Een klankschaal op mijn buik

27 Dec

klankschalen
Vanuit het tuinhuisje komt een behaaglijke warmte en een aangename geur me tegemoet. Eenmaal binnen moeten de schoenen uit. De gastvrouw vraagt me tegenover haar aan de andere kant van een matras op een stoeltje te gaan zitten. ,,Zo”, zegt ze met een glimlach. ,,Ik nodig je uit eerst maar even te landen.” Ze ziet het aan me, de lange reis naar het zuiden heeft me onrustig gemaakt.

Na minuut of vijf ben ik geland. Ze vraagt me mijn ‘verhaal’ te vertellen en ik begin over het doel van mijn spirituele reis. Wat ze me heeft opgebracht en welke nieuwe vragen ze oproept. De innerlijke strijd die me hoofdbrekens heeft gekost, de knoop vanbinnen die traag ontwart. Ze vraagt of mijn spirituele leven naast mijn sportleven mag bestaan en ze draagt een manier aan waarop ik met haar daarnaar kan kijken.

Ik wil het niet. Mijn sportleven (de fascinatie voor strijd, wedijver en competitie) heb ik toch afgesloten? Ik kies voor de klank, de ‘helende werking van klank’, zoals de gastvrouw dat in haar Praktijk voor levens- en zingevingsvragen aanbiedt. Ik draai mijn hoofd naar de Tibetaanse klankschalen die ik achter mij op een kleedje heb zien staan. Dáár ben ik tenslotte voor gekomen.

Ze nodigt me uit om mijn buik op het matras te gaan liggen. De munten moeten uit mijn broekzak, de riem moet af. Ik krijg voor het gemak een opgerold dekentje onder mijn borst. Ze vraagt me te ontspannen, te voelen, langzaam het ene lichaamsdeel na het andere te voelen – en te laten komen wat komt. Het is stil om ons heen.

Wat is stilte mooi!

Zacht zegt ze dan dat ze een klankschaal op mijn bekken gaat zetten. Ik voel hem. Maar zo licht als de schaal is, de aanraking roept toch enige reactie in mij op. Wat zal er gebeuren?

Ik hoor een lichte gong en voel tegelijk een trilling zich door mijn bekken en over mijn rug verspreiden. Dan voel ik een schaal tussen mijn schouders. Weer dat geluid, weer een trilling. Dan komt er een hoger geluid boven mijn hoofd vandaan en even later een zelfde geluid bij mijn voeten vandaan. Verder is het heel stil, ik kan mijn adem horen.

Ik moet me omdraaien. Ze vraagt me goed door te ademen, lang en rustig. De adem te voelen, wat hij doet, wat hij met mij doet. Hij is niet lang genoeg. ,,Voel je dat? ”, vraagt ze. Ja. Ik staak de uitademing. Ongeduld dus, ik moet opschieten, altijd weer opschieten. Waar is de rust? De rust om (het) te laten gaan.

Ze zet nu een schaal op mijn buik en geeft hem geluid. Wat ik nu voel? Een aangename trilling, die naar onder en naar boven stroomt. Good vibrations. Ook op mijn borst krijg ik een schaal, en ook deze krijgt een tikje met een zachte hamer. Ze vraagt me geluid te maken met mijn adem. En zo resoneren mijn stembanden met de schalen. Lage tonen vullen mijn lichaam. Links van mij klinkt een schaal met een hoge toon, rechts een andere met dezelfde toon. Dan boven mijn hoofd, dan bij mijn voeten. Het is geen kakofonie, geen lawaai. De ruimte is een en al geluid. Mijn lichaam voelt als een welluidende klankkast.

In mij heerst een weldadige stilte. Dorle, want zo heet ze, vraagt wat ik voel, waar ik wat voel, wat er gebeurt met mij. Ik voel de wil me niet te laten wegzakken, antwoord ik. Dat geeft spanning, merk ik. ,,Voel wat er gebeurt wanneer je je laat wegzakken”, zegt ze. Ik doe het: niets ergs, zowaar. Sterker: ik kom in een weldadige beleving van rust en stilte.

Ik hoor weer het geluid van een klankschaal en laat de trilling zich verspreiden en indalen. De klankmassage ontspant me. Ze vraagt me aan iets of iemand te denken, wat het oproept, het te benoemen, ernaar te kijken en naar die mensen te kijken. ,,Laat het zijn”, zegt ze. ,,Ook als het spannend is en irritatie oproept. Druk het niet weg, houd de adem niet in, adem in en uit, laat het gaan.” Ik kijk ernaar en laat het zijn. Ik laat die mensen zijn zoals ze zijn; rust en irritatie kunnen dus goed samen.

Ik verlang naar het geluid van de schalen, het gaf rust. Daar komt het weer. Fijn! Ik voel weer de vibraties. Dan haalt ze de schalen weg. Jammer! Ik mag rustig blijven liggen en zodra ik eraan toe ben me langzaam verheffen. Ik mag van binnen naar buiten gaan en kijken hoe het daar is. Als ik me opricht en naar buiten kijk, door het raam, zie ik koolmeesjes, zeker vier rusteloze vogeltjes, hippend en fladderend. Ze maken me niet onrustig. Ze zijn mooi, met hun kleuren, zacht. Alles is zacht.

Dorle vraagt me een symbool te zoeken bij mijn verkregen inzicht: zachtheid. Ik kijk om mij heen en zie kussentjes. ,,Stop dat symbool in je zak en ga er mee heen”, zegt ze en ik bereid me voor op het afscheid en op de onrust, buiten. Met een denkbeeldig kussentje in mijn broekzak stap ik in de auto, op weg naar de volle wegen met lawaaiige motoren en opgewonden automobilisten. Ik blijf heel lang rustig.

Maar, ik wil nog meer rust.

Zie ook: http://boeddhistischdagblad.nl/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: