Tag Archives: GolfersMagazine

Gijs van Lennep, autocoureur die op de golfbaan bang is

11 jul

Raar om voormalig autocoureur Gijs van Lennep te horen praten over angst. Bang? Die man die met duizelingwekkende snelheden zelfverzekerd bochten nam, is soms bang voor de bal. ,,Als ik op de tee-box sta, durf ik de bal niet te slaan. Ik durf niet. Doe ik het wel goed? Sta ik wel goed, is mijn grip goed, mijn schouders, mijn heupen? Ik ben een Pietje Precies. Ik wil het te goed doen.’

gijs van lennep
Hij heeft aanleg. Hij heeft balgevoel. Dat had hij al als honkballer en tennisser, vijftig jaar geleden. Hij heeft een goede oog-hand-coördinatie. Dat weet Van Lennep sinds hij bijna veertig jaar geleden met golfen begon. Maar: ‘Ik kan mezelf niet inhouden, ik moet zo snel mogelijk naar de bal. Ik kan mezelf niet dwingen tot rust. Timing en ritme, daar gaat het om. Maar hoe leer ik mezelf dat aan?’

Dus gaat hij ten einde raad een set nieuwe clubs aanschaffen. Na tien jaar mag dat wel eens. Wie weet zit daar het verschil. En dan ook een analyse met de Trackman. ‘Ik weet het: gedoseerd slaan, accelereren, door de bal heen. En ik weet toch wat doseren is. Racen is ook doseren, veel gas loslaten. Het zit tussen de oren. Daarom is golfen een van de zwaarste sporten. Loslaten en focussen. Ik kijk alle golftoernooien op televisie, ik zie topjongens worstelen, terugvallen en terugkeren. Altijd maar sleutelen aan je techniek, je beheersing en je ritme.’

Van Lennep is sportgek. Hij deed naast racen aan biljarten, honkbal, kleiduiven schieten en sinds hij bijna veertig jaar geleden op de 9-holesbaan op het autocircuit van Le Mans voor het eerst een golfclub hanteerde aan golf. En in al deze sporten ziet hij overeenkomsten: door de bal heen, met de kleiduif meegaan, accelereren, goed kijken en doen. ‘Pas op’, voegt hij er aan toe, ‘racen is geen waaghalzerij. Het is doseren, kijken en vooral zorgen dat je in een perfecte conditie verkeert, zowel mentaal als lichamelijk. Krachttraining, vooral om je nekspieren sterk te maken. Cardio, omdat je heel lang met een verhoogde hartslag moet racen – je hebt de conditie van een marathonloper nodig. En op je gewicht letten – altijd, nog steeds 65 kilo. Ik voel me geweldig en toch al 73 jaar.’

Nadat hij in 1976, het jaar waarin hij voor de tweede keer de 24-Uurs race van Le Mans won, ter ontspanning voorafgaande aan de wedstrijd werd uitgenodigd eens mee te gaan golfen, is de passie voor golf alleen maar gegroeid. In 1977 nam hij zijn eerste les op Spaarnwoude, bij de legendarische Joop Landman. Hij werd in 1978 lid op de Kennemer en had binnen drie jaar handicap 9. Nu is hij sinds jaren lid van de Hilversumsche. Vraag hem vooral waarom hij nu nog ‘maar’ handicap 17.3 heeft, want dan raak je hem in zijn sporthart. ‘Ik ben niet minder gaan spelen, ik ben gewoon te veel bezig met beter worden.’

De uitdaging is altijd zijn kracht geweest. Winnen, willen winnen. In matchplay is hij in zijn element: een directe tegenstander. Of, zoals hij memoreert: ‘Ik stond een keer op de achttiende op de Hilversumsche, het terras zat vol. Of ze nu wisten wie daar stond te spelen, deed er niet toe. Waarschijnlijk keek dus helemaal niemand. Maar ík moest laten zien dat ik iets bijzonders ging doen. Toen was er die focus, die beheersing, dat hoofd wat in balans is. Heerlijk om dan een goede bal te slaan. Een publieksspeler? Ja.’

Gijs van Lennep geeft al jaren rijvaardigheidstrainingen. Leren hoe je een auto kunt beheersen. Een worden met de auto, gevoel ontwikkelen en weten wanneer en hoe je met de auto kunt méégaan. Hij ziet waar mensen in de fout gaan. Zoals hij ziet waar topgolfers als Joost Luiten en topcoureurs als Max Verstappen en Giedo van de Garde zich vergalopperen. Te snel, te laat, te gretig, te wild. En dan anderen, de club of de motor de schuld geven. ,Ik herken het meteen. Ik heb een sterk geheugen, ik sla alles op, ik weet waar ik dit of dat gedaan heb. Ik herken gezichten, ik herken ze aan hun stijl – waar heb ik jou eerder gezien? Ik weet hoe het moet, maar lukt het me niet perfect te zijn. Herken je dat?’

Hij is van nature linkshandig, schrijft met links. Maar hij speelt als een rechtshandige. ‘Mijn leading hand is de sterkste.’ Maar dat stuur dan, in hoeverre vertoont die grip overeenkomsten met die van de golfgrip? Nou ja, dat stuur heeft hij strakker in de hand dan de golfclub. Hij weet het allemaal wel. Zo perfectionistisch als hij is. Het tekent zijn winnaarsmentaliteit.

Kom op Gijs, geniet nou eens van het leven en het spel. Sport, of beter competitie, gaat toch niet je leven beheersen? Nou, dan is Gijs van Lennep toch anders. Dat is nu juist wat hem levend houdt. Morgen gaat hij voor een lezing over autoracen of over zichzelf als racer weer het land in. Overmorgen gaat hij op verzoek van de autofabrikanten die hem door de jaren heen hebben gesteund, weer naar Duitsland, België, Italië, Engeland of Frankrijk. Hij gaat het goed doen, dat heeft hij zichzelf voorgenomen. Hij is niet voor niks gekozen tot de beste Nederlandse autocoureur van de twintigste eeuw.

Hij neemt alweer een koekje bij de koffie, maar haast zich te melden dat zijn gewicht nog altijd op peil is. Een paar wijntjes kunnen geen kwaad, laat staan wat koekjes. Weet je wat het probleem is? ‘Ik moet zo snel mogelijk door die bocht. Maar ik moet altijd beseffen dat het een kwestie van doseren is, op tijd gas loslaten, doorgaan en laten doorgaan. Geen angst, geen paniek, het komt goed als je gewoon je techniek volgt. Maar dat is het nou, dat hoofd doet dingen met mij die ik niet wil. Ik ben bang. Ben jij bang geweest? Dan weet je dat alles aan het wankelen wordt gebracht. Ik zou het moeten weten, want ik heb veel angsten doorstaan, racen doet wat met je. Weet je trouwens dat ik niets meer weet van de races waar ik ben uitgevallen? Vreemd hé. Ik kan me goed herstellen. Niet denken aan de slagen die fout waren.’

En toch nog bang voor de bal? Gijs van Lennep heeft het nodig. Zonder angst geen uitdaging. Zonder angst geen perfectionisme. Het typeert de echte sportman.
—————————————————————————————————-
Gijs van Lennep (Aerdenhout, 16 maart 1942) is een voormalig autocoureur. Hij reed vier jaar mee in de Formule 1. In 1971 won hij (samen met de Duitser Helmut Marko) voor de eerste maal de 24 uur van Le Mans. In 1976 won hij (samen met de Belg Jacky Ickx) voor de tweede maal Le Mans. In 1999 werd hij door een Nederlandse vakjury uitgeroepen tot ‘beste Nederlandse autocoureur van de eeuw’. Hij golft sinds 1977 en is lid van de Hilversumsche.

Dit artikel is gepubliceerd in GolfersMagazine nr.5 2015

Oud-voetballer Kenneth Perez golft nu: ‘Die slag, dat ben jij’

14 jun

Vrijwel dagelijks staat Kenneth Perez op de golfbaan. Hij kan het niet laten. Hij wil een golfclub in zijn handen voelen. Hij wil ballen slaan. Zo goed mogelijk, elke keer weer, zoveel mogelijk. ‘Als je de bal goed slaat, hem raakt op de sweetspot, dat gevoel, dat geluid, daar doe je het voor. Dat is de uitdaging. Ik ben gewoon verslaafd. Maar ik wil er niet vanaf. Het is geen ziekte, geen afwijking. Het is gewoon heerlijk, altijd.’

We kennen de Deen met Spaanse wortels als de elegante voetballer die bij MVV, AZ, Ajax, PSV en FC Twente speelde. Vooral de mooie bewegingen, de sierlijke tred en fraaie traptechniek. Van een fijnbesnaarde voetballer verwacht je dat hij ook goed kan golfen. Een gevoelige swing past bij hem.

Hij golft pas sinds augustus 2010. Voorheen kende hij de sport waar hij nu verslaafd aan zegt te zijn, alleen van vrijblijvende clinics met andere voetballers en voetbaltrainers en van de verhalen van Deense vrienden die hem voortdurend wezen op het verslavende genot van golf.

Een jaar of vijf geleden moest het er dan maar eens van komen. Samen met zijn vriend en oud-profvoetballer Olaf Lindenberg besloot hij op één dag zijn GVB te halen. Dat lukte. Toen was hij verkocht. Hij was zojuist nationaal kampioen geworden met FC Twente en had besloten met profvoetbal te stoppen. Golf kreeg hem in zijn greep en zou hem stevig vasthouden – misschien wel meer dan voetbal met hem had gedaan.

Golfen deed hij liever niet tijdens zijn voetballoopbaan.‘Ik had al mijn energie nodig voor het voetbal. Ik ging ook nooit op skivakantie. Te riskant voor een voetballer, vond ik.’ Hij beleeft golf als te tijdrovend om naast een andere sport of beroep te doen. Hij kan niet even gaan golfen, als ontspanning. Hij moet al zijn aandacht aan het spel geven. Focussen, elke keer weer. Slag voor slag. ‘Daarom moet ik regelmatig spelen. Het is een never ending story. Als je goed speelt, ga je door. Als je slecht speelt ook. Want dan wil je het weer beter doen. Het houdt nooit op.’

kenneth perez
Perez zit met zijn rug naar de golfbaan, Goyer (bij Hilversum), zijn thuisbaan waar hij in het eerste team speelt. Als hij iets wil uitleggen kijkt hij naar buiten en wijst, want daar gebeurt het allemaal. Hij speelt weleens samen met Arnold Bruggink, oud-profvoetballer en collega-analist bij FOX Sports. Verliezen mag dan niet. Winnen, daar gaat het dan om. ‘Vertier moet ook een beetje pijn doen. Ik begrijp niet dat mensen zeggen: ik heb zó slecht gespeeld, maar het was wel lekker weer. Kom op, zeg. Niet dat ik dagenlang ziek kan zijn van verliezen. Maar het doet wel pijn. En ik kan echt gek worden als het niet gaat. Ik heb wat stokken kapotgeslagen. Bij voetballen kon ik echt dagenlang ziek zijn van een nederlaag. Voetballen was mijn leven, mijn beroep ook. Nu is mijn gezin, mijn vrouw en kinderen, mijn leven.’

Voetbal, hoe bezeten hij ook was en hoe gedreven hij ook oefende – vooral op vrije trappen – nerveus werd hij niet zo gauw. ‘Ik wist dat ik het kon, ik wist dat ik een bepaald niveau haalde. Natuurlijk kon ik me mateloos ergeren en sloegen in een wedstrijd de stoppen weleens door. Maar als het niet liep, besefte ik dat het een slechte dag was en dat het volgende week weer beter kon gaan. Bij golfen word ik er voortdurend aan herinnerd dat ik het niet goed kan. Weer fout, weer slecht, weer mis. Zomaar, soms de swing, soms de grip, dan weer een verkeerde inschatting, dan weer een zuchtje wind, dan weer een vogel of een vlieg waardoor je even wordt afgeleid. Het is écht een mental game. Ik kan me niet voorstellen dat er een moeilijker sport is. Noem tennis: als je service niet loopt, heb je een tweede service. Bij golf gaat het om die ene slag. Als het niet goed is, wat dan? Ja, een herstelslag. Nou, probeer dat maar eens.’

Kenneth heeft weleens met Deense topspelers gegolfd. Dan viel hij van de ene verbazing in de andere. ‘Dat is zo ver van mijn niveau, terwijl ik toch al handicap 3.7 heb. Hoe die mannen na een volkomen mislukte slag met een herstelslag meteen terugkomen op de fairway of zelfs op de green. Dan geniet ik echt. Dat wil ook. Het leuke van golf vind ik ook dat je altijd wel één hole van een echte topper kunt winnen. Dan kan bij tennis niet. Bij een speler die zoveel beter tennist ben je gewoon altijd kansloos.’

Golf is nooit saai, geen moment. Vindt Kenneth Perez. ‘Daarom zie je mij zelden op een driving range. Ik oefen eigenlijk nooit. Zo verschrikkelijk saai. Spelen wil ik, zoveel mogelijk, liefst elke dag. Elke slag, elke putt, elke hole moet een uitdaging zijn. Winnen en scoren, hoe lager mijn handicap, hoe leuker het spel wordt.’

Sinds hij bijna vijf jaar geleden is gaan golfen, verbaast hij zich meer en meer over hoeveel mensen golfen. Dat had hij voorheen nooit durven denken. ‘Als je ergens op een feestje bent, is er altijd wel iemand die ook golft. Dat vind ik echt te gek. Allemaal mensen die veel en overal willen golfen.’ Mede daarom ontwierp hij met twee vrienden twee maanden geleden een speciale, gratis golf-app (Golf@ via golf-at.com), een golfnetwerk waar iedereen aan mee kan doen: golfers, golfclubs, golfprofessionals. Het ontmoetingsplatform telt al 4.000 leden. ‘Vorige zomer heb ik me er geregeld aan geërgerd: perfect golfweer, ruimte in mijn agenda, maar niemand om de golfbaan mee in te gaan. Met Golf@ spreek je veel makkelijker af voor een rondje met spelers van jouw niveau.’

Voordat Kenneth zich nog even ter voorbereiding op de kampioenswedstrijd van komende zondag op de putting green begeeft – ja, zowaar, hij gaat oefenen – wil hij een belangrijk facet aan zijn ervaringen toevoegen. ‘Golf doe je helemaal zelf, niemand kan je spel beïnvloeden. Toch noem ik het een excuus-sport. Altijd hoor je mensen zeggen dat een mislukte slag of putt niet aan hen lag. Raar hé? Je kunt, mág, een ander gewoon niet de schuld geven. Je doet het helemaal zelf. En dat ken ik bij geen enkele andere sport. Daarom is golf ook zo confronterend. Die slag, dat ben jij.’
——————————————————————————————————-
Kenneth Perez (40) is een Deense oud-beroepsvoetballer. Hij begon bij FC Kopenhagen. In 1997 werd hij door MVV Maastricht ingelijfd. Vervolgens speelde hij voor AZ, Ajax, PSV, weer voor Ajax en ten slotte voor FC Twente. In 2007 won hij met PSV de nationale beker. In 2010 werd hij met de Enschedese club kampioen van Nederland. Perez speelde 24 maal in het Deense nationale elftal. Tegenwoordig is hij voetbalanalist bij FOX Sports Eredivisie en FOX Sports international, en is hij soms te gast als analist bij Studio Voetbal. Hij golft in het eerste team van Goyer.

Dit interview is gepubliceerd is GolfersMagazine 4/2015

Tennisster Kristie Boogert golft nu: Ik mis de adrenaline

7 mei

kristie_boogert_-_tennis_1_20140410_1144134049
Ze is gaan staan in de hoop het verschil in lichaamsbeweging tussen de tennisslag en de golfswing duidelijk te kunnen maken. Voormalig tenniskampioene Kristie Boogert zwaait met haar armen van rechts naar links en toont de verschillen in rotaties van haar romp. Het is duidelijk, er is verschil. Ze lijken op elkaar. Maar toch is het anders. Dat heeft Kristie sinds ze na haar tennisloopbaan met golfen begon, moeten ervaren.

,,Als je ruim twintig jaar gewend bent je bovenlichaam met de slag mee te laten draaien, dan kost het heel veel oefening om het met golf anders te doen.’’ Ze komt er mee weg, zegt ze. Het is waarschijnlijk haar balgevoel, weten hoe je een bal slaat, haar talent. Om de golfswing beter te beheersen zou ze meer op de drivingrange moeten staan, zoals haar eerste clubpro destijds al adviseerde. Oefenen en slijpen. Zoals vroeger met tennissen: altijd slijpen. Niet meteen de baan in. Want voordat je het weet leer je jezelf dingen aan die je dan weer moet afleren.

,,Een goede golfer ziet waarschijnlijk meteen dat ik eigenlijk een tennisser ben. Die swing, die zwaai van achter naar voren, naar de bal, de romprotatie.’’ Om het goed te doen, moet ze eenvoudigweg terug naar nul. ,,Mensen die geen sportachtergrond hebben en met golf beginnen, hoeven niet terug. Die beginnen met de basistechniek. Ze leren de swing. Maar ik moet eerst de tennisspecifieke details afleren. Het is geen verontschuldiging. En hoeft ook geen handicap te zijn. Tennis is blijkbaar toch anders dan golf, hoeveel ze ogenschijnlijk op elkaar lijken.’’

Het is aangenaam luisteren naar een vrouw die gefascineerd is door de sport. Hoe ze probeert over te brengen wat ze beleeft, wat ze voelt, waar ze mee worstelt, hoe ze het beste uit haar sportbeoefening wil halen. ,,Tennis was altijd mijn passie. Maar toen was het over. Ik moest een operatie aan mijn rechter elleboog ondergaan en daaruit vloeide voort dat ik niet meer op hoog niveau kon tennissen. Dat was een klap. Ik was 29 jaar. Ik ging commerciële economie studeren en kon dat later combineren met tv-werk. Per toeval kwam ik in aanraking met golfen. Ik wilde meer kunnen dan alleen goed tennissen. Ik moest en wilde verder met andere dingen. En dat is goed gegaan, met alles wat ik nu doe. Ik geef verslag van tenniswedstrijden, ik kan mijn ervaring en inzicht overbrengen. En golfen is heerlijk en geeft me het gevoel dat ik sport, dat ik beweeg. Deed ik het maar meer.’’

Golfen is, los van het verschil in beweging van het lichaam, heel anders dan tennis. Ze mag dan voordeel putten uit haar door de jaren heen gegroeide mentale ervaring (niet na een mislukte slag de strijd opgeven, altijd in het moment blijven, altijd op je hartslag en ademhaling letten, focus). ,,Tennis is rennen, zweten, adrenaline. Golfen is rustig blijven, nooit rennen en zeker nooit zweten. Die adrenaline die ik had tijdens mijn tenniscarrière, mis ik eigenlijk nog het meest. Na het golfen kun je vermoeid zijn, maar dat is een soort landerigheid, moe van de concentratie, moe van het slenteren. Na het tennis sloeg je hart tien keer door. Opgefokt, dat vroeg naar meer inspanning en zweet. Zweet? Na het golfen. Nee, je bent moe van een andere inspanning, zoals voortdurende concentratie. Elke slag of swing, vraagt om focus.’’

Maar dat geldt toch ook voor tennis? Kristie zal het niet ontkennen. Bij een tennispartij word je geconfronteerd met een tegenstander, wat zij doet, hoe zij anticipeert, jou door lijkt te hebben en daarop inspeelt. Wat doe je dan? Hoe sla je dan? Het is haar fascinatie voor competitie. Ze zoekt naar een vergelijking en vindt dat in deelgenoot zijn van een team (Dames 1 van Golfclub Cromstrijen). ,,Dan ben je niet alleen met jezelf bezig, maar ook met wat de anderen van het team van je verwachten. Je wilt anderen niet teleurstellen. Je wilt jezelf niet ontmoedigen, maar ook anderen niet. De combinatie van individueel bezig zijn, maar toch ook deel uit kunnen maken van een team vind ik het leuke van golfcompetitie.’’

kristie
Ze vertelt over haar veerkracht en haar talent: als de bal bij tennis na een slag buiten de lijnen gaat, is de partij nog niet over. Altijd verschijnen nieuwe kansen, de tegenstander kan ook fouten maken, omdat ook hij mogelijk ook wel worstelt met dezelfde twijfels. Maar je kunt er beter niet op rekenen. Vooral op jezelf vertrouwen.

Visualiseren is belangrijk en kan ze bij golf gebruiken vanuit haar verleden. Je staat op de teebox en denkt aan die ene tennispartij op dat hele grote centre court. Je kijkt naar je handen, je voelt je armen, je lichaam, je voelt iets in je hoofd. En je denkt: toen ging het goed (of niet goed). Je moet tijdens het spelletje niet terugdenken wat er net is gebeurd. Ook niet te ver vooruit kijken naar het eventuele eindresultaat. Je moet in het ‘nu’ kunnen blijven. ,,Routines zijn daarvoor een belangrijke houvast en daar kun je vertrouwen uit halen.’’

Tja, haar handicap, nu 10.8. Moet dat nog omlaag? Ergens in haar hoofd wil ze dat wel en weet ze dat ze zich nog kan verbeteren. Ze kan het zo goed, golfen. Ze is zo goed in het spel met een bal. Die hand-oog-coördinatie blijkt ze te beheersen, vanaf ze toen nog een kind was.

Ze is gedreven. ,,Golf doet iets met mij. Rust, o jee. Wat is dat nou weer? Ik verlang nog vaak naar adrenaline. Uit niets iets te halen. Dat is wel lastig.’’
——————————————————————————————————-
Kristie Boogert (Oud-Beijerland, 1973) behoorde jarenlang tot Nederlands beste tennisspeelsters. Ze behaalde een zilveren medaille op de Olympische Spelen van 2000 in het dubbelspel, samen met Miriam Oremans. De zusjes Serena en Venus Williams bleken uiteindelijk sterker. Ze won drie titels op de WTA-tour. In het enkelspel was haar hoogste positie op de wereldranglijst 29e. Als gevolg van een elleboogblessure moest ze haar tennisloopbaan beëindigen. Nu is ze tenniscommentator bij Eurosport en Sport1.

Dit interview is gepubliceerd in de serie Mijn nieuwe sport in GolfersMagazine nr.3 2015

Robert Eenhoorn: ‘Je hoort niets als je moet slaan’

18 apr

En indrukwekkende gestalte loopt door de burelen van het AZ-stadion. De algemeen directeur van de Alkmaarse voetbalclub geeft een hand. Het is de stevige hand van een van Nederlands beste honkbalspelers aller tijden. De hand aan de arm waarmee Robert Eenhoorn ballen sloeg als speler van de Major League, bij de New York Yankees, de Anaheim Angels en de New York Mets.

Foto: AZ

Foto: AZ

Met die hand en die arm heeft hij ook als golfspeler ballen geslagen. Toen hij nog honkbalde en coach was van Neptunus Rotterdam en het Nederlands team. Nu is de regelmaat waarmee hij golft aanzienlijk lager. ,,Geen tijd, te druk, als je wilt golfen ben je zo vier à vijf uur kwijt’’, zegt hij verontschuldigend. ,,Maar zodra het drukke leven voorbij is, ga ik zeker golfen. Samen met mijn vrouw, die ook speelt. Want dat is het mooie aan golfen, je kunt het samen doen. Samen naar mooie banen in het buitenland gaan. Buiten zijn en genieten.’’

Een honkballer die golft. Bewegingen die iets met elkaar gemeen zouden kunnen hebben. Eenhoorn doet aan de overkant van de tafel in zijn kantoor bij AZ iets met zijn armen, zoals voetballers dat met hun voeten en boksers met hun vuisten. Hij kijkt naar zijn beweging en voelt. ,,Ik weet wat releasen is, hoe je een slag inzet en afmaakt. Of het nu met een knuppel is of met een club. Hoe je een hoek creëert, je je lichaam gebruikt, hoe je staat, naar balans zoekt en je focust, de voorbereiding begint voordat je het slagperk betreedt, en de tijd neemt, kijkt en slaat.’’

Het is anders. Bij honkbal is ook kracht een belangrijke factor, bij golfen veel minder. ,,Bij honkbal sla je met een rond object, de knuppel, naar een rond object, de bal. Bij honkbal komt de bal op je af, met verraderlijke curves die je moeilijk kunt inschatten. Bij golf ligt de bal stil en sla je met een min of meer plat object. Maar sla je met golf een bal niet zuiver dan kan dat uiteindelijk tientallen meters schelen. Dat is bij honkbal minder riskant. Je zoekt een richting, je slaat over het hek of niet. Natuurlijk probeer je berekend te slaan, maar je moet altijd afwachten hoe de bal op je afkomt.’’

Focus, concentratie, afsluiten. Robert Eenhoorn weet er alles van, sinds hij in zijn puberteit ging honkballen bij Neptunus. Niet vergeten, asjeblieft, dat hij eerst bij Sparta voetbalde. ,,Of je nu op de teebox staat en je je concentreert, in de bubble, of in de slagzone, met al die duizenden mensen om je heen, zoals in de Major League. Je hoort niks, als je moet slaan. Tenminste dat heb ik geleerd. Als ik golf ken ik dat gevoel van honkbal. Hoe ik me ook voel, wat ik voor problemen en spanningen ik ook heb in mijn privé- en zakelijk leven, ik heb geleerd me af te sluiten. Door honkbal en dat ervaar ik ook bij golf.’’

Hij leerde golfen in de tijd dat hij bij Haarlem Nicols honkbalde. Een medespeler nam hem eens mee naar Spaarnewoude. En Eenhoorn merkte meteen dat golf hem ontspande: weg van de spanningen in het ‘normale’ leven en als honkballer van wie prestaties werden verwacht. ,,Natuurlijk is mijn valkuil dat ik altijd wil winnen. Dat heeft me ver gebracht in het leven, als sportman en als coach. Bij golf werkt dat anders. Dat is zo moeilijk. Op een ontspannen manier winnen? Hoe doe je dat? Het is toch ongelooflijk wat Joost Luiten presteert. Altijd maar trainen, elke dag, om beter te worden, om te winnen en toch ontspannen te blijven. Daar kunnen voetballers veel van leren.’’

Zijn Amerikaanse periode, vooral bij indrukwekkende clubs als de New York Yankees, heeft hem geschoold. Op zijn iPhone toont Eenhoorn het (huidige) intensieve wedstrijdschema van zijn oude club. Kijk: ,,Zowat elke dag spelen, af en toe twee dagen rust. Weet je wat dat is, 162 wedstrijden in 180 dagen? Dan ga je niet op een rustdag golfen om te ontspannen. Alleen in de winterperiode, als we in Florida zaten, gingen we golfen.’’

Los van het feit dat hij tijdens het wedstrijdseizoen geen tijd had om te golfen, was het niet raadzaam om iets anders te doen dan rusten. ,,Bovendien was golfen niet goed voor je honkbalslag. Je honkbalswing wordt toch aangetast. Werpers deden het wel, om los te laten. Profhonkbal vraagt discipline. Rust is rust. Wat je in je vrije tijd doet, moet je zelf weten. Maar als je in wedstrijden fouten maakt, vinden ze gauw de oorzaak. Hé, je bent toch niet gaan golfen op je rustdag?’’

Eens per jaar organiseert Robert Eenhoorn een golftoernooi, waarvan de opbrengst naar een goed doel gaat. Het is een uitvloeisel van het tragische lot dat hem, zijn vrouw en zijn familie ten deel viel. Ruim tien jaar geleden verloor hij een zoon, Ryan. Robert Eenhoorn, succesvol sporter en coach, vertelt het zakelijk, waarschijnlijk omdat het als algemeen directeur van hem wordt verlangd. ,,Weet je wat het is? Door sporten kun je je afsluiten van andere, belangrijkere dingen in je leven. Golf is daarom zo mooi. Als je niet goed speelt, ga je meteen denken: waarom. En dan kom je vaak uit bij de reden van je slechte spel en waarom je afwezig was. Sport doet je leren, golf misschien wel het meest. Ik mis het.’’
——————————————————————————————————

Robert Eenhoorn (47) is een voormalige tophonkballer en honkbalcoach. Hij honkbalde boor Neptunus Rotterdam. Haarlem Nicols, New York Yankees, Anaheim Angels, New York Mets en het Nederlands team, waarvoor hij 73 keer uitkwam en tweemaal aan de Olympische Spelen deelnam. Hij was korte stop. Eenhoorn was bondscoach en vervolgens technisch directeur van de honkbalbond. Sinds 1 oktober 2014 is hij algemeen directeur van voetbalclub AZ.

Dit artikel is gepubliceerd in de serie ‘Mijn nieuwe sport’ in GolfersMagazine 2015-nr.2

%d bloggers liken dit: