Voetbal zonder verrassingen en avonturiers boeit niet

30 Jun

De bal is en blijft rond, en kan daardoor alle kanten op rollen. Zo is het altijd geweest, zo moet het blijven. Niets is dodelijker voor sport in het algemeen en voetbal in het bijzonder dan voorspelbaarheid. Systemen volgens computerberekeningen rukken op, televisieanalyses zullen steeds meer worden gebruikt om de fouten te herkennen en recht te zetten. Nog even en er worden voetballers gekweekt, zoals in het communistisch systeem met sportmensen werd geëxperimenteerd. Steeds meer trainers willen dat het gras altijd egaal is, altijd kort gemaaid en besproeid, ze willen dat elke bal rolt zoals hij moet rollen. Ze willen dat elke voetballer speelt zoals hij volgens de computeruitdraai moet spelen.

Ik ken voetbaltrainers die daar al vaak over nagedacht hebben. Louis van Gaal wilde het perfecte voetbal. Hij wil dat waarschijnlijk nog steeds, al is hij door schade en schande wijzer geworden. Met Ajax bereikte hij medio jaren negentig het perfecte niveau. De manier waarop hij zijn ploeg liet spelen was vaak voorspelbaar. Ik vond het saai, niet sprankelend, niet avontuurlijk, niet onvoorspelbaar genoeg. Maar dat mocht ik niet schrijven van de Nederlandse liefhebbers in het algemeen en die van Ajax in het bijzonder. Op weg naar de finale van de Champions League in Wenen, waar Ajax mijn favoriete ploeg AC Milan versloeg (met de door mij bewonderde Dejan Savicevic), werd mij door Ajax (lees: Van Gaal) een plaats in het vliegtuig met Nederlandse voetbaljournalisten geweigerd.

Ik had het hele seizoen alle Ajax-wedstrijden in Nederland en in Europa gevolgd. Dus waarom geen plaats in het vliegtuig. Tja, ik was te negatief. Van Gaal bedoelde: niet pro-Ajax. Zo begreep ik later via een bevriende Ajax-begeleider. Hij wilde alleen positieve energie om zich heen. Begrijpelijk vanuit zijn standpunt. Bemiddeling van de sportjournalistenbond NSP haalde niets uit. Ik moest reizen met de andere, algemene verslaggevers – niet-voetbaljournalisten dus. Zo erg vond ik dat nu ook weer niet. Liever op mijn eigen afstandelijke, neutrale positie dan in de armen van Van Gaal en beïnvloed te worden door te veel Ajax-energie. Erger vond ik dat Savicevic niet kon meespelen bij AC Milan. Vlak voor de wedstrijd meldde Tom Egbers mij dat vanaf het veld, omdat hij wist dat ik een bewonderaar van Savicevic was. Ik was teleurgesteld. Juist zo’n technische, onvoorspelbare voetballer hoorde die avond te schitteren. Zoals hij met AC Milan in de finale van de Champions League van 1994 in Athene met onder meer een fameuze boogbal het zogenoemde Dream Team van Barcelona (trainer Johan Cruijff) vernietigde: 4-0. The night the dreamteam died.

Ajax versloeg in Wenen Milan. Het was een spannende wedstrijd, het spel was technisch allerminst hoogstaand. Het resultaat (1-0) vergoedde veel voor Ajax. Het was gelukkig geen voorspelbaar resultaat, het was ook niet helemaal zoals Van Gaal bedoeld had. Maar zijn ploeg won, hij won. En dat was de gedreven perfectionist echt gegund. Ik mocht terug in hetzelfde vliegtuig als de spelers, de trainers, de bestuurders en de Ajax-journalisten. Toch had ik een onbevredigend gevoel. Ik had Savicevic willen zien schitteren. Ik had me willen ergeren aan de Montegrijnse tovenaar, me willen verbazen en me willen laten betoveren door een van zijn vele briljante, onvoorspelbare acties. Zoals in de nacht van Athene.

Woensdag zag ik Spanje-Portugal. Ik rekende op Xavi, Iniesta, Dani en vooral op Ronaldo. Ik wilde een wedstrijd waarin iets (veel) gebeurde wat ik niet verwachtte. Maar op enkele momenten van Iniesta na, en een spaarzame actie van Ronaldo, gebeurde er niets. Ik zag hoe Spanje probeerde zijn bewierookte, perfecte combinatiespel probeerde te spelen. En ik zag hoe dat vakkundig werd ontregeld door de Portugezen. Niet zoals Chelsea dat met Barcelona deed, maar zonder noemenswaardige overtredingen. Spanje speelde, zoals Barcelona de laatste maanden, bijna voorspelbaar. Tik-tak-tik, draaien, keren, terug, terug, draaien, tik-tak-tik, draaien, terug. Schaken dus. Saai dus. Ik kende dat nu wel. Maar ik wilde actie, een onvoorspelbare beweging, een doelpunt zoals ik nog niet had gezien. Een schot van afstand, of zo. Spanje speelde voorspelbaar, zoals Barcelona dat steeds meer doet. Spanje speelde dan ook zonder Messi, een Argentijn. Die is avontuurlijk en onttrekt zich aan de combinatiemachine. Spanje won, dankzij strafschoppen. De mooiste strafschop was van Sergio Ramos, de doorgaans spijkerharde verdediger zonder bijzondere technische vaardigheden. Hij scoorde onvoorspelbaar mooi. Mooi toch!

Een dag later speelde Duitsland tegen Italië. De Duitsers moesten het perfecte spel van coach Joachim Löw spelen, zoals ze dat geleerd hadden door er veel over te lezen, te praten en op te trainen. Aanvallen, counteren, vrij spel, enthousiast spel, zoals dat door Löw in de statuten van de Duitse voetbalbond staat vastgelegd. Het Duitse voetbal moest in Warschau van het Italiaanse voetbal winnen. Want een plaats in de finale en daarna de titel zou de  voetbalwereld bevrijden van vastgeroeste ideeën. Winst zou de Duitse voetbalcultuur, waarin het sociale element de boventoon voert, de voetbalwereld op weg helpen naar verandering. Maar Duitsland verloor. De ploeg was machteloos tegen de Italianen. En zo dringt de boodschap van Löw en de Duitse voetbalbond niet door tot de dichtgespijkerde hoofden van de voetbalanalisten, voetbalbestuurders en regeringsleiders. Zo blijft het fascinerende boek van Raf Willems Het Mannschaftswunder mogelijk op de schappen liggen en kunnen de kortzichtige analisten op tv, radio en in de kranten gewoon door blijven gaan met oeverloos kakelen en ongefundeerde, niet op feiten gebaseerde boodschappen verkondigen. Sociaal element? Hoezo? Statutair vastgelegde opleidingen en spelpatronen? Hoezo? Schoon spel? Hoezo?

Het moet gezegd, de visie van Löw en de zijnen neigt naar het perfecte voetbal. Niet voor niets heet Löws biografie Joachim Löw und sein Traum vom perfekten Spiel. Löw vertoeft urenlang achter de computer om zijn spel tevoorschijn te toveren. Duitsers moeten spelen volgens bepaalde door hem aangestuurde vastgelegde regels. Nu, na de nederlaag, zullen de conservatieven in Duitsland terug willen grijpen naar de oude speelwijze. Of de huidige speelwijze nu wel of niet statutair is vastgelegd. En het is waar, de piepjonge Duitse verdedigers grepen niet krachtdadig in bij de Italiaanse doelpunten. Ze hadden geleerd geen overtredingen te maken en niet de botte bijl te hanteren. Vroeger zouden Duitse verdedigers dat wel hebben gedaan. De namen zijn bekend. Was dit schwulenfussball (homovoetbal), zoals in Duitsland nota bene is beweerd over het vredelievende softe voetbal dat Löw propageert? Die bejegening kan zomaar weer in Duitsland worden gebezigd de komende tijd.

Niet voorspeld was de finaleplaats van Italië. Dat is nu het mooie aan voetbal. Dat de door Milan afgeschreven 33-jarige Andrea Pirlo bij Juventus dankzij coach Antonio Conte als vanouds schitterde en zich nu in de Squadra ontpopt tot de beste speler van het toernooi. Met dank aan Cesare Prandelli, de 54-jarige coach van Italië. Een man die na het verlies van zijn vrouw de wereld beter is gaan begrijpen en zich nu inzet voor campagnes tegen racisme, discriminatie en homofobie. Hij hanteert voor zijn spelers een ethische code voor fatsoen en sportiviteit. Overtredingen, zoals ze vroeger gemeengoed waren in Italiaanse ploegen, verafschuwt hij. Voetbal moet verbroederen, een beetje zoals Löw dat graag ziet.

Zoals Prandelli met lastige, moeilijk opvoedbare jongens als Antonio Cassano en Mario Balotelli omgaat, is bewonderenswaardig. Vooral Balotelli, die alleen in zijn coach bij Inter en nu Manchester City Roberto Mancini vertrouwen heeft, wordt door hem met liefde behandeld. Hij spreekt Balotelli toe zodra hij zich weer te buiten is gegaan aan vreemde capriolen. Hij straft niet. Opvoeden is liefhebben, en niet zoals de voetbalwereld altijd roept: straffen en wegsturen.  Dat is pedagogiek en psychologie van de koude grond, die Prandelli niet kent.

Coachen met affectie, dat is modern coachen. Daar worden mensen/sporters beter van.

Balotelli is onberekenbaar. Daarom waren de twee doelpunten, met de zeldzame kanonskogel als hoogtepunt, zo mooi. En dat gedrag met zijn gespierde bovenlijf is  toch prachtig als schouwspel. Voetbal heeft avontuur nodig. Geniale gekken worden ze wel genoemd. Mensen die anders zijn, dat willen we toch? Geen trekpoppen met mediatraining.  Romario, Maradona, Ronaldino, Ronaldo, Balotelli en nog een paar. Samen met geniale artiesten als Pirlo en Iniesta maken ze het voetbal toch fascinerend. Voetbal mag niet voorspelbaar worden. En dat geldt voor alle sporten. Weg met de computers, leve het avontuur en de romantiek.  Wild Romance.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: