005, reikte Rijvers deze prijs zelf uit, in 2008 bijvoorbeeld aan Wiel Coerver. In 2019 werd Rijvers benoemd tot erelid van FC Twente, in 2023 werd hij op 96-jarige leeftijd benoemd tot bondsridder van de KNVB, vanwege zijn brede verdiensten voor het Nederlandse voetbal. Hij ontving de prijzen en liet niet na zijn ontevredenheid over het Nederlandse voetbal te tonen. Kees Rijvers had laten zien hoe zijns inziens voetbal gespeeld diende te worden.

Deze necrologie is gepubliceerd in Trouw

Statusverlies komt hard aan

4 mrt

Het boek ligt voor me: Statusangst van Alain de Botton, een Brits-Zwitserse filosoof. Vlak voor mijn pensioen werd het onder mijn neus gedrukt, om mij te waarschuwen tegen naderend onheil: denken dat je nog steeds kunt teren op de kwaliteiten in je werkzame leven. Dat overkomt velen, niet beseffend dat het leven een wending heeft genomen. Je bent anders, je wordt anders, er wordt anders naar je gekeken.

Laatst was het zover. Ik dacht dat ik wel even als vrijwilliger zou worden aangenomen wegens een eens verworven status als iets heel anders. Dat gebeurde niet. Daardoor stortte mijn huidige leven even voor een deel in. Wie durfde mij nota bene af te wijzen? De grootheid van weleer bestond niet meer, zo klein als ik ineens was geworden. Zo kunnen artsen, politici, ingenieurs, journalisten, artiesten, popidolen en filmsterren, die eens pretendeerden onschendbaar te zijn en populair te blijven op latere leeftijd in een afgrond vallen. Nee, de status van vroeger is min of meer voorbij. Het boek van De Botton biedt zowel historische als tegenwoordige voorbeelden en aanbevelingen. Maar dan nog. Hoe zien anderen ons, blijven ze ons zien. Want het gaat er toch om, hoe de ander jou ziet?

Bessie Smith

Mogelijk alleen je moeder (of je partner) blijft te allen tijde, onder alle omstandigheden, van je houden. Zo meent De Botton. Nobody knows you when your’re down and out. Once I lived the life of a millionaire. Spent all my money, I just did not care. Took all my friends out for a good time. Bought bootleg liquor, champagne and wine. Then I began to fall so low. Lost all my good friends, I did not have nowhere to go I get my hands on a dollar again. I’m gonna hang on to it till that eagle grins, et cetera, zong Bessie Smith, en populair geworden door Nina Simone en Steve Winwood, en vooral door Eric Clapton – waarschijnlijk uit eigen ervaring. Het is een liedje gecomponeerd in nota bene 1923, dat nog elke dag voor wie dan ook geldt.

Wie gelooft er nog, net als je moeder (of partner), dat je van vlees en bloed bent, kan veranderen maar nog steeds dezelfde bent? Dat niet de status van belang is, maar lichaam en geest. Helaas werkt het nog heel vaak zo in onze samenleving. Totdat je een van de aansporingen tegenkomt van de Boeddha en daar op je kussen over contempleert. Zeg het maar hardop of in gedachten: Het is fijn om een mens te zijn! Of: Het leven is kort en zeker vergankelijk. De dood komt zonder waarschuwing, dit lichaam zal een lijk zijn!

Het is alsof iemand je waarschuwt dat achter je een tijger klaar staat om je te bespringen, hoorde ik de Franse boeddhistische monnik Matthieu Ricard (onder meer tolk van de Dalai Lama) in een voordracht over klimaatverandering zeggen. Dan kom je snel in het geweer, ga je wat doen wat het ook voor status geeft. Wat je ook doet, alles is goed. Dan word je vrijwilliger, zonder dat het een gigantisch salaris oplevert. Geen studie is toereikend om te doen wat je vindt dat je moet doen. Je bent iemand! Maakt niet uit wat!

Weg is je status, van de man of diens vrouw. Weg is je trots. Weg is de kennis waar je al die jaren (op aandringen van je ouders of omgeving) voor gestudeerd en gewerkt hebt. Je gooit je met je eigen ziel en zaligheid op het vrijwillige werk. Niet geschikt, toch doen!

Je kunt erop mediteren of contempleren, zoals ik deed toen ik de afwijzing van mijn eens verworven status voelde. Dit ben ik, dit is mijn lichaam. Voel dat lichaam in je verworven vrijheid, voel de tintelingen in al je lichaamsdelen. Het zijn jouw tintelingen in jouw lichaam. Wat anderen menen te zien, de oude of de nieuwe mens, doet er niet meer toe.

Alain de Botton

Dat is wat ik jaren na het lezen van Statusangst van De Botton, van meditaties en contemplaties begrijp. Wanneer je oud en grijs bent, en niemand zich meer om jou bekommert, ben je wel jezelf. Daar gaat het echt om. Wat je bent en wat je voelt, dat ben jij en niemand anders.

Deze column is verschenen op de website Vrienden van het Boeddhisme (https://vriendenvanboeddhisme.nl)