Alex Ferguson, een harde coach met veel compassie

16 Mei

Loyaliteit, daar draait het om bij Alexander Ferguson. Trouw zijn aan elkaar, aan je geliefden en je lotgenoten. Betrokkenheid, verbinding en compassie in elke vezel van je lichaam. Zo heeft de zoon van een Schotse havenarbeider het leven van zichzelf en zijn medemensen van jongs af aan willen inrichten. Na ruim 71 jaar is hij daar vrij goed in geslaagd. Zeker als coach en manager van Manchester United, de legendarische Engelse voetbalclub die hij na 27 jaar van vooral glorieuze momenten verlaat.
Ferguson zou nooit afscheid nemen van de voetbalclub waaraan hij zich, naast zijn passie voor zijn renpaarden, had vastgeklampt om zijn leven zin te geven. Zo werd verondersteld. Manchester United is een instituut, een religie, waartoe je je tot aan je dood wijdt. Dat straalde Ferguson uit. Maar zijn hart, dat sinds 2004 een pacemaker en medicatie nodig heeft om evenwicht te vinden tussen water en vuur, kan het niet langer aan. Hij is moe. Een nieuwe heup, angst voor lichamelijke en geestelijke slijtage, zijn familieleven, andere gewenste nog niet beleefde momenten… Wat kan een bevlogen mens meer doen en laten om (eindelijk) rust te vinden? De Britse samenleving ziet toe in stilte en respect.
Alex (Alec voor zijn Schotse jeugdvrienden uit Govan, nabij Glasgow) wil niet sterven als een heilige. Hij is een sterveling. Al die triomfen, titels, bekers, medailles en decoraties hebben hem twintig jaar geleden al een koninklijke onderscheiding (Sir Alex) opgeleverd. Dat streelt zijn ego. Maar meer nog zag hij dat als aanvullend eerbetoon aan wat hij samen met zijn lotgenoten in de opportunistische en zakelijke voetbalwereld heeft bereikt. Alex Ferguson is nederig, totdat hij zich in zijn integriteit voelt aangetast. Dan staat hij furieus op, en roept hij dat mensen mensen blijven met al hun beperktheden. Help elkaar, denk niet aan jezelf, geef, zo schreeuwde hij diep van binnen.
Dolend door de catacomben van het stadion van Manchester United, Old Trafford, hoorde ik eens een man zingen. De tekst was onverstaanbaar. Het was neuriën, dat steeds luider werd. Ineens was de stem dichtbij. Ze bleek van een man met rode konen. Hij zong, liep door, knikte en zei gedag. Op de vraag wat hij zong, antwoordde hij: ‘A Scottish song‘. Hij liep door, zingend, in zichzelf gekeerd. Op de vraag of hij ‘Mister Ferguson’ was, antwoordde hij vriendelijk: ‘Sure’. Hij voegde hij iets toe wat leek op ‘Vermaakt u zichzelf’? ‘Yeah sure‘, zei ik impulsief.
Het vraaggesprek later met dezelfde man, dat bij toeval was ontstaan, stelde aanvankelijk weinig voor. Bijna onverstaanbaar, want Schots, verplicht en gevoed door een onverschilligheid ten aanzien van journalisten. Dit was werk voor hem. Een vraag over zijn ruim beschreven, doorslaande emoties liet hem niettemin niet onberoerd. Ferguson spontaan. ,,Ik ben er om de club, het volk van Manchester te geven wat het nodig heeft. Om de ego’s van de spelers aan te pakken. Als zij niet doen wat het volk wil, zijn ze alleen met zichzelf bezig. Wij zijn er voor elkaar. Ik ben hopelijk een goede manager, u een goede journalist en zij goede spelers. Maar we moet elkaar helpen om het leven plezierig te maken. Ik constateer dat veel spelers en journalisten dat niet kunnen begrijpen. Maar wie alleen aan zichzelf denkt, komt zichzelf tegen.’’
Ferguson keek alsof hij de roemruchte ‘hairdryer’ wilde demonstreren, klaar om zijn neus-tegen-neus-waarheid uit te blazen. Voorbeelden van slachtoffers, spelers, bestuurders, journalisten, scheidsrechters, collega-trainers doemden op, mensen die hij luidkeels duidelijk maakte dat er maar één waarheid is: dé waarheid. De waarheid is het lijden van anderen te verlichten en niet van jezelf. Enigszins bevreesd voor een uitbarsting herinnerde ik me de uitspraak van een van zijn jeugdvrienden uit Govan: ‘Alex kan in een lege kamer nog ruzie krijgen’.
Maar hij bleef kalm. Hij noemde namen. Eric Cantona, rebel without a cause, de Franse voetballer die een toeschouwer na een grievende aanmerking nota bene op de tribune aanviel met een Kung Fu-trap. ,,Eric heb ik verdedigd. Ik had groot respect voor hem, omdat hij een man was die over het leven nadacht, Freud las, het leven van een held doorgrondde. Ik herkende zijn emoties. Zijn arrogantie heb ik leren aanvaarden. Hij was een leermeester. Eric was de grootste. Maar dat waren ook Ryan Giggs, David Beckham, Roy Keane, Peter Schmeichel. Aan mensen die anders zijn dan ik, heb ik veel te danken.’’
Voordat zijn zachte kant toonbaar werd, verviel het gesprek in oppervlakkigheden over spelopvatting en aanleidingen tot winst en verlies. Spelers die wel of niet voldeden. Hij moest zich neerleggen bij de wensen van de geldschieters, van Rupert Murdoch tot Ierse en Amerikaanse investeerders. ,,Ik wil het volk bedienen, mensen die geen geld hebben en aan voetbal plezier beleven.’’
Ik herinnerde hem aan zijn jeugd, in de haven, wat ik gelezen had in de autobiografie Alex Ferguson, Managing My Life, geschreven door een van de beste sportjournalisten van Groot-Brittannië, de Schot Hugh McIlvanney. Hoe hij als jongen in een straatarm gezin moest overleven. Hij sliep in bed naast zijn broertje. Het gezin met drie kinderen moest het ouderlijk huis delen met Ierse huurders. Hij trouwde als protestant met een katholiek meisje, voetbalde voor de protestante club Rangers hoewel zijn vader voor het katholieke Celtic was. ‘Well, you know, I found my way, it was hard’, antwoordde hij nu kortaf. ‘But I had to. It’s us and them, but after all w’ere ordinary men.’
Zijn telefoon ging. Een vreemde ringtone. Naar later bleek: Scotland the brave. Hij is Schots, vandaar. Moeilijk te verstaan, en dus moeizaam te begrijpen. Alex Ferguson behoort tot de grootste coaches ter wereld, in navolging van de legendarische Schotten Matt Busby (Manchester United), Jock Stein (Celtic) en Bill Shankly (Liverpool), mannen die voetbal vooral zien als een primitieve strijd: winnen. ,,Ik ben geen mensenkenner. Ik ga af op wat ik voel bij mensen. Vaak vergis ik me. Maar ik wil mensen en spelers laten weten wat nodig is om elkaar te helpen. Als ze niet willen luisteren, schreeuw ik, uit wanhoop.’’
Als voetballer van bijvoorbeeld de Rangers scoorde hij veel, met name dankzij zijn ellebogenwerk. Hij was meer vechter dan artiest. Na zijn voetballoopbaan begon hij een kroeg At Fergie’s, hij was een herbergier bij wie iedereen welkom was. Dronken gasten werd de deur gewezen. Met Aberdeen werd hij als coach Europees kampioen voor bekerwinnaars, dank zij zijn meedogenloze aanpak. En toen meldde zich Manchester United, de club in verval, de club van George Best en Bobby Charlton. Hij zei ja. In Manchester keek hij om zich heen, zag weliswaar passie maar vooral egocentrisme. Met zichzelf ingenomen helden en vooral de dronkaards stuurde hij weg. Alex Ferguson verbond zich aan de glorieuze volksclub van weleer die alle verbinding met het volk had verloren.
Wie toetreedt tot het Theatre of Dreams in Manchester voelt wat voetbal is. Je kunt het niet bevatten voordat je het beleeft, voelt met al je zintuigen. Al die grootheden, van Duncan Edwards, Bobby Charlton, George Best, Denis Law, Peter Schmeichel, Eric Cantona, Mark Hughes, Ryan Giggs, Jaap Stam, David Beckham, Roy Keane, Ruud van Nistelrooy, Cristiano Ronaldo, Edwin van der Sar, Wayne Rooney tot Robin van Persie. Ze hebben allemaal kunnen schitteren op Old Trafford. Maar vooral door de visie van coaches als Matt Busby en de laatste 27 jaar Alex Ferguson.
Gebrek aan loyaliteit heeft veel spelers, trainers en bestuurders de kop gekost. Daar was Ferguson verantwoordelijk voor. Hard en rechtlijnig. In zijn biografie stelde de Schotse oud-speler van United en Aberdeen, Gordon Strachan, dat hij Sir Alex nooit had vertrouwd. Ferguon was menselijker dan hij zich voordeed. Hij is begaan met mensen die het niet kunnen bolwerken, met arme kinderen, met wezen, met gehandicapten, met verstotenen, met mensen als Nelson Mandela, de man die hij na een omhelzing in Zuid-Afrika bewierookt.
Verbitterd vertelde Strachan in zijn boek dat Ferguson zijn vrouw en zijn kinderen verwaarloosde. Toen Ferguson dat las zou hij in tranen zijn uitgebarsten, zei Strachan, wiens vrouw oppas was voor Fergusons kinderen. Zo zijn er meer verhalen. Vandaag scheldt Sir Alex je uit, morgen belt hij je en vraagt om vergiffenis voor zijn gedrag. Zijn biograaf Hugh McIlvanney vertelde: ,,Hij belde me eens op en vroeg: Waarom doen jullie mij dit aan? Jullie journalisten verwijten mij fouten. Maar zo ben ik, sorry. Ik kan niet anders, ik wil dat we elkaar respecteren, met elkaars fouten.’’
Ook Alex Ferguson is een man die zijn emoties niet onder controle heeft. Mogelijk vindt hij daar nu een weg in. Loyaliteit aan zichzelf en zijn vrouw Cathy, zijn jeugdvriendin. Mogelijk met een leven zonder prestatiedrift en competitiedrang, zonder het streven Manchester United in leven te houden als een voetbalclub die het volk afleiding biedt. Of hij lijdzaam toekijkt, zal de tijd leren. Maar hartgrondige loyaliteit laat zich niet gauw verdringen.

Dit portret verscheen in een verkorte versie in NRC Handelsblad

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: