De meest indringende vraag heeft geen antwoord

20 Aug

Wat bezielt mensen? Wat gaat er door ze heen? Wat voelen ze als ze verloren hebben, wat als ze gewonnen hebben? Wat ging er fout? Wat maakt ze zo bijzonder? We willen het zo graag weten, of liever begrijpen? Hoe is het om topsporter te zijn? Vertel eens, asjeblieft, leg het me uit. Hier, voor de microfoon en de camera. Kijk in de camera en zeg het, asjeblieft, de mensen thuis willen het écht weten.

Het kan nieuwsgierigheid zijn of empathie dan wel een poging tot vereenzelviging met de sporter die zojuist alles uit zijn lichamelijke én geestelijke vermogens heeft gehaald om te schitteren. Waarom? Altijd die vraag: waarom? Het is de vraag die altijd op de lippen van sportverslaggevers brandt: ‘Wat ging er door je heen?’ Het mag dan wel een lachwekkend cliché zijn geworden, het is de meest prangende vraag. Niet alleen voor de verslaggever, maar hoogst waarschijnlijk ook voor de toeschouwers.

Ik heb door de jaren heen geleerd (mede door jarenlange intensieve therapieën en boeddhistische trainingen) dat we nooit zullen en kunnen begrijpen wat de ander denkt. Ieder zijn eigen beleving, zijn eigen perceptie en zijn eigen emoties. Als sportverslaggever heb ik altijd geprobeerd te doorgronden wat de sporter (die ander dus) doormaakt. Mogelijk als een vorm van projectie. Voelt hij ook wat ik bij deze overwinning of nederlaag voel? Of voelt hij iets anders? Dat wilde ik echt weten. Niet beseffend dat ik een totaal ander mens ben – wel of niet bekend met topsportbeleving. Meestal keek de sporter me dan aan met ogen vol onbegrip.

Ik zag tv-verslaggevers informeren naar het echte, diepe gevoel van Dafne Schippers, Ranomi Kromiwidjojo, Tom Dumoulin, Epke Zonderland, Yuri van Gelder, hockeysters, wielrenners, handbalsters en andere olympische sporters na hun ‘nederlagen’. Ik zag (in mijn perceptie) de wanhoop, het verdriet dan wel de onverschilligheid (bevriezing) in hun houding. Ze wilden weg uit deze ongemakkelijke situatie. ‘Je gaat me toch niet vragen wat ik echt voel? Alsof ik al weet wat ik voel. Mag ik het even laten bezinken? Er is iets met me gebeurd, maar ik weet nog niet wat? Ik weet nog niet wat me raakt en waar en waarom het me raakt. Kom op, laat me met rust. Rot op! Heeft een mens dan nooit recht op verwerking, op privacy?’

 Maar de tv-verslaggever ging door en door. ‘Kom op, jongen, vraag door, de mensen thuis willen het weten’, zo zou het in zijn oor getoeterd kunnen zijn door de regisseur. En hij ging maar door, totdat de sporter het zat was, nog even wat andere verslaggevers van de kranten plichtmatig te woord stond, om vervolgens de kleedkamer kort en klein te slaan. Of zoals ik zelf eens een voetbalschoen door de ruit van de kleedkamer gooide. Uit frustratie, omdat ik na de wedstrijd weer eens geschorst zou worden. Een bestuurslid had me streng aangekeken, en daar ging ik: los!

Begeerte en teleurstelling zijn vijanden van elkaar, zeker bij topsporters – jonge mensen nog – die jarenlang dag in dag uit op de toppen van hun tenen hebben gelopen.

Kent u dat? Jarenlang energie stoppen in het grote doel, op de rand van een burn out en dan uiteindelijk falen – domweg niet winnen. Dan ga je los, dan komt je ware temperament boven dat je al die jaren verborgen hebt kunnen (moeten) houden. Dan worden alle ketens ontbonden en wil je iedereen voor zijn bek slaan. Omdat een verslaggever in je gevoelsleven zit te graven. ‘Mag ik even tot mezelf komen? Of gewoon met mijn trainer en psycholoog of mijn vriend en familie een en ander verwerken: wat en wie ben ik nu nog?’

Bijna veertig jaar geleden was ik getuige van een ijshockeywedstrijd (om de Europa Cup) tussen Heerenveen Flyers en de Duitse club SC Riessersee. Na nog geen vijf minuten werd Heerenveen-center Jack de Heer uit het veld gestuurd na een doelbewuste provocatie van een Duitser. Wij verslaggevers hoorden later van Jacks vriendin dat hij de kleedkamer kort en klein had geslagen. Toen kwam Jack binnen in de kantine van het oude Thialf. De rust zelf. ‘Hi Jack, alles okay?’ Jack, een Nederlandse Canadees,  glimlachte zei: ‘Wat gaat jou dat aan? I’m okay, and you?’ Een maand later vertelde hij: ‘Ik heb alles in de locker-room aan puin proberen te slaan. Maar dat begrijp jij niet. Jij hebt niet op dat ijs gestaan. Wat weet jij daar van? Heb jij ooit ijshockey gespeeld? Nee, so fuck off.’

Ik wilde hem begrijpen. Waarom? Wat is er gebeurd? Jack zei: ‘Ik ben ik, ik heb in mijn leven alles gedaan om een goede ijshockeyer te worden. Jij niet. Jij hebt misschien alles gedaan om een goede verslaggever te worden. Dat zijn twee verschillende werelden, twee verschillende mensen. Ik respecteer jou om je nieuwsgierigheid, maar het is zoals het is: we zijn allemaal mensen, iedereen is verschillend.’

In de jaren tachtig stond ik aan de finish van een Franse wielerkoers met collega’s te wachten op Johan van der Velde, die in een bergetappe een half uur na de winnaar was binnengekomen. Ik vroeg: Wat is dat nou?’ Johan was kapot. Zijn ogen spuwden vuur. ‘Hedde gij welles met oew klote op ‘n fiets gezeten? Flikker op.’ Johan en ik zouden vrienden worden, ik heb zijn lijdensweg en opstanding van nabij gevolgd en zie hem nog steeds en denk dan: weet je nog Johan? Hij weet het nog.

Die emoties respecteer ik als medemens, of ik nu het wel of niet begrijp. Ik heb geleerd mensen op die vreselijke momenten met rust te laten. Veel voetballers én trainers hebben mediatrainingen gehad. Hoe diplomatiek te reageren op indringende vragen. Het is hun afweer tegen mogelijk vijandige infiltraties van verslaggevers en slecht verwoorde emoties. Mede daarom ben ik voetbalverslagen gaan schrijven zonder quotes van spelers en trainers. Ik observeerde en schreef wat ik zag en erbij voelde (in mijn perceptie). In interviews probeerde ik er later op terug te komen. In de hoop toch iets van de ziel in de voetballer te begrijpen. Soms lukte dat, soms niet. Veel voetballers, maar ook andere sporters blijven op hun hoede. Dat begrijp ik. Wat wil die man van me? Zo denken ze. Wat doet hij met wat ik zeg?

Wat ontlenen we aan de beleving van mensen die topsport tot het belangrijkste in hun nog jonge leven hebben gemaakt? Dat de Dafne’s, Ranomi’s, Epke’s, Yuri’s en Tom’s en al die anderen hun eigen invulling aan het proces tussen leven en dood geven, dat wil ik graag horen. Maar als ze dat niet willen of kunnen, houdt het op. Vaak denk ik aan de grote verscheidenheid aan topsporters die ik heb geprobeerd zieleroerselen te ontfutselen. Joop Zoetemelk vroeg ik tientallen keren naar wat hij voelde, vooral op weg naar Parijs in 1980, in de Tour die hij zou winnen. Dan keek hij mij aan en zei: ‘Pfff, ja, pfff.’ Of Dennis Bergkamp: ‘Nou ja. Ik deed het gewoon.’ Of Jan Raas: ‘Ik zeg lekker niks, maak er maar wat van.’ Of Gerrie Knetemann: ‘Wie heeft jou gestuurd? Mijn psychiater?’ Of Bernard Hinault: ‘Vous pensez que je te raconte mes sentiments? Non, non.’ Of Henk Lubberding, na een hele middag op zijn boerderij: ‘Guus, ik vertrouw je, dat weet je.’ Of Michael Jordan, na een intiem nachtelijk onderonsje in de locker-room van Chicago Stadium: ‘You’re a nice guy. Holland? Great. Let’s be friends.’ Of Paul Gascoigne, na een wedstrijd in Foggia, Italië: ‘Love you. Kiss.’

Anderen ontfutselde ik meer, maar ik probeerde de grenzen van privacy en fatsoen te respecteren. ‘Wees gerust, ik schrijf het niet op. Ik wil niet ranzig zijn. Sorry, dat ik je dit hebt laten vertellen.’

Michael Jordan

Michael Jordan

Indrukwekkende sportmensen die veel hebben gewonnen en veel hebben meegemaakt. Ik heb ze zien schitteren en falen. Ik genoot van hun bijzondere vaardigheden en hun lichaamstaal die veel verried. Als ze de kunst verstonden hun gevoel in woorden uit te drukken was dat meegenomen. Hun talent toonden ze op het veld, in de wedstrijd. Daar waren ze zichzelf. Ze spraken met hun voeten, met hun lichamelijke talent.

Het schijnt steeds meer nodig te zijn dat talenten ook nog helder hun talent kunnen verklaren, laat staan hun gevoelsleven publiekelijk analyseren. Mochten ze dat willen, dan laten ze dat wel blijken. Maar verder: ik wou dat ze met rust gelaten werden, laat ze doen waar ze goed in zijn en plezier aan beleven. Of pijn lijden. Ik hoef dat spitten in de ziel van een sportman niet. Je begrijpt hem toch niet. Hij is een ander.

Deze column is in verkorte vorm gepubliceerd op http://www.sportenstrategie.nl

2 Reacties to “De meest indringende vraag heeft geen antwoord”

  1. Loek Groot augustus 21, 2016 bij 9:08 am #

    Prachtig verwoord. Ik hoop dat veel mensen, vooral zij die het gedrag van Dafne Schippers na haar 2de plaats op de 200 m. in Rio ongepast (of erger) vonden, dit zullen lezen en ervan leren.

    Like

  2. Jos de Gruiter augustus 21, 2016 bij 7:57 pm #

    Misschien zijn de meeste sporters wel egoïstische klootzakken. En misschien móeten ze dat wel zijn om tot grote prestaties te komen. En accepteert de supporter dat niet. Maar volgens mij mag van een echte topsporter ook verwacht worden dat hij zich gedraagt, binnen het veld (de ring, het parkoers etc) en erbuiten. Vrijwel iedere sporter wordt begeleid. De begeleiding zou er ook in kunnen rammen dat bij elke sport voor vrijwel elke deelnemer de kans op verliezen groter is dan de kans op winnen en dat in verlies geen rechtvaardiging gevonden mag worden om een kleedkamer kort en klein te slaan. Wat is het ‘normale leven’ abnormaal of asociaal gevonden wordt, moet in de (top)sport net zo asociaal of abnormaal gevonden worden. Topsporters moeten hard werken om een topprestatie neer te zetten, maar ze moeten niet vergeten dat ze uitverkorenen zijn: dankzij hun talent kunnen ze jaren achtereen hun leven vullen met wat ze het liefste doen en waarin ze uitblinken. Er zijn weinig ‘gewone mensen’ die zo’n kans krijgen. Mag daar iets van fatsoen tegenover staan?
    En privacy? Ik aarzel. Meestal wordt het beroep op privacy uitgespeeld als het de sporter niet goed uitkomt; bij verlies of tegenslag. Bij winst wordt zelden gezegd dat gevoelens de vraagsteller en het publiek niet aangaan. Overigens interesseert het mij als kijker geen bal wat er in een winnende of verliezende sporter omgaat. Ik hoop een mooie, spannende wedstrijd te zien met een blije winnaar, die mededogen heeft met de verliezer(s) en verliezers als Churandy Martina, die vaststellen dat ze ‘tot aan de finish’ hun best hebben gedaan, maar dat het niet is gelukt.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: